Coast to coast cross-country

Op een vroege zondagochtend vertrok ik uit Adelaide, vol richting het noorden. In tegenstelling tot m’n route naar Broken Hill betekent dat echter niet gelijk dat je de zuidkust achterlaat, want de oceaan heeft zich rond Adelaide nogal naar binnen gewurmd. Vanaf Port Augusta, zo’n 300 kilometer ten noorden van Adelaide, begint de woestijn dan echt.

Twee snelwegen van duizenden kilometers lang, naar het westen en naar het noorden.

Twee snelwegen van duizenden kilometers lang, naar het westen en naar het noorden.

In for the long haul

Ik had niet echt een harde planning gemaakt voor waar ik precies wou uitkomen, want ik wist niet zo goed hoe de lange ritten me zouden vallen. Mijn plan was om gewoon te rijden met de nodige tussenstops, en bij elke tussenstop eens kijken hoeveel daglicht ik nog had en wat voor opties dat me gaf voor slapen. Met andere woorden: cruise control op 100, audioboek aan en gaan. Mag je maar 100 dan? Nee, je mag in SA het grootste deel van de weg 110 rijden, maar de gemiddelde road train rijdt 100 dus ik wou op deze manier voorkomen dat ik veel combinaties van 55 meter hoefde in te halen. En zodra je de Stuart Highway oprijdt kom je die opeens best veel tegen, met 3 of 4 aanhangers achter elkaar.

Zoutmeren rond Lake Eyre.

Zoutmeren rond Lake Eyre.

Een heel normale lengte, en niet eens de langste op de weg.

Een heel normale lengte, en niet eens de langste op de weg.

Vroem.

Vroem.

De snelweg is in South Australia nogal dunbevolkt, en er zijn praktisch geen dorpen te vinden. Het grootste teken van leven dat je af en toe tegenkomt is een roadhouse, een soort combinatie van hotel, camping, supermarkt en tankstation. En natuurlijk een kroeg.

Glendambo Roadhouse

Glendambo Roadhouse

Bij m’n eerste stop in Pimba raakte ik binnen aan de praat met 3 mannen die rond het middaguur duidelijk al het een en ander achter de kiezen hadden. Het bleken wegwerkers te zijn die hun werk midden in de nacht deden zodat ze nog een beetje draaglijke temperaturen hadden. In eerste instantie spraken ze me aan omdat m’n AC/DC-shirt goed viel, maar even later bleek dat een van de mannen Nederlandse ouders had (die rond de oorlog waren geëmigreerd). Een kleine wereld, zullen we maar zeggen.

Gezellige boel.

Gezellige boel.

De roadhouses liggen gemiddeld zo’n 150 kilometer van elkaar, en ik had van tevoren al het een en ander gevonden aan websites van mensen die de prijzen bij de verschillende stops een beetje in de gaten hielden. Op de snelweg gaat mijn auto zo’n 900 kilometer mee op een volle tank, dus ik had wat vrijheid om niet elke stop te hoeven tanken, en dat was gezien de prijzen wel prettig: kostte het 1,22 in Adelaide, onderweg kwam het soms op 1,75. Je zult het weten dat je in een afgelegen gebied bent.

Opal hopefuls

Origineel was m’n plan om de eerste stad pas te bereiken tegen het middaguur van de volgende dag, maar het rijden beviel me zo goed dat ik er even wat kilometers aan vastplakte. Tegen de schemering kwam ik op de eerste fatsoenlijke nederzetting sinds Port Augusta, zo’n 500 kilometer verderop: Coober Pedy.

Coober Pedy

Coober Pedy

De stad is van oorsprong een mijnstad, niet voor grondstoffen maar voor de nationale edelsteen van Australië, opaal. De opaalvelden zijn vanaf een afstand al aardig te zien, door de hopen opgegraven aarde die her en der verspreid liggen over grote vlaktes.

Opaalvelden

Opaalvelden

Los van de industrie is de stad ook nog op een merkwaardige manier gevormd. Vanwege de hoge temperaturen vonden de meeste mensen het niet zo’n strak plan om bovengronds te wonen; aangezien ze toch al aan het graven waren hebben ze dat doorgezet naar hun huizen, om wat natuurlijke koeling te zoeken. Het zijn niet volledige grotten (er is vaak het een en ander tegen de voorkant aangebouwd voor de ruimte) maar uiteindelijk betekent het wel dat de huizen meestal rond de bergen gegroepeerd liggen.

Half onder de grond wonen

Half onder de grond wonen

Tegen de tijd dat ik een camping had geregeld was de zon toch echt aan het ondergaan, dus dat leek me een goed moment om naar het uitkijkpunt te gaan bovenop een berg in het midden van de stad.

Big Winch Lookout

Big Winch Lookout

Zonsondergang in Coober Pedy

Zonsondergang in Coober Pedy

De volgende ochtend begon ik met een korte autorit naar een gebied vlak buiten de stad, naar een paar rotsformaties genaamd The Breakaways. Voor wie de woestijn nog niet mooi genoeg vindt moet dit toch wel de overtuigende plek zijn.

The Breakaways

The Breakaways

Om ook nog even een beeld te krijgen van het ondergrondse karakter van de stad ben ik ter afsluiting nog even langs een paar ondergrondse kerken geweest. Er is geen huis wat je kunt bezoeken wat niet in een museum is omgetoverd, maar de kerken zijn daadwerkelijk nog in gebruik en geven daarom een iets minder kunstmatig beeld. Kerken zijn er nogal veel (mijnwerkers houden wel van religie) maar ik hield het bij 2 stuks.

Servische Orthodoxe kerk

Servische Orthodoxe kerk

En de binnenkant.

En de binnenkant.

St Peter & Paul

St Peter & Paul

En de binnenkant.

En de binnenkant.

Daarna was het tijd om eens een opaalmijn van binnen te zien. Alhoewel er veel musea te vinden zijn is er volgens de meeste aanbevelingen maar 1 plek waar je echt een mijn kunt bezoeken die vandaag de dag nog in gebruik is, en daar ging ik heen. Het bleek echter dat ik een dag had gekozen waarop ze niet veel bezoekers verwachtten, dus de persoon die normaal het stuk in de open mijn begeleidt was nu gewoon aan het werk en dus niet beschikbaar voor rondleidingen. Jammer, maar de rondleiding in het oude stuk van de mijn was nog steeds erg uitgebreid (en het kosste minder).

Tom's Working Opal Mine

Tom’s Working Opal Mine

Een duidelijk verschil met andere soorten mijnen: geen stutwerk nodig.

Een duidelijk verschil met andere soorten mijnen: geen stutwerk nodig.

Een kijkje in het functionele deel, op afstand.

Een kijkje in het functionele deel, op afstand.

Het enige nadeel was wat mij betreft dat er ontzettend hard geprobeerd werd alles in een Facebook-attractie te veranderen. De hele tijd kreeg je de optie om een stuk gereedschap vast te houden, in een manlift te zitten of voor een graafmachine te staan, allemaal met de toevoeging “zodat je het op de foto kunt zetten”. De rest van mijn groep was een familie met twee kinderen dus die maakten er graag gebruik van, maar ik moest elke keer weer uitleggen dat het van mij allemaal niet hoefde (en dat mijn weigering om te poseren echt niet betekende dat ik het allemaal saai vond).

Speelgoed!

Speelgoed!

Ik had Coober Pedy wel zo’n beetje gezien en maakte me klaar voor vertrek, maar wel met een kleine omweg richting een ander stuk buitengebied. De Moon Plains staan bekend om hun uiterst vlakke en kale karakter en zijn daarom geregeld gebruikt als filmlocatie (meestal in films op een andere planeet of na een apocalyps).

Moon Plains

Moon Plains

Aan de rand van de Moon Plains is nog iets anders te vinden: de Dingo Fence, gemaakt om vruchtbare landbouwgrond te beschermen tegen dingo’s en bovendien het langste hek ter wereld. Er is misschien weinig te zien (als je er staat is de eerste gedachte toch gewoon “ja, het is een hek”) maar het is toch wel grappig om je te realiseren dat je halverwege een hek van 5600 kilometer staat.

Dog Fence

Dingo Fence

Het rooster in de weg rond de Dingo Fence. Deze is wel een stuk rigoreuzer dan de veeroosters die je elders ziet; zelfs als ik rechtuit liep moest ik opletten dat m'n voeten niet vast kwamen te zitten.

Het rooster in de weg rond de Dingo Fence. Deze is wel een stuk rigoreuzer dan de veeroosters die je elders ziet; zelfs als ik rechtuit liep moest ik opletten dat m’n voeten niet vast kwamen te zitten.

Coober Pedy gezien vanaf de Moon Plains, over de niet al te fantastische weg ernaartoe. Het ziet er al heet uit.

Coober Pedy gezien vanaf de Moon Plains, over de niet al te fantastische weg ernaartoe. Het ziet er al heet uit.

Drowning out the desert

Nadat ik de vorige dag 850 kilometer had afgewerkt stond er nu ‘slechts’ 750 kilometer op het programma. Onderweg kreeg ik het nodige te zien van woestijnweer, zoals kleine wervelwinden van stof die de weg overstaken.

Wervel...

Wervel…

...dewervel...

…dewervel…

Niet al te veel later was het tijd voor regen, en niet zo’n beetje ook. Volgens de logica “when it rains, it pours” reed ik het ene moment in de stralende zon met 40 graden op de thermometer, gevolgd door ruitenwissers op max, 10 meter zicht en een frisse 28 graden. Gelukkig werd het zicht snel beter (er zijn niet zoveel plekken waar je je auto veilig aan de kant kunt zetten, laat staan als je de weg niet ziet) maar de regen hield aan.

Cadney Park

Cadney Park

Marla Roadhouse

Marla Roadhouse

Het meest spectaculaire aan dit weer was wel de bliksem. Soms vielen de heuvels even weg en gaf de woestijn zo’n uitzicht dat je elke seconde wel ergens aan de horizon een ontlading zag. Het toppunt was echter veel dichterbij, toen ik op een lang recht stuk weg reed en 3 snelle ontladingen achter elkaar zag op ongeveer een kilometer afstand langs de rand van de weg. Ik weet niet wat indrukwekkender was: de bliksem zo dichtbij zien inslaan, of het feit dat bij elke inslag er een grote snelle vlam de lucht inschoot omdat er een boom ontplofte.

Op het asfalt was het op dit moment even droog, maar als je goed kijkt zie je in de verte opstuivend zand in de regen.

Op het asfalt was het op dit moment even droog, maar als je goed kijkt zie je in de verte opstuivend zand in de regen.

Onderweg had ik ook nog even wat ruzie met de elektronica in de auto: de stroom van de sigarettenaansteker was uitgevallen. Ik had het niet eens door totdat de Garmin op een gegeven moment te kennen gaf dat de batterij leeg was – nou was de weg makkelijk genoeg om gewoon op de borden te rijden, maar het leek me toch suboptimaal. Bij de volgende stop dus even gekeken wat er aan de hand was, en na de conclusie te trekken dat ik geen reserves had maar gelijk een stapel nieuwe zekeringen gekocht.

Welkom in de staat die geen staat is, waar de snelheidslimiet hoger ligt en de road trains nog langer mogen zijn.

Welkom in de staat die geen staat is, waar de snelheidslimiet hoger ligt en de road trains nog langer mogen zijn.

Erldunda Roadhouse

Erldunda Roadhouse

Vanaf Erldunda verruilde ik de noordelijke richting voor zo’n 2,5 uur richting het westen, en tegen het vallen van de avond kwam ik op m’n plaats van bestemming. Officieel heet het dorp Yulara, maar je krijgt een iets beter beeld bij de locatie (en reden voor mijn bezoek) met de alternatieve naam: Ayers Rock Resort. (En nee, ik ben niet echt van de resorts, maar dit is de enige plek op een beetje fatsoenlijke afstand waar je mag overnachten en ze hebben gelukkig ook een camping.)

Niet langer de Stuart Highway maar nu de Lasseter Highway.

Niet langer de Stuart Highway maar nu de Lasseter Highway.

Cadeautjes langs de kant van de weg.

Cadeautjes langs de kant van de weg.

Omdat ik de reis wat sneller had afgelegd dan origineel gepland was ik er een dag eerder, en omdat ik hierna niet zoveel lange dagen meer in de planning had staan verwachtte ik niet dat ik die extra tijd later per se nodig had. Ik besloot dus m’n verblijf gewoon met een dag te verlengen. Dat kwam goed uit vanwege de temperaturen: ten eerste is het in de zomer om die reden laagseizoen en zijn er flinke kortingen (in dit geval 3 nachten voor de prijs van 2, precies goed) en ten tweede bleek dat de meeste wandelingen met een beetje afstand na 11:00 afgesloten worden voor de veiligheid van wandelaars in de hitte. Ik was van plan 2 grote wandelingen te doen, en die afsluiting betekende dat ik het op 2 losse dagen moest doen – dat ik er nu 2 volle dagen zou zijn was dus helemaal niet verkeerd.

Tussendoor nog even dit: de receptioniste van de camping herkende het paspoort en vroeg welk deel van Nederland ik vandaan kwam. Meestal houd ik het bij “opgegroeid in het centrum, ik woon naast Duitsland” want de plaatsnamen zeggen mensen toch niks, maar dat was nu anders. “Enschede? The place with the fireworks, right? I went there once. My mother grew up in Borne!”

Back on the beaten path

Uluru (de traditionele naam van Ayers Rock) is vooral beroemd van de dieprode kleur die het heeft in zonsopgang en zonsondergang. Aangezien ik voor de wandeling toch al vroeg op moest vond ik dat ik prima nog wat eerder kon opstaan om dit ook eens mee te maken. Dat betekent dat de wekker ging om 4:30, en uiteindelijk rond 5:30 in de auto zat. Normaal vermijd ik rijden in het donker in dit land, want er zijn nogal wat beesten rond de wegen juist heel actief in de nacht en tijdens de schemering, maar het was nu een relatief korte rit en dat leek me wel haalbaar om extra geconcentreerd te rijden. Overigens leek ik een van de weinigen te zijn die zich hier druk om maakten, want van de colonne die in het donker richting het uitzichtpunt rijdt lijkt het merendeel vooral bang te zijn de zonsopkomst te missen (ook al waren ze ruim op tijd); vooral veel te hard rijden dus, en vergeet vooral niet om geregeld mensen in te halen in blinde bochten met doorgetrokken strepen op de weg. Ik moest weer eens denken aan de vele mensen in alle delen van het land die elke keer weer hetzelfde vertellen: de meeste ongelukken worden veroorzaakt door toeristen die niet doorhebben dat er andere omstandigheden zijn in dit land, veel te hard rijden en vooral geen rekening houden met de wegen (die niet altijd even geweldig zijn) en de natuur. Aziaten zijn er blijkbaar extra goed in.

Goooooooeeeeeedemorgen.

Goooooooeeeeeedemorgen.

Die zonsopkomst bleek niet echt anders te zijn dan de gemiddelde lookout: je gaat ernaartoe, je blijft even kijken, en dan denk je “tja, dat was het dus”. Het is best een mooi plaatje, daar niet van, maar als je je bedenkt dat een leeuwendeel van de toeristen puur en alleen voor die schemermomenten komt vraag je je toch een beetje af of er iets magisch is dat jij niet ziet en de rest wel. Even om me heen kijken gaf al snel aan dat dat niet het geval was: mensen zijn druk bezig met foto’s en selfies, en praten zelfs hardop over dat ze daarmee weer iets van hun bucket list kunnen afvinken (true story) en gaan daarna weer terug naar het resort om in het zwembad te springen. Pure waanzin.

In de schaduw...

Uluru in de schaduw…

...en in het morgenrood.

…en in het morgenrood.

Terwijl de meesten dezelfde weg terug namen reed ik de weg wat verder af, op naar het startpunt van de wandeling. Als je eenmaal op die steen afrijdt en op een gegeven moment aan de voet ervan staan is dat wel ineens een stuk indrukwekkender dan van een afstand moet ik zeggen.

Well hello.

Well hello.

Om m’n goede traditie van stevige wandelingen tijdens deze reis voort te zetten koos ik voor de Base Walk, die in 4 uur het hele rondje maakt rond Uluru. Je ziet niet alleen de verschillende hoeken (en bijzondere vormen) van de steen zelf, maar ook de bijzondere stukjes natuur eromheen.

Rotstekeningen van de Aborigines

Rotstekeningen van de Aborigines

Er zijn ook wat grotere grotten hier en daar.

Er zijn ook wat grotere grotten hier en daar.

Er is nog best wat groen in de buurt.

Er is nog best wat groen in de buurt.

De grote vijver bij Kantju Gorge droogt in de zomer een beetje op...

De grote vijver bij Kantju Gorge droogt in de zomer een beetje op…

Het was warm, maar met genoeg water, eten en stops is het prima te doen. De droge woestijnwind zorgde bovendien af en toe voor wat aardige verkoeling. Dat was niet verkeerd, want toen ik terugkwam bij de auto vertelde de thermometer dat het om 10:30 al 36 graden was, en ik had gelijk nog meer begrip voor het sluiten van het pad met dit soort omstandigheden.

Je hebt soms wel een beetje het idee dat je tegen versteende chocolademousse aankijkt.

Je hebt soms wel een beetje het idee dat je tegen versteende chocolademousse aankijkt.

Nee, het is niet bepaald een uniform ronde vorm.

Nee, het is niet bepaald een uniform ronde vorm.

Mijn eindoordeel: het is eigenlijk ook maar gewoon een steen. Het is geologisch gezien een hele interessante, er zijn best wat leuke hoekjes voor de natuur en natuurlijk is er een gigantische verzameling aan Aboriginal-mythes die eraan verbonden zijn, maar moet je het ding per se met eigen ogen zien om dat te waarderen? Niet echt. De wandeling was totaal niet bijzonder (je loopt gewoon een aangelegd rondje over vlakke grond) en alhoewel er best wat borden staan die af en toe wat toelichting geven over de natuur, de mythes of hoe Aboriginals er vroeger woonden, is verreweg het grootste deel gewoon wandelen met een nogal eentonig uitzicht. Dat gezegd hebbende is het wel een stuk interessanter dan puur van een afstandje de effecten van ochtend-/avondrood bekijken, en als je het bij een wat kortere wandeling houdt (die ook beschikbaar is met een gratis Aboriginal-gids die er wat dingen bij vertelt) is het echt wel een aanrader. (Mijn gok is dat de wandeling die ik koos simpelweg geen meerwaarde heeft bovenop de wandeling van 1 uur, en dat dat m’n oordeel een beetje scheef trekt.)

Culture schmulture

Nadat ik m’n lunch had weggewerkt ging ik terug het park in, op naar het cultuurcentrum. Hier doet het beheer haar best om de cultuur van de lokale Aboriginal-stammen toe te lichten, de verhalen wat meer achtergrond te geven en de geschiedenis van het gebied in te vullen. Ik heb er denk ik een klein uur rondgewandeld en best wat leuke dingen gezien, maar opnieuw had ik gewoon meer verwacht. Ik heb het gevoel dat het nationale museum in Canberra meer achtergrond geeft dan dit cultuurcentrum, en dat voelt toch een beetje scheef.

Nou denk ik dat dit een beetje te maken heeft met de onzekerheid van het parkbestuur, die je onder andere ook terugziet in de beklimming van Uluru: er worden tours aangeboden waarmee je de steen kunt beklimmen, maar tegelijkertijd word je als bezoeker keer op keer gevraagd vooral niet te klimmen. De Aboriginals vinden het beklimmen namelijk een vorm van heiligschennis en willen het eigenlijk niet, maar het is een tijd lang zo’n standaardonderdeel geweest voor Australiërs die het park bezoeken dat Parks Australia bang is dat het verbieden van de klim mensen wegjaagt (en dus een terugloop in inkomsten betekent). Dat cultuurcentrum voelt ook alsof er veel meer mee gedaan had kunnen worden, maar de beperkte uitvoering maakt het toegankelijker voor mensen die eigenlijk niet zo geïnteresseerd zijn, terwijl uitbreiden zou kunnen betekenen dat mensen het een museum vinden en dus helemaal niet meer komen. Het is allemaal wel een beetje begrijpelijk, maar toch ook wel een beetje vreemd.

