Here we go!

Ik ben alles bij elkaar wel een paar maanden bezig geweest met de voorbereidingen, maar uiteindelijk is de tijd voorbij gevlogen en opeens was het september: tijd voor het begin van mijn stage bij Prime Vision. Mijn kamer in Enschede was opgezegd, mijn huisraad grotendeels ingepakt en zo’n 30 kilo aan bagage ingepakt in twee grote tassen voor de grote reis. Terwijl die tassen in Amersfoort verbleven op het ouderlijk adres heb ik de eerste twee weken van september grotendeels doorgebracht in Delft (bij Prime Vision) en Den Haag (bij PostNL), om eerst even de Nederlandse opdrachtgevers en projectleiders te leren kennen. Het waren twee volgeplande weken met een paar bijzondere hoogtepuntjes, van het uitkijken op de Noordzee vanaf de 18e verdieping van de AA-toren in Den Haag tot het op-en-neer pendelen voor een geweldige laatste avond in Enschede met de crew van de Kick-In, van het eten en overnachten bij Jorik en Marvin (bedankt voor de gastvrijheid!) tot wat impromptu bezoekjes bij Ruben en Ralph. Bovendien heb ik nog net de kans gekregen om het resultaat van de verhuizing van zuslief te aanschouwen, vlak voordat ik zelf mijn eigen (iets grotere) verhuizing zou ondernemen. Het waren me de weekjes wel, dus om op de laatste zondag gewoon even rustig aan te doen was geen slecht idee. Uitgerust het vliegtuig in, zullen we maar zeggen.

Fast plane to Sydney

Op 13 september ben ik dan eindelijk de naderende herfst ontvlucht, op naar de naderende zomer van het zuidelijk halfrond. Al met al was het eerlijk gezegd geen heel bijzondere vlucht, behalve dat ik bij het inchecken achter Titan in de rij stond (een van mijn favoriete hardstyle-DJ’s die onderweg bleek te zijn naar Defqon.1 – daarover later meer). Misschien dat ik met de conferentie-avonturen de lange-afstandsvluchten wat gewend ben geraakt, maar het was in ieder geval goed te doen. Na een tussenstop op Dubai (per 777) door naar Sydney in een een gigantische Airbus A380, en terwijl er allemaal mensen voor en achter mij uit de rij gepikt werden voor de quarantainecontrole kon ik zonder gedoe langs de Australische douane. Om 5:30 lokale tijd was ik definitief in Australië.

Nou had ik al een appartement geregeld van tevoren, maar omdat hij zelf pas vanaf 15:00 tijd zou hebben had mijn huisbaas een hotel geregeld in Chippendale. Na de taxirit was het inmiddels 6:00 – niet bepaald het tijdstip dat een hotel al incheckt. Terwijl m’n bagage in de opslag stond kon ik even een paar uur tijd doden door te ontbijten en de omgeving wat te verkennen, maar ik was moe genoeg dat ik daar eigenlijk niet zoveel trek in had. Op het vliegtuig had ik prima geslapen, maar ze hadden het licht nogal ritmeverstorend geregeld: bij vertrek om 10:30 in Dubai ging het licht gelijk op slaapstand, en tegen de tijd dat het in Sydney zo’n beetje middernacht zou zijn ging het licht weer aan. Het was niet echt een jetlag, maar het effect van een vlucht van 24 uur met slechts 8 uur tijdsverschil was wel merkbaar. Ik heb daarom rustig een boekje gelezen totdat ik om 11:00 m’n kamer in kon. Tegen die tijd was ik genoeg ingekakt dat ik toch maar wat ging bijslapen. Na een goed middagdutje en een warme douche was het tijd om naar het appartement te gaan.

Welkom in Sydney

Dacht ik, althans. Ik, in de veronderstelling dat 15:00 op de dag van aankomst zou slaan, had begrepen dat het hotel alleen voor de overbrugging op die dag was. Tegen de tijd dat ik bij het appartement stond (10 minuten verder met de taxi, inclusief alle bagage) bleek dat de huisbaas de oplevering pas de volgende dag had bedacht, zodat ik een hele nacht in het hotel kon blijven. Op zich geen verkeerd idee, maar bij mij was het niet aangekomen. Nou had ik niet zoveel problemen met het sjouwen met bagage en afstanden afleggen, maar als je denkt dat je er eindelijk mee klaar bent en toch weer terug blijkt te moeten wordt het toch wel een beetje vervelend moet ik zeggen.

