Australian Capital Exploratory

Wanneer je in Australië een locatie wil aanwijzen zijn er vaak maar een handjevol plaatsnamen die genoemd worden; je hebt het vrijwel altijd over een van die steden, of over iets “in de buurt van” een van die steden. Dat zijn vooral de hoofdsteden (Sydney, Melbourne, Adelaide, Brisbane, Hobart, Darwin en Perth), en in de regio’s die wel heel ver van de dichtsbijzijnde hoofdstad af liggen zijn er nog wat uitzonderingen (Alice Springs, Cairns en Broome). Niet dat er verder geen grote steden zijn – de kustlijn ligt vol met bebouwing, en als een van de meest geurbaniseerde landen ter wereld woont 90% van de bevolking in die stedelijke gebieden aan de kust – maar het maakt het gewoon makkelijk omdat iedereen weet waar die plaatsen ongeveer liggen, en de stad die je noemt ook gelijk synoniem is met de staat waarin de bewuste plek ligt.

De reden dat ik het noem is dat er een opvallende afwezige is in dat rijtje, namelijk de hoofdstad van Australië zelf: er wordt vrijwel nooit gepraat over iets in de buurt van Canberra, maar meestal over iets in de buurt van Sydney of Melbourne (aangezien de hoofdstad ruwweg tussen die twee steden in ligt). Ik zag zelfs de website van een evenement langskomen dat plaatsvond in de buurt van Yass, waarvoor routebeschrijvingen werden gegeven vanaf Sydney (300 km) en vanaf Melbourne (600 km) voordat de routebeschrijving vanaf Canberra (50 km) werd gegeven. Het is een van de vele voorbeelden die je kunt geven van hoe verborgen de hoofdstad in het dagelijks leven is, gevolgd door het feit dat je nooit iemand die stad hoort noemen als een van de standaardbezoekjes bij een reis door het land en het stukje trivia dat enkele politici hebben geweigerd te verhuizen naar hun ambtswoning in de hoofdstad. Het staat allemaal nogal haaks op de gemiddelde reputatie van een (politieke) hoofdstad, en alhoewel dat voor veel mensen misschien reden is om de stad gewoon te negeren vanwege de blijkbaar slechte reputatie is het voor mij vooral reden om eens te kijken of het daadwerkelijk ergens over gaat.

On the road again

Zoals gezegd ligt Canberra ongeveer 300 kilometer ten zuidwesten van Sydney, dus het is zo’n 3 uurtjes rijden – prima te doen voor een weekend. Deze route gaat dan wel niet door de Blue Mountains, maar wel door een ander stukje van het grotere geheel waar deze deel van uitmaken: de Great Dividing Range. Opnieuw is het grotendeels heuvellandschap, maar er waren ook een paar stevig verhoogde stukken snelweg door de bergen met uitzicht op kleine bergstroompjes die enkele tientallen meters lager tussen de bomen door liepen.

Heuvelafwaarts is de nieuwe cruise control

Heuvelafwaarts is de nieuwe cruise control

Dit zie je best veel langs de weg: is het verstandig om een vuurtje te bouwen vandaag?

Dit zie je best veel langs de weg: is het verstandig om een vuurtje te bouwen vandaag?

In het laatste stukje New South Wales voor de grens wordt alles opeens een stuk vlakker, maar zo snel als de bergen verdwijnen komen ze even verderop weer tevoorschijn. Bij Lake George loopt de Federal Highway zelfs precies langs de voet van een kleine bergreeks, wat een bijzonder contrast oplevert met steile hellingen aan de ene kant en een bijzonder vlak stuk land aan de andere kant. Lake George mag volgens de experts trouwens geen meer heten, want er lopen helemaal geen rivieren naartoe – het is gewoon toevallig een heel plat stuk land waar af en toe water in verzamelt. Ik kwam er duidelijk langs in een van de droge periodes, maar dat maakte het denk ik een stuk bijzonderder om te zien dan als het gewoon een meer was geweest.

Capital Country (maar nog wel in NSW)

Capital Country (maar nog wel in NSW)

Federal Highway langs Lake George

Federal Highway langs Lake George

Lake George vanaf Weereewaa Lookout

Lake George vanaf Weereewaa Lookout

De grensovergang met Australian Capital Territory gaat vrijwel onopgemerkt. Ik zag de grens naderen op het navigatiesysteem en verwachtte grote statige borden zoals de Amerikanen dat doen met staatsgrenzen, maar in plaats daarvan was het een bord dat zo diep in de bosjes stond dat ik het zonder de hulp van mijn Garmin zeker had gemist. Er is ook daarna niet gelijk iets wat je de indruk geeft dat je opeens de hoofdstad in bent gereden: het blijft allemaal vrij groen en bergachtig met weinig stedelijkheid.

Wie heeft de grensovergang in de bosjes laten slingeren?

Wie heeft de grensovergang in de bosjes laten slingeren?

As I drive through the valley of the shadow of clouds...

As I drive through the valley of the shadow of clouds…

“…lest we forget.”

Om een beetje efficiënt met mijn tijd om te gaan had ik besloten bij aankomst niet gelijk naar mijn hotel te gaan, maar dat pas te doen zodra de attracties hun deuren zouden sluiten. Op de route die ik nam was de eerste attractie het Australian War Memorial. Als je op de kaart kijkt ligt het nog redelijk in de buurt van het centrum, maar dat centrum bleek een stuk compacter te zijn dan ik dacht. Ik reed rustig door in afwachting van wat statige gebouwen en drukke wegen, maar opeens moest ik volgens de route linksaf de parkeerplaats op en bleek ik er al te zijn. Je krijgt wel een beetje een “is dit het?”-gevoel als je daar uitstapt, rondkijkt en gelijk wordt herinnerd aan Bathurst. Dat gevoel werd in ieder geval ten dele weggenomen toen ik doorliep naar de ingang, die aan de andere kant van het gebouw bleek te zitten, en daar zicht kreeg op de stad.

Australian War Memorial

Australian War Memorial

Anzac Parade vanaf de ingang

Anzac Parade vanaf de ingang

De stad even daargelaten was het Australian War Memorial absoluut de moeite waard. Het gebouw deed me wel gelijk heel erg denken aan Anzac Memorial in Sydney: ook hier is de achitectuur bijna wanstaltig terwijl de architect het als redelijk bescheiden lijkt te zien (“sharply etched grandeur and dignity”), maar net dat kleine beetje ingetogen waardoor het niet overdadig wordt – iets waar de Amerikanen nog wat van kunnen leren. Het doet dienst als een combinatie van een gedenkplaats, oorlogsarchief en een gigantisch museum. Dat museum belicht op een bijzonder intrigerende manier de betrokkenheid van Australië in vrijwel elk bekend internationaal conflict (de wereldoorlogen, Vietnam, Korea, en de Golfoorlogen) maar vooral op fronten die in de Nederlandse geschiedenislessen niet zoveel naar voren komt. Ook de Britse versie van geschiedenis die ik een groot deel van mijn middelbare school had besteedde niet zoveel aandacht aan de fronten in Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Oost Azië, maar dat zijn juist de plekken waar de Australiërs kwamen. Behalve het eerder genoemde Gallipoli kwamen situaties aan bod als de bezetting van Duits Guinea, de herovering van de Sinaï, de belegering van Tobruk en de opmars naar Kokoda. Het zijn hier begrippen zoals D-Day en Market Garden in Nederland, maar we horen er in Europa eigenlijk nooit iets over. Verder kwam ik erachter dat de Japanners stevige bombardementen op Australië hebben uitgevoerd, zo ver zuidelijk als Melbourne – misschien logisch, maar ik had er nooit bij stilgestaan.

Deze gedenkstenen zijn begonnen op legerbases in Afghanistan. De linker komt uit Kamp Holland.

Deze gedenkstenen zijn begonnen op legerbases in Afghanistan. De linker komt uit Kamp Holland.

Er zijn drie bijzondere dingen die ze heel goed in beeld brengen. Ten eerste: dat Australië zeker in de wereldoorlogen nog een vreemde eend in de bijt was. Het land was piepjong (de federalisatie werd pas in 1901 uitgevoerd) en was pas net begonnen om een eigen legermacht op te bouwen (de eerste vloot van de marine werd bijvoorbeeld pas in 1913 opgeleverd). Desalniettemin heerste er een enorme eensgezindheid toen het moederland (het Verenigd Koninkrijk) zich in de oorlog stortte en enorme hoeveelheden stonden klaar om het leger in te gaan. Ten tweede: er was een bijzonder doorzettingsvermogen en vertoon van moed onder de troepen. Dit wordt niet op een uitgekauwde, bijna walgelijk patriottische manier gepresenteerd (opnieuw iets waar de Amerikanen iets van kunnen leren) maar op een zeer menselijke manier. In plaats van dat moedsvertoon wordt neergezet als onderdeel van de glorie van het dienen van je vaderland brengen ze het hier vooral alsof de wanhopige situaties waarin ze gedreven werden dit opbracht in een soort “nothing left to lose”-mentaliteit. Ten derde: de extreme offers die de troepen brachten. Het is waarschijnlijk een combinatie van wat reeds genoemd is: dat er zoveel mensen klaarstonden om te vechten in een leger dat zo bijzonder weinig ervaring had. Elke veldslag die wordt benoemd, klein of groot, telt de Australische slachtoffers in duizendtallen. In WWI telde het land bijvoorbeeld slechts 5 miljoen inwoners, waarvan meer dan 400000 bij het leger gingen en 60000 nooit thuiskwamen – dat is een ruime 1% van de totale bevolking.