Mijn plan was om die avond naar de zonsondergang te kijken (als ik er toch ben kan ik er net zo goed gebruik van maken) maar dat liep niet helemaal zoals gepland. Er brak een flinke regenbui open in de avond, en tegen de tijd dat de zon onder ging (en ik eenmaal bij de lookout stond) was het dusdanig heftig onweer dat er van de schemering niks meer te zien viel. Het leverde echter wel het spectaculaire beeld op van bliksem rond Uluru, en een keer zelfs een inslag op de top; dat zie je ook niet elke dag.

Uluru? Waar?

Uluru? Waar?

De parkeerplaats bij de lookout was praktisch leeg (goedweertoerisme is hier nogal letterlijk) en ik raakte aan de praat met de paar andere mensen die de regen trotseerden om het natuurgeweld te zien. Op een gegeven moment had een van hen de briljante ingeving om bij Kantju Gorge te kijken – een van de waterplassen rond Uluru die ontstaat doordat de vorm van de steen het regenwater er heel netjes naartoe geleidt. We sprongen dus snel de auto in en sjeesden ernaartoe (er is een parkeerplaats praktisch naast de Gorge) en waren er getuige van een ware waterval die langs de wand gutste.

Hoe ziet dat er dan uit? Het was tegen die tijd sowieso al heel donker, en rond Kantju Gorge zijn er ook nog vele bomen – niet bepaald iets waar mijn camera fatsoenlijk beeld mee kan produceren. Met een beetje Googlen kom je echter een heel eind.

Second-rated, first class

De volgende dag was ingepland voor het andere grote stuk natuurschoon in het park: Kata Tjuta (ook wel bekend als Mount Olga of The Olgas). Het is zo’n 50 kilometer verder dan Uluru, en dat betekende dus nog iets eerder vertrekken om ook hier maar even de zonsopkomst mee te pakken. Het was op dit uitzichtpunt iets rustiger, en de gemiddelde leeftijd was ook duidelijk hoger: dit was wat meer de categorie die reisgidsen en brochures leest en dus weet wat het park allemaal te bieden heeft, en niet gewoon afkomt op dat ene ding waar ze ooit van gehoord hebben (tenminste, zo verklaarde ik het).

Kata Tjuta

Kata Tjuta

Ook hier ging ik weer voor de grootste wandeling die er was, een rondje door de Valley of the Winds. In een woord: geweldig.

Zelfs om 7 uur 's ochtends is een zonnebril wel prettig hier.

Zelfs om 7 uur ‘s ochtends is een zonnebril wel prettig hier.

Officieel zijn er 39 van deze 'domes', maar ze zijn nogal met elkaar vergroeid.

Officieel zijn er 39 van deze ‘domes’, maar ze zijn nogal met elkaar vergroeid.

Het contrast met Uluru had niet groter kunnen zijn. De rotsformaties lijken dezelfde geologische achtergrond te hebben maar zijn veel veelzijdiger, de wandeling heeft echt wat uitdagende stukken (stevige klimstukken, losse rotsen op het pad en lekker hoogteverschil) en de natuur is waanzinnig afwisselend.

Rotsen, planten en in de winter blijkbaar zelfs een beekje.

Rotsen, planten en in de winter blijkbaar zelfs een beekje.

Valley of the Winds

Valley of the Winds

Dat was best een stevige afdaling!

Dat was best een stevige afdaling!

Er zijn hier geen borden met uitleg over de achtergrond, simpelweg omdat dat geheim is. Blijkbaar is de echte betekenis voorbehouden aan Aboriginal-mannen die een bepaalde beproeving hebben doorstaan, dus zelfs de mensen van Parks Australia weten dat niet. Maar het is gelukkig niet zo heilig dat je er niet mag rondlopen, alhoewel ze je wel vragen om uit respect stil te zijn tijdens de wandeling. Dat is voor sommige toeristen natuurlijk echt ontzettend moeilijk, want zeg nou zelf, als jij een paar rotswanden ziet is het toch logisch dat je als een kind gaat experimenteren hoe hard je er een echo doorheen kan krijgen?

Soms bergachtig, soms lekker vlak.

Soms bergachtig, soms lekker vlak.

Kata Tjuta vanuit de vallei

Kata Tjuta vanuit de vallei

Vandaag is roooooooooooood...

Vandaag is roooooooooooood…

Wat betreft toeristen en borden lezen (ja, ik klaag graag over het stereotyp van vervelende reizigers): sinds wanneer voldoen sneakers aan de aanbeveling “sturdy footwear”? Zoals gezegd heeft deze wandeling best wat pittige oppervlakken, en ik heb vrijwel alle andere mensen op het pad hier moeite mee zien hebben om de simpele reden dat ze flinterdunne schoenen dragen. Nou weet ik dat ik een vrij extreem geval ben (mijn bergschoenen zijn uitgevoerd als veiligheidsschoenen, dus ik heb er de voordelen van stalen neuzen en stalen zolen bij) maar om nou helemaal geen wandelschoenen aan te trekken op een pad dat overal geadverteerd wordt als vrij pittig vind ik toch wel ronduit dom. Een van de redenen dat dit me zo is bijgebleven is dat ik op een gegeven moment twee meiden passeerde die hardop aan het vloeken waren dat er niet was aangegeven dat het pad zo slecht was – voor mij genoeg reden om zo ongeveer al het bovenstaande te citeren als tegenargument. Hun reactie daarop was zo absurd dat ik er daadwerkelijk even geen antwoord op wist: “Stevige schoenen, dat betekent toch gewoon ‘geen slippers’?”

(Ik ben op het moment van schrijven alweer wat verder en heb er bij andere wandelingen sindsdien extra op gelet, en ja, dit komt overal voor.)

Die avond moest ik kiezen of ik in de herkansing ging voor Uluru, of richting Kata Tjuta zou rijden voor de zonsondergang. Vanwege de extra reistijd naar die laatste (en de lengte van de rit in het donker die daarbij hoorde) vond ik dat eigenlijk niet zo’n geweldig plan, maar even later bleek dat ook de eerste optie niet zoveel zou opleveren. Er was weliswaar geen regen, maar het was nog steeds ontzettend bewolkt, dus er was wederom weinig te zien. Desondanks ben ik toch maar even wezen kijken, en alhoewel de parkeerplaats dit keer veel voller stond betekende het vooral veel meer teleurgestelde mensen.

Wel opnieuw een grappige anecdote wat betreft kennis over Nederland, dit keer niet over Enschede maar over Amersfoort. Ik zeg er vaak bij dat het bij Utrecht in de buurt ligt, want soms herkennen mensen dat nog van de start van de Tour. Dit keer nog beter: van het clubje waar ik mee aan de praat raakte was er een jongen die een paar maanden in Utrecht had gestudeerd via ESN, en hij had daadwerkelijk van Amersfoort gehoord.

A canyon fit for a king

De reis vervolgde naar een nabijgelegen natuurpark – relatief dichtbij dan, namelijk op 4 uur rijden. Het was een stukje terug naar de Stuart Highway, om vervolgens ruwweg halverwege een afslag te nemen naar het noorden. Onderweg heb ik nog even wat stops gemaakt om de omgeving wat beter te bekijken; ik was er al een keer langsgekomen, maar toen deed ik m’n best om voor het donker aan te komen en had ik niet echt zin om te stoppen.

Attila, ook bekend als Mount Conner, wordt door sommige toeristen nog wel eens aangezien voor Uluru.

Attila, ook bekend als Mount Conner, wordt door sommige toeristen nog wel eens aangezien voor Uluru.

Rond lunchtijd kwam ik aan op de plaats van bestemming in Watarrka National Park. Ook hier kwam ik weer terecht in een zogenaamd resort, maar ik hield het hier lekker bij de kampeeroptie.

Nou was er in het andere park al gewaarschuwd dat in Watarrka dezelfde maatregelen gelden rond warm weer: je moet voor een bepaalde tijd aan de wandeling beginnen, daarna sluiten ze het pad af. Ik bleek echter mazzel te hebben want het was deze dag vrij gematigd (lees: 30 graden en overwegend bewolkt) dus dat was niet van kracht. Het was iets na lunchtijd toen de tent stond, en dat gaf me genoeg tijd om de wandeling nog dezelfde dag te doen in plaats van de volgende ochtend. Dat stilzitten in de middaguren bij Yulara vond ik eigenlijk niks dus ik vond het allang best dat ik dat niet opnieuw hoefde te doen, en ik ging dus gelijk op naar de wandelroute.

De grote attractie van Watarrka is Kings Canyon, een reeks kloven in het George Gill-gebergte. Het wordt nogal eens de Grand Canyon van Australië genoemd, maar het is toch een beetje anders omdat het door een gebergte loopt. Mijn wandeling, de Rim Walk, volgt het grootste deel van de kloof langs de rand – die wandeling begon met een stevige klim naar de top van de berg, en ondertussen vraag je je toch af waar die kloof blijft. Zodra je eenmaal boven bent is het echter niet te missen.

Klimmen zul je!

Klimmen zul je!

George Gill Range

George Gill Range

Het begin van Kings Canyon

Het begin van Kings Canyon

Kings Canyon

De steilste wand, die nog het meest aan de Grand Canyon doet denken.

Wat Kings Canyon zo bijzonder maakt is dat het een combinatie is van heel veel verschillende vormen van natuur. Geologisch is het sowieso waanzinnig: niet alleen de kloof, maar ook de wanden van zandsteen die je bovenop de bergen tegenkomt geven elke keer weer bijzondere nieuwe beelden.

Bovenop kom je hele verzamelingen van dit soort gelaagde zandsteentaarten tegen.

Bovenop kom je hele verzamelingen van dit soort gelaagde zandsteentaarten tegen.

Felrood en donkergroen is hier wel vrij gangbaar.

Felrood en donkergroen is hier wel vrij gangbaar.

Soms zijn er hele vlakke plateaus te vinden waar geen klimmen voor nodig is.

Soms zijn er hele vlakke plateaus te vinden waar geen klimmen voor nodig is.

Daar komt een hele stapel aan dieren bij, van hagedissen en vogels tot gigantische kangoeroes, die ik op een moment zelfs steile bergwanden omhoog en omlaag heb zien nemen alsof het berggeiten waren.

Skippy!

Skippy!

Dippy! (Je moet even zoeken, maar hij zit hier ruwweg in het midden op weg naar rechtsonder.)

Dippy! (Je moet even zoeken, maar hij zit hier ruwweg in het midden op weg naar rechtsonder.)

Maar het meest bijzondere zit ‘m wel in de flora, want de Kings Creek die door de kloof loopt voedt daar een gigantische explosie aan groen die voor je gevoel helemaal niet thuishoort in de woestijnachtige omgeving. Dit kleine paradijsje heet dan ook Garden of Eden, en alhoewel ik ze echt niet allemaal kan onderscheiden heb ik me laten vertellen dat eenderde van alle plantensoorten in heel Northern Territory is vertegenwoordigd in deze ‘tuin’.

Garden of Eden

Garden of Eden

Het water is hier een stuk minder opgedroogd dan bij Uluru en Kata Tjuta.

Het water is hier een stuk minder opgedroogd dan bij Uluru en Kata Tjuta.

Hier is na stevige regen soms een waterval, maar zoveel geluk had ik dit keer niet.

Hier is na stevige regen soms een waterval, maar zoveel geluk had ik dit keer niet.

Ik kan wel heel uitgebreid van alles en nog wat vertellen over de wandeling, maar eigenlijk kan ik er heel kort over zijn: dit is verreweg het mooiste en gaafste wat je kunt zien in centraal Australië. Je bent 4 uur aan het wandelen en dat is misschien een beetje pittig, maar elke minuut daarvan ontdek je weer iets nieuws om versteld over te staan. Vergeet Uluru, negeer even de West MacDonnels (die hieronder komen) en zelfs Kata Tjuta mag je wat mij betreft links laten liggen – als je 1 plek bezoekt in het befaamde Red Centre, maak het dan Kings Canyon.

Vanaf Cotterill Bridge

Vanaf Cotterill Bridge

In de avond kreeg ik trouwens nog een extra cadeautje van Watarrka: toen ik op de camping aan het eten was kwam er opeens een jonge dingo over het veld hobbelen. Nou kunnen dat (ondanks hun vrolijke hond-achtige uiterlijk) verdomd gevaarlijke beesten zijn, maar deze was vooral erg nieuwsgierig en leek wel gewend te zijn aan de mensen op de camping. Ik deed m’n best het eten van ‘m weg te houden (niet alleen omdat ik zelf honger had, maar je hoort elke diersoort gewoon absoluut niet te voeren) en na een minuutje was ik daarom ook niet interessant meer. Het is inmiddels de zoveelste diersoort die ik helaas niet op de foto heb staan, maar opnieuw vond ik het er zelf niet minder leuk om.

Down the rabbit hole

Omdat ik de wandeling de vorige dag al had gedaan kon ik lekker op tijd vertrekken vanuit Kings Canyon Resort, op naar zo ongeveer de enige plaats die de meeste mensen in dit gebied bij naam kennen: Alice Springs. Voor veel mensen is Alice ook synoniem met Uluru, maar zelfs voor Australische begrippen liggen ze niet bepaald bij elkaar om de hoek. Vanuit zowel Yulara als vanuit Watarrka is de rit naar deze stad zo’n 5,5 uur.

A town called Alice

A town called Alice

Het is wellicht ooit begonnen als een hele belangrijke nederzetting, bijna letterlijk “in the middle of nowhere” ooit opgezet om de telegramlijn tussen Darwin en Adelaide te ondersteunen. Inmiddels is het echter gewoon een goed ontwikkelde stad met alle gemakken die je buiten de woestijn tegenkomt.

Alice Springs CBD

Alice Springs CBD

In Nederland hebben we slagbomen als er een brug over water heen gaat. Hier zijn er slagbomen voor als het water over de weg heen staat.

In Nederland hebben we slagbomen als er een brug over water heen gaat. Hier zijn er slagbomen voor als het water over de weg heen staat. Dit is laag water, dus ze waren open.

Het belangrijkste verschil met andere steden is de grote hoeveelheid Aboriginals op straat (voor m’n gevoel is het ongeveer de helft van de mensen). Alhoewel ik ze niet allemaal kan onderscheiden zegt mijn reisgids dat er 6 verschillende talen worden gesproken op straat, en dat geloof ik zo. Nou is mijn ervaring een beetje scheef omdat heel Northern Territory een wat grotere verhouding heeft in de steden (en dit is de eerste stad die ik er bezoek) maar het is desondanks wel een grappige verrassing.

Hoe draag je de lokale cultuur goed uit? Juist, via de prullenbakken!

Hoe draag je de lokale cultuur goed uit? Juist, via de prullenbakken!

Wat een beetje minder is, is de ietwat grimmige sfeer die er lijkt te hangen. Ik kan er niet helemaal mijn vinger op leggen, maar het voelt gewoon alsof er tegen het begin van de avond iets broeit wat niet helemaal pluis is. Ik heb ontzettend veel politiepatrouilles gezien (inclusief politie te paard door het centrum) die op zich allemaal vrolijk rondkijken en niet per se ergens naar op zoek lijken te zijn, maar met hun aanwezigheid wel een bepaald signaal lijken af te geven. Het is ook de enige stad waar de Lonely Planet expliciet een waarschuwing voor geeft dat je er ‘s avonds niet alleen over straat moet gaan, en als je je een beetje inleest in de geschiedenis van criminaliteit in Alice Springs snap je dat ook wel. Laat ik even duidelijk zijn: ik heb me er geen moment onveilig gevoeld en vond het een aardige stad om doorheen te lopen, maar ik heb er een bepaalde ondertoon gevoeld die ik nog niet eerder ben tegengekomen in dit land.

Anzac Memorial

Anzac Memorial

Alice vanaf Anzac Hill, met de MacDonnel Ranges op de achtergrond

Een klein stukje Alice vanaf Anzac Hill, met de MacDonnel Ranges op de achtergrond

On being sent west

Na een nacht in The Alice reed ik de volgende dag door naar een natuurpark dat wel degelijk op praktische afstand ligt van de stad: de West MacDonnel Ranges, ofwel de westelijke helft van de paralelle bergketens waar Alice Springs zo ongeveer middenin is geplaatst. Het gebied strekt zo’n 150 km ten westen van Alice Springs, en langs deze lengte ligt een mooie weg waaraan je met regelmaat tussenstops tegenkomt. Het grootste deel van de tussenstops is gericht op kloven in de bergketens, soms met mooie waterplassen erbij die zelfs midden in de zomer ijskoud zijn en daarom erg populair zijn om in te zwemmen.

Simpsons Gap

Simpsons Gap

Larapinta Valley

Larapinta Valley

Simpsons Gap vanaf Cassia Hill

Simpsons Gap vanaf Cassia Hill

Standley Chasm (mensen voor schaal)

Standley Chasm (mensen voor schaal)

Ellery Creek Big Hole

Ellery Creek Big Hole

Ormiston Gorge

Ormiston Gorge

Glen Helen Gorge

Glen Helen Gorge

Een grote uitzondering is een plek waar het verweren van de steensoorten een bepaalde vallei heeft omgetoverd in een soort schilderspalet. Aboriginals haalden hier lange tijd hun verschillende kleuren vandaan voor zowel rotsschilderingen als lichaamsversiering.

Ochre Pits

Ochre Pits

De tweede uitzondering is helaas alleen op afstand te zien: Tnorala, ook bekend als Gosses Bluff. Alhoewel het eruitziet als een tafelberg is het in werkelijkheid een gigantische krater van een meteorietinslag.

Gosses Bluff vanaf Tyler's Lookout

Gosses Bluff vanaf Tyler’s Lookout

Plains, aliens and automobiles

Na een krappe week liet ik het centrum van het continent achter me om verder naar het noorden te steken langs de Stuart Highway.

De steenbokskeerkring

De steenbokskeerkring

Een van de wat…bijzonderdere tussenstops is Wycliffe Well. Deels omdat de brandstof hier echt ontzettend duur is (wat een beetje onhandig is qua concurrentie aangezien er een half uurtje verderop een zit met bijna 10 cent verschil in de prijzen) maar toch vooral omdat deze plek zichzelf heeft uitgeroepen tot de UFO-hoofdstad van het land.

Wycliffe Well

Wycliffe Well

Ik noem dit "Aussie 51"

Ik noem dit “Aussie 51”

In Northern Territory is de maximumsnelheid op grote snelwegen trouwens niet 110 maar 130, en op delen van de Stuart Highway is er zelfs helemaal geen snelheidslimiet. Dat klinkt allemaal natuurlijk heel leuk (gigantische lange stukken weg die niet heel druk zijn) maar als je je bedenkt dat benzinestations relatief dungezaaid zijn is het toch niet zo heel praktisch. Er zijn nogal wat verhalen van toeristen die zich niet realiseren dat hun verbruik absurd hoog wordt op 160 en vervolgens met een lege tank zitten. Ik hield het bij mijn tactiek: geen road trains inhalen als het niet hoeft, lekker doorrollen op 100.

