Australian Capital Exploratory

Wanneer je in Australië een locatie wil aanwijzen zijn er vaak maar een handjevol plaatsnamen die genoemd worden; je hebt het vrijwel altijd over een van die steden, of over iets “in de buurt van” een van die steden. Dat zijn vooral de hoofdsteden (Sydney, Melbourne, Adelaide, Brisbane, Hobart, Darwin en Perth), en in de regio’s die wel heel ver van de dichtsbijzijnde hoofdstad af liggen zijn er nog wat uitzonderingen (Alice Springs, Cairns en Broome). Niet dat er verder geen grote steden zijn – de kustlijn ligt vol met bebouwing, en als een van de meest geurbaniseerde landen ter wereld woont 90% van de bevolking in die stedelijke gebieden aan de kust – maar het maakt het gewoon makkelijk omdat iedereen weet waar die plaatsen ongeveer liggen, en de stad die je noemt ook gelijk synoniem is met de staat waarin de bewuste plek ligt.

De reden dat ik het noem is dat er een opvallende afwezige is in dat rijtje, namelijk de hoofdstad van Australië zelf: er wordt vrijwel nooit gepraat over iets in de buurt van Canberra, maar meestal over iets in de buurt van Sydney of Melbourne (aangezien de hoofdstad ruwweg tussen die twee steden in ligt). Ik zag zelfs de website van een evenement langskomen dat plaatsvond in de buurt van Yass, waarvoor routebeschrijvingen werden gegeven vanaf Sydney (300 km) en vanaf Melbourne (600 km) voordat de routebeschrijving vanaf Canberra (50 km) werd gegeven. Het is een van de vele voorbeelden die je kunt geven van hoe verborgen de hoofdstad in het dagelijks leven is, gevolgd door het feit dat je nooit iemand die stad hoort noemen als een van de standaardbezoekjes bij een reis door het land en het stukje trivia dat enkele politici hebben geweigerd te verhuizen naar hun ambtswoning in de hoofdstad. Het staat allemaal nogal haaks op de gemiddelde reputatie van een (politieke) hoofdstad, en alhoewel dat voor veel mensen misschien reden is om de stad gewoon te negeren vanwege de blijkbaar slechte reputatie is het voor mij vooral reden om eens te kijken of het daadwerkelijk ergens over gaat.

On the road again

Zoals gezegd ligt Canberra ongeveer 300 kilometer ten zuidwesten van Sydney, dus het is zo’n 3 uurtjes rijden – prima te doen voor een weekend. Deze route gaat dan wel niet door de Blue Mountains, maar wel door een ander stukje van het grotere geheel waar deze deel van uitmaken: de Great Dividing Range. Opnieuw is het grotendeels heuvellandschap, maar er waren ook een paar stevig verhoogde stukken snelweg door de bergen met uitzicht op kleine bergstroompjes die enkele tientallen meters lager tussen de bomen door liepen.

Heuvelafwaarts is de nieuwe cruise control

Heuvelafwaarts is de nieuwe cruise control

Dit zie je best veel langs de weg: is het verstandig om een vuurtje te bouwen vandaag?

Dit zie je best veel langs de weg: is het verstandig om een vuurtje te bouwen vandaag?

In het laatste stukje New South Wales voor de grens wordt alles opeens een stuk vlakker, maar zo snel als de bergen verdwijnen komen ze even verderop weer tevoorschijn. Bij Lake George loopt de Federal Highway zelfs precies langs de voet van een kleine bergreeks, wat een bijzonder contrast oplevert met steile hellingen aan de ene kant en een bijzonder vlak stuk land aan de andere kant. Lake George mag volgens de experts trouwens geen meer heten, want er lopen helemaal geen rivieren naartoe – het is gewoon toevallig een heel plat stuk land waar af en toe water in verzamelt. Ik kwam er duidelijk langs in een van de droge periodes, maar dat maakte het denk ik een stuk bijzonderder om te zien dan als het gewoon een meer was geweest.

Capital Country (maar nog wel in NSW)

Capital Country (maar nog wel in NSW)

Federal Highway langs Lake George

Federal Highway langs Lake George

Lake George vanaf Weereewaa Lookout

Lake George vanaf Weereewaa Lookout

De grensovergang met Australian Capital Territory gaat vrijwel onopgemerkt. Ik zag de grens naderen op het navigatiesysteem en verwachtte grote statige borden zoals de Amerikanen dat doen met staatsgrenzen, maar in plaats daarvan was het een bord dat zo diep in de bosjes stond dat ik het zonder de hulp van mijn Garmin zeker had gemist. Er is ook daarna niet gelijk iets wat je de indruk geeft dat je opeens de hoofdstad in bent gereden: het blijft allemaal vrij groen en bergachtig met weinig stedelijkheid.