Er zijn meerdere van dit soort wanden met honderdduizenden namen. Familie en vrienden kunnen klaprozen achterlaten bij een naam, waardoor de wanden gevuld zijn met fel rood.

Er zijn meerdere van dit soort wanden met honderdduizenden namen. Familie en vrienden kunnen klaprozen achterlaten bij een naam, waardoor de wanden gevuld zijn met fel rood.

Ik zal de geschiedenisles even daarbij laten, maar zoals je merkt (en ook wel weet als je mij een beetje kent) vind ik dit bijzonder interessant. Dat werd nog extra duidelijk omdat ik niet eens het hele museum kon zien omdat ze op een bepaald moment gingen sluiten – ik had er op dat moment al meer dan 2 uur rondgelopen. In plaats van iedereen naar buiten te sturen werd gevraagd om te verzamelen bij de binnenplaats, waar elke dag de “Last Post”-ceremonie wordt gehouden. Dit was toch best bijzonder om bij te wonen, want er wordt hier duidelijk werk van gemaakt om de herdenking goed in te vullen. Natuurlijk waren er een paar standaardpunten: bloemkransen leggen (hier onder begeleiding van een doedelzak), het volkslied en The Last Post op de bugel. Maar wat het bijzonder maakte was dat ze een specifieke soldaat hebben gepakt, en uit de archieven een kort verhaal opstellen over zijn leven en zijn diensttijd. Elke dag wordt iemand anders besproken, en elke dag door iemand anders die momenteel dient in het leger.

Foto's maken tijdens de ceremonie vond ik niet zo netjes (alhoewel ze expliciet zeggen er geen problemen mee te hebben). Dit is na afronding van de ceremonie.

Foto’s maken tijdens de ceremonie vond ik niet zo netjes (alhoewel ze expliciet zeggen er geen problemen mee te hebben). Dit is na afronding van de ceremonie.

Vaderlandsliefde is niet echt mijn ding, deels omdat ik in Nederland minstens zoveel zie om ontevreden over te zijn als om trots op te zijn, maar vooral omdat ik het vaak overdreven vind. Mits goed geplaatst kan ik het zeker waarderen (dat ik elke American football-wedstrijd die ik kijk een paar overvliegende straaljagers en het volkslied voorgeschoteld krijg vind ik best wat hebben), zolang het niet op een blinde fanatieke, bijna religieuze manier wordt bedreven. Alle uitstraling van dit museum en de ceremonie eromheen vind ik tot nu toe in het goede straatje vallen. Ik vind ze te trots om ze echt bescheiden te noemen (zoals ik Australiërs wel eens omschreven heb horen worden) maar in ieder geval is het eerlijke trots, gekenmerkd door erkenning dat er ook dingen zijn waar ze niet zo trots op mogen zijn. (In dit museum wordt bijvoorbeeld aardig kritisch gesproken over een paar missies die gedoemd waren te falen en waar eigenlijk onnodig veel slachtoffers zijn gevallen door domme beslissingen.) Een prettige mentaliteit om om je heen te hebben.

Driving up that mountain

Het War Memorial ligt aan de voet van Mount Ainslie, en ik had al verschillende bordjes gezien die een lookout aanwezen bovenop de berg die met de auto bereikbaar was. Vanaf de parkeerplaats ging ik dus maar eens de berg op, om te kijken of dat wat was. Op dit moment had ik nog niet gezien hoe centraal deze berg ligt voor de stad en hoe zichtbaar deze boven de stad uitstijgt (dat zou zondag pas duidelijk worden) dus ik was zeer positief verrast door het resultaat. Ondanks dat het een beetje begon te betrekken was het uitzicht geweldig en kon ik praktisch de hele stad in de vallei zien liggen.

Centraal ligt Anzac Parade, vanaf het AWM (onderaan) tot aan Lake Burley Griffin met in het verlengde Old Parliament House en achterin Parliament House.

Centraal ligt Anzac Parade, vanaf het AWM (onderaan) tot aan Lake Burley Griffin met in het verlengde Old Parliament House en achterin Parliament House.

Dit soort plaatjes maken wel gelijk duidelijk waarom Canberra als bijnaam “the bush capital” heeft – het ligt midden in de natuur, en ook de stad zelf lijkt te bestaan uit allemaal losse stukjes die verspreid zijn over het groene landschap. In plaats van grote delen natuur te ruimen om de bebouwing neer te zetten oogt dit vooral alsof ze om de bomen heen hebben geprobeerd te bouwen.

Richting het westen vooral platteland...

Richting het westen vooral platteland.

Verder valt het natuurlijk op dat er maar een klein stukje van de stad echt opvallend is, en dat is dan ook gelijk het meest interessante stuk om te bezoeken. De stad draait voor een groot deel op de federale overheid en de universiteit, waarvan alles vrij dicht bij elkaar ligt. Op zich is het natuurlijk niet bijzonder dat er maar een klein centrum van de stad echt interessant is (dat gebeurt wel vaker) maar dit leek wel erg klein, ook naar verhouding. Zeker als je je bedenkt dat juist het centrum ontzettend ruimtelijk is opgezet ga je je toch afvragen hoe weinig ze hebben om in die overgebleven ruimte te stoppen.

...en richting het oosten...eigenlijk niet veel meer.

Het oosten is niet heel veel drukker. Recht vooruit Black Mountain met bovenop de Telstra Tower.

A house here, a flat over there…

De weg naar het hotel liet wel aardig zien hoe vreemd deze stad in elkaar zit. Ik ging praktisch van de ene kant van het centrum naar de andere kant, maar in plaats van een drukke chaotische binnenstad is het een paar minuten op een grote vierbaans 80-weg die aardig lijkt op een snelweg. Vervolgens pak je een afslag, ga je twee bochten om en zit je weer in een bijna dorpse omgeving. Het voelt allemaal nogal alsof het veel te ruimtelijk is opgezet, met erg weinig om de ruimte daadwerkelijk te vullen. In plaats van de miljoenenstad waar het op gemaakt lijkt te zijn is het vooral een versnippering van gebouwen met heel veel groen ertussen.

Parkes Way

Parkes Way

Het hotel dat ik hier had gevonden is gekoppeld aan de universiteit, maar dat betekent absoluut niet dat het er armoedig uitzag. Ik had zelfs een heuse woonkamer bovenop een slaapkamer met een gigantische zithoek en schrijftafel erbij, wat volgens mij nogal is ingericht op ingevlogen professoren die er voor een of twee weken zitten en in de tussentijd gewoon een kantoor nodig hebben. En dat voor nog geen 80 euro per nacht.

Inclusief balzaal.

Inclusief balzaal.

Blijkbaar is dit een stad van 400000 man...

Blijkbaar is dit een stad van 400000 man…

Toen ik m’n spullen in m’n kamer had gedropt begon het al te schemeren, dus ik vond het ruim tijd om een keer te kijken wat de zaterdagavond in de hoofdstad van deze miljoenennatie met zich mee bracht. De conclusie: niet zo heel veel. Dit heeft waarschijnlijk ook weer te maken met die veel te ruimtelijke opzet, waardoor je denkt dat er ontzettend veel te doen is maar in werkelijkheid zijn er maar een paar kleine hoekjes waar tekenen van leven te vinden zijn. Voor een stad met ca. 20000 studenten lijkt het nachtleven in het absolute centrum weinig spectaculair (al helemaal voor een zaterdagavond). Een van de toppunten vond ik toch wel dat ik een zijstraat van London Circuit (de centrale boulevard) een McDonald’s en Subway tegenkwam die om 18:30 op zaterdagavond gesloten waren – iets wat ik in Sydney nog moet tegenkomen. Eerlijk is eerlijk: het is niet uitgestorven. Als je een tijdje rondloopt kom je wel een paar hoekjes tegen waar wat restaurants en barren open zijn, en die zijn dan ook gelijk best vol. Het is alleen een beetje vreemd dat er zoveel omheen gesloten is, met weinig echte hotspots waar meerdere grote restaurants strak naast elkaar zitten.

Lake Burley Griffin

Lake Burley Griffin

London Circuit, de grote zeshoekige rondweg waaromheen het meeste leven lijkt te zijn in de avond.

London Circuit, de grote zeshoekige rondweg waaromheen het meeste leven lijkt te zijn in de avond.

Een ding heeft de stad wel absoluut in zijn voordeel werken: de omgeving. Zelfs in het centrum wanneer je omringd bent door gebouwen is er altijd wel een kant die je op kan kijken om de omringende bergen te zien. In de schemering werd dat nog eens extra duidelijk met een van de meest spectaculaire zonsondergangen die ik ooit heb gezien. Helaas was het ook ontzettend snel weer weg, dus tegen de tijd dat ik uitgegeten was en m’n camera wou pakken was het gewoon donker. Maar ach, ik heb er in ieder geval van genoten.

Er is wel veel, maar niet zoveel open...

Er is wel veel, maar niet zoveel open…

From contrition to fruition

Zondagochtend ben ik mijn ronde begonnen bij het Australian National Museum. De Lonely Planet omschrijft dit als een museum dat de nationale identiteit probeert te ontleden, en veel beter had ik het zelf niet kunnen verwoorden. Het is een wildgroei aan verhalen over kolonisatie, het omgaan met bosbranden, de flora en fauna, de industrialisatie en natuurlijk de Aboriginals en Torres Strait Islanders. Voor de kleine kinderen hebben ze er duidelijk werk van gemaakt om af en toe wat interactiviteit toe te voegen, maar als je daar niks mee hebt is het nog steeds fascinerend. Er is wel een aspect waar je heel erg aan moet wennen: het is niet lineair. Vanaf elke expositie kun je meerdere afslagen nemen naar andere exposities, en je moet af en toe een stuk teruglopen om een andere afslag op te zoeken als je alles wilt zien.

