The old and the new

Het was even wat gedoe, maar op een gegeven moment was het inpakken gedaan, waren de sleutels ingeleverd en was de tank afgetopt. Nog even afscheid nemen van de huisgenoten, en daarna zuidwaarts de Princes Highway op. Op een gegeven moment reed ik definitief de stad uit en kon ik Sydney echt uitzwaaien, want hier kom ik voorlopig niet meer terug.

Same old highway

De attente lezer zal zich misschien herinneren dat ik eerder al een stukje de kust was afgezakt, dus ik zou hier een stukje route dubbel doen. Een binnenlandse route nemen was niet echt een optie want dat zou gelijk een heel grote omweg worden. Om eerlijk te zijn kwam het me eigenlijk wel goed uit dat ik even wat bekend terrein had. Na de afgelopen paar maanden was het echt even schakelen om nu helemaal geen vast thuisadres meer te hebben, en daarom beviel het wel om in ieder geval de eerste dag toch grotendeels gewoon even te genieten van de vrijheid, lekker doorkarren en vooral niet omkijken.

Daar is 'ie weer...de Sea Cliff Bridge.

Daar is ‘ie weer…de Sea Cliff Bridge.

Na wat bekende stukjes route kwam ik in Nowra wel een nieuwigheidje tegen: een politiecontrole voor alcohol, opnieuw op zo’n geweldig vroeg tijdstip (vlak na de lunch in dit geval). Het kwam nogal over alsof ze de mensen wouden pakken die hier het begin van de zomervakantie aan het vieren waren op de weg. In tegenstelling tot de vorige keer moest ik dit keer wel blazen – tenminste, ik moest hardop tot 10 tellen terwijl de agent een apparaatje voor m’n mond hield. (Tja, dat zorgde bij mij ook wel voor de nodige verwarring.) Dat ook weer eens een keer gehad.

Kerst!

Kerst!

Nog meer platteland

Nog meer platteland

Tegen het einde van de middag maakte ik voor het eerst een tussentop op een nog niet zo bekende plek, in het kustplaatsje Bateman’s Bay. Ik had een beetje gehoopt dat, voorzover ik nog meer van die kustdorpjes zou tegenkomen die ik tijdens m’n eerste week East Coast had gezien, ik er inmiddels weer wat meer lol uit zou halen – richting het einde van m’n weektrip begon alles toch wel heel erg op elkaar te lijken, maar wellicht dat de paar weken terug in het grote Sydney daar weer verandering in zouden brengen.

De brug over de Clyde River

De brug over de Clyde River

Batemans Bay, bij Batemans Bay

Batemans Bay, bij Batemans Bay

Dat viel eerlijk gezegd toch een beetje tegen. Je merkt gewoon duidelijk dat verreweg de meeste kustdorpen (in ieder geval in deze hoek van het continent) die niet binnen de invloedsfeer van een hoofdstad vallen toch moeite hebben met zichzelf onderscheiden. Dit weekend was bovendien ook nog eens onverwacht rustig, want de meeste Aussies blijven met de kerstdagen nog even bij familie en gaan pas daarna op zomervakantie.

Platteland, maar iets minder plat

Platteland, maar iets minder plat

Mijn slaapplek deze nacht was een rest stop vlak buiten Bateman’s Bay, waar je zowaar een tentje mag opzetten. De naastliggende weg is bovendien niet zo heel druk, dus het voelde niet eens echt alsof je naast een snelweg stond. Ik vond het eigenlijk wel mooi: geen heel spectaculaire eerste dag, maar het spits was afgebeten, ik was onderweg en had een prima plekje gevonden.

Welterusten!

Welterusten!

To the border!

De tweede dag was wat beter gevuld. In eerste instantie was het gewoon makkelijk de Princes Highway verder volgen, maar vlak na Narooma nam ik weer eens een toeristische afslag richting Bermagui. Het dorpje zelf is niet veel bijzonders, maar de omgeving (en de route) zijn zeker de moeite waard.

Wallaga Lake

Wallaga Lake

Ze houden hier nogal van enkelbaans bruggen

Ze houden hier nogal van enkelbaans bruggen

Bermagui

Bermagui

Even verderop op deze route ligt Mimosa Rocks National Park. Het park is genoemd naar een paar rotsen die vlak voor de kust liggen, die op hun beurt weer vernoemd zijn naar een schip wat daar ooit op de klippen is gelopen. Het lijkt mij een bijzondere manier van naamgeving, maar ach, het werkt. Alles is vrij goed bereikbaar (de belangrijkste uitkijkpunten zitten ongeveer een kilometer van elkaar verwijderd) maar daarnaast is het park bezaaid met kleine kampeerplekken voor ca. 10 tenten per stuk. Weer een prachtige camping met toiletten die volledig gratis is, alhoewel hier de heuvelachtige onverharde weg blijkbaar geen goed afweermechanisme is tegen gigantische caravans.

We meet again!

We meet again!

Mimosa Rocks, de zuidkant

Mimosa Rocks, de zuidkant

Het noorden is iets meer uitgesproken

Het noorden is iets meer uitgesproken

Het totaalplaatje

Het totaalplaatje

Nelson Beach

Nelson Beach

Dit beestje van ongeveer een meter lang liep opeens voor m'n voeten langs.

Dit beestje van ongeveer 1,5 meter lang liep opeens voor m’n voeten langs.

Het laatste stuk van de grote omweg (dat weer terugleidt naar de Pacific Highway) staat bekend als de Sapphire Coast Drive. Dat is niet zo spectaculair als het klinkt, maar het is wel weer een mooie provinciale weg met mooie plaatjes door kleine plattelandsdorpjes.

Sapphire Coast Drive

Sapphire Coast Drive

Merimbula

Merimbula

Via Merimbula kom je weer op de Pacific Highway, die vrij snel daarna door het dorpje Eden loopt. De naam is niet eens echt hooggegrepen, want er hangt een heerlijk sfeertje in het nogal slaperige dorp. Er is weinig echt zichtbaar bijzonder aan het kustplaatsje, behalve dan misschien de grote begraafplaats die direct tegenover het belangrijkste strand van het dorp ligt. Zo paradijselijk dat zelfs de toeristische hotspot nog rustig genoeg is om vredig te rusten, zeg ik dan maar.

Aslings Beach

Aslings Beach

En aan de andere kant van de weg...

En aan de andere kant van de weg…

Eden is het laatste echt noemenswaardige dorp voor de staatsgrens – toen ik doorreed was ik na niet al te lange tijd in Victoria, waar ik op zoek ging naar het eerste noemenswaardige dorp. Alhoewel je via de snelweg in Genoa uitkomt is het feitelijke meest oostelijke plaatsje Mallacoota, wat aan de kust ligt en dus niet direct bereikbaa
r is voor de snelweg. Vanaf Genoa ben je er met een dik kwartier, maar niet voordat je met de slingerweggetjes dwars door een blok natuur gaat. De grootste tongstruikelnaam die ik tot nu toe ben tegengekomen: Croajingolong National Park.

Mallacoota is zo rustig als je zou verwachten voor een dorp dat voor je gevoel aan de andere kant van een groene muur ligt. Het heeft echter de luxe om aan de inham te liggen van een groot meer (dat natuurlijk een belangrijke rol speelt in het natuurgebied) en die inham, Bastion Point, is een geweldige plek om uit te waaien.

Mallacoota Foreshore

Mallacoota Foreshore

Bastion Point

Bastion Point

De kampeerplek die ik deze dag voor ogen had had ik op weg naar Mallacoota al even gezien, want het ligt aan de A1 bij Genoa vlak voor de afslag. In mijn campinggids staat deze aangeprezen als favoriet, en de gids kent niet zoveel gratis favorieten, dus ik wou wel eens zien wat er zo bijzonder aan was. Twee dingen: ontzettend veel ruimte, en gratis toiletten en douches (koud, maar daar doe ik het voor). Alhoewel het niks kost accepteren ze wel donaties om de boel te onderhouden, en dit was zo goed geregeld dat ik het wel een kleine donatie waard vond.

Hoge bomen verbergen veel mooie luchten.

Hoge bomen verbergen veel mooie luchten.

Dit was wel een dag dat ik me realiseerde dat ik echt een belangrijke backpackersroute te pakken had, want tegen het vallen van de avond stond het terrein vol met busjes van allerhande backpackerverhuurbedrijven. TAB, Britz, Juicy’s, het stond er allemaal. Een groepje Duitsers aan de overkant dacht in mij even een landgenoot te herkennen (dat krijg je als je een Wacken-shirt draagt) en vervolgens parkeerde er naast mij een clubje waar 2 Nederlandse meiden tussen zaten. Ik heb de avond echter lekker in m’n eentje met een boek afgesloten, want het feest-imago dat van beide clubjes afkwam trok me eerlijk gezegd niet zo heel erg.