Wie heeft de grensovergang in de bosjes laten slingeren?

Wie heeft de grensovergang in de bosjes laten slingeren?

As I drive through the valley of the shadow of clouds...

As I drive through the valley of the shadow of clouds…

“…lest we forget.”

Om een beetje efficiënt met mijn tijd om te gaan had ik besloten bij aankomst niet gelijk naar mijn hotel te gaan, maar dat pas te doen zodra de attracties hun deuren zouden sluiten. Op de route die ik nam was de eerste attractie het Australian War Memorial. Als je op de kaart kijkt ligt het nog redelijk in de buurt van het centrum, maar dat centrum bleek een stuk compacter te zijn dan ik dacht. Ik reed rustig door in afwachting van wat statige gebouwen en drukke wegen, maar opeens moest ik volgens de route linksaf de parkeerplaats op en bleek ik er al te zijn. Je krijgt wel een beetje een “is dit het?”-gevoel als je daar uitstapt, rondkijkt en gelijk wordt herinnerd aan Bathurst. Dat gevoel werd in ieder geval ten dele weggenomen toen ik doorliep naar de ingang, die aan de andere kant van het gebouw bleek te zitten, en daar zicht kreeg op de stad.

Australian War Memorial

Australian War Memorial

Anzac Parade vanaf de ingang

Anzac Parade vanaf de ingang

De stad even daargelaten was het Australian War Memorial absoluut de moeite waard. Het gebouw deed me wel gelijk heel erg denken aan Anzac Memorial in Sydney: ook hier is de achitectuur bijna wanstaltig terwijl de architect het als redelijk bescheiden lijkt te zien (“sharply etched grandeur and dignity”), maar net dat kleine beetje ingetogen waardoor het niet overdadig wordt – iets waar de Amerikanen nog wat van kunnen leren. Het doet dienst als een combinatie van een gedenkplaats, oorlogsarchief en een gigantisch museum. Dat museum belicht op een bijzonder intrigerende manier de betrokkenheid van Australië in vrijwel elk bekend internationaal conflict (de wereldoorlogen, Vietnam, Korea, en de Golfoorlogen) maar vooral op fronten die in de Nederlandse geschiedenislessen niet zoveel naar voren komt. Ook de Britse versie van geschiedenis die ik een groot deel van mijn middelbare school had besteedde niet zoveel aandacht aan de fronten in Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Oost Azië, maar dat zijn juist de plekken waar de Australiërs kwamen. Behalve het eerder genoemde Gallipoli kwamen situaties aan bod als de bezetting van Duits Guinea, de herovering van de Sinaï, de belegering van Tobruk en de opmars naar Kokoda. Het zijn hier begrippen zoals D-Day en Market Garden in Nederland, maar we horen er in Europa eigenlijk nooit iets over. Verder kwam ik erachter dat de Japanners stevige bombardementen op Australië hebben uitgevoerd, zo ver zuidelijk als Melbourne – misschien logisch, maar ik had er nooit bij stilgestaan.

Deze gedenkstenen zijn begonnen op legerbases in Afghanistan. De linker komt uit Kamp Holland.

Deze gedenkstenen zijn begonnen op legerbases in Afghanistan. De linker komt uit Kamp Holland.

Er zijn drie bijzondere dingen die ze heel goed in beeld brengen. Ten eerste: dat Australië zeker in de wereldoorlogen nog een vreemde eend in de bijt was. Het land was piepjong (de federalisatie werd pas in 1901 uitgevoerd) en was pas net begonnen om een eigen legermacht op te bouwen (de eerste vloot van de marine werd bijvoorbeeld pas in 1913 opgeleverd). Desalniettemin heerste er een enorme eensgezindheid toen het moederland (het Verenigd Koninkrijk) zich in de oorlog stortte en enorme hoeveelheden stonden klaar om het leger in te gaan. Ten tweede: er was een bijzonder doorzettingsvermogen en vertoon van moed onder de troepen. Dit wordt niet op een uitgekauwde, bijna walgelijk patriottische manier gepresenteerd (opnieuw iets waar de Amerikanen iets van kunnen leren) maar op een zeer menselijke manier. In plaats van dat moedsvertoon wordt neergezet als onderdeel van de glorie van het dienen van je vaderland brengen ze het hier vooral alsof de wanhopige situaties waarin ze gedreven werden dit opbracht in een soort “nothing left to lose”-mentaliteit. Ten derde: de extreme offers die de troepen brachten. Het is waarschijnlijk een combinatie van wat reeds genoemd is: dat er zoveel mensen klaarstonden om te vechten in een leger dat zo bijzonder weinig ervaring had. Elke veldslag die wordt benoemd, klein of groot, telt de Australische slachtoffers in duizendtallen. In WWI telde het land bijvoorbeeld slechts 5 miljoen inwoners, waarvan meer dan 400000 bij het leger gingen en 60000 nooit thuiskwamen – dat is een ruime 1% van de totale bevolking.