Devils Marbles

Devils Marbles

Tegen het eind van de middag kwam ik aan in Tennant Creek, en dat ging niet geheel zonder verrassingen. Toen ik afremde om te parkeren bij de receptie van een camping viel me namelijk een bijzonder geluid op dat ik niet eerder had gehoord (het was waarschijnlijk weggevallen tegen het volume van de motor op hoge snelheid). Een beetje onderzoek gaf aan dat het geluid veranderde met de toeren van de motor, en toen ik een beetje rondkeek zag ik wat druppels onder de auto vandaan komen. Je raadt het al: tijd om de ANWB te bellen. Na de RACT en RACV werd ik dit keer geholpen door de AANT. Terwijl ik wachtte op de monteur had ik tijd om even te bedenken dat ik opnieuw wel een beetje mazzel had gehad: Tennant Creek is de enige stad van een beetje formaat in een straal van zo’n 600 kilometer. Als je tussen Alice Springs en Katherine een plek moet kiezen om een garage te zoeken, dan is dit duidelijk de beste plek. De monteur was er vrij snel, en concludeerde binnen een minuut dat het een lek in de leidingen van de stuurbekrachtiging was. Zijn gok was dat er een leiding vervangen moest worden (uurtje werk en het zou mij niks kosten) maar aangezien het inmiddels bijna zes uur was stelde hij voor om morgenochtend even bij z’n garage langs te komen.

Ze houden in de woestijn van goedkope bouw, dus hier zit gewoon een garage in.

Ze houden in de woestijn van goedkope bouw, dus hier zit gewoon een garage in.

Die volgende ochtend was de diagnose nog simpeler: de pomp lekte, maar erg traag. In plaats van 700 dollar uit te geven aan het vervangen van een pomp stelde hij daarom voor dat ik een literfles vloeistof bij het eerstvolgende tankstation kocht om het reservoir af en toe even bij te vullen – waarschijnlijk zou ik er in de laatste weken van mijn reis nog lang niet 1 fles doorheen jagen, dus dat was veel goedkoper. Zo gezegd, zo gedaan, en ik was al snel weer onderweg.

Je ziet nogal wat van dit soort termiethopen langs de kant van de weg. Soms zijn er een paar hele grote jongens aangekleed met T-shirts of hoeden.

Je ziet nogal wat van dit soort termiethopen langs de kant van de weg. Soms zijn er een paar hele grote jongens aangekleed met T-shirts of hoeden.

Putting the wet in tropics

Tegen het einde van de middag kwam ik aan in Katherine. Dat was een beetje per ongeluk (ik was vooral onderweg naar Litchfield en ik had niet echt tussenstops gepland) en dat leverde wel een interessant ‘probleem’ op. Nitmiluk, een van de drie wereldberoemde natuurparken van de bovenhelft van NT (bekend als The Top End) ligt naast Katherine, en dat had ik in de planning staan voor wanneer ik dit stukje weg weer de andere kant op zou rijden. Ik had niet echt heel veel zin om dat op te schuiven want dat zou betekenen dat ik op die terugreis juist een lege planning zou hebben. Uiteindelijk koos ik voor een tussenweg: ik liet de hoofdattractie aan de zuidkant van Nitmiluk even liggen voor de volgende stop, en ging nu naar de noordkant voor de iets minder bekende attractie, Edith Falls.

Hoe noordelijker, hoe groener

Hoe noordelijker, hoe groener

Voor wie het was vergeten: "everything in Australia wants to kill you".

Voor wie het was vergeten: “everything in Australia wants to kill you”.

Toen ik de tent ging opzetten op de camping merkte ik wel gelijk dat ik hier in de tropische kant van het continent terecht was gekomen. Nadat ik een hele dag ik de comfortabele airco had gezeten was het wel even wennen om met 35 graden bij 90% luchtvochtigheid rond te lopen. The Top End heeft in deze tijd van het jaar ook nog eens een regenseizoen, en ik stond in een bossig gebied dat de afgelopen dagen duidelijk het nodige water had gekregen (en vasthield). Dat maakte het wel een prachtlocatie om rond te lopen.

Edith Falls

Edith Falls

Leliyn Creek

Leliyn Creek

In de nacht brak die regen vervolgens ook echt los, dus de volgende ochtend moest ik een tent met een bijna doorweekte buitenlaag inpakken. In ieder geval was het niet het enige doorweekte; mijn kleren waren na een paar minuten rondlopen ook alweer helemaal doordrenkt van het zweet. In de wetenschap dat ik hier toch maar aan moest wennen liet ik dit me er niet van weerhouden om even een wandeling te doen in het gebied.

Klimmen door stroperige lucht

Klimmen door stroperige lucht

Maar je krijgt er wel mooi uitzicht voor terug

Maar je krijgt er wel mooi uitzicht voor terug

Dat wandelen zorgde wel voor ontzettend veel meer zweet, maar het was zeker een goed idee. Bovenal blijf ik het leuk vinden dat ik af en toe op plekken ga kijken die totaal niet in m’n planning staan, en dat bijna al die plekken toch wel bijzondere stukjes natuurschoon lijken te zijn. Er is gewoon ontzettend veel om te zien in dit land, blijkt maar weer.

Upper Falls

Upper Falls

Upper Rock Pool

Upper Rock Pool

Na ongeveer anderhalf uur was ik toch wel erg blij om weer even in de airco van mijn auto te kunnen duiken, verder op weg naar het noorden.

(Litch)field day

Waar Nitmiluk in de meeste lijstjes op plaats 3 staat van de natuurparken in het noorden van The Territory, staat de volgende attractie vaak op plaats 2: Litchfield. Nou is er in dit park van alles en nog wat te doen, maar een paar dingen zijn alleen bereikbaar met een 4WD en bovendien is in het regenseizoen van alles en nog wat afgesloten (voornamelijk omdat wegen weggespoeld of overstroomd zijn). Dat zorgde ervoor dat het restant van de opties best overzichtelijk was, en het paste redelijk netjes in een dag.

Wat is er open? Nou, niet zo veel.

Wat is er open? Nou, niet zo veel.

Buley Rockhole was de eerste plek. Effectief is het een breed stuk van een aflopende beek, met wat rotsen die een kleine cirkel maken. Het is vooral mooi als een plek om te zwemmen, maar eerlijk gezegd niet heel spannend om te zien.

Tja, een betere foto heb ik niet.

Tja, een betere foto heb ik niet.

Florence Falls is een ander geval. Ook hier is het voor de meeste bezoekers vooral interessant als plek om te zwemmen, maar hier is daadwerkelijk iets te zien. Te beginnen met de waterval zelf.

Florence Falls

Florence Falls

Florence Creek

Florence Creek

Een wandeling van een dik half uur loopt langs zowel stukken regenwoud als iets wat officieel savanne heet – niet bepaald wat je ervan zou verwachten, maar anders dan het regenwoud is het zeker.

Shady Creek

Shady Creek

Welkom op de savanne

Welkom op de savanne

De volgende halte: Tolmer Falls. Hier is vrij weinig dichtbij te doen, maar gelukkig kun je vanaf de lookout ook hier een beetje een toeristische route terug nemen naar de parkeerplaats. Al snel is er weer een uur weggewandeld.

Tolmer Falls

Tolmer Falls

Toch wel iets anders dan de woestijn: geen rotsen met een beetje groen, maar groen met een beetje rotsen.

Toch wel iets anders dan de woestijn: geen rotsen met een beetje groen, maar groen met een beetje rotsen.

Tolmer Creek

Tolmer Creek

Ik zie door het bos de bergen niet meer.

Ik zie door het bos de bergen niet meer.

Tegen het einde van de middag bracht dit me bij Wangi Falls. Dit zijn waarschijnlijk wel de meeste indrukwekkende watervallen van het hele park met een mooie plek om vanaf te kijken, maar ik vermoed dat je hier toch wel echt het maximale uithaalt als je er ook kunt rondzwemmen (wat hier in het regenseizoen niet mag vanwege de kans op krokodillen). Ook hier ben ik even gaan rondwandelen, maar ik had er al een paar uur wandelen opzitten die dag en de drukkende temperatuur en vochtigheid maakten het hier toch wel echt heel zwaar – genoeg reden om na een kwartier toch maar weer om te keren.

Wangi Falls

Wangi Falls

Deze planten staan ongeveer een paar weken per jaar in bloei. Rara wanneer ben ik er?

Deze planten staan ongeveer een paar weken per jaar in bloei. Rara wanneer ben ik er?

Er zijn verschillende mogelijkheden voor kamperen in het park, maar ik koos er uiteindelijk voor om terug te rijden naar Florence Falls. Deels omdat die camping een stuk leger leek dan de andere opties die ik had gezien, maar ook deels omdat er bij Florence Falls daadwerkelijk gezwommen mag worden. Toen ik er eerder op de dag was had ik daar niet zoveel zin in (vooral omdat ik dan weer zou moeten omkleden om verder te gaan naar de volgende stops) maar als je ernaast kampeert is het een ander verhaal. Om het helemaal mooi te maken bleek de plek verlaten te zijn (zowel de camping als het water).

Florence Falls vanuit het water

Florence Falls vanuit het water

And finally…

Omdat ik de kans toch niet elke dag krijg begon ik de volgende dag ook weer even met een paar baantjes onder de watervallen. Daarna even douchen, inpakken en het laatste stukje van de lange rit afwerken. Na de laatste paar uren op de Stuart Highway was er eindelijk weer iets van een stad zichtbaar.

Dadadadadadadada-Darwin!

Dadadadadadadada-Darwin!

En na 10 dagen dwars door het continent zag ik weer water. Dit keer niet de Grote Australische Bocht, maar de Timorzee.

Port Darwin

Port Darwin

Between the ocean and the desert

Een nachtelijke overtocht betekent ook slapen. Ik deelde de kamer met een man die zijn vrouw en kinderen bij de grootouders achter had gelaten omdat hij maandag alweer aan het werk moest in Canberra. Zoals zo ongeveer iedereen in dit land lijkt te doen gaf ook hij me weer wat tips over plekken die ik absoluut moest zien en welke toeristenvangers ik beter links kon laten liggen. Mijn situatie met de auto zag hij somber in; zelfs in een grote stad als Melbourne verwachtte hij dat ik pas maandag geholpen zou kunnen worden, en zelfs dat zou nog wel eens lastig kunnen worden (de paar die open zouden zijn zaten waarschijnlijk al volgeboekt). Ik probeerde er maar niet al te veel over na te denken, want ik moest immers ook nog slapen en dat gaat zo lastig als je je ergens zorgen over moet maken.

Rond 4:45 werd de wekkeroproep gedaan – de boot was op tijd vertrokken en had blijkbaar haast gehad om zo snel mogelijk bij de familie te zijn voor Oudjaarsdag, want we zouden bijna drie kwartier eerder aankomen dan gepland, rond 5:20. Ik had op zich prima geslapen (hetzij een beetje kort) en na een korte douche vond ik mezelf wakker genoeg. Dat moest ook wel; ik had zo’n gevoel dat ik een heel lange dag voor de boeg zou krijgen.

(Waarschuwing: het volgende verhaal is een beetje langdradig, en niet het meest interessante stuk van m’n reis voor de meeste mensen. Het was voor mij echter wel een vrij memorabele dag, dus vandaar dat ik het heb uitgewerkt.)

Bij de terminal heb ik even overlegd met het lokale personeel wat het plan van aanpak zou worden. Het werd al snel duidelijk dat er wat wachten aan zat te komen, want er ging diezelfde ochtend nog een boot terug naar Tasmanië dus tot 9:00 was het dusdanig druk op het vrachtdok dat ze er geen sleepwagens in wouden. De RACV bellen ging wat lastig want m’n telefoon was leeg, en m’n laders lagen in de auto (in de heisa de vorige avond had ik niet verwacht die in te hoeven pakken) en daar mocht ik niet bij. Op zo’n moment kom je erachter dat met mobiele telefoons de telefooncellen op straat wel echt aan het uitsterven zijn: de enige die iedereen wist te noemen zat in een winkel die pas een half uur later open ging. Wachten dus. Toen de winkel eenmaal open was zag ik dat ze ook gewoon USB-kabels verkochten dus ik besloot er daar maar een van mee te nemen – m’n laptop had nog wel stroom, en ik had zo’n gevoel dat ik meerdere telefoontjes nodig zou hebben en dat een telefooncel dan suboptimaal zou uitpakken.

De RACV deed alsof ze me best wouden helpen, maar ze moesten mijn lidmaatschap van de NRMA eerst controleren (de ANWB in New South Wales – de rest helpt me via een samenwerkingsverband) en dan hadden ze het abonneenummer nodig. Dat stond op een stuk papier…in de auto. Dan maar op naam opzoeken, maar na een tijdje in de wacht terwijl de twee organisaties met elkaar overlegden vonden ze dat ik niet in het systeem stond. Spelling zou ook niet het probleem zijn – het staat niet op mijn naam maar op naam van Traveller’s Autobarn, wat elke English native speaker wel zou moeten snappen. Ik wist eigenlijk wel zeker dat de muts aan de andere kant van de lijn gewoon iets fout had gedaan (met mijn humeur op dat moment dacht ik bij mezelf al dat het niet het beste personeel zou zijn op de nachtdienst in de vakantie) en besloot maar gewoon de NRMA te bellen. Dit had ik de vorige keren ook gedaan, waarna zij met de RACT en RACV hadden gebeld. Leek mij extra gedoe, maar slim zijn en om de bureaucratie heen werken had me vooral een half uur aan verspilde tijd en moeite opgeleverd. De NRMA kon me gelijk vinden en ging me helpen…maar dan moest ik wel zelf even een garage vinden, want zij wisten toch echt niet wie er vandaag open waren.

Na wat gesteggel met de AWN in een poging een nieuwe lijst garages te krijgen (het was opnieuw echt een ontzettend moeilijke vraag die ik stelde) was het alweer 6:45. Ik had een lijst met garages, maar die kon ik niet bellen want zelfs op normale werkdagen was geen van de garages open volgens hun websites. Ik probeerde al wel wat om te kijken of er automatische berichten waren die iets zeiden over openingstijden, maar nee. De eerste garage ging om 8:00 open maar had volgens de website vanaf 7:30 al iemand op locatie voor vroege drop-offs, dus om 7:30 probeerde ik die en zowaar kreeg ik iemand aan de lijn. Ze konden me zelfs helpen, maar dat zou wel maandag worden (ter verduidelijking: het was donderdag, en ik was van plan zaterdag te vertrekken). Afleveren kon al wel vandaag. Het was waarschijnlijk het beste wat ik zou krijgen, dus ik vond het prima en gaf het adres door aan de NRMA, zodat die het weer konden doorgeven aan de RACV. Ondertussen belde ik maar met m’n hotel om m’n verblijf met een paar dagen te verlengen, want dat zou ik wel nodig hebben. Het puzzelen aan m’n reisschema kwam later wel, maar ik had al wat globale ideeën over opties voor schuiven en schrappen.

Even later miste ik een oproep van de NRMA, het voicemailbericht zei dat ze geen sleepwagen konden reserveren maar alleen direct (het was 7:45 en ik had ‘m om 9:00 nodig). Nou ja, vooruit. Ik had erop ingesteld om rond 8:50 opnieuw te bellen, maar vlak daarvoor kreeg ik opeens een automatische SMS van de RACV dat er iemand onderweg was en over 5 minuten bij me zou zijn. Waar dit precies fout was gegaan wist ik niet, maar het kon me ook niet zoveel schelen. Ik liep richting het vrachtdok waar de sleepwagen zou aankomen.

Het was even wat gedoe om de auto op de wagen te krijgen (er was iemand die net zoals ik met een kapotte auto zat, en die hadden ze precies voor mijn auto geparkeerd) maar na een beetje duwwerk was deze vrij en was het gedaan. De man vroeg me of ik iemand had die het vandaag kon regelen. Nee, maandag pas, maar we konden het alvast afleveren, zei ik. Hij zei dat hij wel iemand wist die het vandaag kon regelen, en vroeg of ik dat wou proberen. Zelf betwijfelde ik dat het dezelfde dag nog kon gebeuren (de monteur van RACT had de conclusie getrokken dat de boordcomputer aan vervanging toe was, dat leek me niet iets wat even snel tussendoor kon) maar ach, als het niet vandaag kon kon die garage het vast ook wel maandag proberen. Prima, zei ik, laten we dat maar doen.

Terwijl de man onderweg was belde hij even vooruit om te zeggen wat er aan de hand was en dat hij een spoedgeval had, of hij er even naar kon kijken. De reactie was zo ongeveer wat ik verwachtte: als het een klein probleem is zou hij het fixen, maar iets groots ging niet lukken. Na het telefoontje kwam ik aan de praat met de chauffeur, over dat ik aan het reizen was en wat ik allemaal al had gezien. Een van de dingen die ter sprake kwam was dat ik al een slaapplek had (een hotel in de binnenstad). Toen we aankwamen bij de garage kwam dat opeens weer om de hoek kijken. Het was een familiebedrijf, en terwijl hij de man aan de lijn had gehad kwamen we nu de vrouw tegen, die zei dat ze het veel te druk hadden. Mijn chauffeur zei tegen mij dat ik even m’n mond moest houden, en hield vervolgens een verhaal tegen de vrouw dat ik geen slaapplek had dus het moest absoluut dezelfde dag gebeuren. Nou vooruit, ze zouden ernaar kijken. “Het zijn goede mensen, maar soms moet je ze een beetje onder druk zetten.”

Je moet trouwens niet het idee krijgen dat ik in een afgelegen industriewijk was gekomen bij een twijfelachtige monteur. We zaten in Spotswood, een wijk net aan de overkant van de West Gate Bridge, en het voelde verbazingwekkend Enschedees (los van het kwik dat rond 9:30 al de 38 had aangetikt). Een van de dingen die dat deed was het feit dat er een grote hoeveelheid (sterk geïntegreerde) Arabische mensen leken te wonen. De garage was netter en mooier dan alle garages die ik tot nu toe heb gezien, had grote certificaten van de RACV en tal van andere vergelijkbare instanties hangen, en werd gerund door (gokte ik) een Libanese familie. De vrouw had duidelijk de broek aan en had de bedrijfsvoering in handen, maar vader en drie zoons deden het handwerk. Mijn chauffeur was een nogal ronde Marrokaanse kerel, die duidelijk een vriend van de familie was. Terwijl ik aan het wachten was kwamen er af en toe wat mensen uit de buurt binnendruppelen om een auto op te halen (de helft in het Engels, de helft in het Arabisch) en op een gegeven moment kwam er zelfs nog een vriend van de familie met een sleepwagen aan; hij had de andere auto bij zich die stuk van de boot was gekomen.

Ik pakte een kop koffie uit de automaat (vers gemalen koffie voor 1 dollar – had ik al gezegd dat dit een bijzonder nette garage was?) en ging er maar rustig voor zitten, want ik verwachtte dat het nog wel even zou duren en dat ik zou horen dat ze het toch niet vandaag konden doen. Twintig minuten later hoorde ik dat het opgelost was. Ja, echt.

Het probleem bleek te zijn dat er een aardekabel van de elektronica los was komen te zitten en slecht contact maakte. Dit was een perfecte verklaring voor alle symptomen, en was bovendien ook nog eens te wijten aan het verwisselen van de motor: ze hadden daarbij gewoon iets niet goed aangedrukt. Dat laatste vond ik nog het belangrijkste, want dat zei mij dat het eigenlijk geen nieuw probleem was en dat het eigenlijk nog steeds door die falende radiator kwam. Iedereen (inclusief ikzelf) was wel verbaasd dat dit niet was gevonden door het mannetje van de RACT, en ook niet bedacht was door de Holden-technicus die hij had gebeld. Beetje jammer, maar dat kon me nu niet zoveel schelen. Mijn probleem was opgelost, en het kostte mij niet meer dan de manuren. Toen kwam de klap op de vuurpijl: “Ben je lid van RACV?” “Niet direct, nee.” “Ok, nou, we doen maar even alsof, want dan kunnen we je ledenkorting geven.” Nog eens 10 procent eraf.