Fires and Snowies

Het had die nacht best hard gewaaid en geregend, en vooral de wind was goed terug te zien in allemaal dode takken die op de wegen lagen. Op de kampeerplek echter alleen maar gezonde joekels, dus dat was gelukkig geen probleem. Het was verder ook duidelijk koeler vandaag, en dat was gelijk zichtbaar in alle Fire Danger Rating Signs, die de afgelopen dagen op Very High en Severe hadden gestaan (aangevuld met Total Fire Bans) en nu op Low/Moderate. Er hadden de vorige dag ook wat bosbranden gewoed in o.a. het noorden van Victoria, maar dat gebied kwam ik niet in de buurt.

Boompjes!

Boompjes!

Beestjes!

Beestjes!

Ik zat een beetje met een planningskeuze, want op mijn route lagen twee natuurgebieden die allebei goed aangeschreven stonden, maar allebei waren wel een beetje een omweg vanaf mijn route naar Melbourne. Het werd in verband met tijd dus kiezen. Uiteindelijk besloot ik om Wilsons Promontory links te laten liggen en een kijkje te nemen in Snowy River National Park. Dat betekent dat vlak na Orbost de route weer van de Pacific Highway afgaat, strak landinwaarts richting het noorden.

South Buchan

South Buchan

De weg deed me nogal denken aan New England, maar dan een veel heuvelachtiger versie. Een van de meest opvallende verkeersborden was wel de waarschuwing dat ik een schoolbusroute opreed – dat op zichzelf is best een logische waarschuwing (de bus stopt nogal en op een 100-weg moet je daar rekening mee houden) maar dat er staat dat de weg de komende 60 kilometer onder die route valt is dan wel weer wat bijzonderder.

En de wegen worden steeds...minder onderhouden

En de wegen worden steeds…minder onderhouden

Na Gelantipy wordt het dusdanig plattelands dat er ook geen omheiningen meer zijn om het vee van de wegen te houden. Een paar roosters in de weg en wat hekken tussen weilanden moeten het werk hier doen. Ik vind het zelf wel vermakelijk dat er waarschuwingen hangen dat het verplicht is vee voorrang te geven, en dat er een boete van 500 dollar op staat als je dat niet doet. Hoe zien mensen dat voor zich? Ik denk dat zelfs een grote truck het niet wint van een koe – als je probeert daarop voorrang te nemen lijkt de ziekenhuisrekening me boete genoeg.

"Dad, people are staring..."

“Dad, people are staring…”

Het stukje van het natuurgebied waar ik kwam is vooral getekend door een paar kenmerken van de Little River. Er zijn verschillende uitzichtpunten op enkele honderden meters van verschillende parkeerplekken – geen grote uitdaging, maar het voelt desalniettemin aardig afgelegen en het levert bovendien gewoon mooie plaatjes op.

Kabbeldekabbel

Kabbeldekabbel

Little River Falls

Little River Falls

De kleintjes willen ook een mooi uitzicht

De kleintjes willen ook een mooi uitzicht

Little River Gorge

Little River Gorge

Als je goed kijkt kun je een klein watervalletje zien aan de overkant

Als je goed kijkt kun je een klein watervalletje zien aan de overkant

Als ik meer tijd had gehad zou ik doorgereden zijn om de McKillops Bridge te nemen, die de Little River Gorge oversteekt en volgens de verhalen een spectaculair stukje rijden oplevert. Het bleek echter nog best een aardig stuk rijden te zijn om die brug überhaupt te halen, en alhoewel ik een groot deel van de weg ondanks het gebrek aan verharding wel met 50 durfde te nemen zou het zelfs dan nog 40 minuten zijn daarnaartoe, en de middag liep al een beetje ten einde. Aangezien het mijn plan was om aan de kust te camperen (om de afstand tot Melbourne een beetje te beperken voor morgen) keerde ik dus maar gewoon om en reed ik weer terug zuidwaarts. Onderweg kwam er nog heel vrolijk een jonge kangoeroe voorbij hoppen – ruim ver genoeg voor mij om ‘m te ontwijken, maar het was wel een teken dat de eerste nachtdieren alweer wakker waren.

Opnieuw reed ik hier af op een camping die gratis was maar wel favoriet van mijn gids, met dit keer de bijzondere bonus dat er volgens de gids zelfs geen composttoiletten aanwezig waren. Als je het dan nog voor elkaar krijgt om een favoriete plek te zijn moet het wel spectaculair zijn dacht ik, dus ik was benieuwd. Het maakte wel weer duidelijk hoe handig zo’n gids is, want de camping staat eigenlijk nergens bewegwijzerd; pas na 16 kilometer aan onverharde weg diep verstopt in een natuurpark kom je een keer een bordje tegen, en het duurt makkelijk een half uur voordat je daar bent. Op weg naar dat bordje toe zat er ook nog een bijzonder beest langs de weg wat ik nog niet eerder gezien had – volgens mij was het een zwarte wallaby. Natuurlijk springt zo’n beest weg voor een auto dus ik kon niet heel goed kijken, maar het sprong zeker als een wallaby of kangoeroe.

Op een paar minuten lopen van Glasshouse Campground

Op een paar minuten lopen van Glasshouse Campground

Lake Tyers

Lake Tyers

De buren hadden een dagje de buurt verkend en kwamen terug lang en breed nadat ik mijn tentje had opgezet. De hond die ze meebrachten was heel nieuwsgierig wie er op ‘zijn’ grond stond en kwam gelijk zeer energiek rondkijken. Het was een prima beest en ik had er absoluut geen last van, maar als hij blaffend op je afkomt vinden de baasjes het toch wel netjes om even te kijken dat ze je niet de stuipen op het lijf hebben gejaagd; zodoende kom je aan de praat. Ik was al zo’n 5 minuten aan de praat met de man (die duidelijk Australisch was, en volgens z’n nummerplaten uit Western Australia kwam) toen zijn vrouwelijke kampgenoot hoi kwam zeggen, die aan m’n naam gelijk herkende dat ik een landgenoot was – jaja, we zitten overal in dit land blijkbaar. Zo zit je aan de andere kant van de wereld, en binnen 24 uur kom ik weer een Nederlander tegen…het blijft interessant. Maar ach, het waren best gezellige buren dus je hoort mij niet klagen.

Misschien niet scherp, maar wel mooi

Misschien niet scherp, maar wel mooi

Capital to cap it off

Op dag 4 was het tijd om geleidelijk richting Melbourne te gaan. Ik had al een hotel geboekt dus er zou geen gestress nodig zijn voor een slaapplek, maar ik vond het desalniettemin wel een prettig idee om nog een beetje wat van de stad te kunnen zien zodra ik daar was, en dus niet al te laat aan te komen. Een van de grootste attracties van het Gippsland-gebied waar ik doorheen zou komen is Wilsons Promotory, en dat zou ik zoals reeds genoemd niet bezoeken. De planning voor vandaag was dus vooral een beetje door de dorpjes zigzaggen op weg naar de Victoriaanse hoofdstad.

Het dorp waar mijn kampeerplek zo ongeveer naast lag is Lakes Entrance, genoemd naar de inham die de grote Gippsland Lakes verbindt met de zee. Het is een populair oord voor Australiërs in de vakantie, maar ook hier kreeg ik sterk het idee dat de echte drukte pas rond Boxing Day zou arriveren. Zonder zo’n grote hoeveelheid mensen is het vooral een slaperig stadje.

Lakes Entrance

Lakes Entrance

Cunninghame Bridge

Cunninghame Bridge

Cunninghame Arm

Cunninghame Arm

Main Beach

Main Beach

De rest van de dorpen en stadjes die ik passeerde was niet zo kenmerkend. Het is wel duidelijk dat ze allemaal bij dezelfde regio horen, maar los van de concentratie hotels en caravan parks is het niet echt te zeggen waarom de ene meer toeristen zou aantrekken dan de ander.

Dit gaat wel een beetje verder dan tongue-in-cheek

Dit gaat wel een beetje verder dan tongue-in-cheek. En ja, het was stoffig.

Op een gegeven moment bereikte ik de buitenranden van Melbourne. Net zoals Sydney begint de stad al op een flinke afstand van het centrum (Melbourne heeft ‘slechts’ 4 miljoen inwoners, vergeleken met de 5 miljoen van Sydney) dus er is dan weinig meer aan dorpjes voor tussenstops, maar vooral gewoon doorrijden. In de Victoria M1 had ik voor m’n gevoel nogal de broer van de NSW M4 gevonden qua drukte en route, en toen ik op een gegeven moment zowaar de file in ging was er wel een vaag gevoel van déjà vu. Op een gegeven moment kom je dan echter toch in het CBD, en dan is het duidelijk niet dezelfde stad.

Kijk, een skyline.

Kijk, een skyline.