Er zijn meerdere van dit soort wanden met honderdduizenden namen. Familie en vrienden kunnen klaprozen achterlaten bij een naam, waardoor de wanden gevuld zijn met fel rood.

Er zijn meerdere van dit soort wanden met honderdduizenden namen. Familie en vrienden kunnen klaprozen achterlaten bij een naam, waardoor de wanden gevuld zijn met fel rood.

Ik zal de geschiedenisles even daarbij laten, maar zoals je merkt (en ook wel weet als je mij een beetje kent) vind ik dit bijzonder interessant. Dat werd nog extra duidelijk omdat ik niet eens het hele museum kon zien omdat ze op een bepaald moment gingen sluiten – ik had er op dat moment al meer dan 2 uur rondgelopen. In plaats van iedereen naar buiten te sturen werd gevraagd om te verzamelen bij de binnenplaats, waar elke dag de “Last Post”-ceremonie wordt gehouden. Dit was toch best bijzonder om bij te wonen, want er wordt hier duidelijk werk van gemaakt om de herdenking goed in te vullen. Natuurlijk waren er een paar standaardpunten: bloemkransen leggen (hier onder begeleiding van een doedelzak), het volkslied en The Last Post op de bugel. Maar wat het bijzonder maakte was dat ze een specifieke soldaat hebben gepakt, en uit de archieven een kort verhaal opstellen over zijn leven en zijn diensttijd. Elke dag wordt iemand anders besproken, en elke dag door iemand anders die momenteel dient in het leger.

Foto's maken tijdens de ceremonie vond ik niet zo netjes (alhoewel ze expliciet zeggen er geen problemen mee te hebben). Dit is na afronding van de ceremonie.

Foto’s maken tijdens de ceremonie vond ik niet zo netjes (alhoewel ze expliciet zeggen er geen problemen mee te hebben). Dit is na afronding van de ceremonie.

Vaderlandsliefde is niet echt mijn ding, deels omdat ik in Nederland minstens zoveel zie om ontevreden over te zijn als om trots op te zijn, maar vooral omdat ik het vaak overdreven vind. Mits goed geplaatst kan ik het zeker waarderen (dat ik elke American football-wedstrijd die ik kijk een paar overvliegende straaljagers en het volkslied voorgeschoteld krijg vind ik best wat hebben), zolang het niet op een blinde fanatieke, bijna religieuze manier wordt bedreven. Alle uitstraling van dit museum en de ceremonie eromheen vind ik tot nu toe in het goede straatje vallen. Ik vind ze te trots om ze echt bescheiden te noemen (zoals ik Australiërs wel eens omschreven heb horen worden) maar in ieder geval is het eerlijke trots, gekenmerkd door erkenning dat er ook dingen zijn waar ze niet zo trots op mogen zijn. (In dit museum wordt bijvoorbeeld aardig kritisch gesproken over een paar missies die gedoemd waren te falen en waar eigenlijk onnodig veel slachtoffers zijn gevallen door domme beslissingen.) Een prettige mentaliteit om om je heen te hebben.

Driving up that mountain

Het War Memorial ligt aan de voet van Mount Ainslie, en ik had al verschillende bordjes gezien die een lookout aanwezen bovenop de berg die met de auto bereikbaar was. Vanaf de parkeerplaats ging ik dus maar eens de berg op, om te kijken of dat wat was. Op dit moment had ik nog niet gezien hoe centraal deze berg ligt voor de stad en hoe zichtbaar deze boven de stad uitstijgt (dat zou zondag pas duidelijk worden) dus ik was zeer positief verrast door het resultaat. Ondanks dat het een beetje begon te betrekken was het uitzicht geweldig en kon ik praktisch de hele stad in de vallei zien liggen.

Centraal ligt Anzac Parade, vanaf het AWM (onderaan) tot aan Lake Burley Griffin met in het verlengde Old Parliament House en achterin Parliament House.