Enfin.

Tegen de tijd dat ik terug was bij het hotel (met wat verbaasde blikken bij de receptie natuurlijk) was het alweer aan het einde van de middag, en erg veel meer dan een beetje rondslenteren zat er niet op. Chippendale bleek niet zo’n spannende wijk te zijn, dus na een uurtje tevergeefs interessante dingen te zoeken heb ik maar wat simpel eten gezocht en ben ik teruggegaan om verder te gaan met m’n boek. De zon was rond 18:30 al onder, waar ik nog niet echt op gerekend had, maar in een poging het tijdsverschil weg te werken toch lekker tot 23:00 bezig geweest alvorens wat echte uren slaap te klokken.

De volgende dag dan toch echt uitgecheckt en wederom op naar het appartement. Kon ik nu wel gelijk naar binnen? Nee, dat zou te makkelijk zijn natuurlijk. Ik weet niet precies hoe, maar mijn huisbaas en ik zijn elkaar misgelopen in de lobby van het gebouw (ook al zou ik zeggen dat ik met 2 grote reistassen vrij goed te herkennen ben) en om het nog makkelijker te maken had m’n telefoon een week eerder besloten om op willekeurige momenten z’n SIM-kaart niet te herkennen – met andere woorden, SMSen en bellen ging ‘m ook niet echt worden. In overleg met de gebouwbeheerder heb ik uiteindelijk m’n bagage daar maar even achter slot en grendel achtergelaten en ben ik de stad ingegaan, op zoek naar internet. De stad kom ik zometeen wel op terug – om dit verhaal even af te maken: via wifi van de lokale koffiecorner is het per Whatsapp uiteindelijk wel gelukt, en in de lobby van het veel te duur ogende Radisson Hotel (zelfs met m’n metalkleding werd ik netjes door 4 man personeel begroet bij het binnenlopen tussen de driedelige pakken) heb ik dan uiteindelijk m’n contract echt getekend en de sleutels gekregen. Op de terugweg een ander rondje gelopen, en rond 13:00 kon ik dan eindelijk mijn appartement in.

Twee minuten lopen, direct het CBD in.

Twee minuten lopen, direct het CBD in.

Dat appartement is wel gelijk een eerste hoogtepuntje van de reis. Ik deel het met een paar anderen, waarmee je prima een praatje kan maken maar die ook redelijk hun eigen dingetje doen. Grote keuken, grote woonkamer, grote badkamer en een iets kleinere maar nog steeds prima eigen kamer. Er liggen een paar fantastische plekjes op loopafstand, het is goed bereikbaar met het OV en heeft ook nog eens z’n eigen stukje parkeergarage in het stuk van de stad waar parkeren peperduur is. Een mooie bonus: ik wist het nog niet, maar een paar dagen later kwam ik erachter dat het gebouw z’n eigen zwembad en fitnessruimte heeft die ik als bewoner mag gebruiken.

Klein keukentje…

…bescheiden woonkamer…

...en een pierenbadje.

…en een pierenbadje.

Ik was wel even bezig om het hele appartement te verkennen en m’n spullen in te ruimen, maar daarna vond ik het toch wel leuk om weer even wat stukjes van de stad te verkennen. Ondertussen heb ik ook wat hele praktische zaken geregeld zoals een Australische telefoon, een Opal Card (de OV-chipkaart voor Sydney) en een Defqon-ticket ophalen bij het hoofdkantoor van Q-Dance Australia (als Nederlander krijg je stevige korting voor dat festival, maar dan moet je wel hoogstpersoonlijk je Nederlandse paspoort laten zien om een ticket mee te krijgen). Vervolgens ben ik naar Travellers Autobarn gegaan waar ik een auto had geregeld. Daar kwam ik erachter dat het overschrijven van een auto in Nederland toch wel een stuk makkelijker is: dit had zo’n 2 uur aan uitleg, papierwerk en contracten nodig, en daarna moest ik persoonlijk met een halve dode boom onder m’n arm naar de Roads and Maritime Services (ruwweg een kruising tussen de RDW en Rijkswaterstaat) om de overschrijving te regelen. Aangezien die superambtenaren het om 15:00 al een dag hadden genoemd (en ik rond die tijd pas binnenwandelde bij TAB) bleef dat voor de volgende ochtend liggen. Op de terugweg even langs de plaatselijke supermarkt gelopen voor wat standaard spulletjes, maar mijn avondeten was die dag even een broodje Subway op de pier van Cockle Bay, in het hart van Darling Harbour. De haven bij de schemering op 5 minuten lopen van mijn voordeur – die kans liet ik niet schieten. Ik werd niet teleurgesteld.
Uitzicht vanaf het balkon richting het zuidoosten