Het museum is ongeveer op dezelfde manier gestructureerd als de binnenplaats: georganiseerde chaos.

Het museum is ongeveer op dezelfde manier gestructureerd als de binnenplaats: georganiseerde chaos.

Dit museum is trouwens wederom erg goed in het in perspectief plaatsen van het huidige succes van het land. Natuurlijk wordt er veel gesproken over hoe succesvol het land tegenwoordig is en wat voor bijzondere mijlpalen er nodig waren om zo ver te komen, maar er zijn genoeg negatieve noten terug te vinden in elke deel van het museum. Eigenlijk is er maar één aspect van het land dat exclusief met bewondering wordt gepresenteerd: de natuur. Delen van de kolonisatie worden af en toe neergezet als naïef en amateuristisch, oude regeringsleiders worden scherp aangesproken op twijfelachtige ideeën en in het bijzonder de behandeling van de inheemse bevolking wordt verbazingwekkend bitter vertolkt. Niet alleen het feit dat ze met harde hand werden verdreven van hun eigen land en op veel plekken slachtoffer waren van bloedige moordpartijen (Tasmanië kende officieel zelfs een genocide, de Zwarte Oorlog), maar ook hun sterk benadeelde positie en behandeling als minderwaardige burgers. Een van de meest bizarre hoofdstukken is een beleid uit de 20e eeuw waarbij kinderen uit inheemse families werden gehaald en geforceerd in pleeggezinnen werden geplaatst of geadopteerd, in de wetenschap dat ze beter af zouden zijn als ze ‘als blanken’ zouden opgroeien – een praktijk die complete generaties heeft ontwricht, en doorliep tot in de jaren ’70. Erkenning van de schade die dit beleid had aangericht kwam pas in 1997, en een officieel excuus van de overheid voor de “Stolen Generations” kwam pas zeer recent: bij het aantreden van Kevin Rudd als premier in 2008. Dit soort episodes uit de geschiedenis worden neergezet zonder poging het weg te relativeren of het neer te zetten als simpelweg “een fout om van te leren”. De boodschap is dat de onvoorwaardelijke schaamte voor deze zwarte bladzijden, en de voortdurende zoektocht naar verbeteringen van de relaties combineren tot een belangrijk onderdeel van de nationale identiteit. Als je dit leest klinkt het waarschijnlijk bijzonder complex om dit op een goede manier te doen, en het feit dat het ze is gelukt geeft precies aan hoe goed dit museum in elkaar zit.

Deze achtbaan richting parkeerplaats volgt officieel een Aboriginal songline, een route vastgelegd in muziek, poëzie en schilderingen.

Deze achtbaan richting parkeerplaats volgt officieel een Aboriginal songline, een route vastgelegd in muziek, poëzie en schilderingen.

Hear, hear!

De volgende stop heeft wat minder weg van een museum: Parliament House. Dit zeer herkenbare, al zij het ietwat vreemde gebouw wordt vooral gekenmerkt door de gigantische vlaggenmast op het dak die je in grote delen van de stad kunt zien. De locatie is geweldig, al is de uitleg erachter wat twijfelachtig. De architect van de stad (Walter Burley Griffin) was van mening dat het parlement niet bovenop een heuvel moest komen want dan zouden ze neerkijken op de bevolking. Om die reden is het eerste parlementsgebouw van de stad dan ook aan de voet van de heuvel gebouwd, maar dat was vanaf het begin een tijdelijk onderkomen. Toen ze het nieuwe gebouw toch op de mooie centrale locatie van de heuvel wouden plaatsen hebben ze bedacht om de top van de heuvel af te graven en het gebouw daarop te bouwen, waardoor het juist onderdeel uitmaakt van de heuvel. Het is op zich een mooi idee en het is erg leuk uitgepakt, maar als je aan de voordeur van de heuvel af kijkt zie je eigenlijk niks wat hoger ligt dan waar jij staat, waardoor je je kunt afvragen of ze zich wel aan de gedachte van Burley Griffin hebben gehouden. Ze vinden zelf in ieder geval van wel.

Parliament House

Parliament House

Uitzicht vanaf Capital Hill

Uitzicht vanaf Capital Hill, met zicht op Old Parliament House, Australian War Memorial en Mount Ainslie.

De hal, met pilaren die symbool staan voor de bomen in de Australische bossen. (Ik heb het niet verzonnen.)

De hal, met pilaren die symbool staan voor de bomen in de Australische bossen. (Ik heb het niet verzonnen.)

Het gebouw oogt niet heel spectaculair, maar bij de rondleiding krijg je veel achtergrond die het toch wel heel leuk maakt. De enthousiaste vrijwilliger (waarschijnlijk al lang en breed met pensioen) zei aan het begin dat zijn praatje waarschijnlijk tussen de 30 en 40 minuten zou duren, maar hij had het zo naar zijn zin dat we er bijna anderhalf uur over deden. Er komen dan allemaal verhalen langs over de ideeën achter het gebouw, de rituelen van de politici en hoe de dagelijkse gang van zaken eruitziet in de twee kamers. Er is natuurlijk bijzonder veel overgenomen van de Britten, maar hier en daar is er wel wat aangepast om bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van staten te reguleren. Aangezien ik er op een zondag was gebeurde er natuurlijk niets, maar daardoor konden er wel foto’s gemaakt worden. Als er zittingen zijn kun je nog steeds op de publieke tribune komen, maar zonder camera of telefoon. Wat opvalt is hoe dicht je bij de parlementariërs mag zitten hier, en hoe open uberhaupt het hele gebouw is in dat aspect. Er zijn wel tribunes achter geluidsdicht glas, maar die worden alleen gebruikt voor luidruchtige schoolklassen.

House of Representatives

House of Representatives

Senate

Senate

Op de eerste verdieping mag je vrij rondlopen, ook tijdens kantooruren, terwijl op de begane grond parlementariërs rondlopen. Het water in het midden maakt genoeg herrie dat je niet zomaar gesprekken kunt afluisteren.

Op de eerste verdieping mag je vrij rondlopen, ook tijdens kantooruren, terwijl op de begane grond parlementariërs rondlopen. Het water in het midden maakt genoeg herrie dat je niet zomaar gesprekken kunt afluisteren.

De hippere versie van de Divison Bell: in plaats van losse bellen hebben ze de 2700 klokken in het gebouw uitgerust met piepers. De lampjes in de onderste helft geven aan in welke kamer de stemming plaatsvindt.

De hippere versie van de Divison Bell: in plaats van losse bellen hebben ze de 2700 klokken in het gebouw uitgerust met piepers. De lampjes in de onderste helft (bij de 8 en bij de 5) geven aan in welke kamer de stemming plaatsvindt.

Los van de politiek en de geschiedenis is het ook gewoon een leuk gebouw om rond te lopen. Als je er voor staat oogt het nou niet direct als een spectaculair mooi gebouw, maar na er een tijdje rond te lopen heeft het toch wel wat. Een van de mooiste plekjes is natuurlijk het grote platte dak, wat uitzicht geeft over de vallei waarin de stad ligt.

Het weer begon ook steeds beter te worden

Het weer begon ook steeds beter te worden.

Het blijft een maf ding.

Het blijft een maf ding.

The Forecourt, gezien door The Great Verandah vanaf het terras van het café.

The Forecourt, gezien door The Great Verandah vanaf het terras van het café.

It’s a small world

Na een korte lunch in het café ben ik even langs Old Parliament House gegaan, het gebouw waar het parlement vroeger zat. Tegenwoordig is het omgetoverd tot het Museum of Australian Democracy, en met de nodige geschiedenislessen die ik al achter de kiezen had leek het me niet echt een heel spannende tijdsbesteding om dit museum ook nog af te vinken. Ik heb het daarom even gehouden bij wat rondlopen aan de buitenkant. Interessante bonus was een klein kampement wat opgezet was tegenover het gebouw door Aboriginals en Islanders, wat leek op een betoging voor onafhankelijkheid – ik heb er echter verder niks over gehoord in het nieuws en het was allemaal erg stil (waarschijnlijk omdat het zondag was) dus het fijne weet ik er niet van, maar het is wel onverwacht om te zien.

Old Parliament House en/of Museum of Australian Democracy

Old Parliament House en/of Museum of Australian Democracy

Schuin tegenover Old Parliament House, een gigantisch park dat willekeurig geplaatst lijkt te zijn.

Schuin tegenover Old Parliament House, een gigantisch park dat willekeurig geplaatst lijkt te zijn.

Daarna ben ik doorgegaan naar de ambassadebuurt. Voor sommigen klinkt dit misschien een beetje gek, maar ik vond het wel leuk om even te kijken waar de Nederlandse ambassade zit en heb dat gecombineerd met een rondje door de hele buurt. Ambassades zijn in het algemeen bijzonder uiteenlopende gebouwen die vaak nogal in een landseigen stijl worden gebouwd, waardoor je een grote mix van bijzondere en vooral vreemde gebouwen tegenkomt.

Gevonden!

Gevonden!

Het is geen klein gebouwtje, maar vergeleken met de rest van de buurt is dit heel bescheiden. (Overigens gebouw 1 van minstens 2 op het landgoed.)

Het is geen klein gebouwtje, maar vergeleken met de rest van de buurt is dit heel bescheiden. (Overigens gebouw 1 van minstens 2 op het landgoed.)

Kijk eens wie onze overburen zijn...