Ze houden er in Melbourne nogal van om bijzondere verkeersconstructies te gebruiken, en dat was me van tevoren al verteld. Ik was blij dat ik die nog even extra had uitgezocht voor mijn vertrek, want mijn hotel ligt dusdanig in het centrum (praktisch naast Southern Cross Station) dat ik er een gelijk voor m’n kiezen kreeg: de hook turns. Sterker nog, ik herinnerde me een bepaalde kruising nog van een voorbeeldvideo die ik had opgezocht en dat was maar goed ook, want in het echt bleek de constructie voor de kruising niet te worden aangegeven (alleen erop, en dat is al te laat als je al staat voorgesorteerd). Voor me ging een andere toerist de mist in door vanuit de rechterbaan te willen afslaan naar rechts, en hij kreeg gelijk getoeter om z’n oren – ik voelde me toen heel erg ingeburgerd toen ik het vanaf links deed. Het is overigens helemaal niet zo moeilijk of eng, maar je moet er vooral even op voorbereid zijn – zodra je het concept eenmaal snapt gaat het eigenlijk allemaal best soepel.

CBD vanuit Flagstaff Gardens

CBD vanuit Flagstaff Gardens

Southbank

Southbank

Het CBD vanaf de overkant van de Yarra River

Het CBD vanaf de overkant van de Yarra River

Rond vier uur was ik ingecheckt, en na de eerste warme douche sinds Sydney ben ik de stad ingegaan om die in vogelvlucht eens te verkennen. Zolang het nog licht was wou ik er graag gebruik van maken. Via een grote cirkel heb ik het grootste deel van het centrum zo doorkruist.

Victoria State Library

Victoria State Library

Ze nemen het concept Chinatown hier wel heel serieus

Ze nemen het concept Chinatown hier wel heel serieus

Federation Square (met een kerstboom van Lego)

Federation Square (met een kerstboom van Lego)

Er is een aardige rivaliteit tussen Melbourne en Sydney, dus veel mensen doen hun best om de twee steden te vergelijken. Nou vind ik dat na zo’n korte kennismaking erg lastig (het gaat ook altijd een beetje krom zijn, want als je ergens 3 maanden woont leer je de stad heel anders kennen dan als je er een paar dagen als toerist bent) maar ik heb in ieder geval één conclusie kunnen trekken: Melbourne is gek op rare architectuur.

Laten we wat stijlen mixen.

Laten we wat stijlen mixen.

En nog wat blokjes...

En nog wat blokjes…

Modern? HIp? Ik weet niet hoe ik het zou moeten noemen.

Modern? Hip? Ik weet niet hoe ik het zou moeten noemen.

Melbourne Town Hall

Melbourne Town Hall

Victoria Parliament House

Victoria Parliament House

Alhoewel het voor de meeste mensen vooral aan de binnenkant interessant is, wou ik graag aan de buitenkant eens het Crown Casino zien. Dit casino is mij vooral bijgebleven als de beruchte bedenker van de duurste cocktail ooit gemaakt, en ik heb er nogal wat decadente verhalen over gehoord (die ik bijvoorbeeld niet heb gehoord over The Star, het casino in Sydney dat op loopafstand van Pyrmont staat). Een van de meest opvallende dingen vond ik dat de afslag van de M1 die ik zelf nota bene genomen had om de stad in te komen dwars door dit gebouw heen loopt – niets zegt grootheidswaanzin als het statement “jullie leggen de snelweg niet om? dan bouwen wij er wel omheen”.

Crown Casino

Crown Casino

CBD, Southbank en Docklands langs de Yarra River

CBD, Southbank en Docklands langs de Yarra River

Tegen de schemering waren mijn voeten het helemaal zat, want ik had toch de nodige kilometers in een paar uur gepropt. Het voordeel was dat ik door deze uitputting redelijk op tijd in slaap viel, want morgen zou de wekker erg vroeg gaan: 6 uur ‘s ochtends.

That’s the spirit!

Die volgende ochtend zou ik namelijk Melbourne alweer achter me laten, in ieder geval tijdelijk. Vanaf Melbourne gaat er een boot naar Tasmanië, en dat was momenteel de primaire reden voor mij om in deze stad te overnachten. Er zijn nachtboten, maar door de timing van mijn reis kwam ik uit op een dagboot, die om 9:00 zou vertrekken en check-in had van 6:30 tot 8:15. Dat betekende dus lekker op tijd opstaan, helaas geen ontbijt in het hotel (dat was er ‘pas’ om 7:00) en op naar de haven. Het duurde niet lang voor ik in de file kwam – niet de standaard file van de grote stad Melbourne, maar de file van auto’s die de boot op wou. De kerstvakantie is voor de Australiërs natuurlijk de grote zomervakantie, dus aan het begin daarvan gaan er grote groepen naar Tasmanië om daar hun vakantie te vieren (een van de bijnamen van Tasmanië op de nummerplaten is dan ook “The Holiday Isle”).

The Spirit of Tasmania

The Spirit of Tasmania

Ik begon me op een gegeven moment zorgen te maken of ik de check-in wel zou halen, maar dat bleek uiteindelijk geen probleem te zijn – zowel voor als achter mij stonden nog genoeg mensen die ook de boot op moesten, en er was een algemene vertraging. Uiteindelijk werd ik een uur te laat ingecheckt, en de boot vertrok 1,5 uur later dan gepland.

Ok doei.

Ok doei.

And then…?

Op het moment van schrijven zit ik op de boot, maar helaas zonder internet. Het uploaden gaat dus wat later zijn. Tasmanië ga ik proberen in een ruime week te doorkruisen; zodra dat achter de rug is keer ik terug naar Melbourne voor nieuwjaar, met een verdere doorreis naar Adelaide in de planning (met een flinke omweg via de woestijn, langs het legendarische dorpje Broken Hill). Daarover binnenkort meer!

27 days later

Tja, er is alweer wat tijd verstreken sinds mijn vorige update. Ik heb het een paar keer uitgesteld, en toen was het plotseling de vooravond van mijn vertrek uit Sydney. Tussen het vooruitkijken naar de komende reis door is het dus tijd voor mij om even terug te blikken op de laatste paar weken in Sydney.

Om eerlijk te zijn waren de laatste weken niet zo heel spectaculair. Met mijn reis naar Brisbane achter de rug was ik het eerstvolgende weekend allang blij dat ik gewoon weer even rustig een dag niks kon doen. Dat was dus vooral een paar dagen even opladen, weer eens een bezoekje brengen aan de metalplatenzaak Utopia (inmiddels een van mijn favoriete plekjes van Sydney), wat boodschappen doen en een beetje aanmodderen met projectjes vanuit Nederland. Hier en daar kon ik nog wat betekenen voor Patchman, en af en toe waren er wat programmeerklusjes voor de Batavierenrace die ik kon oppakken. Daarnaast heeft het typen van mijn vorige reisverslag ook nog wel wat tijd gekost, dat is ook in dat weekend gaan zitten.

In de tussentijd was oud-huisgenoot Nico gearriveerd in Sydney om aan zijn stage te beginnen, dus dat was een goede reden om eens bij te praten met een paar biertjes in de warme zomeravond. Nou heb ik tot nu toe nog niet bepaald heimwee gehad naar de Bovenmaat en ik heb me hier de afgelopen maanden prima vermaakt in m’n eentje, maar het is toch grappig dat je op dit soort momenten gelijk weer schakelt en toch makkelijk weer een paar uur volpraat met verhalen over de weerszijden van de aardbol.

Doordeweeks was het inmiddels overigens ook wel redelijk rustig. Bij mijn stageopdracht liep ik lekker voor op de planning, en toen die zo ongeveer af was had ik nog een paar weken te gaan. Die laatste werkweken zijn dus gevuld met een beetje meekijken bij andere lopende projecten van Prime Vision, maar met de zomervakantie die hier pal voor de deur stond nam het werk allemaal duidelijk wel een beetje gas terug en daardoor ging het allemaal nogal op het gemakje.

Inmiddels had ik toch aardig het gevoel dat ik Sydney inmiddels toch wel zo’n beetje gezien had, en de paar dingen die ik nog niet had afgevinkt op mijn lijstje uit de voorbereidingen waren me eigenlijk niet de moeite waard om er nog echt op uit te trekken. Old Government House in Parramatta voelde toch een beetje als “nog een oud gebouw”, Palm Beach was blijkbaar leuk om bij dauw (lees: half zes ‘s ochtends) wallabies te spotten maar inmiddels was het me duidelijk dat ik echt niet moeilijk zou hoeven doen om wildlife te spotten in dit land, de Sydney Observatory trok me niet zo want de sterrenhemel zou ik midden in de metropool toch niet zo goed zien als in de wildernis…met andere woorden, Sydney voelde een beetje afgevinkt. Met uitzondering van 1 ding: de kustwandeling langs de zuidelijke stranden.