Uitzicht vanaf het balkon richting het zuidoosten

Darling Harbour by night

Darling Harbour by night

Een nieuw thuiskomen

De volgende ochtend werd ik wakker met twee gedachtes: ik werd voor het eerst wakker in m’n eigen kamer in downtown Sydney, en het was alweer donderdag! Na een rustig ontbijt zorgde ik dat ik op tijd bij de RMS op de stoep stond om mijn auto-overschrijving te regelen (en een tolkastje geregeld, , waarna ik door kon naar TAB om met het vrijwaringsbewijs dan eindelijk mijn auto op te halen. Links rijden had ik al wel eerder gedaan in Engeland, maar dat was met een Europese auto; dit was een auto met het stuur aan de juiste kant, en bovendien een automaat (waar ik, behalve wat Gators en Manitous, nog nooit in gereden had). Het was in ieder geval een prettige vuurproef, want vanaf de showroom was het gelijk de drukte in van het hart van Sydney – over Park Street dwars door Kings Cross en Darlinghurst, op naar Pyrmont. Samengevat viel dit me alles mee – met een onbekende auto dwars door een van de drukste stukken van een van de drukste steden ter wereld rijden was best goed te doen. Nou was dit ook niet bepaald een moeilijk ritje, en op vrijdag zou ik nog wat…meer ervaring opdoen. Maar alles op z’n tijd, voor nu was de auto zonder gedoe in de parkeergarage aangekomen en had ik (ca. 2 weken na het afstand doen van m’n geliefde Skoda Octavia) wederom een auto op m’n naam staan. Een Holden Commodore Berlina Internationale VY uit 2003 om precies te zijn, de semi-luxe station van het oer-Australische merk Holden; rondrijden in stijl zullen we maar zeggen.

Vroem vroem

Vroem vroem

Deze dag stond vooral in het teken van voorbereidingen treffen voor het weekend, wat deels betekende dat ik alweer bezig was met een tas inpakken. Defqon.1 staat bekend als het grootste hardstylefestival ter wereld en vindt eind juni plaats in Nederland, maar heeft vanwege de populariteit van het genre een zustereditie in Australië. Inderdaad: helemaal naar de andere kant van de wereld gereisd en een luxe huisje op een extreem decadente locatie, en meneer gaat gelijk weer kramperen op een muziekfestival. Iedereen zo z’n ding, zullen we maar zeggen. Een mooie bonus is dat, omdat het organiserende bedrijf Q-Dance Nederlandse roots heeft, je als Nederlander een stevige korting krijgt – het weekendticket ging daarmee van $270 naar $170 (een ruime 60 euro korting).

Bij het inpakken had ik uiteindelijk geen ruimte voor een paar essentiële festivalbenodigdheden zoals een tent, slaapzak, luchtbed en campingstoel. Aangezien ik die ook wel nodig ga hebben tijdens m’n latere rondreis had ik al snel besloten die maar aan te schaffen in Australië, en aan het einde van de rit achter te laten. Daarvoor moest ik wel even de stad doorkruisen op zoek naar de campingwinkel die een beetje betaalbare spullen had. Ik kwam uit bij Kathmandu die van alles in de uitverkoop had, maar de vestiging die ik eerst trof (in het hart van winkelend Sydney, in de Pitt Street Mall) bleek vrij klein en had niet alles op voorraad. Met slechts een luchtbed en slaapzak werd ik doorgestuurd naar de hoofdvestiging op Kent Street, die wel de juiste tent had en bovendien een mooi stoeltje in de aanbieding had. Op naar huis. Dacht ik.