Kijk eens wie onze overburen zijn…

Blijkbaar doet de EU ook aan een delegatie hier, los van de landen zelf.

Blijkbaar doet de EU ook aan een delegatie hier, los van de landen zelf.

Een van de ambassades leek in eerste instatie meer een soort kazerneterrein, met ontzettend veel gebouwen en een gigantisch terrein. Ik moest een volledig blok omlopen om bij de hoofdingang te komen, waar – hoe kan het ook anders – de Amerikaanse vlag wapperde. Dat stuk heb ik maar niet op de foto gezet, mede omdat het een van de weinige gebouwen was waar de federale politie wacht leek te houden (ik had niet zoveel trek in uit moeten leggen waarom ik ambassades aan het fotograferen was).

Een heel klein stukje van wat Klein Amerika bleek te zijn.

Een heel klein stukje van wat Klein Amerika bleek te zijn.

De Belgen lijken zich in eerste instantie in te houden...

De Belgen lijken zich in eerste instantie in te houden…

...maar kijk eens wat erachter ligt.

…maar kijk eens wat erachter ligt.

De Grieken hebben volgens mij ook hier weinig geld - de tuinman is al even niet langsgeweest.

De Grieken hebben volgens mij ook hier weinig geld – de tuinman is al even niet langsgeweest.

De enige andere ambassade die door de AFP beveiligd werd had zoveel auto’s ervoor dat ik in eerste instantie dacht dat er een politiebureau zat in plaats van een ambassade. Er stond zelfs een speciaal checkpoint opgesteld bij de poort van de politie nog voordat je bij het checkpoint van de ambassade zelf kwam. Dit bleek de Israëlische ambassade te zijn – of die altijd zo zwaar beveiligd wordt of nu speciaal vanwege het rumoer daar weet ik niet zeker, maar ik gok een combinatie van de twee.

Papua Nieuw-Guinea

Zoals het hier bekend staat: PNG.

Een heel klein stukje van het gigantische Chinese complex. Het is zo kitscherig als een Chinees restaurant in Disneyland.

Een heel klein stukje van het gigantische Chinese complex. Het is zo kitscherig als een Chinees restaurant in Disneyland.

 

Parading around

Het was inmiddels 16:00, en ik vond het toch rustig aan wel eens tijd worden om weer naar Sydney terug te rijden. Ik had echter tijdens het rondrijden gezien dat er langs Anzac Parade een hele verzameling monumenten leek te staan, die verbazingwekkend genoeg totaal niet genoemd worden in mijn Lonely Planet. Eerst dus daar nog maar eens kijken om te zien wat ze er precies hebben neergezet. Zoals verwacht leek het een beetje de formule te volgen van de National Mall in Washington D.C., maar dan met wat plaatsverwisselingen: de monumenten op de plekken van de musea (langs de weg), de musea aan de uiteinden (Australian War Memorial en Museum of Australian Democracy, als je de overkant van Lake Burley Griffin meetelt) en het parlement in het verlengde (achter Old Parliament House). De monumenten zijn bijna allemaal oorlogsmonumenten, met een uitzondering: een monument voor de “Anzac spirit”, voor de broederschap met Nieuw-Zeeland. Dit bestaat uit twee hengsels van een traditioneel gewoven tas aan het begin van de weg.

De westelijke helft van het Anzac Monument.

De westelijke helft van het New Zealand Memorial.

Korean War Monument

Korean War Memorial

Vietnam Monument

Vietnam Forces Memorial

Mounted Memorial, voor de divisies te paard

Mounted Memorial, voor de divisies te paard die tijdens de woestijncampagnes in WWI erg belangrijk waren

Wat misschien nog wel het meest frappante is aan dit soort series monumenten is het feit dat er bewust ruimte is vrijgehouden voor de toekomst. Twee plekken zijn nog volledig vrij, en twee andere plekken zijn volgens geplaatste bordjes al toegewezen aan lopende projecten: een monument voor de tweede Boerenoorlog, en een monument voor de VN-vredesmissies. Ik verwacht dat de andere plekken in de komende jaren nog eens ingevuld gaan worden door Afghanistan en Irak.

Rats of Tobruk Memorial, een replica van een verwoest monument dat tijdens de belegering werd gebouwd. De titel verwijst naar de term die de Duitsers hadden voor de soldaten die ze belegerden in de stad, welke de Australiërs als geuzennaam hebben overgenomen.

Rats of Tobruk Memorial, een replica van een verwoest monument dat tijdens de belegering werd gebouwd. De titel verwijst naar de term die de Duitsers hadden voor de soldaten die ze belegerden in de stad, welke de Australiërs als geuzennaam hebben overgenomen.

RAAF Memorial

RAAF Memorial

Service Nurses Memorial

Service Nurses Memorial

Royal Australian Navy Memorial

RAN Memorial

Australian Army Memorial

Australian Army Memorial

Het werd op een gegeven moment duidelijk dat ik ook hier alweer een klein uur aan het rondlopen was, want op een gegeven moment galmde er doedelzakgeluid over Anzac Parade. Het War Memorial heeft achter een hoge wand maar aan de straatkant niet, en daardoor vliegt het geluid erg makkelijk de heuvel af waar het gebouw staat, de weg over richting Parliament House. Dat dit zo aanwezig is ook buiten het gebouw maakt de dienst wel nog een extra tandje speciaal natuurlijk. Toen het geluid ophield realiseerde ik me dat dit betekende dat het alweer 17:00 was, en aangezien m’n rondje inmiddels af was kon ik instappen en de weg terug inzetten.

Zicht op het AWM aan de voet van Mount Ainslie vanaf Anzac Parade

Zicht op het AWM aan de voet van Mount Ainslie vanaf Anzac Parade

Capital Hill gezien vanaf Anzac Parade

Capital Hill gezien vanaf Anzac Parade

Ik had nog geen avondeten geregeld, dus toen ik aan de rand van de stad nog even ging tanken en een McDonald’s zag greep ik m’n kans om eens linksom door de McDrive te gaan. Met een echte Australische Angus Steak Burger (plus accessoires) naast me op de stoel en de schemering van de ondergaande zon in de vallei kon ik terug naar die andere hoofdstad, die van New South Wales.

In the rear view mirror

Terugkijkend op mijn korte weekend in Canberra moet ik zeggen dat het een beetje een vreemde stad is. Een beetje vreemd, maar wel absoluut tekortgedaan door de slechte reputatie. De indeling van de stad kan ik niet helemaal begrijpen, je krijgt het gevoel dat de stad een beetje in the middle of nowhere ligt en de stad mist echt een beetje z’n eigen identiteit – dat gezegd hebbende is er voor iedereen wel wat te vinden. De musea zijn spectaculair, voor geschiedenisnerds en politiekfanatici is er ontzettend veel, als je weet waar je moet zoeken is er echt wel een gezellig stukje uitgaansleven en als dat je allemaal niks doet is de omliggende natuur prachtig.

Samenvattend: als je niet zoveel tijd hebt in Australië zijn er echt wel leukere plekken om te bezoeken, maar als je toevallig in de buurt bent is het zeker een bezoekje waard.

Gorgeous green and gasoline

Dit weekend was het tijd om landinwaarts te gaan, weg van de kust en stadse fratsen. Zondag was het namelijk tijd voor de grootste supercarrace van het jaar op het beroemdste circuit van Australië, en tussen Sydney en dat circuit liggen de Blue Mountains, waarmee ik de zaterdag besloot te vullen. Doordeweeks had ik alvast wat inkopen gedaan die het kamperen wat makkelijker zouden maken op een locatie die iets meer self-service is dan een festivalcamping, en zaterdagochtend was ik nog even snel de stad in te gaan om toch nog maar even een navigatiesysteem te kopen. Het is natuurlijk heel leuk als je met 3G op je telefoon kan navigeren, maar dan heb je wel bereik nodig – iets wat waarschijnlijk schaars zou worden op delen van de route. Rond 12:00 was de auto helemaal ingepakt, en was het tijd om te vertrekken naar het westen!

Into the wild

Nou ja, westen…in eerste instantie moest ik een stukje naar het noorden omdat ik via de M2 moest, een snelweg die ten noorden van de haven ligt. Er zijn twee manieren om in de Northern Suburbs te komen vanuit de Eastern Suburbs (want dat is een logische naam voor de zuidkant, waar Pyrmont onder valt): de Harbour Bridge en de Harbour Tunnel. In eerste intantie was ik van plan over de brug te rijden, maar de Garmin was zo onwennig uit z’n doosje dat hij 5 minuten nodig had om satellieten te vinden, en terwijl ik met dat ding aan het prutsen was had ik de afslag naar de tunnel over het hoofd gezien (daar is vast een lichte vorm van ironie in terug te vinden). Precies daarna werd het navigatiekastje wakker en die stuurde mij inmiddels via de Harbour Tunnel, dus dat werd helaas een bijzonder saaie oversteek van de haven. Daarna nog de Lane Cove Tunnel door de M2 op, en mijn tolkastje had 3 keer gepiept; het is een duur geintje om dwars door de stad te rijden.

Eenmaal op de M2 (en verderop de M7) merk je wel snel dat je een ander soort suburbs in rijdt dan de westkant die ik normaal passeer op weg naar Arndell Park. Het is wat minder volgebouwd, er is wat meer groen en het is ook duidelijk wat heuvelachtig.

Een tolweg in het weekend is duidelijk rustiger dan een gratis weg in de spits.

Een tolweg in het weekend is duidelijk rustiger dan een gratis weg in de spits.

Daarna de B59 op, en tegen die tijd zat ik duidelijk op het platteland. De Blue Mountains kwamen al mooi in beeld op de achtergrond.