Zowel de familie als de chauffeur (die er nog steeds rondhing, wachtend op een volgende klus) heb ik uitvoerig bedankt. Het gaf opnieuw aan dat je echt heel behulpzame mensen hebt in dit land, maar mijn gestoei over de telefoon had wel duidelijk gemaakt dat je die (net zoals in elk land eigenlijk) niet moest zoeken in een callcenter. Dat het grote hoofdkantoor niet weet welke garages open zijn op feestdagen en in de vakantie vind ik nog steeds bizar (het lijkt me juist de periode dat je veel problemen hebt met toeristen die niet in hun eigen stad zijn en dus niet hun auto naar huis kunnen laten slepen i.p.v. een garage) maar zodra je bij de working class aanklopt wordt alles op alles gezet om je te helpen – zelfs een onzinverhaal aan je vrienden ophangen om de klus er nog even door te duwen is dan prima, blijkbaar.

Tegen de tijd dat ik vertrok uit de garage was het 10:30. Een paar uur eerder zat ik in de terminal in mezelf te vloeken op onbehulpzame callcenters terwijl er op de TV’s de standaard kunstmatige supervrolijke ochtendprogramma’s vooruitkeken naar de gezellige en vrolijke viering, en een “happy new year” – op dat moment was ik alles behalve happy, en die TV’s maakten het absoluut niet beter. Een paar uur later was het echter compleet anders. M’n auto deed het weer en ik had er bovendien vertrouwen in dat ik niet in het ene probleem na het andere zou komen, ik hoefde m’n reis niet om te gooien en ik had nog een hele dag voor me om lekker te genieten van het absurd warme weer in afwachting van nieuwjaar. Je zou kunnen zeggen dat er wel een beetje sprake was van mood swings.

Eenmaal bij het hotel liet ik m’n eerdere verlenging weer annuleren, en toen ik m’n tassen wou achterlaten (het was 2 uur voor check-in) bleek dat m’n kamer al klaar was en dat ik gewoon gelijk naar boven kon. Gewoon gelijk m’n spullen in een hotelkamer gooien. Puur omdat het kon (en om een beetje het gevoel te krijgen dat m’n dag nu pas echt begon) ben ik maar gewoon weer onder de douche gesprongen, en na een klein ongepland middagdutje om de korte nacht te compenseren (je kent dat wel, als je opeens op een heel comfortabel bed ligt) had ik dan toch eindelijk het gevoel dat ik 2 mooie dagen in Melbourne voor me had liggen.

Going with the times

De eerste van die dagen was overigens niet heel uitgebreid. Met 40 graden buiten de deur had ik niet heel veel motivatie om de stad weer door te wandelen, zeker omdat ik het gevoel had dat ik toch wel aardig wat had gezien tijdens m’n vorige bliksembezoek. Ik vulde het dus vooral met wat lezen in de schaduw bij Flagstaff Gardens, een lunch bij de Federation Square, en een beetje typen aan m’n verhalen aan de Yarra River.

Tussen de frustraties door dacht ik in de ochtend op de televisies gezien te hebben dat er om 21:00 vuurwerk zou zijn bij Flagstaff Gardens (het ‘kindervuurwerk’ zullen we maar zeggen). Ik had niet echt andere plannen dus ik ging daar maar heen om alvast een idee te krijgen van de show, maar dat bleek tevergeefs; het kindervuurwerk was alleen bij Yarra Park, en er was niets zichtbaar vanaf waar ik zat. Na een reeks doffe knallen ging ik een beetje teleurgesteld terug naar m’n hotelkamer om nog even op te laden voor de mensenmassa’s bij de show rond middernacht. Ik besloot voor het eerst in tijden weer eens het nieuws te kijken, en toen dat eenmaal gedaan was kwam ik terecht bij een cricketwedstrijd op TV. Nou kende ik op dat punt alleen wat basisconcepten van de sport, maar niet genoeg om echt te snappen hoe een wedstrijd werkte. Wat mij fascineerde aan de wedstrijd was dat het publiek zo enthousiast was als bij een gemiddelde voetbalwedstrijd, in tegenstelling tot het imago wat meer in de buurt komt van snookerpubliek. Terwijl dit aanstond besloot ik de regels op te zoeken, en ik had al vrij snel de meeste concepten begrepen – bovendien werd me duidelijk dat deze competitie is voor Twenty20-cricket, wat kort gezegd een vorm is van de sport die juist is ontwikkeld om het sneller en interessanter voor het publiek te maken. Het werkte, want aan het einde van de wedstrijd (die bovendien met een bijzondere grote comeback eindigde waardoor de presentatoren ook nog eens op de maximale stand sprongen) zat ik er helemaal in.

Toen de wedstrijd afgewerkt was werd het wel tijd om richting Federation Square te gaan, een van de grote plekken waar (en dit wist ik zeker) de vuurwerkshow goed te zien zou zijn. In tegenstelling tot Sydney heeft Melbourne geen centrale show maar gebruiken ze een hele verzameling flatgebouwen om vanaf af te steken. Het was druk, maar ik kon nog prima op een mooie plek komen, en na een klein uurtje wachten barstte de show los.

Drukte bij Federation Square

Drukte bij Federation Square

Ik zal heel eerlijk zijn: het viel gewoon tegen. Niet alleen vergeleken met de show in Sydney, niet alleen vergeleken met georganiseerde shows in Nederland, maar gewoon vergeleken met wat ‘we’ zelf afsteken was dit een aanfluiting. Effectief hadden ze gewoon een vuurwerkshow gepakt zoals in Darling Harbour (beter nog, een vuurwerkshow zoals ik zelf ooit voor de Kick-In heb besteld voor slechts 3 nullen) en die op 15 locaties neergezet. De effecten waren niet bijzonder, er zat geen structuur in de show, er was geen duidelijk einde – er was niet eens een countdown naar middernacht, de show begon gewoon opeens. Het was beter dan niets, zullen we maar zeggen, maar het stadsbestuur zou wel eens mogen nadenken over hoe geloofwaardig hun verhaal is dat er 8 maanden planning aan vooraf was gegaan (ik verzin het niet).

Can you say anticlimax?

Can you say anticlimax?

Maar weet je, het was eigenlijk wel prima. Ik zat totaal niet in die stemming die normaal bij deze tijd van het jaar hoort. Het was niet koud, er was geen leeglopend-en-vervolgens-weer-vollopend studentenhuis rond de Kerstdagen, geen oudejaarsconference met oliebollen, en ik had niet eens geprobeerd om de Top 2000 te luisteren. Van alle dagen die ik in Australië zou doorbrengen had ik hiervan verwacht dat het nog wel eens een eenzaam moment zou worden (nul bekenden om me heen in plaats van de honderd nieuwjaarswensen die ik normaal uitdeel in de Vestingbar) maar zo voelde het totaal niet. Natuurlijk miste ik het feest in de VB wel een beetje (het blijft toch wel een van de weinige echt leuke en grote feesten van het jaar) maar ach, een jaartje missen moest kunnen.

Out and about

De volgende dag besloot ik gebruik te maken van het geweldige openbaar vervoer van de stad. Dat is lekker simpel gehouden, en is geweldig voor toeristen. Het begint met een gratis zone – het hele CBD kun je gratis bereizen in bussen, trams en treinen. Ja, treinen; langs de rand van het CBD liggen zo’n 4 treinstations. Ga je buiten die gratis zone, dan betaal je een vast bedrag waarmee je zoveel kunt reizen binnen 2 uur als je wilt (eventueel een hoger bedrag als je tussen zones 1 en 2 reist, maar je komt eigenlijk nooit buiten zone 1 als toerist). Na die 2 uur kun je opnieuw inchecken – je betaalt dan datzelfde vaste bedrag nogmaals, maar daarmee is voor de rest van die dag elke reis betaald. Voor mij betekende dit op een feestdag dat ik voor een paar dollar onbeperkt de hele stad door kon. Niet verkeerd.

Allereerst op naar St. Kilda. Dit is een wijkje dat rond het strand is gebouwd en een beetje de allure heeft van een gemiddeld stranddorp zoals Lakes Entrance, maar dan wel binnen een stad van 4 miljoen. Het voelt dan ook niet echt klein, maar ook niet echt als een stukje van een metropool, en dat is best een grappig sfeertje.

Melbourne heeft ook een Luna Park, met een andere maar even verontrustende poort als die in Sydney

Melbourne heeft ook een Luna Park, met een andere maar even verontrustende poort als die in Sydney

St. Kilda Beach

St. Kilda Beach

De lokale nieuwjaarsduik

De lokale nieuwjaarsduik

The Esplanade

The Esplanade

Na een beetje uitwaaien op het strand ging ik richting de Shrine of Remembrance. Dit gigantische monument is de centrale plek van het land op Anzac Day, vergelijkbaar met de Dam op 4 mei. Op het eerste gezicht is het gewoon een veel grotere versie van het Anzac Memorial in Hyde Park, maar het is zeker een los bezoek waard. En niet alleen vawege het uitzicht dat de heuvel je geeft over de stad.

Boer War Memorial

Boer War Memorial

Wat omringende monumenten voor historische figuren, zoals de eerste gouverneur-generaal...

Wat omringende monumenten voor historische figuren, zoals de eerste gouverneur-generaal…

...en Edward VII.

…en Edward VII.

Shrine of Remembrance

Shrine of Remembrance

Melbourne vanaf de trappen

Melbourne vanaf de trappen

Wat ik persoonlijk nogal opvallend vind is dat, in tegenstelling tot de monumenten en musea in Sydney en Canberra, dit monument vrij expliciet praat over “the glory of sacrifice” van de soldaten. Ik vond het bij die eerdere plekken juist zo prettig om te zien dat er juist werd benadrukt dat er niks geweldigs is aan sterven voor je land, dat het vooral een noodzakelijk kwaad is. Het gaf het allemaal een heel menselijke benadering, juist onderscheidend van de ronduit wanstaltige manier hoe bijvoorbeeld de VS het altijd presenteert. Dit monument gaat compleet de andere kant op, en dat vind ik toch jammer. Natuurlijk moeten we dankbaar zijn voor de mensen die met gevaar voor eigen leven de oorlog ingaan, en je zou dat voor mijn part zelfs nobel kunnen noemen, maar dat je het nodig vindt om het te presenteren als glorie behalen door het geven van je leven vind ik getuigen van een gebrek aan vertrouwen in je eigen bevolking om te snappen hoe belangrijk de acties van die mensen waren. Het klopt gewoon niet met de nuchterheid die ik tot nu toe van Australiërs gewend ben. Een beetje vreemd dus.

De volgende stop was South Yarra, een van de bekendere en hippere wijken van de stad. Ik wist niet zo goed waarom ik er eigenlijk heen ging want de verhalen die ik erover had gelezen waren nou niet per se over het soort wijk dat mij normaal aanspreekt, en toen ik er eenmaal aankwam bleek dat beeld precies te kloppen. Het is niet heel bijzonder, maar ook zeker niet vervelend om rond te lopen.

South Yarra

South Yarra

Ik besloot het tramhoppen af te sluiten met een stop in de Alexandra Gardens, waar ik aan de Yarra River even een uurtje met m’n boek kon zitten.

Aan de Yarra River

Aan de Yarra River

Toen ik terugkwam bij m’n hotelkamer zette ik m’n TV weer aan om te kijken of er toevallig weer een cricketwedstrijd was, en die had ik te pakken (sport op feestdagen is net zoals in de VS wel een ding hier). De reclameblokken wisten me bovendien te vertellen dat er de volgende dag een wedstrijd zou zijn in Melbourne, en niet zomaar eentje: een derby tussen de twee teams uit de stad, en bovendien in de Melbourne Cricket Ground (ook wel bekend als de MCG), verreweg het beroemdste stadion van het land. Het heeft voor cricket een legendarische status en wordt ook beschouwd als de geboorteplek van Australian Football – eigenlijk wel een must-see dus. Ik kwam erachter dat er nog zat kaarten waren, en niet te duur: 40 dollar, voor zowel de vrouwenwedstrijd in het voorprogramma als de mannenwedstrijd in de avond. (De vrouwencompetitie is dit jaar begonnen en is een exacte weerspiegeling van de mannencompetitie – dezelfde teams zijn vertegenwoordigd en ze spelen dus dezelfde wedstrijden.) Last-minute besloot ik om m’n plan om te gooien: ik verlengde m’n hotel met een extra nacht en boekte het ticket. (Die extra dag in Melbourne zou ik waarschijnlijk aftrekken van de paar dagen die ik in Adelaide had gepland – daarover later meer.)

De avond vloog uiteindelijk best snel voorbij, met nog een beetje sfeer proeven van de binnenstad en avondeten. En cricket op TV.

Battle for Melbourne

Mijn bonusdag in Melbourne was aangebroken, en na het uitslapen en late ontbijt was het eigenlijk al wel tijd om richting het stadion te gaan. Ditmaal niet met de tram, maar met de trein. De vormen van het stadion kun je vanuit de binnenstad al zien langs de rivier, maar als je er eenmaal voor staat realiseer je je pas echt hoe groot het ding eigenlijk is.

Het binnenkomen was een beetje gedoe, want mijn ticket zei Gate 3 en die deur zat dicht. Ik vroeg de mensen die daar in de buurt stonden en die zeiden dat ik wel Gate 3 moest hebben maar aan de andere kant van de paal, en daar wist iemand me te vertellen dat ik juist terug moest, weer om de grote paal heen. Ik kreeg kleine flashbacks naar m’n telefoonavonturen, en bedacht me dat de minst officiële mensen me tot nu toe het beste hadden geholpen. Ik negeerde dus alle mensen met het MCG-uniform en stapte af op een ingehuurde beveiliger. Die gaf een simpel antwoord: die deur ging vanavond pas open, maar ik kon prima bij Gate 4 naar binnen. Klopte als een bus; het was een beetje omlopen om bij m’n stoel te komen, maar het ging prima. Opnieuw natuurlijk een beetje jammer vanuit het perspectief van klantenservice.

Een wedstrijd in de WBBL trekt niet zo heel veel bezoekers.

Een wedstrijd in de WBBL trekt niet zo heel veel bezoekers.

Aan het begin van de BBL-wedstrijd was het al drukker...

Aan het begin van de BBL-wedstrijd was het al drukker…

...een uur later al helemaal.

…een uur later al helemaal.

De vrouwenwedstrijd verliep met een relatief leeg publiek, maar tegen het begin van de mannenwedstrijd zat het al wel wat voller. Gek genoeg liepen de tribunes ook tijdens de wedstrijd nog vol, met na het eerste uur nog extra mensen die binnenstroomden; tegen die tijd was er een paar duizend man meer dan bij het begin. Achteraf waren er 2 aan elkaar gerelateerde oorzaken: er was een all-time bezoekersrecord binnen de competitie (van ca. 50000) verbroken (die avond waren er ca. 80000), en dat was zo’n extreme stijging dat ze er bij de MCG niet op hadden gepland. Het leverde lange wachtrijen op en voor veel mensen veel vertraging, maar uiteindelijk zorgde het wel voor een lekker vol stadion, wat toch wel heel veel doet met de sfeer.

Ik had van tevoren niet echt een team gekozen om voor te juichen dit keer, want volgens de ranglijst deden beide teams het niet echt geweldig dus een underdog was er dit keer niet. Uiteindelijk koos ik voor de Renegades (puur omdat die technisch gezien het uit-team waren) en daarmee koos ik dit keer voor het verliezende team. Jammer, maar het maakt de wedstrijd niet minder leuk. Ik vond het een mooie afsluiting van Melbourne en was erg blij dat ik de extra dag erbij had gepakt.

Hit the (great) road

Die zondag vervolgde ik mijn reis door ditmaal aan de westkant het water op te zoeken. Dat betekende eerst een flinke tijd door de buitenranden van de metropool van Melbourne te gaan. Eenmaal daarbuiten kom je vrij snel bij het kustplaatsje Torquay, waar officieel het begin ligt van de Great Ocean Road, een snelweg langs de Victoriaanse zuidkust.

West Gate Bridge

West Gate Bridge

Geelong

Geelong

De Great Ocean Road staat internationaal nogal bekend als de mooiste roadtrip van Australië, en dat trekt natuurlijk veel toeristen aan. Een van de manieren waardoor dat nogal opvalt is dat er opeens heel veel borden langs de weg staan die je eraan herinneren dat je in dit land links moet rijden. Voor veel toeristen is dit het eerste (en soms het enige) stuk dat ze daadwerkelijk zelf rijden, juist vanwege die reputatie, en dat zorgt voor een aardig gebrek aan ervaring op deze wegen. Voor mij ook extra opletten dus – ik zat niet echt te wachten op spookrijders.

Wat de weg zo interessant moet maken is niet alleen de weg zelf, maar vooral de vele mooie haltes waar de weg langs loopt. Dat betekent dus veel uitstappen en rondlopen, te beginnen met Torquay zelf.

Torquay Front Beach

Torquay Front Beach

Cozy Corner, op Point Danger

Cozy Corner, op Point Danger

Hierna is het al heel snel tijd om juist even van de Great Ocean Road af te wijken en een zijweg te nemen, om op die manier een kijkje te nemen bij het wereldberoemde Bells Beach. Dat mensen hier durven te surfen vind ik toch wel gewaagd – ik zou er niet eens willen zwemmen.

We zijn begonnen!

We zijn begonnen!

Bells Beach

Bells Beach

Eenmaal terug op de weg kom je al heel snel weer bij de volgende paar dorpjes uit. Op dit traject is de weg eerlijk gezegd nog niet heel erg spannend, en de dorpjes zijn ook niet zo spectaculair als je al het een en ander aan kustplaatsjes hebt gezien. Anglesea’s hoofdattractie is grazende kangoeroes op een golfbaan, maar daar mag je natuurlijk niet op als je niet gaat golfen, en Aireys Inlet heeft een vuurtoren, waar ik inmiddels toch wel een aardige hoeveelheid van heb gezien.

Oceaan? Waar?

Oceaan? Waar?

Ah, gevonden.

Ah, gevonden.

Aireys Inlet

Aireys Inlet

Eagle Rock

Eagle Rock

Richting Lorne krijgt de weg wat meer vorm. Het dorp zelf voelt een stukje eigenwijzer dan de meeste stranddorpen en heeft dan ook wel wat, maar het is nog steeds niet echt uitnodigend om uren rond te hangen als je geen trek hebt in het strand.

Nou begint de weg toch echt al een stuk eerder, maar het gebaar is mooi.

Nou begint de weg toch echt al een stuk eerder, maar het gebaar is mooi.

Iets meer coastal drive, maar ook iets meer wolken.

Iets meer coastal drive, maar ook iets meer wolken.

Lorne op afstand

Lorne op afstand

Na Lorne moest ik afwijken van de route. Een tijdje terug was er een grootte bosbrand in het gebied, en op Eerste Kerstdag vaagde die meer dan honderd huizen weg in twee dorpjes langs het traject tussen Lorne en Apollo Bay. De brand is inmiddels onder controle (maar nog steeds niet helemaal gedoofd) en de weg was op het moment dat ik er was dus ook nog niet vrijgegeven. Als ik de foto’s moest geloven was dit een van de weinige stukken waar de weg juist echt langs het water loopt, maar onder de omstandigheden heb ik toch liever een veilige route dan een mooie route. Bijkomend voordeel: via de omleiding kwam ik ergens terecht waar ik anders waarschijnlijk niet was gekomen.

Falls at nightfall

De weg leidde landinwaarts en bracht me eerst bij een attractie die nog onder de regio van Lorne wordt gerekend: Erskine Falls. De weg hiernaartoe liep precies langs het afgezette stuk bos, en er waren zelfs wat picnicplekken aan die kant van de weg die afgezet waren. Erskine Falls zelf was echter net erbuiten, en dat was te zien: hordes aan auto’s die waarschijnlijk de GOR aan het afrijden waren vulden de parkeerplaats. Je hoeft maar een paar minuten te lopen om iets van de waterval te zien.

