Between the ocean and the desert

Een nachtelijke overtocht betekent ook slapen. Ik deelde de kamer met een man die zijn vrouw en kinderen bij de grootouders achter had gelaten omdat hij maandag alweer aan het werk moest in Canberra. Zoals zo ongeveer iedereen in dit land lijkt te doen gaf ook hij me weer wat tips over plekken die ik absoluut moest zien en welke toeristenvangers ik beter links kon laten liggen. Mijn situatie met de auto zag hij somber in; zelfs in een grote stad als Melbourne verwachtte hij dat ik pas maandag geholpen zou kunnen worden, en zelfs dat zou nog wel eens lastig kunnen worden (de paar die open zouden zijn zaten waarschijnlijk al volgeboekt). Ik probeerde er maar niet al te veel over na te denken, want ik moest immers ook nog slapen en dat gaat zo lastig als je je ergens zorgen over moet maken.

Rond 4:45 werd de wekkeroproep gedaan – de boot was op tijd vertrokken en had blijkbaar haast gehad om zo snel mogelijk bij de familie te zijn voor Oudjaarsdag, want we zouden bijna drie kwartier eerder aankomen dan gepland, rond 5:20. Ik had op zich prima geslapen (hetzij een beetje kort) en na een korte douche vond ik mezelf wakker genoeg. Dat moest ook wel; ik had zo’n gevoel dat ik een heel lange dag voor de boeg zou krijgen.

(Waarschuwing: het volgende verhaal is een beetje langdradig, en niet het meest interessante stuk van m’n reis voor de meeste mensen. Het was voor mij echter wel een vrij memorabele dag, dus vandaar dat ik het heb uitgewerkt.)

Bij de terminal heb ik even overlegd met het lokale personeel wat het plan van aanpak zou worden. Het werd al snel duidelijk dat er wat wachten aan zat te komen, want er ging diezelfde ochtend nog een boot terug naar Tasmanië dus tot 9:00 was het dusdanig druk op het vrachtdok dat ze er geen sleepwagens in wouden. De RACV bellen ging wat lastig want m’n telefoon was leeg, en m’n laders lagen in de auto (in de heisa de vorige avond had ik niet verwacht die in te hoeven pakken) en daar mocht ik niet bij. Op zo’n moment kom je erachter dat met mobiele telefoons de telefooncellen op straat wel echt aan het uitsterven zijn: de enige die iedereen wist te noemen zat in een winkel die pas een half uur later open ging. Wachten dus. Toen de winkel eenmaal open was zag ik dat ze ook gewoon USB-kabels verkochten dus ik besloot er daar maar een van mee te nemen – m’n laptop had nog wel stroom, en ik had zo’n gevoel dat ik meerdere telefoontjes nodig zou hebben en dat een telefooncel dan suboptimaal zou uitpakken.

De RACV deed alsof ze me best wouden helpen, maar ze moesten mijn lidmaatschap van de NRMA eerst controleren (de ANWB in New South Wales – de rest helpt me via een samenwerkingsverband) en dan hadden ze het abonneenummer nodig. Dat stond op een stuk papier…in de auto. Dan maar op naam opzoeken, maar na een tijdje in de wacht terwijl de twee organisaties met elkaar overlegden vonden ze dat ik niet in het systeem stond. Spelling zou ook niet het probleem zijn – het staat niet op mijn naam maar op naam van Traveller’s Autobarn, wat elke English native speaker wel zou moeten snappen. Ik wist eigenlijk wel zeker dat de muts aan de andere kant van de lijn gewoon iets fout had gedaan (met mijn humeur op dat moment dacht ik bij mezelf al dat het niet het beste personeel zou zijn op de nachtdienst in de vakantie) en besloot maar gewoon de NRMA te bellen. Dit had ik de vorige keren ook gedaan, waarna zij met de RACT en RACV hadden gebeld. Leek mij extra gedoe, maar slim zijn en om de bureaucratie heen werken had me vooral een half uur aan verspilde tijd en moeite opgeleverd. De NRMA kon me gelijk vinden en ging me helpen…maar dan moest ik wel zelf even een garage vinden, want zij wisten toch echt niet wie er vandaag open waren.