Coast to coast, beach to beach

Het was het volgende weekend dus tijd om toch maar weer eens wat actiever te zijn, en met een flinke hoeveelheid eten en water in de rugzak nam ik de bus naar Bondi Junction. Het was deze dag weer lekker warm aan het worden, en toen ik in de bus stapte was het al ruim boven de 30 graden, dus om vervolgens een uur lang lekker vanuit een bus de stad te kunnen zien langsvliegen is helemaal niet verkeerd. Eenmaal aangekomen was het echter wel tijd om toch de hitte eens te trotseren.

Bondi Beach

Bondi Beach

Zelfs in Nederland kreeg ik al te horen van veel mensen dat Bondi Beach zwaar overgewaardeerd wordt en erg tegenvalt als je het ziet, en de locals raden je ook continu met klem aan om er eigenlijk gewoon niet naartoe te gaan (behalve dan misschien als je gewoon wilt zeggen dat je er geweest bent). Met die achtergrond was ik toch wel positief verrast toen ik het aantrof. De drukte viel me eigenlijk nog mee (vergeleken met Manly) en de golven waren indrukwekkend genoeg dat het me duidelijk was dat dit strand toch wel met reden een aardige reputatie heeft opgebouwd. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik als niet-strandfan hier opeens een dag zou willen doorbrengen, maar om nou te zeggen dat het helemaal niks aan is gaat me toch wel een beetje te ver.

Bondi Icebergs Pool

Bondi Icebergs Pool

De kustlijn richting Mackenzies Bay

De kustlijn richting Mackenzies Bay

De kustwandeling loopt richting het zuiden van strand naar strand. Op een dag als deze was het duidelijk prima strandweer en het was dus overal ook lekker druk, maar het viel me op dat er bovendien ook veel mensen waren die net zoals ik de wandeling aan het doen waren.

Even terugkijken op Bondi Beach, om nog maar eens aan te tonen hoe smal de strook zand is

Even terugkijken op Bondi Beach, om nog maar eens aan te tonen hoe smal de strook zand is

Mackenzies Bay en Tamarama

Mackenzies Bay en Tamarama

Mackenzies Bay

Mackenzies Bay

Om eerlijk te zijn is er niet zoveel te melden over de tussenstops. Het was leuk om te doen, leuk om te zien en door de vele drinkpauzes ook een redelijk dagvullend programma. Het ging in ieder geval niet vervelen.

Tamarama Beach

Tamarama Beach

Bronte Beach

Bronte Beach

Calga Cliff

Calga Cliff

Calga Reserve en Waverley Cemetery

Calga Reserve en Waverley Cemetery

Clovelly Beach

Clovelly Beach

Gordons Bay

Gordons Bay

Eindstop van de wandeling is Coogee Beach, waar deze dag ook nog eens een food festival aan de gang bleek te zijn. Tussen de vele eettentjes stond een live salsaband te spelen, die vlak na mijn aankomst begon aan Feliz Navidad. Dat soort muziek in de brandende zon bij het strand met allemaal etensgeuren om je heen; de eerste associatie was toch wel de klassieke beelden van Little Havana in Miami Vice. Het was in ieder geval lekker gezellig bij de bushalte terwijl ik wachtte op mijn rit terug naar huis.

Coogee Beach

Coogee Beach

Shine on, youngbloods

Nog een werkweek verder, en opeens was daar mijn laatste weekend in Sydney. Dat weekend zou ik echter niet zomaar voorbij laten vliegen, want ik had nog een concert op de planning staan. Ik had namelijk voor mijn reis twee Australische bands die ik nog eens live wou zien, en had het dus mijn doel gemaakt om die allebei op hun thuisgrond af te vinken. AC/DC was me al gelukt, nu was het tijd voor nummer 2: The Amity Affliction! Ik kon bovendien nog een Australisch poppodium afvinken, de Qantas Credit Union Arena. Dat stadion ligt overigens op loopafstand van mijn huis, wat ik een verademing vond nadat ik bij het ANZ Stadium een uur nodig had om de parkeergarage uit te komen dankzij de geweldige logistieke inzichten van de Australische wegarchitecten.

(Mijn Facebookvriendjes zullen de volgende alinea’s wel herkennen trouwens.)

Het was desondanks wel een beetje een vreemde avond in de QCU. Het begon bij het feit dat de ticketscanman aan de deur vergeet polsbandjes uit te delen waardoor ik (samen met een hele groep anderen) geweigerd word bij de zaaldeuren, maar dat polsbandje opnieuw ophalen gaat lastig want die man is wel zo slim de tickets in te nemen – bewijs dan nog maar eens dat je het juiste type ticket had. En het was zogenaamd onze schuld dat we niet om een polsbandje hadden gevraagd. Zoals Opstelten tegen Teeven gezegd zal hebben: goed geregeld.

Na een kwartier gesteggel eindelijk binnen, net op tijd voor voorprogramma #2: Motionless in White (eerste bandje Hands Like Houses gemist door de security en merchwachtrij). Leuke muziek, maar ze mogen wel eens een vaste dresscode kiezen. De een had zo in Ghost kunnen zitten, de ander in Slipknot, de volgende in Mötley Crüe…en om het af te maken was de zanger sprekend Richmond, de goth uit The IT Crowd. Een waardeloze en compleet onnodige cover van One Step Closer daargelaten was dit best aardig.

A Day To Remember, de mashup van poppunk en metalcore uit Florida, was de co-headliner van deze tour. Ik zag ze nu voor de derde keer, en helaas zette het optreden de heuvelafwaartse trend gewoon verder voort. Ik ben nog steeds groot fan van deze band, maar live hoeft het echt niet meer van mij; als de zanger geen noot zuiver kan zingen is de lol er snel af. Wel leuk dat hun akoestische uitvoering voor de verandering gewoon van een nummer was dat origineel al akoestisch was: If It Means A Lot To You is een persoonlijke favoriet, maar ook die heeft het vocale gezwabber compleet om zeep geholpen. (Dat gezegd hebbende, hun afsluiter – tevens de enige pre-Homeless-aanwezigheid op hun moderne setlist – blijft wel een heel sterk live-nummertje.)

Om de wazigheid van de avond helemaal compleet te maken veranderde de soundtrack van de laatste changeover opeens drastisch. Eerst was het nog Rage Against the Machine, System of a Down en Limp Bizkit, maar nu opeens Justin Bieber, Taylor Swift en Carly Rae Jepsen. Met uitzondering van de eerste kan ik het eerlijk gezegd nog wel waarderen en is het op zich nog best aardige achtergrondmuziek voor een pauze, maar als je dit in Nederland probeert tijdens een metalconcert vliegen er wat bekers bier richting de geluidstafel volgens mij. Gewaagd, zullen we maar zeggen. Rare jongens, die Australiërs.

Anyway. Op een gegeven moment staat de band op het podium waarvoor ik kwam. De band die ik ooit in hun begindagen heb ontdekt via een metalcore-cover van Love Is A Battlefield, en de band waarvan ik het eerste (niet internationaal uitgebrachte) album goed genoeg vind dat ik het ooit voor 60 euro uit Australië heb laten invliegen. Oordeel: fantastisch van begin tot eind, maakte alles goed, en ik had geen stem meer. Cheers!

Amity!

In tegenstelling tot de gemiddelde bezoeker was ik ongeveer 5 seconden gefocust op het nemen van een foto en de rest van de tijd gewoon bezig met het concert – dus ja, deze is een beetje wazig.

Op het moment van schrijven is net aangekondigd dat ze (zoals de geruchtenmachine al deed hopen) ook geboekt zijn op Graspop, dus dat wordt van de zomer een mooie herhaling. De Europese zomer dan, natuurlijk.

Take a look around

De volgende dag bestond behalve het standaard aanmodderen vooral uit een bezoekje aan Kingsford, waar Nico inmiddels een huisje had gevonden. Die regio van de stad was ik nog niet geweest dus het was een prima smoes om zo op het laatste moment toch nog eens wat nieuws te zien. Zowel het buurtje als de avond waren lekker gezellig, en met een ontzettend goede (en idioot goedkope) Thaise maaltijd plus een paar biertjes vlogen de laatste uren van dit weekend toch wel snel voorbij.

Aangezien er geen directe bussen tussen Kingsford en Pyrmont gaan moest ik een beetje met een omweg terug, en dat betekende in dit geval een bus naar Martin Place om vanaf daar de wandeling te maken naar huis. Dat bracht toch een beetje een onverwacht einde aan de avond moet ik zeggen. Het was vooral een beetje een vreemde combinatie van dingen: er was aardig wat zichtbare politie op de been (inclusief wagens met zwaailichten maar zonder sirenes), er werden wat gebouwprojecties voorbereid, allemaal dranghekken stonden klaar en er lag een verzameling bloemen tegen een gebouw aan. De exacte context werd me bij thuiskomst pas duidelijk toen ik het nieuws erbij pakte: het was de vooravond van de herdenking van de gijzeling met dodelijke afloop, die maandag precies een jaar geleden.