Erskine Falls

Erskine Falls

Hierna nam ik een zelf uitgeplande omleiding, om zodoende een beetje de grote verzameling toeristen te proberen te ontlopen. Inmiddels was het ook al tegen het einde van de middag, dus ik besloot een kampeerplaats te zoeken die ongeveer langs die route lag. Die vond ik bij Beauchamp Falls. De route ernaartoe was wel een leuk staaltje bochtenwerk.

Ja, die weg is inderdaad zo smal. Nee, het is geen eenrichtingsverkeer.

Ja, die weg is inderdaad zo smal. Nee, het is geen eenrichtingsverkeer.

De kampeerplaats was in feite gewoon een groot grasveld bij de parkeerplaats voor een wandeling, dus nadat de tent was opgezet besloot ik die wandeling ook maar even te doen. Ik was er nu toch, dus waarom niet.

Kamperen bij de parkeerplaats

Kamperen bij de parkeerplaats

We duiken weer het regenwoud in

We duiken weer het regenwoud in

Beauchamp Falls

Beauchamp Falls

Deze wandeling deed me weer denken aan andere wandelingen door het regenwoud, en de eindstop leverde beelden op van vallend water die wat mij betreft veel mooier waren dan die van Erskine Falls. Een mooi verborgen pareltje dus.

Deppeler Creek

Deppeler Creek

Curves of the coast

De volgende ochtend moest ik helaas een natte tent inpakken; het had de hele nacht geregend, en het miezeren in de ochtend leek niet echt van plan zijn snel te stoppen. Aangezien ik de tent diezelfde avond weer zou uitpakken vond ik dit niet zo’n probleem, dus ondanks het weer begon de dag met een prima humeur.

De rit terug naar de kust was niet eenvoudig. De weg lag bezaaid met losgewaaid spul uit de bomen van afgelopen nacht, en op een moment sprong er ook nog even een kangoeroe vlak voor m’n bumper langs toen ik de bocht om kwam. Eenmaal op een grotere weg passeerde ik een vallende tak die m’n voorruit schampte (gelukkig geen schade), en een minuut later kwam ik opeens bij een grote omgewaaide boom. Het was aardig druk op de weg, maar ik was de eerste bij de boom (achter mij stond al snel een file, net zoals aan de andere kant van de weg) – het zag er dus uit alsof het echt net gebeurd was, en dat voelde toch wel als een beetje mazzel dat de boom niet net een minuut later was omgekukeld. Met ongeveer 6 man sleepten we de boom aan de kant om de weg vrij te maken, en daarna maakte ik dat ik zo snel mogelijk weg was van dat stuk weg met toch wel heel veel droog ogende bomen die moeite leken te hebben met de harde wind.

Bij Skenes Creek kon ik weer de Great Ocean Road op, en al snel was de grote stoet aan gehuurde campers en gecharterde touringcars weer zichtbaar.

Na Apollo Bay dook ik weer even de grote weg af naar Cape Otway, het meest zuidelijke puntje van het Australische vasteland. De echte attractie is hier (3 keer raden) opnieuw een vuurtoren, en ze hebben het lef om 20 dollar te vragen voor een rondleiding van een half uur door dat apparaat, maar ik besloot een stukje van de Great Ocean Walk mee te pakken dat hierlangs loopt – een wandelroute die parallel loopt aan de Great Ocean Road.

De weg op Cape Otway is een beetje kaal

De weg op Cape Otway is een beetje kaal

Een stukje Great Ocean Walk

Een stukje Great Ocean Walk

Cape Otway Lighthouse

Cape Otway Lighthouse

Daarna maar weer terug naar de weg, en daar kwam ik al snel op het meest beroemde stukje van de route (dat bovendien ook eindelijk weer daadwerkelijk langs de kust loopt). Eerste stop: de Gibson Steps, waar iemand met een pikhouweel ooit besloot om bij een arbitrair gekozen klif een trap te maken om op het strand te kunnen komen.

Lekker geslinger terug naar de grote weg

Lekker geslinger terug naar de grote weg

Gibson Beach

Gibson Beach

Gibson Steps

Gibson Steps

Vanaf hier is al een beginnetje te zien van de volgende halte, de Apostles. De algemeen geaccepteerde naam is tegenwoordig 12 Apostles maar dat getal is er alleen maar bijgeplakt omdat mensen geologie en de Bijbel met elkaar gingen verwarren – het zijn er nooit 12 geweest. Maar vertel dat maar eens aan de Chinezen die hier letterlijk met busladingen worden aangevoerd.

The Apostles

The Apostles

Ik kwam hier duidelijk terecht in de flow van de tourbussen vanuit Melbourne, die in 1 dag zoveel mogelijk van de interessante haltes doen en ‘s nachts terugrijden. Daarnaast is de halte van de Apostles een absurd grote centrale plek waar ook nog eens losse tourorganisaties zitten die vanaf daar de rest van de kust afwerken. Je kunt ook nog met de helicopter een stukje langs de kust doen, als je echt snel van je geld af wilt zijn. Ik wist dat het een toeristische weg was, maar dit was wel weer echt een plek die niks meer te maken had met natuurschoon bewonderen en vooral bezig is met het uitmelken van de toeristische attractie.

De rest van de haltes is niet zo idioot groot gemaakt, maar ik werd wel de rest van de dag achtervolgd door de tourbussen, aangezien ik nu in hun reisschema zat (en geen zin had om te proberen te in te halen, want dan zou ik zelf dingen moeten overslaan). Volgende stop: Loch Ard Gorge. Net zoals Mimosa Rocks is ook dit stukje kustlijn genoemd naar een ter plekke gezonken schip – ik dacht dat zeelui bijgelovig waren, maar dit lijkt me niet iets wat je doet als je bijgelovig bent.

Loch Ard Gorge

Loch Ard Gorge

Razorback

Razorback

Thunder Cave

Thunder Cave

Heel veel kan ik niet over de losse haltes zeggen eigenlijk. Ze zijn allemaal best leuk, maar voor mij deed de idiote drukte (plus de waanzinnige obsessie met bij elke stop honderd selfies en groepsfoto’s maken) toch wel flink afbreuk aan de hele ervaring. Voor verreweg het grootste deel van deze mensen ging het totaal niet meer om bijzondere rotsformaties zien – het was een kwestie van een checklist afwerken, bewijsmateriaal schieten voor Facebook, en doorrrrrrr. (En nee, dat zijn echt niet alleen de Aziaten – ik heb genoeg Europeanen gezien en gehoord die er minstens zo goed in zijn.)

The Arch

The Arch

London Bridge (in de jaren 90 is de daadwerkelijke brug ingestort)

London Bridge (in de jaren 90 is de daadwerkelijke brug ingestort)

The Grotto

The Grotto

Na The Grotto droogde de tourbussen snel op, en ik zag er veel ook juist omdraaien om terug te racen naar Melbourne. De volgende stop was daardoor eindelijk weer iets rustiger, en dat was wel een prettige afwisseling.

Bay of Islands

Bay of Islands

De binnenkant van de Bay of Islands

De binnenkant van de Bay of Islands

Toen ik het einde van de weg had bereikt en de ouderwetse Princes Highway weer te pakken had begon de avond al te vallen. Op weg naar m’n geplande kampeerplaats had ik echter nog 1 stop: Tower Hill Reserve. Tussen de vele akkers en weilanden ligt dit kleine natuurreservaat verstopt – zo verstopt zelfs, dat ik ondanks de Garmin de afslag eerst misliep. Als je eenmaal binnen bent is het het extra stukje omrijden echter wel waard.

Tower Hill Reserve

Tower Hill Reserve

Je kan er als je wilt wel een paar dagen vullen met de verschillende wandelingen, maar die tijd had ik niet. Ik besloot de Peak Climb te doen, een redelijk kort retourtje (1 uur) naar de top van de centraal gelegen Tower Hill. Dat het uitzicht vanaf daar mooi is hoef ik waarschijnlijk niet eens te vertellen.

Op weg naar boven. Op de voorgrond een meer, op de achtergrond de zee.

Op weg naar boven. Op de voorgrond een meer, op de achtergrond de zee.

Bovenop Tower Hill

Bovenop Tower Hill

De kampeerplek van die avond lag in het Mount Clay State Forest, lekker beschut tussen de bomen. Het was bepaald niet leeg, maar verreweg het grootste deel van de mensen was Australisch en geen toerist, en op de een of andere manier zijn dat toch een stuk prettiger buren om te hebben op een camping.

Saw Pit Camping Area

Saw Pit Camping Area

This is Gramp country

Met de Great Ocean Road achter me was het tijd om het roer stevig om te gooien en vol landinwaarts te gaan, strak naar het noorden. Dat was tenminste origineel het plan, maar toen ik op de kaart had gekeken om te zien wat ik onderweg allemaal kon doen zag ik het gigantische Grampians National Park parallel aan de route liggen. In plaats van de snelweg te nemen die erlangs liep koos ik ervoor om de weg dwars door dit park te nemen, op naar het dorp Halls Gap dat zo’n beetje geldt als de hoofdstad van het park. Het is best een flink gebied: vanaf de zuidelijke rand was ik een ruim uur bezig op een grote provinciale weg om bij Halls Gap te komen.

The Grampians

The Grampians

Natuurlijk kent zo’n park veel wandelingen, dus ik liet me een beetje informeren over de mogelijkheden bij het informatiecentrum en koos voor een route van ongeveer 4 uur. Na de nodige voorbereidingen was ik een half uur later onderweg.

Dit volstaat hier als een pad

Dit volstaat hier als een pad

Zodra ze doorhebben dat je ze ziet zitten ze stokstil.

Zodra ze doorhebben dat je ze ziet zitten ze stokstil.

Ik weet niet helemaal wat er precies aan de hand was, maar deze wandeling viel me een stuk zwaarder dan de vorige wandelingen. Het was niet warmer, het terrein was niet zwaarder en ik voelde me aan het begin gewoon goed, maar ik had toch wat meer pauzes nodig tijdens deze wandeling. Los van de fysieke inspanning was het een geweldige route, en ik was erg blij dat ik last-minute had besloten om dit park een bezoekje te brengen.

Grand Canyon

Grand Canyon

Vanaf Pinnacle Lookout

Vanaf Pinnacle Lookout

De vallei met een stuwmeer

De vallei met een stuwmeer

Wonderland Forest

Wonderland Forest

Na de wandeling had ik nog een stukje rijden te gaan richting Horsham, waar ik die nacht zou verblijven. Ik kwam nu duidelijk in het platteland met wat ruiger terrein, dus een kampeerplek kon ik niet vinden – voor het eerst sinds m’n reis naar Brisbane sliep ik dus weer een nachtje in de auto.

Het wordt iets kaler

Het wordt iets kaler

Kan je hier slapen dan? Ja hoor.

Kan je hier slapen dan? Ja hoor.

Die avond kwam er nog een truckie bij die vertelde dat hij op deze plek wel vaker overnachtte. Hij had allemaal verhalen over toen hij 30 jaar geleden het land door had gereisd, hoeveel makkelijker dat was omdat er allemaal verharde wegen bij waren gekomen in de tussentijd (hij moest destijds met de trein van Alice Springs naar Adelaide) en over de liftende toeristen die hij af en toe meeneemt. Na een half uurtje ging hij terug naar z’n truck om op tijd te gaan slapen – de volgende ochtend toen ik wakker werd was hij alweer vertrokken.

Mulling by the Murray

Het traject dat voor vandaag in de planning stond was Horsham naar Mildura. Ik kon niet heel erg veel vinden aan interessante stops of dingen om te doen op deze route, dus ik besloot maar gewoon snel het rijden af te ronden en de tent voor de verandering eens op tijd op te zetten, zodat ik in de middag eventueel een beetje in de omgeving van Mildura kon rondkijken.

Een binnenlands stukje quarantainegebied; een Fruit Fly Exclusion Zone.

Een binnenlands stukje quarantainegebied; een Fruit Fly Exclusion Zone.

Even dat je het weet.

Even dat je het weet.

Toen ik eenmaal op de kampeerplaats kwam vond ik dat echter zo’n mooi stekje dat ik besloot om daar maar even een dagje rustig aan te doen. Na de zwaar gevallen inspanning van gisteren vond ik het ook wel een prettig idee om even op te laden, en de omgeving was er helemaal geschikt voor.

Het uitzicht vanuit m'n tent. De rivier vormt de staatsgrens; ik kampeerde in Victoria, de overkant is New South Wales.

Het uitzicht vanuit m’n tent. De rivier vormt de staatsgrens; ik kampeerde in Victoria, de overkant is New South Wales.

Ook hier weer genoeg beestjes om te kijken.

Ook hier weer genoeg beestjes om te kijken.

Veel meer valt er niet te zeggen over deze dag. Het was gewoon lekker relaxed genieten van het leven.

Zonsondergang bij de Murray River

Zonsondergang bij de Murray River

Taking the desert by storm

Nadat de tent was ingepakt was het tijd om verder richting het noorden te gaan, voor mijn laatste bezoek aan New South Wales van deze trip.

Daar zijn we weer!

Daar zijn we weer!

De weg loopt een beetje in vreemde kronkels om na Mildura ook nog even via Wentworth te gaan (het grootste dorp in de regio aan de NSW-kant) maar daarna verlaat deze al snel de vruchtbare grond rond de Murray River en steekt deze de woestijn in.

Het is niet het meest gevarieerde landschap dat je ooit zult zien, maar het is ook zeker niet saai. Je moet je vooral instellen op een lange zit, want het is een rit van iets meer dan 500 kilometer. Ruwweg halverwege kom je nog een tankstation tegen, wat verreweg het grootste teken van leven is dat je aan de snelweg tegenkomt. Natuurlijk zijn er wel boerderijen die zich op het platteland hier hebben gevestigd, maar die zitten kilometers van de snelweg af en kun je simpelweg niet zien. Hun vee daarentegen is geregeld rondom (en soms op) het wegdek te vinden.

Coombah Roadhouse

Coombah Roadhouse

Af en toe kom je wat roadkill tegen, en alhoewel dat in aantallen best meeviel werd daarvoor gecompenseerd met grootte. Op een punt kwam ik op een karkas van een volwassen kangoeroe die midden op mijn rijbaan lag, wat dusdanig groot was dat je er zelfs met een hoge 4×4 volgens mij niet overheen kan. Ik remde af (er kwam een tegenligger aan dus eromheen gaan ging even niet) en toen ik er praktisch voor stilstond zag ik een gigantische wigstaartarend die het beest als lunch gebruikte. Toen ik weer optrok besloot hij ook te vertrekken, en voor m’n neus klapte het beest z’n vleugels uit – een spanwijdte van makkelijk 2 meter breed. Misschien jammer dat er een dode ‘roo voor nodig is, maar het was ontzettend gaaf om te zien.

Woestijn!

Woestijn!

De tijd vulde ik trouwens met audioboeken. Het is een tip die ik had opgepikt van mensen die de lange ritten vaker doen, omdat die vaak lekker lang zijn en ervoor zorgen dat je wakker blijft (de stelregel is zo’n beetje dat je weet dat je moet stoppen met rijden als je het verhaal niet meer volgt). Voor mij was het de ideale smoes om eindelijk eens aan de Jack Reacher-boeken te beginnen.

Na 5 uur en een paar hoofdstukken Killing Floor kwam ik uit bij de naamgever van de Silver City Highway: Broken Hill.

Beschaving!

Beschaving!

Broken Hill is begonnen als mijnwerkstad, en heeft in die rol een paar belangrijke bijdrages geleverd aan de Australische geschiedenis. Zo is een van de originele bedrijven uitgegroeid tot de grootste multinational van het land en een van de grootste bedrijven ter wereld: BHP Billiton (de afkorting staat voor Broken Hill Proprietary, de bedrijfsnaam voor de fusie met Billiton). Het is ook de geboorteplaats van vakbonden in Australië, en was daardoor de eerste stad met een werkweek van 36 uur. De hoogtijdagen van de stad liggen inmiddels wel in het verleden, want de mijnen beginnen leeg te raken en de automatisering kost veel banen – ooit een stad van 30000 man met 4000 mensen in de mijnbouw, nu 19000 inwoners met 250 mensen in de industrie.

Broken Hill vanaf Line of Lode lookout

Broken Hill vanaf Line of Lode lookout

De gebouwen ogen wat koloniaal, maar niet al te oud.

De gebouwen ogen wat koloniaal, maar niet al te oud.

Ook oude gebouwen hebben glazenwassers nodig.

Ook oude gebouwen hebben glazenwassers nodig.

De stad zelf is een bijzonder gezicht als je net een paar uur door de woestijn hebt gereden om er te komen, want alles voelt eigenlijk gewoon hetzelfde als de andere middelgrote steden die ik tot nu toe heb gezien. Los van de verstrekkende vlaktes om de bebouwing heen zou je niet zeggen dat je op een afgelegen plek bent beland.

Downtown Broken Hill

Downtown Broken Hill

Het ouderwetse postkantoor naast de nieuwerwetse telefoonmast.

Het ouderwetse postkantoor naast de nieuwerwetse telefoonmast.

Dan nog iets interessants aan de mentaliteit van Broken Hill: het ligt in NSW, maar vindt zichzelf onderdeel van South Australia (de staat van Adelaide, richting het westen). In het begin van de 20e eeuw kreeg Broken Hill vrij weinig van de NSW-overheid, terwijl de stad verantwoordelijk was voor het leeuwendeel van de economie binnen de staat. Om aan te geven dat ze dat niet pikten besloten ze zich af te scheiden van NSW. Officieel is dat er nooit doorgekomen (dat ligt niet echt in de macht van een gemeenteraad) maar het gevolg is wel dat ze een andere tijdzone aanhouden (30 minuten verschil), een ander netnummer hebben (08 voor SA in plaats van 02 voor NSW), en dat er bij de trein- en busstations vooral grote schema’s hangen voor de lijnen naar Adelaide maar niet naar Sydney. Als je dat eenmaal weet kun je het op heel veel verschillende lagen terugvinden: zo weet ik inmiddels genoeg van de verschillende takken van de automobiel-organisaties om te zien dat de garages geen NRMA-kenmerk maar een RAA-certificaat aan hun muur hebben hangen.

De politie zit nog steeds in het originele hoofdkantoor

De politie zit nog steeds in het originele hoofdkantoor

En ook hier natuurlijk weer oorlogsmonumenten.

En ook hier natuurlijk weer oorlogsmonumenten.

De enige plek waar je een daadwerkelijke mijn kunt bekijken zou pas de volgende dag weer rondleidingen hebben, dus ik hield het op deze dag even bij een museum waar de omstandigheden van een mijn bovengronds zijn nagebouwd. Het museum is opgezet door een man die zelf zo’n 30 jaar in de mijnen van Broken Hill heeft gewerkt, en ook al is hij aardig op leeftijd, hij geeft alle rondleidingen nog steeds zelf.

White's Mine & Mineral Art Gallery

White’s Mine & Mineral Art Gallery

Vanaf de eerste deur is alles in de mijnstijl gegoten.

Vanaf de eerste deur is alles in de mijnstijl gegoten.

Daarnaast heeft hij er een hobby van gemaakt om schilderijen te maken met mineralen die in Broken Hill zelf zijn opgegraven. Er is geen pigment aan te pas gekomen: elke kleur is een natuurlijke kleur. Een van de mooiste dingen aan die kunstwerken laat hij zien door het licht uit te doen en met een ouderwetse kaars erlangs te gaan – de mineralen glinsteren aan alle kanten en geven het een hele andere invulling. Lastig om op de foto te zetten, maar je krijgt in ieder geval een beetje een idee.