Centraal ligt Anzac Parade, vanaf het AWM (onderaan) tot aan Lake Burley Griffin met in het verlengde Old Parliament House en achterin Parliament House.

Dit soort plaatjes maken wel gelijk duidelijk waarom Canberra als bijnaam “the bush capital” heeft – het ligt midden in de natuur, en ook de stad zelf lijkt te bestaan uit allemaal losse stukjes die verspreid zijn over het groene landschap. In plaats van grote delen natuur te ruimen om de bebouwing neer te zetten oogt dit vooral alsof ze om de bomen heen hebben geprobeerd te bouwen.

Richting het westen vooral platteland...

Richting het westen vooral platteland.

Verder valt het natuurlijk op dat er maar een klein stukje van de stad echt opvallend is, en dat is dan ook gelijk het meest interessante stuk om te bezoeken. De stad draait voor een groot deel op de federale overheid en de universiteit, waarvan alles vrij dicht bij elkaar ligt. Op zich is het natuurlijk niet bijzonder dat er maar een klein centrum van de stad echt interessant is (dat gebeurt wel vaker) maar dit leek wel erg klein, ook naar verhouding. Zeker als je je bedenkt dat juist het centrum ontzettend ruimtelijk is opgezet ga je je toch afvragen hoe weinig ze hebben om in die overgebleven ruimte te stoppen.

...en richting het oosten...eigenlijk niet veel meer.

Het oosten is niet heel veel drukker. Recht vooruit Black Mountain met bovenop de Telstra Tower.

A house here, a flat over there…

De weg naar het hotel liet wel aardig zien hoe vreemd deze stad in elkaar zit. Ik ging praktisch van de ene kant van het centrum naar de andere kant, maar in plaats van een drukke chaotische binnenstad is het een paar minuten op een grote vierbaans 80-weg die aardig lijkt op een snelweg. Vervolgens pak je een afslag, ga je twee bochten om en zit je weer in een bijna dorpse omgeving. Het voelt allemaal nogal alsof het veel te ruimtelijk is opgezet, met erg weinig om de ruimte daadwerkelijk te vullen. In plaats van de miljoenenstad waar het op gemaakt lijkt te zijn is het vooral een versnippering van gebouwen met heel veel groen ertussen.

Parkes Way

Parkes Way

Het hotel dat ik hier had gevonden is gekoppeld aan de universiteit, maar dat betekent absoluut niet dat het er armoedig uitzag. Ik had zelfs een heuse woonkamer bovenop een slaapkamer met een gigantische zithoek en schrijftafel erbij, wat volgens mij nogal is ingericht op ingevlogen professoren die er voor een of twee weken zitten en in de tussentijd gewoon een kantoor nodig hebben. En dat voor nog geen 80 euro per nacht.

Inclusief balzaal.

Inclusief balzaal.

Blijkbaar is dit een stad van 400000 man...

Blijkbaar is dit een stad van 400000 man…

Toen ik m’n spullen in m’n kamer had gedropt begon het al te schemeren, dus ik vond het ruim tijd om een keer te kijken wat de zaterdagavond in de hoofdstad van deze miljoenennatie met zich mee bracht. De conclusie: niet zo heel veel. Dit heeft waarschijnlijk ook weer te maken met die veel te ruimtelijke opzet, waardoor je denkt dat er ontzettend veel te doen is maar in werkelijkheid zijn er maar een paar kleine hoekjes waar tekenen van leven te vinden zijn. Voor een stad met ca. 20000 studenten lijkt het nachtleven in het absolute centrum weinig spectaculair (al helemaal voor een zaterdagavond). Een van de toppunten vond ik toch wel dat ik een zijstraat van London Circuit (de centrale boulevard) een McDonald’s en Subway tegenkwam die om 18:30 op zaterdagavond gesloten waren – iets wat ik in Sydney nog moet tegenkomen. Eerlijk is eerlijk: het is niet uitgestorven. Als je een tijdje rondloopt kom je wel een paar hoekjes tegen waar wat restaurants en barren open zijn, en die zijn dan ook gelijk best vol. Het is alleen een beetje vreemd dat er zoveel omheen gesloten is, met weinig echte hotspots waar meerdere grote restaurants strak naast elkaar zitten.

Lake Burley Griffin

Lake Burley Griffin

London Circuit, de grote zeshoekige rondweg waaromheen het meeste leven lijkt te zijn in de avond.

London Circuit, de grote zeshoekige rondweg waaromheen het meeste leven lijkt te zijn in de avond.