Na wat gesteggel met de AWN in een poging een nieuwe lijst garages te krijgen (het was opnieuw echt een ontzettend moeilijke vraag die ik stelde) was het alweer 6:45. Ik had een lijst met garages, maar die kon ik niet bellen want zelfs op normale werkdagen was geen van de garages open volgens hun websites. Ik probeerde al wel wat om te kijken of er automatische berichten waren die iets zeiden over openingstijden, maar nee. De eerste garage ging om 8:00 open maar had volgens de website vanaf 7:30 al iemand op locatie voor vroege drop-offs, dus om 7:30 probeerde ik die en zowaar kreeg ik iemand aan de lijn. Ze konden me zelfs helpen, maar dat zou wel maandag worden (ter verduidelijking: het was donderdag, en ik was van plan zaterdag te vertrekken). Afleveren kon al wel vandaag. Het was waarschijnlijk het beste wat ik zou krijgen, dus ik vond het prima en gaf het adres door aan de NRMA, zodat die het weer konden doorgeven aan de RACV. Ondertussen belde ik maar met m’n hotel om m’n verblijf met een paar dagen te verlengen, want dat zou ik wel nodig hebben. Het puzzelen aan m’n reisschema kwam later wel, maar ik had al wat globale ideeën over opties voor schuiven en schrappen.

Even later miste ik een oproep van de NRMA, het voicemailbericht zei dat ze geen sleepwagen konden reserveren maar alleen direct (het was 7:45 en ik had ‘m om 9:00 nodig). Nou ja, vooruit. Ik had erop ingesteld om rond 8:50 opnieuw te bellen, maar vlak daarvoor kreeg ik opeens een automatische SMS van de RACV dat er iemand onderweg was en over 5 minuten bij me zou zijn. Waar dit precies fout was gegaan wist ik niet, maar het kon me ook niet zoveel schelen. Ik liep richting het vrachtdok waar de sleepwagen zou aankomen.

Het was even wat gedoe om de auto op de wagen te krijgen (er was iemand die net zoals ik met een kapotte auto zat, en die hadden ze precies voor mijn auto geparkeerd) maar na een beetje duwwerk was deze vrij en was het gedaan. De man vroeg me of ik iemand had die het vandaag kon regelen. Nee, maandag pas, maar we konden het alvast afleveren, zei ik. Hij zei dat hij wel iemand wist die het vandaag kon regelen, en vroeg of ik dat wou proberen. Zelf betwijfelde ik dat het dezelfde dag nog kon gebeuren (de monteur van RACT had de conclusie getrokken dat de boordcomputer aan vervanging toe was, dat leek me niet iets wat even snel tussendoor kon) maar ach, als het niet vandaag kon kon die garage het vast ook wel maandag proberen. Prima, zei ik, laten we dat maar doen.

Terwijl de man onderweg was belde hij even vooruit om te zeggen wat er aan de hand was en dat hij een spoedgeval had, of hij er even naar kon kijken. De reactie was zo ongeveer wat ik verwachtte: als het een klein probleem is zou hij het fixen, maar iets groots ging niet lukken. Na het telefoontje kwam ik aan de praat met de chauffeur, over dat ik aan het reizen was en wat ik allemaal al had gezien. Een van de dingen die ter sprake kwam was dat ik al een slaapplek had (een hotel in de binnenstad). Toen we aankwamen bij de garage kwam dat opeens weer om de hoek kijken. Het was een familiebedrijf, en terwijl hij de man aan de lijn had gehad kwamen we nu de vrouw tegen, die zei dat ze het veel te druk hadden. Mijn chauffeur zei tegen mij dat ik even m’n mond moest houden, en hield vervolgens een verhaal tegen de vrouw dat ik geen slaapplek had dus het moest absoluut dezelfde dag gebeuren. Nou vooruit, ze zouden ernaar kijken. “Het zijn goede mensen, maar soms moet je ze een beetje onder druk zetten.”