Low-tech gereedschap

Low-tech gereedschap

Mineralenkunst

Mineralenkunst

Vlakbij Broken Hill ligt Silverton, een inmiddels grotendeels verlaten dorp dat (ietwat onterecht) een reputatie heeft als spookstad. De weg ernaartoe is wellicht verhard maar moet je vooral niet te hard nemen, want heuvelachtig is een understatement. Een gebouw in Silverton heeft de naam “Beyond 39 Dips” genomen, als referentie aan de diepe dalen die je in het asfalt tegenkomt. Al met al kost deze 20 kilometer je ongeveer evenveel minuten.

Het is een bijzondere gewaarwording. Wellicht wonen er officieel nog enkele tientallen mensen, ik kon ze niet echt vinden. Ik heb twee toeristen gezien bij het hotel (waar vermoedelijk ook wat personeel zit) en 4 mensen bij de camping (waarvan 2 gasten) – verder oogt het daadwerkelijk leeg. En dat is wel een ervaring.

De hoofdstraat van Silverton

De hoofdstraat van Silverton

Tja.

Tja.

Aan de rand van Silverton

Aan de rand van Silverton

De stad is in de loop van de jaren veel gebruikt als filmset, en is voor veel mensen vooral bekend als de set van Mad Max II – voor een fan genoeg reden om er een heel museum voor op te zetten. Verder valt het vooral op dat er veel kunstenaars zitten, die natuurlijk wat inspiratie halen uit de omgeving (of in ieder geval zo’n verhaal ophangen om hun artistieke imago op te krikken, denk ik dan).

Er bestaan nog meerdere kerken - mijnwerkers doen nogal veel aan geloof.

Er bestaan nog meerdere kerken – mijnwerkers doen nogal veel aan geloof.

Mad Max II Museum

Mad Max II Museum

...kunstig.

…kunstig.

De stad kende in betere tijden niet alleen meer mensen die sindsdien naar Broken Hill of elders zijn verhuisd – sommige gebouwen hebben de reis ook gemaakt. Een paar gebouwen zijn integraal afgebroken en 20 kilometer verderop volledig opnieuw opgebouwd in dezelfde vorm. Een paar bordjes geven aan welke gebouwen vroeger op bepaalde plekken aan de weg stonden, om je nog een beetje een idee te geven van hoe de winkelstraat er in drukkere tijden uitgezien zal hebben.

Ik besloot om hier te kamperen, want het was lekker stil en kostte me maar een paar dollar voor een nacht. De camping zit op de locatie waar vroeger een park stond dat aangelegd was om de mijnwerkers wat recreatie te geven. Ik weet niet of het park er ook beter uit heeft gezien, maar het is zelfs relatief gezien toch wel een troosteloze bedoening voor een recreatieplek. Wel een mooie unieke kampeerplek.

Penrose Park Campground

Penrose Park Campground

Toen de zon eenmaal aan het ondergaan was ben ik nog even het dorp uitgereden, naar een uitkijkpunt zo’n 10 kilometer verderop. Als je erheen rijdt krijg je al het idee dat je in echt uitgestorven gebied komt (na Broken Hill is Silverton al kaal, en dit is nog verder op dezelfde weg) en dat klopt. Gigantische uitgestrekte vlaktes zijn het resultaat. Wanneer ik thuis ben ga ik nog wel eens kijken of ik wat panorama’s in elkaar kan knutselen van m’n foto’s. Het is zo vlak dat je de kromming van de aarde kunt zien, zoals op open zee, en dat is echt een waanzinnig beeld.

Mundi Mundi Plains

Mundi Mundi Plains

Die nacht heb ik volgens mij de meest heldere sterrenhemel gezien van mijn hele leven. In een verlaten omgeving met praktisch nul lichtvervuiling en helder woestijnklimaat; je kunt het je wel voorstellen.

On the slopes and underground

De ochtend begon met een autorit over de heuvelachtige weg in de schemering. De Sculpture Garden van Broken Hill staat erom bekend dat deze het mooiste is wanneer de zon opkomt of ondergaat, maar ik had zelf niet echt heel veel zin om in het donker de weg naar Silverton te moeten rijden. Het echte juiste moment kon ik dus niet hebben, maar zodra het licht genoeg was om met een beetje vertrouwen de heuvelachtige weg te trotseren (met genoeg zicht op eventueel overstekend wild) waagde ik me eraan.

Broken Hill vanaf de Sculpture Garden

Broken Hill vanaf de Sculpture Garden

De beelden staan bovenop een heuvel een redelijk stukje buiten de stad, en dat levert inderdaad wat mooie beelden op – ongeacht wat de zon ermee doet. De beelden zelf zijn er ooit terechtgekomen toen iemand een hele club beeldhouwers bij elkaar riep om een paar weken daar aan de slag te gaan in een symposium. Het voelt allemaal dus een beetje als “omdat het kan” maar het zorgt er in ieder geval voor dat de heuvel meer is dan een standaard uitzichtpunt zoals je verspreid over het hele land al genoeg tegenkomt.

Een deel oogt vooral als rotsen...

Een deel oogt vooral als rotsen…

...een ander deel heeft daadwerkelijk vorm.

…een ander deel heeft daadwerkelijk vorm.

Op hetzelfde terrein als de beeldentuin is een klein reservaat gemaakt voor allerhande dier- en plantensoorten die in de woestijn leven. Het klinkt leuk, maar de nadruk ligt toch wel vooral op de flora en dat is wat mij betreft nou niet het meest spectaculaire wat de woestijn te bieden heeft. Los van een paar langsvliegende vogels en een kangoeroefamilie was er niet zoveel te vinden aan dieren, en dat was toch een beetje jammer.

Je bent welkom, maar je moet wel langs een paar elektrische hekken die dienen om gevaarlijke beesten buiten te houden (ter bescherming van de dieren daarbinnen).

Je bent welkom, maar je moet wel langs een paar elektrische hekken die dienen om gevaarlijke beesten buiten te houden (ter bescherming van de dieren daarbinnen).

De omgeving rond de Living Desert Sanctuary

De omgeving rond de Living Desert Sanctuary

Is it a bird? Is it a plane?

Is it a bird? Is it a plane?

Nomnom ontbijt.

Nomnom ontbijt.

Een iets minder welkome gast in de woestijn.

Een iets minder welkome gast in de woestijn.

Er zijn ook nog wat stukjes van het terrein gewijd aan culturele punten van de Aboriginals. Het idee is heel leuk, maar het zijn eigenlijk te weinig punten met te weinig niks ertussen (je moet standaard 10 minuten lopen van het ene museumstuk naar het andere) om het echt boeiend te maken.

Aboriginal-versies van wigwams

Aboriginal-versies van wigwams

Story poles

Story poles

Toen ik hier was uitgekeken reed ik opnieuw de Silverton Road op. Ditmaal niet om in Silverton zelf te komen, maar om halverwege de afslag te nemen naar de Day Dream Mine, de reeds genoemde oude mijn met rondleidingen. Vanaf het asfalt moet je nog zo’n 20 kilometer over een onverharde weg rijden en tussendoor een paar keer handmatig een hek open en dichtdoen (je rijdt officieel over het land van een boer, en die hekken dienen om het vee binnen te houden) maar na een tijdje door niemandsland te rijden kom je daadwerkelijk bij een oude mijn uit.

Op weg naar de mijn

Op weg naar de mijn

Day Dream Mine

Day Dream Mine

We need to go deeper!

We need to go deeper!

Het geheel is een kruising tussen een echte mijn en een museum. Het hoofdkantoor is een van de oude huisjes met een hele rits aan foto’s en krantenstukken over de mijn, en buiten staat een gigantische verzameling aan oude apparatuur en werktuigen klaar (waar je netjes uitleg over krijgt bij de rondleiding zelf). Na een kwartier in de zon gelopen te hebben gaan de helmen met lampen op en duikt de rondleiding daadwerkelijk onder de grond. De nadruk van de rondleiding ligt duidelijk op de werkomstandigheden, zowel qua gevaar (instorting en explosies) als qua fysieke arbeid (handmatig een kar met 500 kg aan steen kiepen is geen pretje), en daarnaast de continue herinnering dat dit maar een kleintje is. Af en toe kun je via een schacht rechtstreeks omhoog kijken om te zien dat je inmiddels 40 meter onder de grond zit, en de man zegt dat de mijnen in Broken Hill op 2 kilometer zitten. Je komt in een kamer van 10 vierkante meter en 2 meter hoog, en je hoort dat ze in Broken Hill kamers ter grootte van een stadion hebben. Je ziet misschien niet hoe de grote mijnen eruitzien, maar vergelijkingen trekken met iets waar je doorheen loopt is toch een stuk interessanter dan het gewoon lezen in een boek.

Na de mijn was het tijd voor een snelle lunch, en daarna weer de weg op. Dit keer was de koers zuidwestelijk: op naar Adelaide.

There’s a feeling I get when I drive to the west…

De route naar Adelaide is niet bijzonder spannend, maar kent toch iets meer tekenen van leven dan de Silver City Highway. Er zijn af en toe daadwerkelijk dorpjes te vinden (alhoewel je wel het gevoel krijgt dat er maximaal 10 man woont) en de grotendeels parallel lopende spoorlijn brengt af en toe wat grote goederentreinen in beeld. Zodra je de staatsgrens over bent en in South Australia zit begint het landschap ook langzamerhand wat bergachtiger te worden (de buitenranden van de Flinders Ranges) en het platteland wordt geler (heel veel tarwe).

In the middle of nowhere...maar je bent welkom.

In the middle of nowhere…maar je bent welkom.

Nog niet per se veel spannender. Links de spoorweg.

Nog niet per se veel spannender. Links de spoorweg.

Flinders Ranges

Flinders Ranges

Het mag niet naar binnen, en ook niet naar buiten. (Dit gaat om dezelfde zone als die ik bij Mildura inreed.)

Het mag niet naar binnen, en ook niet naar buiten. (Dit gaat om dezelfde zone als die ik bij Mildura inreed.)

Grooooeeeen!

Grooooeeeen!

Geeeeeeeel!

Geeeeeeeel!

Inclusief tussenstops kostte de hele rit me iets meer dan 6 uur, dus de avond begon voorzichtig in te zetten tegen de tijd dat ik de stad inreed. Dat deed ik overigens ook zonder het echt door te hebben; er zijn maar weinig buitenwijken, en er is erg weinig aan de binnenstad dat op een afstandje het idee geeft dat je een miljoenenstad tegemoet rijdt. En dat is toch een beetje gek.

Meer Nissan dan skyline.

Meer Nissan dan skyline.

Adelazy

Bij de voerig grote steden heb ik een beetje een chronologisch verhaal geschreven van m’n verkenning, maar hier laat ik dat even achterwege en zal ik gewoon gelijk de conclusie noemen: Adelaide is gewoon niet zoveel aan. Het is een stad zonder echt uitgesproken karakter, en alleen maar bekend als grote stad omdat het nou eenmaal de hoofdstad is van de staat (wat misschien wel spectaculair klinkt, maar uiteindelijk best meevalt).

Ook hier zo'n grote Chinatown

Ook hier zo’n grote Chinatown

De kerstboom afbreken op Victoria Square

De kerstboom afbreken op Victoria Square

Het meest kenmerkende aan de binnenstad is de serie parkjes die in de verschillende hoeken te vinden zijn, met Victoria Square als het middelpunt. Het idee klinkt erg mooi en als je op de kaart kijkt zien de parken eruit als redelijke stukken groen, maar als je er eenmaal staat valt het eigenlijk gewoon tegen. Alles bij elkaar vond ik het helemaal niet erg dat ik besloten had een dag Adelaide te schrappen in ruil voor een extra dag Melbourne.

Whitmore Square

Whitmore Square

Victoria Square

Victoria Square

Light Square

Light Square

Hurtle Square

Hurtle Square

De dag na mijn aankomst bracht ik m’n auto naar een garage voor een APK, en dat bracht me op plekken in de stad waarvan ik zou verwachten dat ze afgeladen zouden zijn met mensen op een zaterdag. In plaats daarvan was de binnenstad uitgestorven, was de grote rondweg leeg en was Victoria Square – hart van de binnenstad – vooral bezet met tenten voor een evenement waar geen van de bewoners iets om leek te geven.

West Terrace, de grote rondweg - helemaal verlaten

West Terrace, de grote rondweg – bijna verlaten

Adelaide Convention Centre

Adelaide Convention Centre

Adelaide Oval aan de River Torrens, langs de Riverbank Bridge

Adelaide Oval aan de River Torrens, langs de Riverbank Bridge

Elder Park

Elder Park

Op het moment van schrijven ben ik alweer weg uit SA, en alhoewel ik weet dat ik lang niet alles heb gezien wat je in de staat kan doen, vind ik het geheel gewoon niet zo spannend. Als je naar Adelaide gaat tijdens een rondreis zou ik het vooral als startpunt kiezen zodat alles daarna alleen maar beter wordt – anders is het (naar mijn mening) de moeite niet waard.

Al met al was ik niet per se teleurgesteld. Natuurlijk had ik iets meer van de stad verwacht, maar het betekende wel dat ik mijn tijd daar vooral kon gebruiken om een beetje op te laden voor de grote reis die ik nog voor de boeg had. Met de auto door de controle, mijn voorraden bijgevuld en mijn eigen energie weer op peil stond na Adelaide namelijk de grootse trip door centraal Australië op de planning: de Stuart Highway, dwars door the Red Centre naar Darwin aan de noordkust.

And the drive goes on

Die etappe van de reis staat in de planning voor de volgende update. Dat deel van de reis beslaat effectief de route van de World Solar Challenge in de andere richting, met hier en daar natuurlijk wat toeristische aftakkingen en tussenstops.

Nature, nurture, nonfunctionality

De Spirit of Tasmania steekt een vrij grote straat over en dat wil nog wel eens voor een ruwe overtocht zorgen, maar deze ging lekker soepel en zonder problemen. Af en toe even uitwaaien op het dek, soms even wisselen van plek in de boot om een ander uitzicht te hebben, maar voor het grootste deel gewoon even uitrusten met een boek (en het typen van het vorige hoofdstuk van m’n verhaal). Na 4 dagen lang lekker van hot naar her te reizen (waarbij ik zo’n 1300 kilometer had afgelegd) was zo’n geforceerd dagje onthaasten helemaal niet verkeerd.

Even zwaaien naar het broertje.

Even zwaaien naar het broertje.

Goedenavond!

Goedenavond!

In de avond van 23 december kwam de boot aan in Devonport. Doordat het vertrek wat vertraagd was kwamen we rond zonsondergang aan, en dat zorgde voor prachtige plaatjes.

Devonport

Devonport

Los daarvan betekende het wel dat er weinig tijd was om nog echt aan verkenning te doen, alhoewel ik dat sowieso niet in de planning had staan voor vandaag. Vanwege de kerstdagen verwachtte ik een redelijke drukte en voor deze week had ik dus zowaar campings gereserveerd – dat was wel prettig, want ik wist gelijk waar ik naartoe moest. Dat was voor de eerste avond niet in Devonport, maar het volgende stadje zo’n 20 km ten westen: Ulverstone. Van zowel Devonport als Ulverstone heb ik niet heel veel gezien, maar de hele route ertussen gaf wel adembenemende beelden. Als het daarmee begint moet de rest van de week wel spectaculair worden!

Onderweg naar Ulverstone

Onderweg naar Ulverstone

De camping zelf was een echte camping zoals we die in Europa ook kennen, met aangelegde plekken en faciliteiten (dit was van een van de grote ketens aan campings of “caravan parks” hier, BIG4). Het stond vrijwel helemaal vol, behalve bij de stroomloze plekken, dus ik had het toch nog verbazingwekkend rustig. Op een afstandje had ik wel wat overburen die op zeer Amerikaanse wijze al hun stroom in knipperende kerstverlichting leken te steken, maar ach, daar heb ik geen last van.

Ook hallo.

Ook hallo.

Ik stond tegen de achterkant van de camping aan, en als ik via de uitgang een weg overstak stond ik gelijk op het strand. Een mooie avondwandeling om m’n aankomst af te maken.

...and goodnight.

…and goodnight.

Can-yon dig it

De volgende ochtend had ik een rit richting het noordwesten in de planning staan, maar niet voordat ik even een omweg naar het binnenland nam. Ik had het in mijn gids bijna gemist, maar de man bij het tankstation zei dat ik toch echt even daar moest kijken als ik toch in de buurt was. De kustroute moest dus even wachten: op naar Leven Canyon.

De kloktoren is het enige echt opvallende aan Ulverstone, maar dan ook wel gelijk in overdreven mate.

De kloktoren is het enige echt opvallende aan Ulverstone, maar dan ook wel gelijk in overdreven mate.

Gemiddeld uitzicht van het Tasmaanse landschap.

Gemiddeld uitzicht van het Tasmaanse landschap.

Toch maar even remmen toen deze echidna de weg wou oversteken.

Toch maar even remmen toen deze echidna de weg wou oversteken.

Na ongeveer drie kwartier rijden kwam ik op de parkeerplaats, en vanaf daar was het geheel een rondwandeling van ongeveer een uur. In principe zijn er twee uitkijkpunten waar je allebei redelijk snel naartoe kunt, maar als je echt de natuur wilt zien kun je ook van het ene punt naar het andere wandelen en dan is het pad een stuk interessanter. Ik kan er lang en kort over zijn: zowel de uitkijkpunten als de tussenroute zijn absoluut de moeite waard.

Tegenover Cruickshanks Lookout.

Tegenover Cruickshanks Lookout.

Leven Canyon

Leven Canyon

De andere kant is iets meer een kloof dan een geul.

De andere kant is iets meer een kloof dan een geul.

Into the wild

Into the wild

Forest Stairs Path

Forest Stairs Path

Vanaf Edge Lookout.

Vanaf Edge Lookout.

Wat zou er eerder geweest zijn? Het pad of de boomstam?

Wat zou er eerder geweest zijn? Het pad of de boomstam?

Pingu goes on holiday

Daarna toch maar weer terug naar het noorden. De eerste stop was het interessant genaamde kustplaatsje Penguin. Die naam is er met een reden: delen van het eiland huisvesten kleine pinguinkolonies(?) en dit dorpje heeft ervoor gekozen z’n hele identiteit daaraan op te hangen. Niet alleen de plaatsnaam geeft het aan; er zijn ook een paar manshoge standbeelden, en alle prullenbakken langs de hoofdstraat zijn met de zwart-witte beestjes versierd.

Penguin Beach

Penguin Beach

Kneuterig, maar wel leuk

Kneuterig, maar wel leuk

De echte soort heb ik helaas niet kunnen zien, want die blijken alleen in de avonden echt zichtbaar te zijn (als ze terugkomen uit de zee, op naar hun slaapplekken aan land).

Table Cape

Verder naar het westen, in de buurt van Wynyard, ligt een groot uitstulpsel met de naam Table Cape. De klifwand zorgt voor mooie uitzichten (en natuurlijk staat ook hier weer een vuurtoren) dus het was een logische stop.

Op naar het westen. De schim in de verte is Table Cape.

Op naar het westen. De schim in de verte is Table Cape.

Het echte uitkijkpunt is praktisch op de parkeerplaats, maar je kunt een flink stuk langs de zee lopen langs de rand van de klifwand in een retour naar de vuurtoren. Met zo’n 25 graden en een beetje zeewind was het prima wandelweer, dus voordat ik weer in de auto stapte was het weer een klein uurtje verder.

Wynyard en omgeving vanaf de klif.

Wynyard en omgeving vanaf de klif.

Lekker langs de zee wandelen.

Lekker langs de zee wandelen.

Niet alleen de kant van het water is interessant; de plaatjes landinwaarts zijn ook wat waard.

Niet alleen de kant van het water is interessant; de plaatjes landinwaarts zijn ook wat waard.