Counting the days

Tijdens de laatste week was het nog even raak met het weer: Sydney had een heuse tornado, en dat ging er aardig heftig aan toe. Deze dag had ik mijn auto naar de garage gebracht voor een laatste onderhoudsbeurt voor mijn grote reis (en inmiddels had ik er ook alweer 4000 kilometer opzitten sinds het vorige onderhoud) dus ik zat deze dag thuis, met als gevolg dat ik de storm van een stuk dichterbij meemaakte dan ik vanaf kantoor zou hebben gedaan. In Pyrmont was de schade echter beperkt; het heeft zwaar geregend en stevig gewaaid (de regen ging mooi horizontaal op een gegeven moment) en er is zelfs een aardige bult hagel langsgekomen, maar los van een paar rondvliegende paraplu’s was de impact klein. Desalniettemin was het best indrukwekkend om te horen, want ook op een afstandje gaf het een aardig lawaai.

De volgende dag was er een afsluitende borrel op kantoor. Het was donderdag en de week was nog niet voorbij, behalve voor 1 collega voor wie het de laatste dag was. Alles bleek vooral een goede smoes om op woensdagmiddag om 2 uur al de deuren te kunnen sluiten en in het zonnetje aan het bier te gaan. Tijdens de werkdagen merk je er normaal niet zoveel van, maar de Australiërs houden van hun bier en drinken dat toch meestal buitenshuis, dus voor de meeste mensen aan de tafel was het gewoon hun standaard avondbezoek aan de kroeg, maar dan vervroegd.

De laatste dag was dan ook echt rustig. Ik had natuurlijk sowieso al niet veel meer te doen, maar in het algemeen was de vakantiesfeer duidelijk aangebroken en ook op vrijdag werd de deur dus op tijd dichtgetrokken. Na een paar handen schudden (en met 40 graden “merry christmas” roepen) was het tijd om het kantoor uit te zwaaien en de laatste keer de M4 op te gaan van Arndell Park terug naar de City. Het werd toen wel duidelijk dat het een goed idee was geweest om niet op vrijdag te willen vertrekken, want zelfs om 4 uur stonden de wegen al helemaal dicht beide kanten op: de zomervakantie is begonnen. Ook op zaterdag kan ik blijkbaar maar het best de ochtend mijden als ik de stad uit wil. Prima, ik heb geen haast.

The night before Christmas break

En nu zit ik hier op mijn laatste avond in Sydney, met een biertje op het balkon mijn verslag bij te werken. De tassen zijn nagenoeg ingepakt, de laatste wassen draaien en de kamer is praktisch klaar om opgeleverd te worden. Over iets meer dan 12 uur ben ik definitief weg uit deze stad. En dat voelt een beetje gek.

Grappig genoeg heb ik niet het gevoel dat ik het echt jammer vind om deze stad achter te laten. Ik heb hier dan wel 3 maanden gewoond en het voelt dus wel een beetje als thuis wat ik achterlaat, maar zoals gezegd heb ik de stad toch wel een beetje gezien, en ik heb nou niet echt een hechte vriendenkring die ik nu achterlaat of zo. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar ik vandaag toch het meeste aan heb gedacht. Ik denk dat het allemaal een beetje voelde als verhuizen, en dat een deel van mijn brein dacht “tijd om terug te gaan” voordat de realisatie kwam dat ik nog lang niet terugvlieg naar het koude Europa. Het is niet bepaald heimwee, maar opvallend is het natuurlijk wel.

Maar ach, ik vermaak me hier prima en heb ontzettend veel zin in de komende weken. Zoals gezegd heb ik Sydney toch wel een beetje gezien inmiddels, en ik wil wel weer eens een nieuw stukje van het land zien. Ik heb nog een dikke 7 weken op het zuidelijk halfrond voor de boeg, en die ga ik optimaal gebruiken!

Still to come…

Nou, ik zal jullie niet bombarderen met m’n complete reisschema, maar de eerste stops zijn in ieder geval overzichtlijk. De komende dagen zak ik de kust af Victoria in, en neem ik de boot naar Tasmanië. Dat eiland zal ik ongeveer een week op doorbrengen rond de kerstdagen. Op 31 december kom ik terug met de boot in Melbourne, en daar zal ik dus ook nieuwjaar vieren. Het vervolg hoor je dus in 2016 wel!

Ik heb de vraag de laatste tijd trouwens meerdere keren gekregen, dus laat ik ‘m hier eens centraal beantwoorden: ik ga alleen op pad. Het is me naar Brisbane uitstekend afgegaan en ik heb gemerkt dat ik het heel prettig vind om lekker zelf te kunnen bepalen wat ik doe en met niemand rekening te hoeven houden. Mocht ik nog mensen tegenkomen, dan kan er natuurlijk nog van alles gebeuren, maar actief op zoek naar reismaatjes ben ik niet.

Hoe het de komende tijd met updates zal gaan weet ik overigens niet zo goed. Ik maak af en toe wat tussenstops in grote steden en heb daar genoeg wifi tot m’n beschikking, maar hoe het qua tijd gaat zijn (om te typen) moet ik nog maar afwachten. Ik zal in ieder geval m’n best doen om hier en daar een teken van leven te geven – hoe gedetailleerd dat gaat zijn merk je vanzelf wel.

Country roads take me home

(Dit is deel 2 van mijn weekretour naar Brisbane – deel 1 kun je hier vinden.)

Brisbane is een leuke stad, en heeft een heerlijke sfeer om in rond te lopen. Het is absoluut een miljoenenstad en heeft duidelijk hetzelfde kaliber als Sydney, maar er zijn een paar belangrijke verschillen. De absolute nummer 1 is dat alles er een stuk verzorgder uitziet: de wegen zijn gewoon netjes zonder gaten, het is er schoon en alles oogt gewoon alsof er net iets meer tijd is gestoken in de aankleding. Een belangrijk ander verschil is simpelweg de uitstraling van de stad: het is hip, maar dan gewoon zoals het hoort. Niet overdrijven met een overdaad aan café’s, koffiezaakjes, boulangeries en meer van dat soort troep, maar gewoon een grote drukke stad waar mensen overdag werken en ‘s avonds houden van een beetje feesten.

King George Square

King George Square

Voor mij was het vanaf het begin al het plan om Brisbane vooral als peilpunt te gebruiken, en niet als plek om te overnachten. De prijzen voor een overnachting in de grote stad zijn toch een stuk hoger, en aangezien het toch al de stad is waar ik mijn grote reis eindig ga ik nog genoeg tijd hebben om deze later te verkennen. Zolang het nog licht was wou ik dan ook van de gelegenheid gebruikmaken om nog even een ander plekje op te zoeken voor de overnachting, buiten de stadse drukte. Een ding was in ieder geval heel snel duidelijk: ik ben erg blij dat ik in Brisbane eindig – dit is een stad waar ik vrolijk van word.

Fire on the mountain

Het was even wat gedoe om de stad uit te komen, want ik vertrok tegen het einde van de middag en het was natuurlijk spitsuur. In Sydney ga ik altijd netjes tegen de grote stroom in, maar in dit geval zat ik precies tussen de grote groep die na afloop van de werkdag van het centrum naar de buitenwijken vertrok. Na ongeveer een half uurtje filerijden werd het eindelijk rustiger en kon ik rustig mijn weg vervolgen. Dit keer niet de Pacific Highway, maar landinwaarts over de Cunningham Highway via Ipswich.

Tot over een paar maandjes

Tot over een paar maandjes

Terug op de vertrouwde krappe weggetjes

Terug op de vertrouwde krappe weggetjes

Ik had er niet helemaal op gerekend, maar deze route gaat deels door een vrij stevig gedeelte van de Great Dividing Range. Tegelijkertijd was er een brand zichtbaar in de vallei aan de oostkant van de bergen – het zag er niet heel groot uit, maar er werden die week nogal wat fire bans opgelegd voor grote delen van het land, dus het gaf niet echt een prettig gevoel. Stoppen voor de bergen was dus niet echt handig en in de bergen was al helemaal niet fijn, dus het was een kwestie van even doortrappen om de andere kant van de bergen te halen voordat het te donker zou worden. Dit was wel even opletten, want tegen de tijd dat ik de bergen in ging begon het al te schemeren (dat gebrek aan zomertijd zorgt ervoor dat het rond 7 uur ‘s avonds al donker is) en ik deelde de weg met stapels trucks die er duidelijk met iets meer vaart doorheen durfden dan ik. Kwestie van even de muziek uitzetten, even de WC opzoeken en er goed voor gaan zitten.

(Ik heb achteraf trouwens niks in het nieuws gevonden over dit brandje, dus het zal allemaal wel meegevallen hebben. Er was ook geen brandweer te bekennen en de matrixborden zeiden niks over brand. Voor de bezorgde mensen onder de lezers: ik ben op geen moment echt in een gevaarlijke situatie gekomen.)