Een ding heeft de stad wel absoluut in zijn voordeel werken: de omgeving. Zelfs in het centrum wanneer je omringd bent door gebouwen is er altijd wel een kant die je op kan kijken om de omringende bergen te zien. In de schemering werd dat nog eens extra duidelijk met een van de meest spectaculaire zonsondergangen die ik ooit heb gezien. Helaas was het ook ontzettend snel weer weg, dus tegen de tijd dat ik uitgegeten was en m’n camera wou pakken was het gewoon donker. Maar ach, ik heb er in ieder geval van genoten.

Er is wel veel, maar niet zoveel open...

Er is wel veel, maar niet zoveel open…

From contrition to fruition

Zondagochtend ben ik mijn ronde begonnen bij het Australian National Museum. De Lonely Planet omschrijft dit als een museum dat de nationale identiteit probeert te ontleden, en veel beter had ik het zelf niet kunnen verwoorden. Het is een wildgroei aan verhalen over kolonisatie, het omgaan met bosbranden, de flora en fauna, de industrialisatie en natuurlijk de Aboriginals en Torres Strait Islanders. Voor de kleine kinderen hebben ze er duidelijk werk van gemaakt om af en toe wat interactiviteit toe te voegen, maar als je daar niks mee hebt is het nog steeds fascinerend. Er is wel een aspect waar je heel erg aan moet wennen: het is niet lineair. Vanaf elke expositie kun je meerdere afslagen nemen naar andere exposities, en je moet af en toe een stuk teruglopen om een andere afslag op te zoeken als je alles wilt zien.

Het museum is ongeveer op dezelfde manier gestructureerd als de binnenplaats: georganiseerde chaos.

Het museum is ongeveer op dezelfde manier gestructureerd als de binnenplaats: georganiseerde chaos.

Dit museum is trouwens wederom erg goed in het in perspectief plaatsen van het huidige succes van het land. Natuurlijk wordt er veel gesproken over hoe succesvol het land tegenwoordig is en wat voor bijzondere mijlpalen er nodig waren om zo ver te komen, maar er zijn genoeg negatieve noten terug te vinden in elke deel van het museum. Eigenlijk is er maar één aspect van het land dat exclusief met bewondering wordt gepresenteerd: de natuur. Delen van de kolonisatie worden af en toe neergezet als naïef en amateuristisch, oude regeringsleiders worden scherp aangesproken op twijfelachtige ideeën en in het bijzonder de behandeling van de inheemse bevolking wordt verbazingwekkend bitter vertolkt. Niet alleen het feit dat ze met harde hand werden verdreven van hun eigen land en op veel plekken slachtoffer waren van bloedige moordpartijen (Tasmanië kende officieel zelfs een genocide, de Zwarte Oorlog), maar ook hun sterk benadeelde positie en behandeling als minderwaardige burgers. Een van de meest bizarre hoofdstukken is een beleid uit de 20e eeuw waarbij kinderen uit inheemse families werden gehaald en geforceerd in pleeggezinnen werden geplaatst of geadopteerd, in de wetenschap dat ze beter af zouden zijn als ze ‘als blanken’ zouden opgroeien – een praktijk die complete generaties heeft ontwricht, en doorliep tot in de jaren ’70. Erkenning van de schade die dit beleid had aangericht kwam pas in 1997, en een officieel excuus van de overheid voor de “Stolen Generations” kwam pas zeer recent: bij het aantreden van Kevin Rudd als premier in 2008. Dit soort episodes uit de geschiedenis worden neergezet zonder poging het weg te relativeren of het neer te zetten als simpelweg “een fout om van te leren”. De boodschap is dat de onvoorwaardelijke schaamte voor deze zwarte bladzijden, en de voortdurende zoektocht naar verbeteringen van de relaties combineren tot een belangrijk onderdeel van de nationale identiteit. Als je dit leest klinkt het waarschijnlijk bijzonder complex om dit op een goede manier te doen, en het feit dat het ze is gelukt geeft precies aan hoe goed dit museum in elkaar zit.

Deze achtbaan richting parkeerplaats volgt officieel een Aboriginal songline, een route vastgelegd in muziek, poëzie en schilderingen.

Deze achtbaan richting parkeerplaats volgt officieel een Aboriginal songline, een route vastgelegd in muziek, poëzie en schilderingen.

Hear, hear!