Kijk, het punt aan het CBD van Sydney is dat het niet eens zo extreem druk is of alleen maar volstaat met hoge gebouwen, maar het is wel extreem heuvelachtig – in alle richtingen. Als je, zoals ik op dat moment, de straatnamen nog niet geweldig goed in je hoofd hebt zitten kun je maar beter niet navigeren op het principe “heuvelopwaarts zal wel van het water af zijn, dus zuidelijk”. Dit constateerde ik proefondervindelijk toen ik na zo’n 10 minuten vrij stevige hellingen genavigeerd te hebben bedacht dat ik nu toch echt in een compleet nieuw stuk van de stad was gekomen, en dat betekende dat ik waarschijnlijk niet de juiste terugweg te pakken had. Op de kaart zag ik dat ik echt precies de verkeerde kant opgelopen was: strak noordoostelijk in plaats van zuidwestelijk, waardoor ik niet richting Darling Harbour liep maar meer richting The Rocks. Inmiddels was de weg naar huis opgelopen tot een tippel van ongeveer een half uur. Combineer dat met het feit dat ik een paar kilo aan kampingaccessoires bij me had, en je begrijpt dat ik toch wel met frisse tegenzin aan de retour begon. Aangezien het inmiddels korter was om de haven recht over te steken via Pyrmont Bridge nam ik die route maar, en heb ik midden op de brug even een pauze gehouden om een beetje bij te komen (het was best een mooi dagje met zo’n 20 graden, dus ik zweette toch aardig op dit punt). Na de loopbrug afgelopen te hebben en de spullen thuis te hebben neergegooid was ik er wel even een beetje klaar mee. Ik sloot de dag af met rustig avondeten, en een poging me het lokale nieuws bij te brengen met wat journaals van de afgelopen week. (Daar had ik een leuke week voor uitgekozen, met het afzetten van een premier – het politieke steekspel daaromheen doorgronden kostte wel wat tijd.)

Ontbijten, spullen in de auto gooien, ‘even’ tanken (hallo 55 liter, dag 5 minuten), en op naar Defqon! Ik had hier redelijk ruime tijd voor ingepland, want alhoewel het festival officieel in Sydney is had ik een rit van 60 km voor de boeg. Dit was toch wel echt een goede oefening in het rijden in Australië.

Achter het stuur

Dat links rijden is echt niet bijzonder, zeker in een auto – je gaat gewoon met de stroom mee. De automaat viel ook wel mee; het is af en toe jammer dat je ‘m niet in z’n hoogste versnelling kan duwen als je op zo’n omslagpunt rijdt (en dat komt in Australië nogal eens voor omdat er snelheidszones voor 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100 en 110 zijn – zelfs op de snelweg vlieg je continu heen en weer tussen de hoogste 5 snelheden) maar verder gaat het wel makkelijk. (Bovendien ken ik het gedrag van koppeling en rem in 1 pedaal al van de Manitou.) Het stuur rechts was echter verbazingwekkend onwennig, vooral omdat er nogal wat onbewuste dingen opeens verkeerd gaan. Je moet echt een ander plekje op de weg opzoeken om midden op de rijbaan te zitten, je kijkt heel anders in je spiegels (rechts is opeens dichtbij en links is ver weg) en het meest frustrerende: als je achteruit kijkt moet je over je linkerschouder kijken in plaats van je rechterschouder als je niet met je hoofd tussen raamsteil en hoofdsteun wilt eindigen (waar je niet zoveel ziet). Aan het einde van die rit van 1,5 uur zat het allemaal wel redelijk in m’n systeem dus het valt wel mee, maar het was gewoon anders dan ik dacht.