Het zal alles bij elkaar denk ik een klein half uur gekost hebben om de oversteek te maken (het gebergte is hier relatief smal) en eenmaal aan de andere kant was het opeens ook een stuk lichter. Ik reed natuurlijk naar het westen, en nu er geen bergen meer voor de horizon stonden was de laagstaande zon opeens weer in beeld. De vallei aan de andere kant was echt duidelijk platteland, met alleen maar boerenbedrijven die af en toe net iets dichter bij elkaar stonden en dan met z’n vijven een dorp vormden. Een ander teken dat het platteland was: het was ongeveer 6 uur en er was niemand te zien op straat.

Maryville

Maryville

Na een beetje zoeken naar een fatsoenlijke slaapplek kwam ik een mooie rest stop tegen vlak buiten de club koeien die Gladfield heette. Niet bepaald een plek waar je je tentje opzet, maar genoeg ruimte om even een stoel en tafel buiten de auto neer te zetten en rustig avondeten klaar te maken, gevolgd door een kop thee. Ondertussen kon ik mooi genieten van de zonsondergang tussen de bergtoppen, terwijl de ene truck na de andere langssuizde. Ook toen ik ‘s nachts een keer wakker werd bleek dat er nog vrolijk elke minuut een truck langskwam.

De Great Dividing Range vanaf Gladfield

De Great Dividing Range vanaf Gladfield

When you have to drive, drive.

De volgende ochtend was verbazingwekkend druk. Er was ‘s nachts blijkbaar een truck bijgekomen voor de overnachting, en die chauffeur kon ik ‘s ochtends blij maken met een kop koffie. Het was een vrij stereotype chauffeur (forse kerel in hemd en korte broek met een zwaar accent) maar best leuk om even een praatje mee te maken. Bovendien was hij erg dankbaar voor de koffie, want alhoewel ze in dit land graag doen alsof ze geobsedeerd zijn met goede koffie weten de meeste mensen buiten café’s alleen maar oplostroep te zetten. Even later, toen de trucker alweer was vertrokken en ik bijna zelf op pad wou, moest ik nog even iemand helpen die na een snelle tussenstop met een lege accu kwam te zitten. Met startkabels was dat natuurlijk zo geregeld, maar ook deze man was weer een echte Australiër die gelijk vroeg waar ik naar op weg was en of ik dit en dat al had gezien. Helaas geen nieuwe tips uitgehaald, maar het was toch wel een gezellige start van de dag.

Goooooood moooooorning Queensland!

Goooooood moooooorning Queensland!

Vanaf Gladfield moest ik nog een klein stuk naar het westen richting Warwick, waar ik de New England Highway kon pakken die strak naar het zuiden gaat door het gelijknamige gebied in New South Wales. Ik zat voorlopig echter nog in Queensland, in de regio Darling Downs.

Warwick

Warwick

De overgang van Darling Downs naar New England is subtiel, maar wel merkbaar. Het blijft toch wel platteland, maar het wordt geleidelijk steeds meer zoals het Amerikaanse Midwest, en het voelt op een gegeven moment wel alsof je door een set van een oude western aan het rijden bent. Iets ten westen van de New England Highway ligt de route die bekendstaat als Australia’s Country Way, en je kan je voorstellen dat het dat stukje verder naar het binnenland inderdaad nog meer dat sfeertje geeft, maar ik vond mijn route al best interessant.

Een typisch stukje Darling Downs

Een typisch stukje Darling Downs

Weinig café's, maar dat betekent niet dat er niks te zuipen valt

Weinig café’s, maar dat betekent niet dat er niks te zuipen valt

Vlak voor Tenterfield ligt een soort fusie van twee dorpen, precies op de staatsgrens. De noordzijde heet Wallangarra (QLD), de zuidzijde heet Jennings (NSW). Op zich niet heel spectaculair, ware het niet dat ik hier een eerste politiecontrole meegemaakt. Het was een routinecontrole en waarschijnlijk is de staatsgrens een heel logische plek om die uit te voeren, maar het was toch wel opvallend dat ze rond 10:30 ‘s ochtends al aan blaastesten deden. En om het even helemaal interessant te maken: ik heb ‘m niet eens hoeven doen. Na zijn voorstelrondje waarin hij uitlegde dat het om een RBT ging (de zogenaamde Random Breath Test waar ze hier flinke campagnes mee voeren) vroeg hij om mijn rijbewijs, werd ik gevraagd of ik ooit eerder een blaastest had gedaan (nee), wanneer ik voor het laatst drugs had gebruikt (nooit) en of de auto van mij was (ja)…en toen mocht ik doorrijden. Voor de zekerheid heb ik nog even gevraagd of ik niet eerst nog moest blazen, maar nee hoor (“you’re all good mate”). Ik snap het nog steeds niet helemaal, maar prima. (Wel de eerste keer dat ik ‘m internationale rijbewijs heb moeten laten zien, dus die is toch nog ergens goed voor.)

Is this the way to Armidale-o?

De omgeving is grotendeels gevuld met veeboerderijen en wijngaarden, maar er zijn ook dorpen die ooit ontstaan zijn uit de Australische goudkoorts en zich vooral op de mijnbouw hebben gericht. Het is tegenwoordig wel duidelijk wat geconcentreerd rond een paar grote centra langs de route, met name op de plekken waar de noord-zuid-weg kruist met een oost-west-weg.

Alone I drive the winding way...

Alone I drive the winding way…

Bluff Rock

Bluff Rock

Tenterfield

Tenterfield

Overnachten in stijl, voor wie ook aan een B&B al een vermogen kwijt wil zijn.

Overnachten in stijl, voor wie ook aan een B&B al een vermogen kwijt wil zijn.

Een van de meest interessante tussenstops was wel Glen Innes. De naam is natuurlijk al een beetje een hint over de oorsprong, maar toch stond ik een beetje raar te kijken dat elke straat zowel in het Engels als het Gaelic werden aangegeven: ze zijn hier duidelijk wel erg trots op hun Schotse beginselen. (Grappig genoeg hangen er op het stadhuis behalve de Australische en Schotse vlag ook gewoon vlaggen van Engeland, Wales en Ierland.)

Ik denk dat je hier toch naar meer moet vragen dan "de Mac" als je een cheeseburger wil.

Ik denk dat je hier toch naar meer moet vragen dan “de Mac” als je een cheeseburger wilt.

Ik moest een beetje een keuze maken tussen foto’s, dus in plaats van elk dorp te laten zien heb ik vooral even wat foto’s gepakt van Glen Innes. Om eerlijk te zijn lijken ze allemaal wel op elkaar, maar dat maakt het niet minder leuk om doorheen te lopen. Wat trouwens wel merkbaar is is dat je als toerist iets meer opvalt in dit soort kleine plaatsjes. Er zijn wel wat toeristische bestemmingen (met name National Parks in de regio, de wijngaarden en wat musea over goudzoeken) maar dat trekt een stuk minder massaal publiek dan de bestemmingen aan de kust. Treinen zijn er sowieso al niet, en tourbussen heb ik ook niet gezien, dus het is ook wat minder bereikbaar voor de gemiddelde backpacker zonder auto.

Downtown Glen Innes

Downtown Glen Innes

Met dat lettertype zou je verwachten dat dit ergens in Disneyland staat

Met dat lettertype zou je verwachten dat dit ergens in Disneyland staat

Chasin’ waterfalls

Na Glen Innes ben ik nog via Guyra naar Armidale gegaan. Hier eindigde mijn rit op de New England Highway, dus na ook hier even een beetje de benen te hebben gestrekt ging ik door op de Waterfall Way, die vanaf Armidale oostwaarts loopt, terug naar de kust. Na niet al te lange tijd brengt deze weg je naar de eerste plek die de naam eer aandoet: Wollomombi Falls.

Big city Armidale

Big city Armidale

Het maakt deel uit van het flinke Oxley Wild Rivers National Park, en het kost ook wel even wat tijd voordat je binnen bent. Via een krappe weg langs een paar boerderijen (en met af en toe wat veeroosters ertussen als een soort verkapte verkeersdrempels) kom je bij een parkeerplaats waar de wandelingen door het park beginnen. Even de rugtas inpakken, wandelschoenen aan en erop uit.

Old MacDonald had a farm...

Old MacDonald had a farm…

Een echte wandeling kun je het bijna niet noemen (het kost ongeveer een half uurtje om bij het eindpunt te komen) maar het is wel een welkome afwisseling na zo’n dag door het platteland.

Een stukje Dingo Fence

Een dingo fence. Je mag er gewoon doorheen, zolang je de deur maar achter je dichtdoet zodat de dingo’s geen schapen komen opeten.

Iets zegt me dat de rivier vroeger wat krachtiger was

Iets zegt me dat de rivier vroeger wat krachtiger was

Kabbeldekabbel

Kabbeldekabbel

De watervallen zelf zijn niet heel breed maar hoog zat, en er komt een aardig kabaal van af. De rest van de vallei waar je op uit komt is overigens ook niet verkeerd om te zien.