De volgende stop heeft wat minder weg van een museum: Parliament House. Dit zeer herkenbare, al zij het ietwat vreemde gebouw wordt vooral gekenmerkt door de gigantische vlaggenmast op het dak die je in grote delen van de stad kunt zien. De locatie is geweldig, al is de uitleg erachter wat twijfelachtig. De architect van de stad (Walter Burley Griffin) was van mening dat het parlement niet bovenop een heuvel moest komen want dan zouden ze neerkijken op de bevolking. Om die reden is het eerste parlementsgebouw van de stad dan ook aan de voet van de heuvel gebouwd, maar dat was vanaf het begin een tijdelijk onderkomen. Toen ze het nieuwe gebouw toch op de mooie centrale locatie van de heuvel wouden plaatsen hebben ze bedacht om de top van de heuvel af te graven en het gebouw daarop te bouwen, waardoor het juist onderdeel uitmaakt van de heuvel. Het is op zich een mooi idee en het is erg leuk uitgepakt, maar als je aan de voordeur van de heuvel af kijkt zie je eigenlijk niks wat hoger ligt dan waar jij staat, waardoor je je kunt afvragen of ze zich wel aan de gedachte van Burley Griffin hebben gehouden. Ze vinden zelf in ieder geval van wel.

Parliament House

Parliament House

Uitzicht vanaf Capital Hill

Uitzicht vanaf Capital Hill, met zicht op Old Parliament House, Australian War Memorial en Mount Ainslie.

De hal, met pilaren die symbool staan voor de bomen in de Australische bossen. (Ik heb het niet verzonnen.)

De hal, met pilaren die symbool staan voor de bomen in de Australische bossen. (Ik heb het niet verzonnen.)

Het gebouw oogt niet heel spectaculair, maar bij de rondleiding krijg je veel achtergrond die het toch wel heel leuk maakt. De enthousiaste vrijwilliger (waarschijnlijk al lang en breed met pensioen) zei aan het begin dat zijn praatje waarschijnlijk tussen de 30 en 40 minuten zou duren, maar hij had het zo naar zijn zin dat we er bijna anderhalf uur over deden. Er komen dan allemaal verhalen langs over de ideeën achter het gebouw, de rituelen van de politici en hoe de dagelijkse gang van zaken eruitziet in de twee kamers. Er is natuurlijk bijzonder veel overgenomen van de Britten, maar hier en daar is er wel wat aangepast om bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van staten te reguleren. Aangezien ik er op een zondag was gebeurde er natuurlijk niets, maar daardoor konden er wel foto’s gemaakt worden. Als er zittingen zijn kun je nog steeds op de publieke tribune komen, maar zonder camera of telefoon. Wat opvalt is hoe dicht je bij de parlementariërs mag zitten hier, en hoe open uberhaupt het hele gebouw is in dat aspect. Er zijn wel tribunes achter geluidsdicht glas, maar die worden alleen gebruikt voor luidruchtige schoolklassen.

House of Representatives

House of Representatives

Senate

Senate

Op de eerste verdieping mag je vrij rondlopen, ook tijdens kantooruren, terwijl op de begane grond parlementariërs rondlopen. Het water in het midden maakt genoeg herrie dat je niet zomaar gesprekken kunt afluisteren.

Op de eerste verdieping mag je vrij rondlopen, ook tijdens kantooruren, terwijl op de begane grond parlementariërs rondlopen. Het water in het midden maakt genoeg herrie dat je niet zomaar gesprekken kunt afluisteren.

De hippere versie van de Divison Bell: in plaats van losse bellen hebben ze de 2700 klokken in het gebouw uitgerust met piepers. De lampjes in de onderste helft geven aan in welke kamer de stemming plaatsvindt.

De hippere versie van de Divison Bell: in plaats van losse bellen hebben ze de 2700 klokken in het gebouw uitgerust met piepers. De lampjes in de onderste helft (bij de 8 en bij de 5) geven aan in welke kamer de stemming plaatsvindt.

Los van de politiek en de geschiedenis is het ook gewoon een leuk gebouw om rond te lopen. Als je er voor staat oogt het nou niet direct als een spectaculair mooi gebouw, maar na er een tijdje rond te lopen heeft het toch wel wat. Een van de mooiste plekjes is natuurlijk het grote platte dak, wat uitzicht geeft over de vallei waarin de stad ligt.

Het weer begon ook steeds beter te worden

Het weer begon ook steeds beter te worden.

Het blijft een maf ding.

Het blijft een maf ding.

The Forecourt, gezien door The Great Verandah vanaf het terras van het café.

The Forecourt, gezien door The Great Verandah vanaf het terras van het café.