Het Australische verkeer, hoe hectisch het er ook uitziet, is vrij overzichtelijk en vooral erg relaxed. Als je op het laatste moment pas realiseert dat je een andere baan moet hebben, gewoon richting aangeven en wachten tot je ruimte krijgt. Dat je midden op de weg even het verkeer ophoudt is iedereen wel gewend, en je krijgt binnen enkele seconden toch de ruimte dus heel lang houd je de boel niet op. Dat is maar goed ook, want het duurt wel even voordat je de structuur van rijbanen, stoplichten en verkeersborden echt snapt. Er lijkt in eerste instantie enige willekeur te zitten in of een afslag een uitvoegstrook krijgt of gewoon een hele rijbaan afsplitst, of afslaan nou wel of niet z’n eigen stoplicht heeft (en zo ja, of dat dan alleen een rood licht is of ook een eigen groen licht – dit verzin ik niet), of er voetgangers parallel oversteken of niet, etc. Het leukste is als afslaan in een richting wel z’n eigen stoplicht heeft, maar een gedeelde voorsorteerstrook: als linksaf dan groen heeft maar rechtdoor rood kan het zijn dat je in de linkerbaan nog steeds moet wachten omdat de persoon voor je klaarstaat voor rechtdoor. Daarnaast zijn snelwegen niet zo logisch als je zou verwachten: officieel is het wel links houden en rechts inhalen, maar als er een rijbaan bijkomt of afgaat gebeurt dat aan de linkerkant – blijf je dus netjes links houden, dan moet je toch nog de hele tijd opletten of je van rijbaan moet wisselen omdat die over 500 meter opeens ophoudt, met als gevolg dat veel mensen gewoon op de rechterbanen blijven zweven zodat ze makkelijk door kunnen kachelen (het wordt een beetje zoals het Amerikaanse verkeer dus). Bepaalde constructies (zoals de Western Distributor die van het CDB naar Pyrmont loopt) hebben afritten bovendien opeens rechts zitten. De kern van het verhaal als je ergens rijdt waar je niet zo bekend bent: lekker op de middelste rijbaan blijven rijden totdat je weet of je moet afslaan.

Bij mijn eerste rit was dit niet zo spannend (grotendeels rechtdoor, een afrit pakken en twee keer rechts) maar richting Penrith bleek toch iets ingewikkelder te zijn, en natuurlijk reed ik ook binnen 10 minuten verkeerd. Maar ach, een Australische SIM-kaart met data op zak, dus met wat navigatie kom je een aardig stuk. Daarnaast moet ik zeggen dat het niet half verkeerd was; in plaats van direct de M4 op te gaan was ik van Pyrmont naar Macquairie Park gereden, waarbij je een paar keer het water oversteekt en prachtig uitzicht hebt. Met een stevige omweg toch de M4 gevonden bij het Olympic Park, en uiteindelijk aangekomen bij het Sydney International Regatta Centre in Penrith. (Ja, we noemen het gewoon Sydney, ook al is het even ver rijden als van Amersfoort naar Enschede.)

Ho oeps

Oeps.

Een laatste dingetje over autorijden: ik heb het gevoel dat het prima is om lekker in een automaat te beginnen zodat je wat minder aan je hoofd hebt (zeker tijdens bijvoorbeeld de vreemde hectiek op de snelweg toen ik het concept van rijbaanwisselingen aan de linkerkant ontdekte en veel last-minute moest wisselen van rijbaan, dan wissel je toch veel van snelheid), maar de autofanaat in mij vindt het stiekem wel jammer dat ik nu nog steeds niet met een schakelbak aan m’n linkerhand heb gereden. Ik ga nog kijken of ik dat tijdens m’n periode hier toch nog kan afvinken!

No guts, no glory!

Defqon.1 kan ik redelijk kort samenvatten: gezellig en gaaf! Het concept festivalcamping is hier nog relatief nieuw dus ook nog niet zo populair, dus het was lekker klein – ik stond aan de rand van de camping en nog was het minder ver lopen naar het terrein dan m’n gemiddelde plek bij Graspop (met 2 minuutjes was je er wel). Als je dan aan je buren vertelt dat je campings van 50000 man gewend bent kijken ze je toch wel even met grote ogen aan. Het festival zelf was daarentegen wel aardig op schaal (ik gok zo’n 20000 man), inclusief de nodige hoeveelheid Nederlanders die uitgedost in vlaggen en oranje outfits nogal duidelijk aanwezig waren. Verder is het natuurlijk een erg gave locatie: omgeven door water, aan de voet van de Blue Mountains.