Deze hoogte was eigenlijk gewoon niet in 1 foto te passen

Deze hoogte was eigenlijk gewoon niet in 1 foto te passen

Ook dichterbij de bron doet het water het rustig aan

Ook dichterbij de bron doet het water het rustig aan

Crossing the river Styx

Eenmaal terug bij de auto besloot ik dat ik maar eens een slaapplek zou zoeken. Ik had aardig wat kilometers gemaakt (behalve de dorpen is er niet zoveel spannends op de New England Highway om voor te stoppen, dus dat rijdt lekker door) en het autorijden was ik wel een beetje klaar mee. Bovendien zijn er genoeg parken langs de Waterfall Way, dus dat betekent meestal dat kamperen niet zo moeilijk is.

Blijkbaar mag je hier 80. Nee dankje.

Blijkbaar mag je hier 80. Nee dankje.

Dat bleek wel een understatement te zijn. Mijn campinggids had in de buurt een favoriet van de schrijver staan bij New England National Park, die bovendien gratis was. Vanaf Wollomombi Falls was het nog een klein half uurtje, waarvan de laatste 10 kilometer over een onverharde weg (gelukkig wel in betere staat dan bij Hat Head), die onderweg nog even een verrassing had in de vorm van een staatsforellenkwekerij. Deze weg loopt door het park richting startpunten van diverse wandelroutes, maar vlak voordat je officieel het park ingaat is er eerst een klein grasveld langs een rivier waar je gratis mag staan: Little Styx River Campground. Als ik niet zo allergisch zou zijn voor dit soort beschrijvingen zou ik het bijna een romatisch plekje noemen.

Little Styx River. De kampeerplaats ligt rechts, precies buiten de foto.

Little Styx River. De kampeerplaats ligt rechts, precies buiten de foto.

Ik had op dit moment nog niet zo’n goed beeld bij het National Park, maar toen alles eenmaal opgezet was raakte ik aan de praat met de buren die vertelden dat er genoeg te wandelen valt. Alle andere mensen op de camping bleken dan ook mensen te zijn die een paar dagen achter elkaar verschillende wandelingen deden, en op deze manier lekker dichtbij hun standplaats hadden. Na een paar tips gekregen te hebben was het gewoon een rustige avond, met een mooie zonsondergang om van te genieten tijdens het avondeten.

Always be on the lookout for the presence of wonder

Vanaf de camping ging ik de volgende dag het park in, op naar een paar mooie plekjes. De hoofdattractie is Point Lookout, en zoals de naam Point Lookout Road al aangeeft is die het verste weg om te bereiken; onderweg kom je langs allemaal afslagen met bordjes die aangeven wat voor wandelingen je hier en daar kan vinden. Om te beginnen besloot ik maar gewoon eens te kijken bij Point Lookout, en dat was een prima startpunt. In feite zijn dit gewoon een paar uitkijkpunten op zo’n 5 minuten van de parkeerplaats, met gelijk een mooi resultaat.

Ooooooh

Ooooooh

Aaaaaah

Aaaaaah

Op de weg terug naar de parkeerplaats nam ik een afslag een andere wandelroute op, omdat ik toch wel even wat langer wou rondlopen dan die paar minuten. Deze route loopt naar Eagle’s Nest, een ander uitkijkpunt dat een stuk lager gelegen is op de rotswand. Zowel dat uitkijkpunt als de route ernaartoe zijn de 2 uur wandelen wel waard.

Welcome to the jungle

Welcome to the jungle

Het is niet allemaal gemaakt voor lange mensen

Het is niet allemaal gemaakt voor lange mensen

Mijn gok is dat je in deze foto alleen al zo'n 50 plantensoorten ziet

Mijn gok is dat je in deze foto alleen al zo’n 50 plantensoorten ziet

Wij zijn lekker hoger!

Wij zijn lekker hoger!

Eenmaal terug bij de auto zat ik nog even te puzzelen hoeveel tijd ik in dit park zou blijven. Ik besloot geen volledige wandeling meer te doen, maar ik wou nog wel heel graag even naar Weeping Rock, een plekje waar het echt duidelijk wordt dat het New England National Park officieel een regenwoud is. Vanaf een andere parkeerplaats is het ongeveer 20 minuten om daar te komen.

Het ziet er niet gehouwen uit; het zijn twee losse stenen die tegen elkaar lijken te balanceren. Het zou niet mijn eerste gedachte zijn om daartussen te lopen.

Het ziet er niet gehouwen uit; het zijn twee losse stenen die tegen elkaar lijken te balanceren. Het zou niet mijn eerste gedachte zijn om daartussen te lopen.

Het valt wel op dat het echt een andere uitstraling heeft, terwijl het maar een paar kilometer verderop is in hetzelfde gebied: ontzettend groen, veel water en weinig zonlicht. Je moet af en toe ook goed opletten waar je loopt, want met name door het water worden stenen toch best glad en is de grond op veel plekken een beetje modderachtig.

Regen? Check. Woud? Jazeker.

Regen? Check. Woud? Jazeker.

Weeping Rock zelf is een rotswand waar een klein beekje aan de bovenkant uitkomt. Doordat het niet zoveel water is wordt het in plaats van een waterval vooral een watergordijn dat langs de rotswand naar beneden loopt.

Weeping Rock

Weeping Rock

Toen ik weer in de auto zat heb ik toch nog eens de Lonely Planet bekeken, maar nee, dit staat er niet in. Het is misschien een beetje opvallend dat dit soort hoogtepuntjes de lijst niet halen, maar tegelijkertijd is het eigenlijk gewoon bewijs dat er in dit land veel te veel te zien is (en ze moeten toch een selectie maken). Ik was in ieder geval erg blij dat ik hier (toch wel een beetje per ongeluk) terecht was gekomen.

It’s water all the way down

Eenmaal terug op de Waterfall Way ben ik verder naar het oosten gegaan. Die route brengt je al snel naar de Ebor Falls, een paar indrukwekkende watervallen die bijna vanuit de auto te zien zijn.

Lower Ebor Falls

Lower Ebor Falls

Er zijn hier verschillende plekken om ze te bekijken, dus ik ben even heen en weer gelopen; het minder drukbezochte punt is wel iets verder weg, maar je ziet het grotere plaatje er wel beter. Het tweede punt zit halverwege de watervallen en laat vooral het bovenste stukje goed zien.

Upper Ebor Falls

Upper Ebor Falls

Vanaf hier was het weer een paar uur rustig doorrijden, met weinig noemenswaardige dorpen langs de route maar nog steeds genoeg bijzondere natuur en boerderijen. Het veranderde inmiddels geleidelijk weer een beetje, want de kust kwam natuurlijk steeds dichterbij.

We gaan naar links, we gaan naar rechts...

We gaan naar links, we gaan naar rechts…

Lang niet overal hebben ze de tijd genomen om de hekken sluitend te maken, dus je moet soms even opletten of die koeien die je ziet niet gewoon op de weg staan in plaats van ernaast.

Lang niet overal hebben ze de tijd genomen om de hekken sluitend te maken, dus je moet soms even opletten of die koeien die je ziet niet gewoon op de weg staan in plaats van ernaast.

DorriGully

Even voorbij Dorrigo ligt het Dorrigo National Park, een regenwoud dat relatief wat meer bekendheid geniet. Het ligt redelijk verscholen achter een paar heuvels vanaf de weg, en als je ernaartoe rijdt zie je niks aan het landschap dat weggeeft dat er een groot regenwoud even verderop ligt. Zodra je er eenmaal bent en door het bezoekerscentrum loopt zit je echter wel opeens midden in de natuur. Het valt dan ook op dat het bezoekerscentrum bovenop een berg staat, en achter het centrum loopt dit vrij steil af – je staat dus aan de rand van het park, maar kijkt er wel gelijk over uit.

Dorrigo

Dorrigo

De grote toeristentrekker is hier de Skywalk, een loopbrug die vanaf het bezoekerscentrum rechtdoor loopt (en vanwege de aflopende helling op een gegeven moment dus ver boven het park uitstijgt). Indrukwekkend is het zeker, maar om eerlijk te zijn zie je niet zoveel van het park zelf (je kijkt vooral over boomtoppen uit) dus met alleen deze loopbrug heb je het echte regenwoud absoluut nog niet gezien.

De Skywalk

De Skywalk

Een kleine indruk van het uitzicht

Een kleine indruk van het uitzicht

Vervolgens ben ik dus een wandelroute ingeslagen, die juist vrij snel afdaalt en je tussen de bomen laat lopen. Wat je daar aantreft is een prachtig stuk natuur, waarvan je je afvraagt hoe dit nog bestaat terwijl de omgeving meer weg heeft van een woestijn dan van vruchtbare grond.