Op naar de bergtoppen

Op naar de bergtoppen

Geleidelijk komt het groen dichterbij...

Geleidelijk komt het groen dichterbij

Op de Bells Line of Road komen er serieuze hellingen in beeld, maar bovendien verschijnt er hier en daar een willekeurig felgekleurd stuk berm. Het is jammer dat dit altijd op plekken was waar stoppen geen optie was, dus de foto’s moesten helaas door de voorruit genomen worden.

Niet bepaald meer een aarzelende glooiing in het landschap

Niet bepaald meer een aarzelende glooiing in het landschap

Bij Bilpin heb ik even gebruikgemaakt van een zeldzaam gat in de begroeiing om van het uitzicht te kunnen genieten. Dit was op slechts een uur rijden van huis, maar het voelt als een andere wereld.

Uitzicht over Kurrajong

Uitzicht over Kurrajong

Vanaf Bilpin kwam ik op een route die uitgestippeld is door de mensen van Blue Mountains National Park, die met de auto langs een paar mooie bergtoppen komt. Het was een ongelofelijk mooie route om te rijden, maar helaas was het ook een heel moeilijke route om mooie plaatjes van vast te leggen. Niet alleen had je het beste uitzicht midden op de weg (waar stoppen geen optie was), maar bovendien stonden er ook daar meestal nog veel bomen tussen. Als je erlangs rijdt weet het menselijk brein de langsflitsende bomen prima weg te filteren, maar je fototoestel mist die intelligentie helaas. Ik was daarom ook heel blij dat ik op een gegeven moment een willekeurige picnicplek aangegeven zag staan in de buurt van Mount Banks met een bord dat een onverharde bergweg op wees, en op goed geluk besloot ik dat maar te volgen. Een verstandige keuze, bleek achteraf.

IMG_0712

Gum trees!

IMG_0728

Grose Valley

Mount Banks

Mount Banks

Ik heb daarna nog wat punten gevonden die mooi uitzicht gaven, maar op een gegeven moment begon het toch wel laat te worden. Ik had wat kampeerplekken opgezocht van tevoren, maar aangezien dat gratis kampeermogelijkheden zijn wou ik er wel op tijd kijken of er nog plek was; als ik door zou moeten naar de volgende keuze zou dat een stuk prettiger zijn terwijl het nog licht is. Gelukkig lag mijn eerste keuze op de rijroute, en tegen het einde van de middag kwam ik er dan eindelijk aan. Cathedral Reserve ligt bovenop Mount Wilson tegen een bos aan, dicht genoeg bij de beschaving dat er afvalbakken en WC’s aanwezig zijn, maar ver genoeg dat je het gevoel kan krijgen dat je in the middle of nowhere zit.

Cathedral Reserve

Cathedral Reserve

Deze bomen waren makkelijk tientallen meters hoog

Foto’s doen niet aan geur, maar je kunt je wel voorstellen dat dit voor je neus een prima kampeerlocatie is

Er bleek vrijwel niemand te zijn, dus ik had gegarandeerd een plekje. Met dat in het achterhoofd besloot ik toch nog maar even van het resterende zonlicht gebruik te maken om de rest van de route af te rijden, door naar de eindstop op Mount Irvine. Toen het daar toch echt begon te schemeren heb ik m’n retour gemaakt om m’n tentje op te zetten en wat eten te koken.

Mount Irvine

Bovenop Mount Irvine

Aangezien het rond 20:00 al pikkedonker is kon ik tussen het lezen van m’n boek door al snel kijken naar de heldere sterrenhemel, met natuurlijk het Zuiderkruis, Alpha/Beta Centauri en Canopus als meest duidelijke constructies die je op het noordelijk halfrond nooit kan vinden. Ik ben er deze avond helaas ook achtergekomen waar ik al bang voor was: sterren fotograferen en mijn compactcamera gaan niet zo goed samen. Jullie moeten het dus even met je fantasie doen.

From ups to downs

De volgende dag was het even ontbijten en koffie zetten (voor onderweg), maar daarna alweer snel inpakken en door naar het westen.

Zo wil ik wel vaker wakker worden

Zo wil ik wel vaker wakker worden

Op een gegeven moment werd het geslinger tussen de bergtoppen af en toe aangevuld met vrij steile afdalingen, en opeens hield de radiozender die ik tot dan toe op had staan ermee op. (Wel een mooie indicatie van de afstanden: FM-zenders zijn in het algemeen vrij regionaal vanwege de beperkte afstand die het kan overbruggen zonder steunzenders, met alle staatbreede zenders op de AM. De zender die ik tot dan toe op had staan is een Sydney-zender. Die beperkte interesse van de zender is overigens niet erg: de gemiddelde fileinformatie voor enkel en alleen Sydney duurt even lang als heel Nederland.) Voor ik er erg in had was ik aan de rand van de Blue Mountains gekomen, en terwijl ik via de steile bergpas afdaalde kreeg ik een geweldig uitzicht op de heuvelachtige vallei daarachter. Het autorijden in de bergen vergt echter wel wat concentratie, dus foto’s heb ik helaas niet. Van de schattge dorpjes waar je vervolgens doorheen kachelt echter wel.

Lithgow

Lithgow

In Lithgow kon ik de Great Western Highway op, een grote doorlopende weg die lekker door de vallei heen golft. Druk was het niet, dus voor het grootste deel was het cruise control aan en gaan, en vooral genieten van de beelden. Wil je wel inhalen, dan moet je even wachten tot er een inhaalstrook beschikbaar komt (die afwisselend aan een van beide rijrichtingen gegeven wordt) – verder is het gewoon een tweebaansweg. Die wisselende inhaalstrook werkt trouwens erg goed, maar er is iets eigenaardigs aan: ze voegen de strook bij aan de rechterkant (wat voor m’n gevoel wel logisch is, maar zoals eerder al gemeld op andere wegen niet gebeurt) en vervolgens halen ze de linkerstrook op den duur weer weg (wat dan weer wel is zoals de rest van Sydney). Het is even wennen, maar het werkt als een tierelier.

Great Western Highway

Great Western Highway, hier overigens nog op een vierbaans stukje zonder gedeelde inhaalstrook.

Na een autorit van ruim een uur reed ik Bathurst binnen – thuisbasis van het wereldberoemde Mount Panorama Circuit, en dit weekend de locatie van niets minder dan de Bathurst 1000. Overigens niet voordat ik werd ingehaald door een paar mustangs, waarvan 1 een wel heel toepasselijke vanity plate had geregeld.

Goh, waar zou die heen gaan?

Goh, waar zou die heen gaan?

Battle of the Mountain

Eenmaal geparkeerd in een weiland op de rand van het dorp hoorde ik een enorm geknal. Ik wist al dat ik helaas net de start zou missen, maar dit geluid leek me toch wel erg veel voor een paar V8-motoren. Toen realiseerde ik me wat er rond de start was aangekondigd, en ik keek omhoog: een F/A-18 van de RAAF was druk bezig met rondjes vliegen, kurkentrekkers en salto’s maken, en af en toe een kaarsrechte baan omhoog en naar beneden. Ik heb niet veel met gevechtsvliegtuigen, maar de Hornet vind ik toevallig wel heel gaaf dus dit was een geweldige bonus.

Is it a bird? Is it a plane?

Is it a bird? Is it a plane?

Even wat achtergrond over de Bathurst 1000, die zo heet omdat het een race van 1000 kilometer is. Onderdeel van de V8 Supercars-reeks (vrij vertaald de supercar-equivalent van de Formule 1) gooit dit 25 auto’s voor 161 rondjes over het spectaculaire asfalt. De baan is beroemd en berucht vanwege de gigantische hoogteverschillen, technische bochten en een paar hele snelle rechte stukken. Verraderlijk maar juist ook een baan die je echt in de vingers moet krijgen, en dit is de race waar de absolute pro’s hun kunsten laten zien.

Mount Panorama. De tekst eronder is Bathurst 200, omdat het dorp dit jaar z'n 200e verjaardag viert als oudste binnenlandse vestigingsplaats.

Mount Panorama. De tekst eronder is Bathurst 200, omdat het dorp dit jaar z’n 200e verjaardag viert als oudste binnenlandse vestigingsplaats.

Met m’n ticket in de hand liep ik naar de ingang, en binnen een mum van tijd was ik trackside. Dat is goedkoper dan de grandstands (de tribunes) en je mag bovendien overal rondlopen en gaan zitten waar je wil, met als enige nadeel dat je geen vaste stoel krijgt. Gigantische hoeveelheden mensen hadden dus ook klapstoeltjes bij zich, maar ik had geen zin in het gesjouw dus had die in de auto gelaten. Achteraf bleek dat geen probleem: er zijn genoeg plekken waar je op een heuveltje kan gaan zitten en nog steeds prima zicht hebt op de baan.

IMG_0839

Op de racebaan was ik getuige van een mooi staaltje bogan-cultuur (bogans zijn vrij vertaald de Australische versie van tokkies). Hele rijen aan families die koelboxen vol Victoria Bitter en XXXX Gold mee hadden genomen om in hun klapstoeltjes toe te kijken. Als je verder kijkt dan de start kom je nog meer tegen, want verderop waren plekken die grensden aan de camping (inclusief kwalificaties en support races is het circuit 4 dagen in de ban van dit evenement) en kon je zien dat mensen hun hele inboedel hadden versleept van de kampeerplaats naar de rand van de racebaan: gigantische barbecues, partytenten en zelfs televisies (gekoppeld aan kofferaggregaten) zodat je kan zien wat er op de andere delen van de baan gebeurt. Het klinkt op deze manier misschien als de ultieme vorm van luiheid, maar het was echt een heel gezellig sfeertje en als autoraces een beetje je ding zijn is het een fantastische ervaring.