Enige minpunt: de horeca slaat nergens op. Ze micromanagen de rijen (een bar van 10 meter breed gaat via 1 rij) waardoor het veel trager gaat dan als mensen het zelf zouden doen (zie: elk festival in Europa), ze doen niks uit tap of fles maar geven blikjes en flesjes uit, ze controleren bij de rij nog je leeftijd (terwijl het festival zelf al een 18+-deurbeleid heeft) en bovendien kost een biertje je standaard 10 dollar (met de huidige koers tussen de 6 en 7 euro). Wel fijn dat er gewoon gratis water beschikbaar is (kranen met bekertjes en al) maar dat is dan ook het enige wat ze beter doen dan in Nederland. Maar ach, het waren twee zeer geslaagde dagen en je maakt genoeg praatjes met zowel Nederlanders als Australiërs. (De meesten verafgoden Nederland trouwens als het Mekka van de harddancefestivals – dat had ik hier en daar wel eens gelezen, maar ik had niet verwacht dat er zoveel mensen zo overtuigd waren dat ze jaarlijks overvliegen voor Decibel, Defqon en Dominator.) Helaas raakte ik op de zondagochtend natuurlijk iedereen kwijt die ik de dagen ervoor had leren kennen, maar in ieder geval heb ik wel het adres van Sydney’s nummer 1 hardstyleclub gekregen, dus wie weet.

Wat een schattige festivalcamping

Wat een schattige festivalcamping

Er lag een pontonbrug in het water van camping naar het hoofdterrein. Topidee met dronken mensen in het verschiet!

Kijk nou, een spookhuis...

Kijk nou, een spookhuis…

...met licht, laser en vuur!

…met licht, laser, vuur en vuurwerk!

Voor een verdere indruk van dit weekend verwijs ik graag naar de officiële foto’s en de video van de eindshow – met name de laatste drie minuten kan ik erg aanraden, ook voor de mensen die de muziek niet zo kunnen waarderen.

Bij thuiskomst stond half Sydney vast vanwege het Sydney Running Fest, waaronder de Sydney Marathon die voor m’n huis langs bleek te lopen waarvoor de straat was afgezet. Ik moest dus helaas even in een betaalde parkeergarage staan, maar verder heb ik er weinig last van gehad.

Er loopt niet iedere dag een marathon door je voortuin.

Er loopt niet iedere dag een marathon door je voortuin.

De rest van zondag was niet heel spannend. Wasje draaien, eten pakken, alvast spullen inpakken voor de eerste werkdag. Toen ik na het eten besloot om ‘nog even’ een rondje te lopen ging ik (ditmaal gepland) richting Circular Quay, de noordpunt van het stadscentrum met zicht op een paar van de grootste attracties die de stad te bieden heeft. Het rondje liep natuurlijk uit, maar toen ik eenmaal in de buurt van de Sydney Cove was besloot ik om toch maar door te lopen zodat ik eindelijk eens iets kon zien van de bekendste iconen van Sydney: de Harbour Bridge en het Opera House. Aan de punt van The Rocks uitgekeken over de haven, met behalve de twee grote jongens ook zicht op de prestigieuze wijk Kirribilli (waar huizen staan van de gouverneur-generaal en de premier – alhoewel de nieuwste premier na 1 dag al gelijk een rel veroorzaakte door niet te verhuizen omdat hij liever in z’n eigen grotere en duurdere huis blijft wonen, elders in de haven op Point Piper) en de kermispier Luna Park. Ik had helaas geen fototoestel bij me op dit rondje dus de foto’s zijn helaas op telefoonkwaliteit, maar dat corrigeer ik later nog wel een keer.

Ooh, wat is ‘ie mooi…

De Harbour Bridge, met onder de brug door zicht op Luna Park en rechts Kirribilli.

De Harbour Bridge, met onder de brug door zicht op Luna Park en rechts Kirribilli.

Na dit rondje maar eens lekker op tijd gaan slapen, want de wekker zou maandag vroeg gaan: 7:30 de weg op, dus 6:30 uit bed.

Getting down to business

Het is ongeveer 45 minuten rijden naar het kantoor in Arndell Park, dus dat is lekker rustig wakker worden in de ochtendspits. De autorit heeft een paar mooie stukjes uitzicht, waaronder de geweldige Anzac Bridge (het naar mijn mening onderbelichte jonge broertje van de Harbour Bridge) en een rit langs Iron Cove en Canada Bay. Op de terugweg is de schemering spectaculair, omdat je op de lichten van de skyline afrijdt die je al van verre zit. Verder is het leuk dat ik precies de goede kant op rijd: de andere baan staat permanent vast in zowel de ochtend als de avond, terwijl ik zelf meestal zonder al te veel file kan doorrijden. (De foto’s zijn een beetje op de gok genomen, want ik had m’n aandacht natuurlijk op het autorijden – niet alle mooie stukjes zijn even goed in beeld gekomen.)

Mijn dagelijkse route. Linksboven zie je het Regatta Centre in Penrith.