Geen halve maatregelen, gewoon gelijk het diepe in

Geen halve maatregelen, gewoon gelijk het diepe in

Het doet een beetje denken aan Weeping Rock, maar er zijn hier veel meer soort planten en bomen, en bovendien hoor je veel meer vogels. Ik heb er in totaal 1,5 uur rondgelopen, maar zelfs in die korte tijd zie je te veel om op te noemen.

Geen geuren, geen geluiden; de foto is maar 10% van het verhaal.

Geen geuren, geen geluiden; de foto is maar 10% van het verhaal.

De waarschuwingen die op een paar van de bordjes staan doen wel denken aan wat je als kind verwacht van een tropisch regenwoud, maar dan wel weer op z’n Australisch: bloedzuigers zijn helemaal niet zo gevaarlijk als je denkt en kan je prima zelf verwijderen, maar er staan wel planten die enkel bij aanraking al kunnen zorgen voor nare ontstoken wonden. (De planten heb ik gezien, de bloedzuigers niet.)

De natuur in een lollige bui

De natuur in een lollige bui

Halverwege de wandelroute zit een serie loopbruggen die over de helling heel gaat. Een beetje het idee van een Skywalk maar dan onder de bladeren, en bovendien op een plek waar je aardig wat vogels kan zien.

Walking With Birds Boardwalk

Walking With Birds Boardwalk

Zelf ben ik geen vogelkenner, maar toevallig ken ik een van de meest bijzondere vogels wel: de liervogel. Het beestje staat vooral bekend om z’n extreme imitatiekunsten van geluiden (een paar voorbeelden kun je hier vinden: ; kijk vooral de laatste minuut even) en door z’n imitaties van andere vogels kun je ‘m puur op gehoor niet echt opmerken, totdat je opeens een camera hoort klikken en een mobiele telefoon hoort afgaan. Ik kon ‘m nog niet echt vinden, maar even later ging ik ergens de hoek om en zat er een op de railing van de loopbrug. Ik kon ‘m tot 5 meter benaderen, toen vond ‘ie het toch wel echt genoeg en vloog hij verder. Zoals gezegd ben ik geen vogelkenner, maar dit is voor mij toch wel een klein hoogtepuntje.

The Head Hatter

Tegen het einde van de middag stond ik weer op de parkeerplaats, en vond ik het tijd om eens op de kaart te kijken in welk gebied ik naar een slaapplaats moest zoeken. Dat was even puzzelen; ik had gehoopt dat Dorrigo wat kampeerplekken had, maar dit is een van de weinige parken waar dat niet kan, dus ik moest even verder zoeken. Uiteindelijk heb ik besloten om terug te gaan naar het Hat Head National Park, maar ditmaal een heel andere kant van het park dat ik nog niet had gezien.

Ik was er echter nog niet, want ik had nog een klein stukje op de Waterfall Way te gaan voordat ik weer op de Pacific Highway zat. Dit laatste stukje, van Dorrigo naar Bellingen, bleek een van de mooiste en leukste stukjes weg te zijn die ik tot nu toe heb gezien. Het loopt hier weer door de Great Dividing Range, langs een bergpas met langs de hele route uitzicht over de geweldige vallei die aan de voet van deze berg ligt. De weg zelf is lekker bochtig en heuvelachtig, maar goed aangelegd en voelde totaal niet onveilig aan. Heerlijk om te rijden en genieten van de natuur: toch wel een hele mooie combinatie. Wel weer hetzelfde verhaal als eerder bij dit soort wegen: foto’s heb ik niet.

Eenmaal aan de andere kant van de bergen heb ik nog even een kijkje genomen in Bellingen. Het lijkt bijzonder veel op de dorpjes langs de New England Highway, en duidelijk de laatste plek die nog een beetje dit ouderwetse sfeertje heeft voordat je definitief weer in het kustgebied komt.

Bellingen

Bellingen

Vanaf Bellingen kon ik via Urunga weer de grote weg op, en een tijdje later was ik weer bij Hat Head. In plaats van de zuidkant koos ik ditmaal echter de noordkant, bij Smoky Cape. Een grote standplaats tussen de bomen, met zicht op de bergtoppen en omringd door natuur: ik was weer tevreden.

Het ontvangstcomité langs de weg naar de camping

Het ontvangstcomité langs de weg naar de camping

Where there’s smoke…

De volgende ochtend heb ik nog even rondgekeken in de omgeving. Er is niet spectaculair veel, maar als je de hele nacht hebt geslapen met zeegeluiden op de achtergrond is het toch wel interessant om even te kijken hoe dat strand in de buurt eruitziet. Het bleek dichterbij dan ik dacht: na zo’n 5 minuten lopen vanaf m’n standplaats stond ik in het witte zand.

South Smoky Beach, met Smoky Cape Lighthouse in beeld

South Smoky Beach, met Smoky Cape Lighthouse in beeld

Vanaf het strand is de vuurtoren al te zien. Ik had er al een paar gehad, maar het leek me toch wel de moeite waard om nog een uitkijkpunt aan te doen. Ik werd niet teleurgesteld.

North Smoky Beach

North Smoky Beach

South Smoky Beach

South Smoky Beach

Ik had inmiddels het plan opgevat om deze dag maar gewoon in een keer terug te rijden naar Sydney. Ik zou feitelijk dezelfde route aandoen als op de heenweg en ik had niet zoveel interesse in dubbele bezoekjes, en daarnaast had ik ook niet echt het gevoel dat ik dingen had gemist op de heenweg. Deze vuurtoren was dus een mooie laatste attractie van de reis.

Heat of the road

De terugweg was weinig spectaculair: zo’n 450 kilometer langs de Pacific Highway, waarbij ik door een reeks aan inmiddels bekende dorpjes kwam. Ik maakte een tussenstop bij Taree, en daar viel het me op de parkeerplaats op dat het toch wel erg warm was. Mijn autothermometer maakte er op dat moment 43 graden van. Ik ging ervan uit dat dit een beetje vertekend was door de gloei van heet asfalt, maar bij thuiskomst kwam ik erachter dat dit niet het geval was: het was gewoon echt heel warm deze dag. Voor mij op zich niet zo’n probleem met de airco aan, maar op de laatste stukjes M1 tussen Gosford en Sydney was de combinatie van hitte, airco en bergachtige wegen toch wel wat zwaar voor mijn auto. Oververhit raakte hij niet deze keer maar de temperatuur liep wel duidelijk op, dus ik besloot het laatste stukje maar gewoon zonder airco te doen en dat ging duidelijk beter.

Welkom thuis? Heb je de file gemist? Nee? Jammer dan!

Welkom thuis! Heb je de file gemist? Nee? Jammer dan!

Toen ik het noorden van Sydney inreed realiseerde ik me dat het echt voelde als thuiskomen. De skyline is inmiddels erg vertrouwd en de wijken waar ik doorheen reed waren een feest van herkenning. Het toppunt was echter toen ik richting de Harbour reed, waar mijn navigatiesysteem uitviel (ik had ook die maar even afgekoppeld om de auto te ontlasten, en nu was de batterij toch echt leeg). Op dat moment besloot ik op goed geluk eens puur op de borden te rijden – het voelt dan wel als ‘mijn’ stad, maar een echte Sydneysider kan natuurlijk gewoon zonder Garmin de binnenstad navigeren. Het klinkt misschien niet zo ingewikkeld trouwens, maar als je noord-zuid de Harbour over wilt heb je 3 grote opties, en ze houden er hier erg van om niet de bestemmingen maar juist de wegennamen aan te geven. Je moet dus wel een beetje een besef hebben van het wegennetwerk als je wilt kiezen tussen de Cahill Expressway, Harbour Tunnel en Harbour Bridge. Om het helemaal leuk te maken: de Cahill Expressway gaat ook over de Harbour Bridge, en de borden naar Harbour Bridge wijzen formeel naar de Bradfield Highway – als je dus alleen maar in je hoofd hebt dat je over de brug moet weet je eigenlijk nog niks.

We meet again

We meet again

Het ging uiteindelijk allemaal in 1 keer goed. (Voor de geïnteresseerden: vanaf Wahroonga de A1 op, bij Lane Cove de Warringah Freeway, Harbour Bridge volgen, daarna Anzac Bridge volgen de Western Distributor op en dan afslag Pyrmont.) Dit overigens wel ondanks het feit dat ik minstens 5 keer een andere indeling van rijbanen heb gezien op de borden dus meerdere keren (eigenlijk onnodig) van baan heb gewisseld, maar er stond toch file (vrijdagmiddag rond 17:00 kwam ik de stad binnen) dus dat was prima te doen. Achteraf heb ik begrepen dat die borden zo verwarrend zijn omdat ze met een serie slagbomen de indeling kunnen veranderen, en niet elk bord is dynamisch gemaakt. (Een uur in de file staan met 43 graden is trouwens niet fantastisch.)

5 minuten na de Western Distributor was ik thuis. 1282 kilometer ditmaal, totaal 2774 kilometer in 7 dagen tijd. Het was me het weekje wel.