Murrays Corner

Murray’s Corner

The Chase

The Chase

De camping aan de voet van de berg, ingesloten door het circuit.

De camping aan de voet van de berg, ingesloten door het circuit.

Bovenop de berg kom je niet wandelend, maar per shuttlebus. Zodra je daar bent merk je wel gelijk waarom het Mount Panorama heet, want je hebt een geweldig uitzicht op de vallei eromheen. Dat werd nog eens extra zichtbaar toen er een regenbui overtrok die als bijna solide muur van water langskwam.

Regen achter de camping

Regen achter de camping op de bergtop

The Esses

The Esses

Sulman Park

Sulman Park

Een belangrijk stuk achtergrond: in de jaren 60 waren er nog niet zoveel automerken actief in Australië, en de keuze was voornamelijk tussen Ford en Holden. De Bathurst 1000 was zelfs in de begindagen exclusief voor Ford Falcons en Holden Commodores. Tegen het einde van de jaren 60 ontstond er in deze race zo’n vurige rivaliteit dat het hele land opgesplitst werd in twee kampen, niet alleen voor de fans van de autosport maar ook in de consumentenwereld. Families reden generaties lang enkel in Fords of Holdens; je werd als het ware in zo’n kamp geboren, zo diepgeworteld als sommige voetbalhooligans in Nederland. Tegenwoordig is het effect iets minder merkbaar in het dagelijkse leven omdat er vanaf de jaren 90 bijzonder veel extra merken naar het land zijn gekomen, maar als je bij een V8 Supercars-race bent – en al helemaal bij de race waar de rivaliteit is begonnen – merk je het absoluut.

De vlaggenreeks bij Skyline

De vlaggenreeks bij Brock’s Skyline

Twee dingen belangrijker dan de race kijken: barbecue en bier.

Twee dingen belangrijker dan de race kijken: barbecue en bier.

Een van de meest opmerkelijke momenten was bij de crash van Scott Pye, waar ik toevallig met m’n neus bovenop stond op zo’n 10 meter achter de barrier bij Sulman Park precies op de plek waar hij er vol inknalde (video is hier te vinden). Dit was best spectaculair, zeker omdat je het kon zien aankomen: bij het insturen van de bocht hoorde je opeens banden piepen, zag je de wielen zwarte strepen achterlaten, en ik zag de auto zo ongeveer recht op me afkomen. Tegelijk met de regen van auto-onderdelen die volgde (de stewards hebben later bij het opruimen complete veren uit de ophanging van de weg gehaald) ontstond er in de mensenmassa waar ik stond een gejuich; Pye reed namelijk in een Falcon, en ik stond in het Holden-kamp. (Overigens gaat alles wel duidelijk vriendschappelijk: toen het lang duurde voordat hij uit de auto kwam werd het vanzelf stiller, en toen hij met hulp van de medische ploeg toch uit de auto klom kreeg hij een warm applaus van beide supportersgroepen.)

McPhillamy Park

McPhillamy Park met de stoet achter de safety car.

Het was een lange dag (de race begon om 11:00 en finishte rond 17:00), maar ik heb me absoluut vermaakt. De baan rondlopen, alle interessante stukken herkennen van televisie en mijn racesimulator, en niet te vergeten een heerlijk zonnetje (los van die ene regenbui was het zo’n 30 graden de hele dag, met een lekker windje wat over de berg trok).

Forrest's Elbow

Forrest’s Elbow

Aan het einde van de race heb ik zelfs even meegedaan aan de bestorming van de baan. De niet-racefanaten kennen dit waarschijnlijk niet, maar het is gebruikelijk dat zodra de laatste auto over de finish is het publiek over de hekken mag klimmen rond de start/finish, de baan mag oversteken, nog een set hekken overklimt en de pitstraat bezet om de winnaars toe te juichen. Ik liet de echte fanaten maar even voor en heb mezelf maar buiten het gedrang van de pitstraat gehouden, maar om desondanks even op het bijna heilige asfalt van deze baan te staan was toch wel erg vet.

De winnaars waren overigens een duo in een Commodore, wat gevierd werd met een oorverdovend spreekkoor van de fans (“HOLDEN! HOLDEN!”). Om trouwens de rivaliteit nog maar even extra te belichten: een van de coureurs is de zeer succesvolle Craig Lowndes, die een paar jaar terug bij een overstap van een Holden-team naar een Ford-team daadwerkelijk met de dood bedreigd werd door fans. Inmiddels is hij dus weer terug bij Holden, waar blijkbaar iedereen toch wel weer blij mee is.

IMG_1024

Wandelen over de Main Straight, dat doe je niet elke dag.

Eerst gaat er wat versnipperde troep de lucht in...

Eerst gaat er wat versnipperde troep de lucht in…

...daarna wat vloeibare.

…daarna wat vloeibare.

Na een zeer enerverende dag besloot ik om zo snel mogelijk weer in de auto te stappen, want ik verwachtte wat filerijden in het kleine dorpje voordat ik aan de terugrit van zo’n 3,5 uur kon beginnen. Bovendien had ik op de heenrit politie gezien die steekproefsgewijs blaastesten deed (om 10:00 ‘s ochtends, jaja) dus ik verwachtte extra vertraging. De politie heb ik niet gezien, maar de file wel, maar toen ik die eenmaal gepasseerd was werd de terugrit erg makkelijk. Ik zou op de terugweg de Great Western Highway gewoon uitrijden (in plaats van de omweg die ik op de heenweg had genomen via het noorden) en die verandert ergens in de M4 die ik dagelijks gebruik op en neer naar kantoor. De Garmin heb ik daarom al snel uitgezet, want ik kon de afstand van de Batavierenrace volledig op m’n teller zetten voordat ik ook maar iets anders zou hoeven doen dan rechtdoor rijden…

Nou oké dan.

Nou oké dan.

Nou ben ik op de terugweg wel weer dwars door de Blue Mountains gekomen, en bovendien via de beroemde dorpen Katoomba en Wentworth Falls, maar van de dorpen en de omgeving heb ik bar weinig gezien. Het was namelijk pikkedonker toen ik die passeerde, en met uitzondering van van bliksemflitsen tussen de bergen was er erg weinig te zien. Gelukkig was de weg een stuk makkelijker te navigeren dan mijn noordelijke route, dus in het donker door de bergen rijden viel uiteindelijk mee.

The Long Weekend

Dit weekend was een voorproefje voor de zomer. Zelfs de locals schrokken van de voorspellingen van 38 graden, en op het nieuws werd gepraat over de heetste lente in jaren (tussen de berichten over bosbranden door). In Europa doet het ons niet zoveel, maar hier aan de Stille Oceaan hebben ze last van het zogenaamde ENSO-verschijnsel (samengevat: schommelingen in luchtdruk over meerjarige periodes) en momenteel broeit er een ‘El Niño’ van stevige proporties – door sommige klimatologen bestempeld als een “Godzilla El Niño”. Blijkbaar gaat dit een zomer worden met veel droogte en hittegolven – ik heb nu al zin in m’n rit door de binnenlandse woestijn. Voor nu is het resultaat in ieder geval een stevige temperatuur met goede timing, want vanwege Labour Day was maandag een extra vrije dag om te genieten van het zonnetje.

Ik ben zaterdag maar eens begonnen met de binnenstad een beetje te verkennen. Een deel had ik tijdens m’n vorige weekend al een beetje gezien, maar ditmaal liep ik er met fatsoenlijke fotocamera rond dus was het tijd om wat dingen vast te leggen. Via de loopbrug voor m’n deur kom ik direct op Park Street uit, en vanaf daar ben je binnen een paar minuten bij een handvol attracties. Het lichtelijk kitscherige stadhuis, het statige winkelpand Queen Victoria Building en de wat modernere Westfield Mall met bovenop de Sydney Tower Eye.

QVB

QVB

Sydney Eye Tower, gezien vanuit Hyde Park.

Sydney Tower Eye, gezien vanuit Hyde Park.

De straat die langs QVB loopt, George Street, is een van de grootste en drukste straten van Sydney, en zelfs voor iemand zoals ik met een kleine winkelhaat is het best een leuke straat om door te lopen. Toevallig wordt de straat binnenkort opengetrokken worden om een nieuwe tramlijn aan te leggen; een project dat tot 2019 duurt en qua impact een beetje de lokale versie van de Noord-Zuidlijn is volgens mij. Vanwege dat project gingen op zaterdag voor het laatst bussen door deze straat, en ter gelegenheid daarvan zijn een paar ouderwetse voertuigen van stal gehaald om rond te paraderen voor gratis pendeldiensten.

IMG_0141

Een beetje vergeeld, maar wel mooi.

IMG_0142

Town Hall van voren…

IMG_0147

…en van de zijkant (inclusief een stuk dat in verbouwing is).

Groen, gedenken en gevangenis

Daarna op naar Hyde Park, waar het een en ander omheen staat aan bezienswaardigheden. Sowieso is het park zelf vrij bijzonder omdat je het eigenlijk niet verwacht: vanaf de enorm drukke Westfield Mall is het 1 straat lopen voordat je middenin een zee van groen staat, met een kunsttentoonstelling en straatartiesten om het beeld compleet te maken. Eromheen staan een synagoge en twee kerken, waarvan verreweg de meest imposante de St Mary’s Cathedral is.