Table Cape Lighthouse

Table Cape Lighthouse

Nutting Hill

Eindstop van de dag was Stanley, een van de oudste nederzettingen op Tasmanië en gelegen op een bijzondere landtong. De meeste van dit soort landformaties eindigen met een kustlijn die geleidelijk de zee ingaat, maar hier eindigt het juist met een grote berg van vulcanisch gesteente. De bijnaam is “The Nut” – er is een andere officiële naam, maar die gebruikt niemand en ik ben ‘m alweer vergeten.

In de verte kun je 'm al zien: The Nut!

In de verte kun je ‘m al zien: The Nut!

Je kunt met een stoeltjeslift omhoog, of je pakt een wandelpad dat via een steile zigzagroute omhoog gaat. Ik had na m’n wandelingen van vandaag wel vertrouwen in m’n conditie, dus ik koos voor de gratis optie. Het was best een onderneming, maar ik verbaasde mezelf: binnen 5 minuten was ik boven, alhoewel het me een flinke zweetpartij had opgeleverd.

De stoeltjeslift en wat mensen om je een idee te geven van de grootte.

De stoeltjeslift en wat mensen om je een idee te geven van de grootte.

Eenmaal bovenop is het de klim wel waard. Hier de westkant van Stanley...

Eenmaal bovenop is het de klim wel waard. Hier de westkant van Stanley…

...en de oostkant plus omgeving.

…en de oostkant plus omgeving.

Eenmaal bovenop is er een wandelroute die een rondje over de mini-berg maakt, en daar kun je gerust een ruim uur mee bezig zijn kwam ik achter (het is best een flink gevaarte). De uitkijkpunten gaven prachtig uitzicht, maar het was soms wel nodig om je stevig vast te grijpen aan de balustrade omdat de zeewind hier sterk genoeg was om je landinwaarts te blazen.

De top oogt nogal als de heide.

De top oogt nogal als de heide.

Aan de schimmen in de achtergrond kun je zien dat de landtong een beetje naar binnen krult.

Aan de schimmen in de achtergrond kun je zien dat de landtong een beetje naar binnen krult.

Om de landtong nog maar even extra zichtbaar te maken.

Om de landtong nog maar even extra zichtbaar te maken.

Aan een kant is er daadwerkelijk een kleine verzameling bomen zozdat je niet meer in de wind loopt.

Aan een kant is er daadwerkelijk een kleine verzameling bomen zozdat je niet meer in de wind loopt.

Stanley

Stanley

Toen ik eenmaal weer aan de voet stond was het toch alweer avond aan het worden, dus ik reed maar eens naar de camping toe. Die bleek in dit geval dichterbij dan gedacht (praktisch aan de voet van The Nut). De eigenaresse vond het wel netjes om mij over te plaatsen van het grote veld (waar de stroomloze plekken waren) naar een omheinde standplaats, want het was zo hard aan het waaien dat mijn kleine tentje er nog wel eens moeite mee zou kunnen krijgen. Helemaal prima, want ze vond het niet nodig dat ik er extra voor betaalde en ik kreeg wel een nog mooiere plek.

Het uitzicht vanaf de kampeerplaats.

Het uitzicht vanaf de kampeerplaats.

Na het avondeten ben ik nog even een rondje gaan lopen om even wat van het dorp te zien (het wandelen beviel goed die dag).

Stanley Beach

Stanley Beach

Dat is ook een manier van marketing.

Dat is ook een manier van marketing.

Bij terugkomst was er nog een interessante kolonne die langskwam: de brandweer die af en toe even de aandacht vroeg met een korte sirenestoot, gevolgd door een trekker met daarachter…de kerstman! (Het was immers 24 december.) De opzet voelde heerlijk dorps.

Merry Christmas!

Merry Christmas!

All I want for Christmas

Eerste Kerstdag 2015 verliep iets anders dan gepland.

Tja.

Tja.

Ik was onderweg terug naar het oosten, had in Wynyard een van de weinige tankstations gevonden die deze dag bemand werd (met cash betalen is toch goedkoper dan met creditcard bij de automaat) en ging toen naar het zuiden, op weg naar het meest beroemde natuurpark van het eiland: Cradle Mountain/Lake St. Clair. Op die route ging het mis.

Het temperatuurwijzertje van de motor was aardig aan het stijgen, en tegen de tijd dat ik dat doorhad viel opeens de motor uit. Met veel moeite (zonder stuurbekrachtiging en rembekrachtiging) kreeg ik de auto in de berm geparkeerd. Wat er precies aan de hand was wist ik op dit moment niet, maar het starten (na enig afkoelen) lukte in ieder geval niet meer en de het geluid dat de motor produceerde was niet echt fantastisch. Ik bleek tot stilstand gekomen te zijn op een plek zonder telefoonbereik, maar binnen een paar minuten kwam er iemand langs die voor mij wel even door wou rijden naar een plek met bereik en voor mij de RACT wou bellen (de lokale versie van de ANWB). In de tussentijd was het voor mij gewoon rustig afwachten in de auto.

De monteur die even later arriveerde concludeerde al snel dat er door oververhitting het een en ander was doorgebrand in de motor. Dat zou je kunnen repareren, maar het snelste en goedkoopste zou zijn om de motor te laten vervangen. Dat op zichzelf was natuurlijk niet fijn om te horen (voornamelijk vanwege het kostenaspect) maar tot overmaat van ramp kwam de timing ook nog even om de hoek kijken. Het was namelijk Kerstmis, en alle garages zaten op slot. Op Tweede Kerstdag zou het niet veel beter zijn, gevolg door een zondag, gevolgd door een maandag die (omdat Tweede Kerstdag in het weekend viel) ook tot vakantiedag was uitgeroepen. De beste man zei dat hij voor nu mij wel naar zijn huis zou slepen, en dat we daar maar moesten bedenken wat de beste volgende stap zou zijn.

Dat huis bleek een flink ding te zijn, op een aardig stuk land. Ik was duidelijk in het platteland, maar de boerenbedrijven zijn ook hier aan het uisterven en het is nu vooral bezaaid met flinke percelen die niet zoveel kosten. Bij aankomst was het al redelijk druk met voorbereidingen voor het kerstdiner, maar dat bleek de kalmte voor de storm te zijn: de monteur (Paul) had zeven kinderen en 5 kleinkinderen, en die kwamen natuurlijk allemaal bij opa en oma voor deze speciale tijd van het jaar. Inclusief nog wat andere familie kwam het totaal aan het einde van de dag op 22 mensen, plus 4 honden en 1 kat. En ik.

Vanuit de achtertuin in Elliott.

Vanuit de achtertuin in Elliott.

Een stukje van de tuin (wat de honden betreft vooral een worstelveld).

Een stukje van de tuin (wat de honden betreft vooral een worstelveld).

Omdat het al vrij snel duidelijk was dat er die dag niets gedaan kon worden met mijn auto werd mij verteld dat ik de nacht bij hen kon doorbrengen. Ik hoefde mijn tent niet op te zetten in de tuin: ze hadden een camper waar ik wel in kon slapen (ze hadden me een slaapkamer in het huis aangeboden, ware het niet dat die nu allemaal bezet waren). Niet alleen dat: ik kreeg lunch van ze, mocht aanschuiven bij het kerstdiner, en werd uitgenodigd om bij het uitpakken van de cadeau’s te zitten. Sterker nog: ze hadden zelfs last-minute wat koekjes uit een kast getrokken en ingepakt zodat ik ook een cadeau kreeg. Ook al is Kerst zo’n familiegebeuren, er werd geen seconde moeilijk over gedaan dat ik als wildvreemde opeens in het huis was, en ik werd ongelofelijk hartelijk ontvangen. Een gastvrijheid die ik nog nooit heb meegemaakt, en bovendien een Kerstmis die ik nooit zal vergeten: de planning was om die avond in m’n eentje in de natuur te kamperen met avondeten van m’n gaststelletje, maar nu zat ik aan een gigantische tafel met een diner waar dagen aan gewerkt was. Je verzint het niet.

(Deze man doet het RACT-werk al zo’n 40 jaar, en zijn kinderen vertelden veel verhalen over hoe ze in hun kinderjaren elke paar weken wel weer iemand te logeren hadden wiens auto stuk was. Ze waren er dus aan gewend, zo in deze uithoek. Maar nog nooit met Kerst.)

Overigens heb ik wel een foto van de hele familie plus ikzelf aan het kerstdiner, maar ik vind het niet zo netjes om die hier te plaatsen. Als je echt benieuwd bent moet je me maar vragen zodra ik weer in Nederland ben.

Zena, de eerste huiskat die in Australië ben tegengekomen (honden komen hier duidelijk meer voor).

Zena, de eerste huiskat die in Australië ben tegengekomen (honden komen hier duidelijk meer voor).

The day after

Ik had op de 25e al vrij snel besloten dat ik even niet te veel zou nadenken over de rest van de week. Er kon toch niks aan gebeuren, en het was nou eenmaal zo, en ik had in zekere zin grote mazzel gehad met waar ik terecht was gekomen. Dat ik iets moest gaan schrappen van m’n planning was duidelijk, maar wat precies zou ik nog wel zien. Daarnaast was de drukte een leuke afleiding en ik had het prima naar m’n zin.

De auto links op de sleepwagen, rechts de camper waarin ik overnachtte.

De auto links op de sleepwagen, rechts de camper waarin ik overnachtte.

De volgende ochtend was het toch even wat minder leuk, toen er geprobeerd werd om mensen te bellen. Zowel Boxing Day als een zaterdag, dus de officiële nummers zouden waarschijnlijk niks worden, dus de zoektocht werd geopend naar privënummers en 24-uurs-bedrijven. Opnieuw kwam die vriendelijkheid van de familie naar voren: allemaal waren ze wel aan het bedenken of ze mensen kenden in de buurt (het is echt een eiland, iedereen kent elkaar) en het internet werd afgestruind naar mobiele nummers in plaats van de bedrijfsnummers. Elke keer kwam er geen gehoor, en toen er daadwerkelijk iemand opnam bleek het de vrouw van de gezochte monteur te zijn die vertelde dat hij tot 11 januari op vakantie was. Ik zal eerlijk zeggen: alle lol van de vorige dag was ik op dat moment toch helemaal vergeten. Het leek erop dat de meeste bedrijven niet eens op dinsdag open zouden gaan, maar pas in het nieuwe jaar – de echt grote steden van het eiland waren niet bepaald in de buurt dus de bedrijven met ruimere openingstijden waren niet echt te vinden. Op dat moment begon het toch wel te dagen dat ik niet alleen delen van Tasmanië zou missen, maar mogelijk zelfs m’n boottocht zou moeten wijzigen (waardoor ook de rest van mijn reis in het geding kwam). Nee, dat was niet leuk.

Tot er na een paar uur eindelijk succes was. De man die op vakantie was had alleen vrij maar was niet vertrokken, en zijn vrouw had hem gevraagd terug te bellen. Hij had een nieuwe motor voor me in de aanbieding, en kon wel wat mensen optrommelen om die voor me te plaatsen op maandag. Niet goedkoop, maar betaalbaar en ik zou op die manier mijn reis (na wat gemiste dagen) gewoon weer kunnen voortzetten. Opluchting in het huis – niet alleen ik, maar iedereen met mij. Dat ik nog 2 nachten zou blijven was geen moment een discussiepunt: ik moest vooral zeggen als ik nog iets nodig had, of als het eten niet genoeg was, etc. Het was bijna alsof ik bij m’n eigen grootouders op bezoek was – alhoewel ik daar nooit tweede kerstdag heb gevierd met tafels vol vlees en groente van de barbecue, in de tuin met uitzicht op de zee.

From rural to cradle

Om maar niet de hele dag binnen te hoeven zitten werd ik af en toe gevraagd of ik mee wou even de honden uitlaten, of even een rondje langs het strand in Burnie te wandelen, maar erg veel afwisseling gaf het niet.

Burnie Beachfront

Burnie Beachfront

Voor de zondag hadden een paar mensen echter het plan opgevat om iets actiefs te doen, en uiteindelijk boden ze aan om me niet alleen mee te nemen, maar bovendien naar Cradle Mountain te gaan – de plek die ik door m’n motorpech nooit bereikt had. Op de dag zelfs haakten er een paar af omdat ze het uitslapen toch een beter idee vonden, maar de initiatiefnemer (Hugh) had er nog steeds zin in. Om te zeggen dat hij een ervaren bushwalker is zou een understatement zijn: hij werkt in Freycinet National Park, heeft zo ongeveer elke berg in het Cradle Mountain/Lake St. Clair National Park al wel een keer beklommen en heeft zelfs de meerdaagse Overland Track gedaan (65 km in totaal), dat laatste ook nog eens in midwinter met een halve meter sneeuw om het extra interessant te maken. Hij wist dus prima wat de mooiste wandelingen waren om in 1 dag te doen, niet te zwaar maar ook vooral niet te saai. Voor hem was het bovendien een mooie gelegenheid om er weer eens te komen, want vanaf Hobart (waar hij woont) is het aanzienlijk verder rijden (ca. 4 uur). Terwijl mijn auto die dag alvast naar de garage gesleept werd zodat ze de volgende ochtend gelijk aan de slag konden, reden wij zuidwaarts. Na ongeveer een uur rijden kwamen we op de overvolle parkeerplaats, en het werd duidelijk dat we per ongeluk de drukste dag van het jaar te pakken hadden.

Hellyer Gorge, een korte tussenstop op weg naar het National Park.

Hellyer Gorge, een korte tussenstop op weg naar het National Park.

Alhoewel we in Europa vooral denken dat Tasmanië heel tropisch en warm is, heeft het met z’n zuidelijke ligging juist het koudste klimaat van Australië – vandaag werd dat duidelijk toen we met motregen en 9 graden aan de klim begonnen (volgens mij was het op dat moment zelfs in Nederland warmer). Al met al was het echter prima wandelweer; je warmt vanzelf wel op met een stevige klim dus een beetje koelte is dan juist wel prettig, en toen de regen eenmaal opklaarde na het eerste kwartier was het bovendien best helder. Op meerdere momenten hebben we de top van Cradle Mountain kunnen zien, en dat is (volgens Hugh) best bijzonder.

Het weer aan het begin van de wandeling. De bergtop zit verstopt achter een wolk.

Het weer aan het begin van de wandeling. De bergtop zit verstopt achter een wolk.

De grote toeristentrekker is een wandeling rond Dove Lake, waarmee je in twee uur het meer rondloopt wat aan de voet van de berg ligt. Ten eerste is het niet een heel uitdagende wandeling, maar ten tweede was er zoveel volk in het park die dag dat het in feite filewandelen zou worden. We waren dus ook blij dat we voor de route naar Marion’s Lookout hadden gekozen, waarmee we na de eerste 5 minuten een afslag pakten en in een keer in een veel rustiger gedeelte waren beland.

Wombat Pool

Lake Lilla

Wombat Pool

Wombat Pool

De wandeling kost zeker wat energie, maar het ging me een stuk beter af dan ik dacht. Als je aan het beginpunt staat en kijkt naar de bergtop waarop Marion’s Lookout ligt (meer dan 300 meter hoger) dan verwacht je toch wel dat het een zware klim wordt, en op basis daarvan had ik het in m’n eentje waarschijnlijk niet geprobeerd, maar achteraf ben ik erg blij dat Hugh deze wandeling voorstelde want het viel eigenlijk best mee en is bijzonder lonend. Toch wel een van de voordelen van meelopen met een local.

Crater Lake

Crater Lake

Tijdens de wandeling wist Hugh me te vertellen dat we in feite het moeilijkste stuk van de Overland Track aan het wandelen waren; zodra je eenmaal langs het uitkijkpunt bent is het veel minder steil en vooral een grote afstand die je moet overbruggen. Voor een groot deel van de klim zit de herkenbare berg verstopt achter de berg die je aan het beklimmen bent, en pas op het laatste moment komt opeens de bergtop weer tevoorschijn. Op dat moment is het wel een heel spectaculair beeld.

Dove Lake

Dove Lake

Nog iets meer van Dove Lake, met op de achtergrond de Great Western Tiers en Walls of Jerusalem

Nog iets meer van Dove Lake, met op de achtergrond de Great Western Tiers en Walls of Jerusalem

Cradle Mountain. Toen de top tevoorschijn kwam was de wolk er nog niet, maar toen ik m'n camera eenmaal pakte natuurlijk wel.

Cradle Mountain. Toen de top tevoorschijn kwam was de wolk er nog niet, maar toen ik m’n camera eenmaal pakte natuurlijk wel.

Na een flinke lunch (sandwiches, fruit en plakken cake die over waren van de thee op Boxing Day) zijn we nog even een stukje doorgelopen zodat Hugh me kon wijzen op het pad naar de top van Cradle Mountain zelf. Vanaf waar we uitkwamen was het waarschijnlijk best te doen geweest (er loopt een niet al te steil pad en er komen geen touwen aan te pas) en het weer was er uitzonderlijk goed voor, maar aangezien we er niet op hadden gepland (en bijvoorbeeld niet genoeg proviand bij ons hadden) besloten we om het toch maar niet te doen. Toch wel grappig dat ik aan het begin van de dag toch een beetje opzag tegen een klim van 300 meter, en na die klim het stiekem wel een beetje jammer vond om niet die extra 200 meter ook te doen. Ik wist dat ik bergwandelen leuk vond, maar hiermee verbaasde ik mezelf toch wel een beetje.

Richting Kitchen Hut. Ongeveer halverwege het groene vlak rechts is het wandelpad omhoog zichtbaar.

Richting Kitchen Hut. Ongeveer halverwege het groene vlak rechts is het wandelpad omhoog zichtbaar.

Toen we eenmaal teruggingen was de wolk aan het wegtrekken.

Toen we eenmaal teruggingen was de wolk aan het wegtrekken.

De terugweg was iets steiler; dezelfde route teruglopen is ook zo saai, dus we pakten een iets minder aangelegd pad voor de retour. Dit pad is duidelijk veel prettiger om af te dalen dan op te klimmen.

Het pad terug naar beneden.

Het pad terug naar beneden.

Aan het einde van de afdaling kwamen we weer uit op het pad rond Dove Lake, en gelijk zaten we weer in de drukte. De afronding was dus een klein kwartier over het vlakke pad rond het meer, terug naar de shuttlebus die ons weer naar de ingang zou brengen.

Opklaring en drukte.

Opklaring en drukte.

Na ‘nog even’ een kop koffie te drinken (en een half uur te wachten totdat die eindelijk uitgeserveerd werd) maakten we ons klaar om terug te rijden. Op de parkeerplaats stonden twee meisjes te wachten op een lift, en voordat ik er erg in had was Hugh al aan het vragen waar ze heen moesten. Het verbaasde me op zich niets, aangezien ik de vorige avond allemaal verhalen had gehoord van iedereen in de familie over hoe vaak ze wel niet lifters meenemen – ik denk dat het een beetje een gevolg is van op het platteland opgroeien en vaak vreemdelingen helpen, zoals hun vader de monteur. Ze bleken naar Burnie te gaan, wat zo goed als op onze route lag, dus ze konden mee. Ze bleken Frans te zijn, een op stage in agrologie (grotendeels in het enige noemenswaardige ding in Elliott voor de buitenwereld: een onderzoekscentrum – kleine wereld) en de ander op bezoek tijdens de vakantie. Na de paar uur wandelen die dag merkte ik dat ik toch wel aardig uitgeput was, en de verwarmde auto hielp niet mee: toen het gesprek een beetje opdroogde had ik gelijk moeite om wakker te blijven. We hadden het kerstdiner er wel afgewandeld, zullen we maar zeggen.