Mijn dagelijkse route. Ter referentie: linksboven zie je het Regatta Centre in Penrith.

File? Ik heb nergens last van.

File? Ik heb nergens last van.

Afrijden op de skyline in de schemering is nog niet gaan vervelen.

Afrijden op de skyline in de schemering is nog niet gaan vervelen.

De statige Anzac Bridge, met hier zicht op de Australische vlag. (De vlag op de andere toren is van Nieuw-Zeeland - "Anzac" verwijst naar het Australia/New-Zealand Army Corps uit WWI.)

De statige Anzac Bridge, met hier zicht op de Australische vlag. (De vlag op de andere toren is van Nieuw-Zeeland – “Anzac” verwijst naar het Australia/New Zealand Army Corps uit WWI.)

Het kantoor is zo’n beetje gelegen in een buitenwijk van de suburb Blacktown, en zit in een klein industriepand tegenover een winkelcentrum met veel eettentjes. Ik zou voor lunch in theorie dus elke dag kunnen kiezen uit Chinees, Thaise curry, Chinees, pizza en Subway, maar het is goedkoper om gewoon de Aldi binnen te wandelen en wat brood en beleg te pakken. PV Australia is een klein team (4 man sterk) met een kantoor en een werkplaats waar ik elke dag van 8:30 tot 17:00 doorbreng, en waar ik lekker m’n ding kan doen. Leuke opdracht en prima werkomgeving, maar helaas kan ik er verder inhoudelijk weinig over kwijt. Een werkweek is…tja, een werkweek. Het is elke keer ongeveer 18:00 – 18:30 wanneer ik thuiskom, en momenteel is het tegen die tijd al sterk aan het schemeren (de zon komt rond 5:30 al op en gaat net zo vroeg weer onder). Wat overblijft van m’n avond na het eten gaat vooral zitten in zaken zoals het journaal kijken, wat contact met Nederland (mijn avondeten valt ongeveer samen met de Nederlandse lunchpauzes) en plannen uitstippelen voor de weekenden. Aangezien ik de eerste week m’n best deed een beetje een ritme te kweken had ik nog niet zoveel zin om ‘s avonds de stad in te gaan, maar dat komt vast nog wel zodra ik de lokale kroegen een beetje heb verkend.

Oh ja, ik kwam hier voor een bedrijf

Oh ja, ik kwam hier voor een bedrijf

Afgelopen weekend heb ik even genoten van m’n vrije tijd, en tussen een paar inkopen door nog even wat door de stad gewandeld. Allereerst heb ik eens wat kabels gekocht met Australische stekkers zodat ik m’n laptops en telefoons direct in het stopcontact kan steken zonder verloopstekkers (dat scheelt aardig wat gedoe). Daarna ben ik nog op zoek gegaan naar ouderwetse CD-winkels, want er zijn sinds mijn laatste bestelling weer een paar nieuwe albums uitgekomen. Dat bracht me op een onverwacht pareltje: Utopia, een winkel volledig gewijd aan hardrock en heavy metal, zoals ik alleen nog in films en documentaires had gezien (in Nederland bestaat dat volgens mij niet, of in ieder geval niet meer). Rijen met CD’s en LP’s waar tieneremo’s en gepensioneerde bikers doorheen bladeren terwijl er Black Sabbath door de speakers knalt – ik voelde me helemaal op m’n plek. Ik denk dat ik daar nog wel een paar keer langs ga als ik eens een uurtje over heb om te kijken wat ik nog in m’n verzameling kan stoppen, en om eens een praatje te maken met de lokale ‘soortgenoten’. (Momenteel heb ik trouwens geen goede stereo-installatie in huis, maar voor de autoritjes is het natuurlijk prima!)

Ze bestaan echt!

Verder heb ik vooral veel tijd gestoken in eens rustig dit verslag uittypen, wat uiteindelijk (surprise surprise) langer bleek te duren dan gepland. Een heerlijk rustig weekendje.

To be continued

En daarmee komt dan toch echt een einde aan de eerste update. Het kan even duren voordat ik weer iets van me laat horen, maar ik ga me in ieder geval niet vervelen: de komende weekenden staan in het teken van de stad en de omgeving wat gerichter verkennen (met de Lonely Planet in de hand), en zondag niets minder dan de finale van de National Rugby League!