St Mary's

St Mary’s

In Hyde Park staat bovendien het Anzac Memorial. “Anzac” is een afkorting voor het Australia/New Zealand Army Corps dat tijdens de Eerste Wereldoorlog speciaal werd gevormd voor de bestorming van Gallipoli en verwijst tegenwoordig naar alle Australiërs en Nieuw-Zeelanders in WWI. Daarna is de afkorting ook blijven hangen als een soort nationale identiteit (“Anzac spirit”). Het monument herdenkt tegenwoordig ook soldaten uit andere conflicten, en staat centraal op de landelijke herdenkingsdag (Anzac Day of 25 april – de dag van de landing op Gallipoli). Het monument zelf is een beetje onnodig bombastisch (en heeft wat van de Amerikaanse overdrevenheid) maar het kleine museum in de kelder is zeker de moeite waard.

Anzac Memorial

Anzac Memorial

Volgens de beschrijving is het een bescheiden gedenkteken...

Volgens de beschrijving is het een bescheiden gedenkteken…

Naast het park ligt Hyde Park Barracks, het primaire kampement voor gevangenen die in de 19e eeuw naar Australië gestuurd werden voor dwangarbeid in de kolonie. Het is tegenwoordig omgebouwd tot een museum, met een verdieping gewijd aan de koloniale geschiedenis in het algemeen, een verdieping aan de historie van het gebouw (want na sluiting als kampement is het nog op tal van andere manieren gebruikt) en de laatste verdieping een daadwerkelijk beeld van hoe het er in de eerste jaren uitgezien heeft. Het meest opvallende: het is verbazingwekkend klein.

Hyde Park Barracks

Hyde Park Barracks

Knus is een understatement.

Knus is een understatement.

Na de Barracks op naar de Royal Botanic Gardens en The Domain, twee stukken groen aan de oostkant van The Rocks, tegen het Opera House aan. De Gardens zijn duidelijk wat dichter begroeid en heel erg gericht op de uiteenzetting van verschillende plantensoorten, terwijl het Domain vooral een statig landgoed is (origineel aangelegd als buffer tussen het plebs en het huis van de gouverneur). Helaas kon ik op het moment niet het landgoed van Government House zelf op (het was die dag blijkbaar vroeg gesloten), dus die bezienswaardigheid moet ik een andere keer maar even aandoen – het blijkt een aardig imposant kasteel te zijn.

Royal Botanic Gardens

Royal Botanic Gardens

 

The Domain

The Domain

In plaats daarvan heb ik maar wat rondgewandeld tot ik op een gegeven moment bij het water kwam, en vanaf daar naar het noorden gelopen tot aan de welbekende meer-vergeelde-dan-witte kappen. Een mooie plek om even te lunchen.

Er zijn slechtere lunchplekken te bedenken.

Er zijn slechtere lunchplekken te bedenken.

Koekeloeren op een eiland

Via Circular Quay op de veerboot gestapt de haven in, op naar Cockatoo Island. De reis op het water is al een feestje op zich, met de nodige leuke fotomomenten.

Circular Quay Wharf

Circular Quay Wharf

Het uitzicht vanaf Circular Quay

Het uitzicht vanaf Circular Quay

Het CBD en The Rocks, gezien vanuit Darling Harbour

Het CBD en The Rocks, gezien vanuit Darling Harbour

Waar de Hyde Park Barracks vooral de plek waren voor de gevangenen die zich aan de regels hielden, werd Cockatoo gebruikt als strafkamp voor de mensen die ook na deportatie naar de kolonie nog de fout in gingen. Later is het omgebouwd tot scheepswerf, de grootste in zijn soort op het zuidelijk halfrond tijdens de Tweede Wereldoorlog en daardoor veelvuldig aangedaan door beschadigde Amerikaanse schepen.

Cockatoo Island

Cockatoo Island

Het ombouwen is in die tijd niet zo subtiel gebeurd dus er is niet zoveel over van de koloniale tijd, maar er is nog steeds meer dan genoeg te zien. (Je moet dan wel even de mafketels negeren die op de aangelegde ‘glampsite’ bij de pier een feestje bouwen alsof ze op de Appelhof staan.)

Er zijn af en toe wat willekeuringe dingen blijven staan op Cockatoo Island, terwijl het bijbehorende spul is geruimd.

Er zijn af en toe wat willekeuringe dingen blijven staan, terwijl het bijbehorende spul is geruimd.

Dit is zo ongeveer het enige dat over is van de koloniale tijd.

Dit is zo ongeveer het enige dat over is van de koloniale tijd.

Een stuk van de scheepswerf is tegenwoordig weer in gebruik.

Een stuk van de scheepswerf is tegenwoordig weer in gebruik.

Geloof het of niet, een deel staat te huur. Leuk plekje voor een kantoor!

Geloof het of niet, een deel staat te huur. Leuk plekje voor een kantoor!

Inmiddels ging de zon toch wel redelijk hard naar beneden, dus het werd tijd voor een retourtje met de boot en thuis even wat welverdiende rust te pakken voor m’n voeten. Tussendoor ben ik nog wel even op en neer gewandeld naar Darling Harbour, want daar is het elke zaterdagavond tijd voor een vuurwerkshow op het water – een leuke manier om een dag af te sluiten.

Wat een mooi ding!

Wat een mooi ding!

Balletje gooien, balletje trappen

Zondag stond vooral in het teken van de grootste rugbywedstrijd van het jaar: de finale van het landelijke rugby league-toernooi (niet te verwarren met rugby union waarvan het WK momenteel in Engeland bezig is, en waar Australië het trouwens ook niet verkeerd doet). Omdat ik daar redelijk op tijd wou zijn heb ik het begin van de dag maar niet te veel gedaan. De dag was overigens toch al een uur korter – de zomertijd was ingegaan.

De NRL Premiership Grand Final vond plaats in het ANZ Stadium in Sydney Olympic Park. (Dat is de tweede Olympische plek die ik aandoe: het Regatta Centre in Penrith is ook voor 2000 aangelegd.) Inclusief de tramrit naar Sydney Central en de treinreis naar Olympic Park was het een reis van ca. 45 minuten, maar dan kom je ook wel gelijk in de heisa terecht. Het hele gebied rond het stadion was veranderd in een attractiepark met eetkraampjes, een biergarten, wat kermisattracties en de nodige herkenbaar gekleurde fans. Het stadion zelf is ook redelijk imposant met een capaciteit van 83500 bezoekers (tijdens de westrijd werd ons verteld dat de teller op 82798 stond), en binnen was een hele rits aan ceremonies aan de gang zoals een Lap of Honour voor spelers die met pensioen gaan, een estafetteloop tussen jeugdteams en een openingsconcert. Het voelde allemaal een beetje als een Australische Super Bowl.

Gezellige georganiseerde chaos

Gezellige georganiseerde chaos

Aussies en hun gokverslaving: tijdens de grootste wedstrijd van het jaar gewoon wedden op paardenraces.

Aussies en hun gokverslaving: tijdens de grootste wedstrijd van het jaar gewoon wedden op paardenraces.

Een klein beetje achtergrond: de wedstrijd ging tussen de Brisbane Broncos (het meest succesvolle team uit de competitie) en de North Queensland Cowboys (dat in hun 20-jarige bestaan nog nooit een kampioenschap heeft gehaald). Ten eerste bijzonder omdat er geen team uit New South Wales in de finale stonden (10 van de 16 clubs komen uit die staat waarvan 8 uit Sydney), ten tweede werd het beschouwd als een derby met enige rivaliteit omdat het twee teams uit Queensland waren (van de 3 in de competitie overigens), ten derde een laatste wedstrijd voor een van de captains van Brisbane (Justin Hodges) en als laatste de kans voor de meest gelauwerde speler ooit in de geschiedenis van de competitie (Johnathan Thurston van de Cowboys) om met zijn team voor het eerst een kampioenschap in de wacht te slepen. (Jaja, ik had m’n huiswerk gedaan: de kwartfinales en halve finales worden gewoon uitgezonden op TV.) Ik had van tevoren bedacht dat ik er niet neutraal zou zitten maar voor een team zou gaan juichen, want dat maakt de wedstrijd veel leuker om te kijken, en ik koos maar voor de relatieve underdog: de North Queensland Cowboys.

Lekker dichtbij het veld, dat was best spectaculair!

Lekker dichtbij het veld, dat was best spectaculair!

De wedstrijd was spannend tot aan de laatste seconde – tot meerdere keren toe zelfs. De hele tweede helft stond North Queensland achter, maar in letterlijk de laatste seconde werd de gelijkmakende try gescoord en kregen ze zelfs de kans om nog een conversion te scoren, waarmee ze een winnend punt zouden maken. Een mooie symbolische kans voor Thurston, maar die trapte de bal precies op de paal en dus was het verlenging met een golden point. Die kwam twee minuten later (en hij kon het toch nog zelf doen) met een dropkick tussen de palen.

Het treinstation moest opeens tienduizenden mensen verwerken. Dat ging bijzonder georganiseerd moet ik zeggen.

Het treinstation moest opeens tienduizenden mensen verwerken. Dat ging bijzonder georganiseerd moet ik zeggen.

Als je achteraf overal hoort van zowel collega’s als nieuwslezers dat dit de mooiste en spannendste wedstrijd is die in jaren gezien is in de NRL, vind ik het toch wel heel gaaf om erbij geweest te zijn. Het was ook gewoon een topavond, met gezellige mensen om me heen en daadwerkelijk betaalbaar bier (hier ‘slechts’ $7,50 voor een halve liter). Interessant detail is wel dat de premier traditioneel aanwezig is om de prijsuitreiking te doen, en traditioneel krijgt die boegeroep te horen (want wat moet een politicus bij een ‘working class sport’ als rugby league, is het sentiment een beetje) maar Malcom Turnbull kreeg volgens velen de luidste herrie om z’n oren van iedereen. Hij heeft zich met zijn coup en de aangekondigde hervormingen niet bij iedereen populair gemaakt…

Wat een zon!