On the road again

De volgende dag was voor een groot deel wachten op een telefoontje: het bericht dat de auto klaar was. Het was vooral een kwestie van de tijd doden met m’n boek, en tussendoor nog even een keer naar het strand van Burnie om een paar honden hun energie weg te laten rennen met een van de gezinnen. Tegen het einde van de middag was het eindelijk zo ver, en bovendien hadden de monteurs ook nog eens de oorzaak gevonden: een verroeste radiator, die tijdens de laatste APK toch echt wel gevonden had moeten worden. Voor een schappelijke prijs werd ook de radiator vervangen, en ik had genoeg om zowel een schadeclaim bij de APK-garage in te dienen als een claim bij de verzekering die ik van TAB had meegekregen. Ik moest nog wel even wachten totdat Paul tijd had om me naar die garage te brengen (juist toen de auto klaar was werd hij weer opgeroepen voor een kleine RACT-klus) maar rond 17:00 was alles toch wel geregeld en kon ik er weer vandoor. Nog even afscheid nemen van alle mensen in Elliott en ze natuurlijk nogmaals heel erg bedanken voor hun gastvrijheid, en daarna in de auto stappen om weer door te gaan. Om na een paar dagen ongepland stil te zitten op een plek weer gewoon met een werkende auto te kunnen rijden is ongelofelijk prettig.

Van Campbell Town naar Swansea.

Van Campbell Town naar Swansea.

Ik had al uitgewerkt wat ik met m’n reisplanning zou doen. Cradle Mountain had ik alsnog kunnen bezoeken, maar het bezoek aan de hoofdstad Hobart en de nabijgelegen gevangenis op Port Arthur moest ik helaas overslaan – dat werd qua reistijd gewoon erg krap. Gelukkig bleef het snijden daarbij, want op die maandagavond kon ik nog precies in Swansea komen aan de oostkust, waar ik origineel had gepland om de nacht door te brengen (en dus ook al een kampeerplaats had gereserveerd). Het was een flinke rit (alles bij elkaar zo’n 3,5 uur) maar ik was nog net voor de schemering op de plaats van bestemming. Ik zat officieel weer op schema.

Zonsondergang bij Swansea.

Zonsondergang bij Swansea.

Onderweg heb ik trouwens ook de enige Tasmaanse duivels gezien van mijn hele week daar: twee ervan lagen dood op de weg, en een ervan heb ik in de berm gezien voordat hij wegvluchtte van het wegdek. De beestjes worden serieus bedreigd door het verkeer, en je ziet dan ook meer campagnes dan elders in het land om voorzichtig te rijden tussen zonsondergang en zonsopgang en liever de auto helemaal te laten staan, om te voorkomen dat je er een aanrijdt.

Bring out the coconuts

Vanuit Swansea was het de volgende dag tijd om naar Freycinet National Park te rijden, een van de meest beroemde stukjes natuurschoon aan de oostkust. Ook hier was het duidelijk wat aan de drukke kant, maar aangezien ik van plan was om hier een van de grote wandelingen te doen (waar ongeveer 5 uur voor staat) ging ik ervan uit dat ik ook hier vrij snel de drukte zou ontlopen. Ik had na The Nut en Cradle Mountain het ritme goed te pakken, en liet me dus ook vooral niet weerhouden door de moeilijkheidsgraad die werd geadverteerd voor deze wandeling.

Welcome to Freycinet

Welcome to Freycinet

Deze kleine rakker kwam op me afgesprongen toen ik uitstapte. Ze zijn rond de parkeerplaats zo gewend aan mensen dat ze je blijkbaar zelfs laten aaien (alhoewel ik dat zelf toch liever niet riskeer).

Deze kleine rakker kwam op me afgesprongen toen ik uitstapte. Ze zijn rond de parkeerplaats zo gewend aan mensen dat ze je blijkbaar zelfs laten aaien (alhoewel ik dat zelf toch liever niet riskeer).

Coles Bay

Coles Bay

Is Wile E. Coyote hier langsgeweest?

Is Wile E. Coyote hier langsgeweest?

Ja, dit was wel weer wat warmer klimweer.

Ja, dit was wel weer wat warmer klimweer.

De grote toeristische attractie van Freycinet is Wineglass Bay, een baai met bijbehorend strand dat gemaakt lijkt te zijn voor mooie ansichtkaarten. De eerste grote stop van de wandelroute is dan ook een ontzettend druk uitkijkpunt over de baai, wat voor de meeste families met kleine kinderen duidelijk ook de eindstop is.

De trap naar Wineglass Bay Lookout

De trap naar Wineglass Bay Lookout

Wineglass Bay

Wineglass Bay

De isthmus met Hazards Lagoon. Links Wineglass Bay, rechts Promise Bay, op de achtergrond The Hazards.

De isthmus met Hazards Lagoon. Links Wineglass Bay, rechts Promise Bay, op de achtergrond Mount Graham (links) en Mount Freycinet (rechts).

Na een wat pittiger afdaling kom je uit op het Wineglass Beach, wat minstens zo druk was. Het kost alles bij elkaar ongeveer een uur om hier te komen, dus voor veel mensen is het waarschijnlijk een prima plek om op het strand of in de zee even uit te rusten van de wandeling.

Wineglass Beach

Wineglass Beach

Wineglass Beach ligt aan een relatief smalle strook land, en mijn wandeling steekt die strook over, richting Hazards Beach (niet omdat het strand zo gevaarlijk is, maar omdat de serie bergtoppen op de landstrook bekend staat als The Hazards). Tijdens dit traject begon het duidelijk wat rustiger te worden.

Over de isthmus.

Over de isthmus.

Een opgedroogd stuk van Hazards Lagoon.

Een opgedroogd stuk van Hazards Lagoon, met Mount Freycinet op de achtergrond.

Een stukje boardwalk om het makkelijk te maken...

Een stukje boardwalk om het makkelijk te maken…

...en een stuk los zand heuvelopwaarts om het moeilijk te maken.

…en een stuk los zand heuvelopwaarts om het moeilijk te maken.

Promise Bay

Promise Bay

Hazards Beach

Hazards Beach

Alhoewel de wandelroute vanaf Wineglass Bay vrij snel weer landinwaarts gaat, loopt het pad aan de kant van Promise Bay juist een heel stuk langs het water – eerst over Hazards Beach, en daarna door het bos aan de waterlinie. Op die route kom je op talloze kleine stukjes strand die minstens zo mooi zijn als de grote toeristentrekkers, maar volledig verlaten. Je moet er iets verder voor lopen, maar als je graag op een rustig plekje wilt zwemmen is dat het volgens mij meer dan waard.

De wandelroute over Hazards Beach terug naar Coles Bay.

De wandelroute over Hazards Beach terug naar Coles Bay.

Hier loopt het pad ook langs. Niet echt dood, maar wel uitgedroogd.

Hier loopt het pad ook langs. Niet echt dood, maar wel uitgedroogd.

Een van de vele kleine stukjes paradijs langs het water.

Een van de vele kleine stukjes paradijs langs het water.

De terugweg loopt langs een vrij rotsachtig deel van het park, en alhoewel het meer wandelen dan klimmen is zijn er wel plekken waar je je handen absoluut nodig hebt. De steile helling waar de route langsloopt zorgt er wel voor dat, als je even bovenop een paar van de grote rotsen gaat staan, je gigantische panorama’s kunt krijgen van het park.

Dit zijn wel leuke klauterpartijen.

Dit zijn wel leuke klauterpartijen.

Great Oyster Bay

Great Oyster Bay

Coles Bay

Coles Bay

Tijdens een van m'n pauzes kreeg ik bezoek.

Tijdens een van m’n pauzes kreeg ik bezoek.

Het laatste stuk van het pad heeft weer wat minder schaduw.

Het laatste stuk van het pad heeft weer wat minder schaduw.

The Hazards

The Hazards

Eenmaal terug op de parkeerplaats zag ik dat er inderdaad ongeveer 5 uur was verstreken, en na een beetje opladen was het dus wel tijd om door te rijden naar de volgende stop.

Rocks and civilization

Diezelfde avond arriveerde ik in Launceston, de tweede stad van het eiland. Ik had weliswaar een plek geboekt bij een grote ketencamping (opnieuw van BIG4) maar de stroomloze plekken waren ten eerste verlaten en ten tweede bovenop een helling waardoor ik een geweldig uitzicht kreeg over de stad (en dat voor de goedkoopste plek van het park).

Terug naar het noorden.

Terug naar het noorden.

Launie!

Launie!

Een paar mensen van de familie in Elliott wonen in Launceston en ze vertelden allemaal hetzelfde: de mooiste plek van de stad is Cataract Gorge. Dit kreeg ik ook nog eens te horen bij de receptie van de camping, en toen ik even later in de Lonely Planet keek zag ik dat die het er ook mee eens was. Het moest dus wel wat zijn. Bij de receptie werd me aangeraden om er met de auto heen te gaan, maar het bleek zo’n 20 minuten wandelen te zijn en na mijn stevige bergwandeling van die dag kon dat er nog wel bij. De zon begon langzaam onder te gaan, en ik besloot dus diezelfde avond er nog een kijkje te nemen om te zien of de zonsondergang het inderdaad nog mooier maakt dan normaal.

Hoezo steil?

Hoezo steil?

De wandeling bleek iets zwaarder dan gedacht (er zitten een paar serieuze heuvels in de straten, een daarvan volgens mij richting de 90% – die hellingproef zou de volgende dag een flinke uitdaging blijken) maar ik had er absoluut geen spijt van toen ik eenmaal op de plaats van bestemming kwam. Ik laat de foto’s hier wel hun werk doen.

First Basin

First Basin

Alexandra Suspension Bridge

Alexandra Suspension Bridge

Cataract Gorge

Cataract Gorge

First Basin vanaf de andere kant

First Basin vanaf de andere kant

De stoeltjeslift boven het vervolg van de South Esk River richting het stadscentrum.

De stoeltjeslift boven het vervolg van de South Esk River richting het stadscentrum.

Je kan nog wat wandelingen doen beide kanten op langs het water, maar dat vond ik voor die avond toch wel iets te veel van het goede. Ik besloot dat te laten liggen voor morgen. Toen ik eenmaal terug was bij m’n tent kwam ik erachter dat ik alles bij elkaar toch alweer 1,5 uur had rondgelopen, en m’n voeten waren er voor die dag wel echt klaar mee – een goed besluit dus. Met het uitzicht op Launceston ging ik mijn laatste nacht op Tasmanië in.

Back to the Gorge

De volgende dag ging ik weer naar de Cataract Gorge, ditmaal met de (ingepakte) auto. Het was tijd om eens wat verder rond te wandelen. Eerst weg van de stad, in de richting van een oude stroomcentrale.

Het begin van Duck Reach Trail

Het begin van Duck Reach Trail

Af en toe eens naar beneden kijken

Af en toe eens naar beneden kijken

Opnieuw die coyote!

Opnieuw die coyote!

Richting het westen.

Richting het westen.

Duck Reach Power Station

Duck Reach Power Station

Er lopen paden aan beide kanten van het water, dus ik besloot de terugweg te doen aan de overkant. Dat bleek een pittige route, want het pad loopt daar hoger dan aan de andere kant en de stijging ernaartoe is ook nog eens steiler. Eenmaal boven was het dus wel tijd om weer even op te laden voordat ik verder liep.

South Esk River

South Esk River

We need to go higher!

We need to go higher!

Cliff Grounds

Cliff Grounds

Dit waren drie grote beesten (elk ongeveer zo groot als een flinke duim) met elkaar in gevecht. Het blijft wel Australië.

Dit waren drie grote beesten (elk ongeveer zo groot als een flinke duim) met elkaar in gevecht. Het blijft wel Australië.

Terug bij First Basin besloot ik door te lopen. De rivier (en met de rivier, de Gorge) loopt het stadscentrum in, en ik was wel benieuwd hoe dichtbij dat nou eigenlijk was. Niet ver, blijkt: met ongeveer 20 minuten ben je van First Basin bij de rand van het centrum (Kings Bridge).

Terugkijkend op weg naar de stad (op de achtergrond First Basin en de Alexandra Bridge).

Terugkijkend op weg naar de stad (op de achtergrond First Basin en de Alexandra Bridge).

Cataract Gorge richting King's Bridge

Cataract Gorge richting Kings Bridge

Bij deze stapel rotsen was een zeehond aan het klimmen.

Bij deze stapel rotsen was een zeeleeuw aan het klimmen.

Het was hard werken...

Het was hard werken…

...maar het lukte!

…maar het lukte!

Het laatste stuk van de Gorge.

Het laatste stuk van de Gorge.

Kings Bridge

Kings Bridge

Om het maar helemaal af te maken stak ik opnieuw over en nam ik weer een ander pad terug naar de parkeerplaats. Opnieuw bleek de terugweg zwaarder dan de heenweg, en de opbouwende hitte hielp niet echt mee. Het zijn absoluut mooie paden, maar toen ik eenmaal weer bij de auto was vroeg ik me toch wel af waarom ik ook alweer zo graag die wandelingen wou doen.

Downtown Launceston achter Kings Bridge.

Downtown Launceston achter Kings Bridge.

Zig Zag Track

Zig Zag Track

Even higher!

Even higher!

Het bezoek aan Launceston rondde ik af met een klein rondje door de binnenstad. Dat is niet heel bijzonder, maar wel duidelijk levendiger dan de andere plaatsen die ik heb bezocht: je kunt merken dat het een grotere stad is. (Wat dat betreft is het extra jammer dat ik Hobart niet heb kunnen bezoeken – dat is de grootste stad, maar met 200000 niet veel groter dan Amersfoort of Enschede, en ik vraag me daarom af of het de sfeer van een grote hoofdstad heeft of gewoon van een middelgrote stad zoals we die in Nederland ook hebben. Maar goed, dat bewaar ik voor een volgende vakantie.)

Koloniale gebouwen in Launceston.

Koloniale gebouwen in Launceston.

Smooth sailin’…

Ik had nog wat tijd over voordat ik die avond weer de boot moest hebben, dus ik nam een beetje een toeristische route terug naar de noordkust. Niet direct terug naar Devonport, maar naar George Town, waar een landpunt bij Low Head wel leuke plaatjes blijkt op te leveren. Ik zou daarna nog genoeg tijd hebben om op tijd in Devonport te zijn om ook daar nog even rond te kijken voordat ik zou inchecken.

Richting George Town

Richting George Town

Bell Bay

Bell Bay

Low Head leverde wel wat leuke plaatjes op, maar het is op zich niet heel bijzonder. Ik heb er een half uurtje rondgelopen, en daarna vond ik het eigenlijk wel weer goed. Des te eerder kon ik in Devonport zijn, en des te rustiger kon ik het aandoen voordat ik naar de haven zou hoeven.

Low Head

Low Head

Maar ja. Dan moest ik wel eerst in Devonport zijn.

En dan helpt het als de auto wilt starten.

Daar stond ik dan, op 2 uur rijden van Devonport, zo’n 4,5 uur voordat de check-in zou sluiten. Vergeleken hiermee was de timing van Eerste Kerstdag misschien zo slecht nog niet. In ieder geval had ik niet veel keus, dus opnieuw belde ik de RACT (nadat ik had geconcludeerd aan de hand van wat waarschuwingslampjes dat ik er zelf in ieder geval niet uitkwam) en moest geduldig wachten.

Na ongeveer drie kwartier kwam de monteur, en die concludeerde na ongeveer een kwartier prutsen dat hij er ook niet uitkwam. De motor leek prima te willen starten, maar er kwam geen brandstof bij, terwijl de brandstofpomp het prima leek te doen. OBD uitlezen via de CAN-bus gaf ruis op de verbinding, en ook na een belletje met het Holden-hoofdkwartier om te kijken of de techneuten daar nog ideeën hadden was het niet opgelost. Opnieuw slepen dus. Ik zag de bui al hangen en verwachtte er niet veel van, maar zei toch maar tegen de man dat ik diezelfde avond eigenlijk nog de boot moest hebben. Hij had het zelf nog nooit gedaan, maar stelde voor de auto naar de haven te brengen om hem de boot op te slepen, zodat ik in ieder geval de oversteek kon maken en het probleem in Melbourne moest laten oplossen. Ik belde even met de mensen van de Spirit, en ja hoor, dat kon.

Terwijl de monteur vertrok (er zou iemand anders komen met de sleepwagen) probeerde ik alvast iets te regelen voor de volgende ochtend in Melbourne, maar dat scenario bleek ontzettend moeilijk voor de klantendiensten. Ik kon een sleepwagen krijgen via de RACV (de ANWB van Victoria) maar die moesten eerst een garage hebben waar het heen kon. Nee, zij konden die niet uitzoeken, dat moest ik doen. Na wat gesteggel kwam het voorstel dat ik TAB moest bellen, en die verwezen me door naar AWN (de toko die garantie/verzekering voor ze regelt). Die mensen kregen het voor elkaar om geen idee te hebben van openingstijden rond feestdagen, dus ik moest zelf wat garages afbellen om te kijken wie er open was. En nee, ze konden me geen lijst van Melbourne mailen, ik moest een specifieke postcode opgeven en daarvoor zouden ze me een paar SMSen. Superhandig als je geen postcode weet van de haven, want de muts aan de andere kant is natuurlijk te dom om zelf even die postcode op te zoeken, dus ik gaf vergeefs maar een CBD-postcode op (voor m’n hotel). Ik kreeg 4 SMSjes, waarvan 2 dubbel – alledrie gesloten. Tegen de tijd dat de sleepwagen kwam was het alweer drie kwartier verder en ik was het helemaal zat, dus ik besloot om de volgende ochtend bij aankomst in Melbourne maar gewoon een nieuw probleem te melden bij de RACV (“ik probeerde van de boot af te rijden en hij deed het niet”) in de hoop dat ze dan wel hun normale routine in gang zouden zetten waarbij ze zelf een garage vinden (want dat is toch waar ik voor betaal met zo’n lidmaatschap).

Tegen de tijd dat de auto eenmaal op de sleepwagen stond en we richting Devonport reden hadden we nog zo’n 1,5 uur – volgens mijn Garmin was dat te weinig. Toen ik echter m’n Google-navigatie op m’n telefoon pakte (de chauffeur durfde zelf niet te zeggen welke van de verschillende routes precies de snelste was dus ik zocht het even op) gaf die aan dat het precies uit zou komen. De chauffeur besloot bovendien even door te trappen en haalde zelfs een trage auto in (inhalen met een sleepwagen gaat niet zo makkelijk) en na een enigszins zenuwslopende rit, zowel vanwege de rijstijl als vanwege de wegtikkende tijd, kwamen we 5 minuten na sluiting aan. Dat moest nog wel recht te praten zijn.

Het was een beetje chaotisch om alles nog geregeld te krijgen, maar uiteindelijk waren de mensen van de boot uiterst behulpzaam. Mijn auto werd ingecheckt als vracht, en ik moest de voetgangersingang nemen. Ze wouden me dusdanig snel op de boot hebben (zodat ik de boel niet op zou houden) dat ik niet hoorde wat de procedure de volgende ochtend zou zijn, maar dat besloot ik op de boot wel te vragen aan de staf. Terwijl ik dacht dat het allemaal misschien wel wat vertraging op zou leveren vertrok de boot dit keer 5 minuten voor tijd.

Na alle heisa besloot ik mezelf die avond maar even op een paar biertjes te trakteren terwijl ik als afleiding weer even verder bladerde door mijn boek. Ik had geen idee hoe ik de volgende ochtend alles gedaan zou krijgen en zag er ongelofelijk tegenop, maar voor nu was het avond, bijna slaaptijd, en had ik de boot gehaald.

Next time on Under Down…

Zal mijn auto op tijd gerepareerd worden om de reis te vervolgen? Wordt het inderdaad een Happy begin van het New Year? Wat voor avonturen komen me nog meer tegemoet? Je leest het binnenkort in…mijn volgende update!