It’s a small world

Na een korte lunch in het café ben ik even langs Old Parliament House gegaan, het gebouw waar het parlement vroeger zat. Tegenwoordig is het omgetoverd tot het Museum of Australian Democracy, en met de nodige geschiedenislessen die ik al achter de kiezen had leek het me niet echt een heel spannende tijdsbesteding om dit museum ook nog af te vinken. Ik heb het daarom even gehouden bij wat rondlopen aan de buitenkant. Interessante bonus was een klein kampement wat opgezet was tegenover het gebouw door Aboriginals en Islanders, wat leek op een betoging voor onafhankelijkheid – ik heb er echter verder niks over gehoord in het nieuws en het was allemaal erg stil (waarschijnlijk omdat het zondag was) dus het fijne weet ik er niet van, maar het is wel onverwacht om te zien.

Old Parliament House en/of Museum of Australian Democracy

Old Parliament House en/of Museum of Australian Democracy

Schuin tegenover Old Parliament House, een gigantisch park dat willekeurig geplaatst lijkt te zijn.

Schuin tegenover Old Parliament House, een gigantisch park dat willekeurig geplaatst lijkt te zijn.

Daarna ben ik doorgegaan naar de ambassadebuurt. Voor sommigen klinkt dit misschien een beetje gek, maar ik vond het wel leuk om even te kijken waar de Nederlandse ambassade zit en heb dat gecombineerd met een rondje door de hele buurt. Ambassades zijn in het algemeen bijzonder uiteenlopende gebouwen die vaak nogal in een landseigen stijl worden gebouwd, waardoor je een grote mix van bijzondere en vooral vreemde gebouwen tegenkomt.

Gevonden!

Gevonden!

Het is geen klein gebouwtje, maar vergeleken met de rest van de buurt is dit heel bescheiden. (Overigens gebouw 1 van minstens 2 op het landgoed.)

Het is geen klein gebouwtje, maar vergeleken met de rest van de buurt is dit heel bescheiden. (Overigens gebouw 1 van minstens 2 op het landgoed.)

Kijk eens wie onze overburen zijn...

Kijk eens wie onze overburen zijn…

Blijkbaar doet de EU ook aan een delegatie hier, los van de landen zelf.

Blijkbaar doet de EU ook aan een delegatie hier, los van de landen zelf.

Een van de ambassades leek in eerste instatie meer een soort kazerneterrein, met ontzettend veel gebouwen en een gigantisch terrein. Ik moest een volledig blok omlopen om bij de hoofdingang te komen, waar – hoe kan het ook anders – de Amerikaanse vlag wapperde. Dat stuk heb ik maar niet op de foto gezet, mede omdat het een van de weinige gebouwen was waar de federale politie wacht leek te houden (ik had niet zoveel trek in uit moeten leggen waarom ik ambassades aan het fotograferen was).

Een heel klein stukje van wat Klein Amerika bleek te zijn.

Een heel klein stukje van wat Klein Amerika bleek te zijn.

De Belgen lijken zich in eerste instantie in te houden...

De Belgen lijken zich in eerste instantie in te houden…

...maar kijk eens wat erachter ligt.

…maar kijk eens wat erachter ligt.

De Grieken hebben volgens mij ook hier weinig geld - de tuinman is al even niet langsgeweest.

De Grieken hebben volgens mij ook hier weinig geld – de tuinman is al even niet langsgeweest.

De enige andere ambassade die door de AFP beveiligd werd had zoveel auto’s ervoor dat ik in eerste instantie dacht dat er een politiebureau zat in plaats van een ambassade. Er stond zelfs een speciaal checkpoint opgesteld bij de poort van de politie nog voordat je bij het checkpoint van de ambassade zelf kwam. Dit bleek de Israëlische ambassade te zijn – of die altijd zo zwaar beveiligd wordt of nu speciaal vanwege het rumoer daar weet ik niet zeker, maar ik gok een combinatie van de twee.

Papua Nieuw-Guinea

Zoals het hier bekend staat: PNG.

Een heel klein stukje van het gigantische Chinese complex. Het is zo kitscherig als een Chinees restaurant in Disneyland.

Een heel klein stukje van het gigantische Chinese complex. Het is zo kitscherig als een Chinees restaurant in Disneyland.