De extra vrije dag besloot ik te besteden aan wat sightseeing rond het water. Niet alleen was het daar iets koeler, het zijn bovendien prachtige uitzichten om van te genieten. Allereerst met de veerboot van Pyrmont Bay (ruwweg voor de deur) naar Circular Quay, waarvandaan de iets langere rit naar Watson Bay vertrok. Watson Bay is onderdeel van de zuidelijke strip land die de ingang naar de Sydney Harbour markeert, en als je daar met de boot naartoe gaat merk je pas hoe ver dat eigenlijk is van het stadscentrum: zo’n 6,5 kilometer hemelsbreed. Dat om trouwens nog maar te zwijgen over Paramatta, wat officieel ook nog aan de Sydney Harbour ligt maar zo’n 28 kilometer aan rivier tussen zichzelf en de Tasmaanse Zee heeft liggen. Het mooie verhaal van de Harbour is natuurlijk dat het ook nog bijzonder veel inhammen kent en dus zo’n 240km aan kustlijn beslaat; zou je via de waterlijn van de Harbour Bridge naar South Head willen lopen (het noordelijke puntje van Watson Bay) kun je rekenen op een wandeling van 30 kilometer. Dan is 15 minuten uitwaaien op een veerboot toch een stuk prettiger terwijl de zon hard z’n best doet om door de SPF 50 heen te branden.

Je kunt in groepjes over de boog van de Harbour Bridge lopen, zoals hier gebeurt.

Je kunt in groepjes over de boog van de Harbour Bridge lopen, zoals hier gebeurt.

Admiralty House op Kirribilli, waar de gouverneur-generaal woont.

Admiralty House op Kirribilli, waar de gouverneur-generaal woont.

Vol gas!

Vol gas!

Rose Bay

Rose Bay

Als je aankomt bij de pier van Watson Bay word je nogal afgeschrikt door de enorme toeristenbende die je inloopt, want het nabijgelegen strand heeft een hele verzameling hotels en restaurants aangetrokken. Dat begint al op de pier zelf: op de wandeling van veerboot naar het vasteland krijg je een menu van een oesterbar in je handen gedrukt dat waarschijnlijk een vermogen heeft betaald voor z’n zeer lucratieve locatie. Snel wegwezen dus, op naar de oostelijke helft.

Zodra je de straat oversteekt is het gelijk stiller (ik vermoed dat 90% van het volk dat op het strand ligt niks meer van de hele wijk ziet dan de vijf meter tussen de pier en hun badlaken) en ook gelijk klimmen geblazen. Via een steile weg omhoog kom je direct een stuk van het Sydney Harbour National Park in, en dat beloont de paar minuten op 20%-hellingen gelijk met spectaculair uitzicht over de baai.

Watson Bay

Watson Bay

De stad ligt inmiddels toch wel aardig ver weg.

De stad ligt inmiddels toch wel aardig ver weg.

Na wat bos doorkruist te hebben ben je vrij snel aan de andere kant van de landtong, en kom je terecht op een wandelroute langs de kliftoppen. De plaatjes van de baai waren mooi, maar dit is toch echt wel spectaculairder.

North Head aan de Tasmaanse Zee

North Head aan de Tasmaanse Zee

Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat lichtblauwe nou gevaarlijke beestjes zijn of gewoon sporadisch helder water.

Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat lichtblauwe nou gevaarlijke beestjes zijn of gewoon sporadisch helder water.

Origineel was het plan om naar een vuurtorentje op de absolute punt van South Head te gaan, maar dat staat ten eerste bijna op zeeniveau en was ten tweede best een stuk lopen vanaf waar ik terecht was gekomen met de klifwandeling (niet geholpen door het feit dat er een marinebasis tussen ligt waardoor je best een omweg moet nemen via de westelijke kustlijn). Ik besloot dus na mijn tijd gevuld te hebben met het nodige groen en blauw om Watson Bay achter me te laten liggen en de noordelijke landtong van de Harbour Entrance op te zoeken. Niet North Head zelf (dat was ook daar best weer een onderneming vanaf de boot) maar wel het beroemde stuk direct daaraan vastgeplakt: Manly.

South Head vanaf het water. Links zie je Hornby Lighthouse, die ik toch maar had overgeslagen.

South Head vanaf het water, tijdens de rit terug. Toch nog iets gezien van Hornby Lighthouse, links in beeld.

Man man man wat een hitte…

Het was mogelijk geweest om met de boot direct van Watson Bay naar Manly te gaan, maar dat bleek alleen met commerciële partijen te kunnen die niet werken met de Opal Card – iets waar ik pas achter kwam toen ik al was ingecheckt. Als alternatief besloot ik maar lekker te genieten van het weer door meer tijd op het water door te brengen, en ik heb de redelijke omweg genomen van Watson naar Circular Quay en vandaar naar Manly. De veerboot naar Manly is verreweg de grootste van de vloot van Sydney Ferries, en wordt in menig reisgids aangeraden puur voor de rit zelf (en nog niet eens de bestemming). Niet zonder reden, kwam ik achter.

Manly Ferry

Manly Ferry

Ook al had ik een flink deel van de route naar het oosten al afgelegd met mijn retourtje Watson Bay, de route naar Manly is duidelijk langer, gaat dichter langs de noordelijke kustlijn en de boot houdt er sowieso een iets lager tempo op na. Al met al ben je 30 minuten onderweg en kun je je ogen uitkijken naar de verschillende baaien, alle bootjes om je heen (een vrije dag met toptemperaturen, dat vraagt natuurlijk om idiote hoeveelheden pleziervaart) en bovendien de relatief groene noordelijke kustlijn vergeleken met de stevig volgebouwde zuidkant.

De westkant van Manly

De westkant van Manly

Het contrast tussen het stadse rond The Rocks/Circular Quay en Manly deed me nog het meeste denken aan het verschil dat je ziet als je in San Diego met het bootje oversteekt naar Coronado. Het is duidelijk een oord waar al het leven gericht is op het wereldberoemde aangrenzende strand, met tropische aankleding van de straten, meer mensen zonder shirt dan met op straat en een overvloed aan eten en drinken in de grote winkelstraat. Je krijgt het gevoel dat men zich hier niet zoveel aantrekt van ‘die stadse fratsen’, ook al is het gewoon onderdeel van de grootste stad op het continent. Sydney zelf heeft al best een relaxed sfeertje, maar Manly gaat duidelijk verder.

Niet alleen de cliché palmbomen, maar ook metersdikke bomen in de straat.

Niet alleen de cliché palmbomen, maar ook metersdikke bomen in de straat.

Een positieve verrassing op deze dag was het Manly Jazz Festival dat blijkbaar gehouden werd, waardoor de straten gevuld waren met podia met allerhande gezellige bandjes erop. De combinatie van de beelden en de muziek maakten het een bijzonder stereotype scene uit een ouderwetse surferfilm, en iedereen leek zich dat prima te realiseren en ervan te genieten. Er is mij verteld dat Manly een stuk minder pretentieus is dan Bondi – nou heb ik Bondi nog niet gezien dus of die vergelijking klopt weet ik niet, maar om Manly niet pretentieus te noemen vind ik in ieder geval wel ver gaan. Het voelt echter wel als een prettig soort zelfspot, waar mensen zichzelf niet al te serieus nemen en een hele mooie tussenweg gevonden lijken te hebben tussen de kunstmatige ideale omgeving voor strandtoeristen en het leiden van een normaal leventje.

Gezelligheid met gratis soundtrack

Gezelligheid met gratis soundtrack

De negatieve verrassing die daartegenover stond had ik eigenlijk van heinde en verre moeten zien aankomen: het was stervensdruk op het strand. Nou was ik eerlijk gezegd zelf niet van plan om lange tijd op het strand door te brengen met 38 graden, maar dit was ook om toe te kijken al onprettig dichtbevolkt. Na even wat rondkijken heb ik het zand daarom ook maar snel weer verruild voor een gezellig orkestje, en ben ik even daarna maar weer teruggegaan met de boot. Terug naar de echte wereld, zullen we maar zeggen.

Hoezo druk?

Hoezo druk?

Einde warmte, einde weekend

In de avond heb ik kennisgemaakt met wat nieuwe huisgenoten (een stel Ozzies is vertrokken, een stel Britten ervoor in de plaats) en even een biertje gedronken op het balkon. Dat had ik inmiddels ook maar eens in huis gehaald, en alhoewel ik een oude bekende tegenkwam in de winkel (toch wel gek om midden in Sydney ergens “Vakmanschap is meesterschap” te lezen) heb ik besloten om maar wat lokale smaakjes te proberen: Great Northern en Victoria Bitter zijn tot nu toe allebei geslaagde aankopen! Op het nieuws zag ik ondertussen dat de weersvoorspellingen een nogal dramatische verkoeling aankondigden voor de aankomende werkweek, want het zou vanaf dinsdag weer ‘slechts’ 23 graden worden. Helaas ging het afkoelen voor de verandering ‘s nachts niet op: 21 graden was het minimum die nacht.

Natuurlijk heb ik ook nog wat foto’s uitgesorteerd, maar bovenal had ik besloten om het weekend eens op een ouderwets Hollandse manier af te sluiten.

Nom nom nom

Nom nom nom