 

Parading around

Het was inmiddels 16:00, en ik vond het toch rustig aan wel eens tijd worden om weer naar Sydney terug te rijden. Ik had echter tijdens het rondrijden gezien dat er langs Anzac Parade een hele verzameling monumenten leek te staan, die verbazingwekkend genoeg totaal niet genoemd worden in mijn Lonely Planet. Eerst dus daar nog maar eens kijken om te zien wat ze er precies hebben neergezet. Zoals verwacht leek het een beetje de formule te volgen van de National Mall in Washington D.C., maar dan met wat plaatsverwisselingen: de monumenten op de plekken van de musea (langs de weg), de musea aan de uiteinden (Australian War Memorial en Museum of Australian Democracy, als je de overkant van Lake Burley Griffin meetelt) en het parlement in het verlengde (achter Old Parliament House). De monumenten zijn bijna allemaal oorlogsmonumenten, met een uitzondering: een monument voor de “Anzac spirit”, voor de broederschap met Nieuw-Zeeland. Dit bestaat uit twee hengsels van een traditioneel gewoven tas aan het begin van de weg.

De westelijke helft van het Anzac Monument.

De westelijke helft van het New Zealand Memorial.

Korean War Monument

Korean War Memorial

Vietnam Monument

Vietnam Forces Memorial

Mounted Memorial, voor de divisies te paard

Mounted Memorial, voor de divisies te paard die tijdens de woestijncampagnes in WWI erg belangrijk waren

Wat misschien nog wel het meest frappante is aan dit soort series monumenten is het feit dat er bewust ruimte is vrijgehouden voor de toekomst. Twee plekken zijn nog volledig vrij, en twee andere plekken zijn volgens geplaatste bordjes al toegewezen aan lopende projecten: een monument voor de tweede Boerenoorlog, en een monument voor de VN-vredesmissies. Ik verwacht dat de andere plekken in de komende jaren nog eens ingevuld gaan worden door Afghanistan en Irak.

Rats of Tobruk Memorial, een replica van een verwoest monument dat tijdens de belegering werd gebouwd. De titel verwijst naar de term die de Duitsers hadden voor de soldaten die ze belegerden in de stad, welke de Australiërs als geuzennaam hebben overgenomen.

Rats of Tobruk Memorial, een replica van een verwoest monument dat tijdens de belegering werd gebouwd. De titel verwijst naar de term die de Duitsers hadden voor de soldaten die ze belegerden in de stad, welke de Australiërs als geuzennaam hebben overgenomen.

RAAF Memorial

RAAF Memorial

Service Nurses Memorial

Service Nurses Memorial

Royal Australian Navy Memorial

RAN Memorial

Australian Army Memorial

Australian Army Memorial

Het werd op een gegeven moment duidelijk dat ik ook hier alweer een klein uur aan het rondlopen was, want op een gegeven moment galmde er doedelzakgeluid over Anzac Parade. Het War Memorial heeft achter een hoge wand maar aan de straatkant niet, en daardoor vliegt het geluid erg makkelijk de heuvel af waar het gebouw staat, de weg over richting Parliament House. Dat dit zo aanwezig is ook buiten het gebouw maakt de dienst wel nog een extra tandje speciaal natuurlijk. Toen het geluid ophield realiseerde ik me dat dit betekende dat het alweer 17:00 was, en aangezien m’n rondje inmiddels af was kon ik instappen en de weg terug inzetten.

Zicht op het AWM aan de voet van Mount Ainslie vanaf Anzac Parade

Zicht op het AWM aan de voet van Mount Ainslie vanaf Anzac Parade

Capital Hill gezien vanaf Anzac Parade

Capital Hill gezien vanaf Anzac Parade

Ik had nog geen avondeten geregeld, dus toen ik aan de rand van de stad nog even ging tanken en een McDonald’s zag greep ik m’n kans om eens linksom door de McDrive te gaan. Met een echte Australische Angus Steak Burger (plus accessoires) naast me op de stoel en de schemering van de ondergaande zon in de vallei kon ik terug naar die andere hoofdstad, die van New South Wales.

In the rear view mirror

Terugkijkend op mijn korte weekend in Canberra moet ik zeggen dat het een beetje een vreemde stad is. Een beetje vreemd, maar wel absoluut tekortgedaan door de slechte reputatie. De indeling van de stad kan ik niet helemaal begrijpen, je krijgt het gevoel dat de stad een beetje in the middle of nowhere ligt en de stad mist echt een beetje z’n eigen identiteit – dat gezegd hebbende is er voor iedereen wel wat te vinden. De musea zijn spectaculair, voor geschiedenisnerds en politiekfanatici is er ontzettend veel, als je weet waar je moet zoeken is er echt wel een gezellig stukje uitgaansleven en als dat je allemaal niks doet is de omliggende natuur prachtig.

Samenvattend: als je niet zoveel tijd hebt in Australië zijn er echt wel leukere plekken om te bezoeken, maar als je toevallig in de buurt bent is het zeker een bezoekje waard.

Leave a Reply