Je moet trouwens niet het idee krijgen dat ik in een afgelegen industriewijk was gekomen bij een twijfelachtige monteur. We zaten in Spotswood, een wijk net aan de overkant van de West Gate Bridge, en het voelde verbazingwekkend Enschedees (los van het kwik dat rond 9:30 al de 38 had aangetikt). Een van de dingen die dat deed was het feit dat er een grote hoeveelheid (sterk geïntegreerde) Arabische mensen leken te wonen. De garage was netter en mooier dan alle garages die ik tot nu toe heb gezien, had grote certificaten van de RACV en tal van andere vergelijkbare instanties hangen, en werd gerund door (gokte ik) een Libanese familie. De vrouw had duidelijk de broek aan en had de bedrijfsvoering in handen, maar vader en drie zoons deden het handwerk. Mijn chauffeur was een nogal ronde Marrokaanse kerel, die duidelijk een vriend van de familie was. Terwijl ik aan het wachten was kwamen er af en toe wat mensen uit de buurt binnendruppelen om een auto op te halen (de helft in het Engels, de helft in het Arabisch) en op een gegeven moment kwam er zelfs nog een vriend van de familie met een sleepwagen aan; hij had de andere auto bij zich die stuk van de boot was gekomen.

Ik pakte een kop koffie uit de automaat (vers gemalen koffie voor 1 dollar – had ik al gezegd dat dit een bijzonder nette garage was?) en ging er maar rustig voor zitten, want ik verwachtte dat het nog wel even zou duren en dat ik zou horen dat ze het toch niet vandaag konden doen. Twintig minuten later hoorde ik dat het opgelost was. Ja, echt.

Het probleem bleek te zijn dat er een aardekabel van de elektronica los was komen te zitten en slecht contact maakte. Dit was een perfecte verklaring voor alle symptomen, en was bovendien ook nog eens te wijten aan het verwisselen van de motor: ze hadden daarbij gewoon iets niet goed aangedrukt. Dat laatste vond ik nog het belangrijkste, want dat zei mij dat het eigenlijk geen nieuw probleem was en dat het eigenlijk nog steeds door die falende radiator kwam. Iedereen (inclusief ikzelf) was wel verbaasd dat dit niet was gevonden door het mannetje van de RACT, en ook niet bedacht was door de Holden-technicus die hij had gebeld. Beetje jammer, maar dat kon me nu niet zoveel schelen. Mijn probleem was opgelost, en het kostte mij niet meer dan de manuren. Toen kwam de klap op de vuurpijl: “Ben je lid van RACV?” “Niet direct, nee.” “Ok, nou, we doen maar even alsof, want dan kunnen we je ledenkorting geven.” Nog eens 10 procent eraf.

Zowel de familie als de chauffeur (die er nog steeds rondhing, wachtend op een volgende klus) heb ik uitvoerig bedankt. Het gaf opnieuw aan dat je echt heel behulpzame mensen hebt in dit land, maar mijn gestoei over de telefoon had wel duidelijk gemaakt dat je die (net zoals in elk land eigenlijk) niet moest zoeken in een callcenter. Dat het grote hoofdkantoor niet weet welke garages open zijn op feestdagen en in de vakantie vind ik nog steeds bizar (het lijkt me juist de periode dat je veel problemen hebt met toeristen die niet in hun eigen stad zijn en dus niet hun auto naar huis kunnen laten slepen i.p.v. een garage) maar zodra je bij de working class aanklopt wordt alles op alles gezet om je te helpen – zelfs een onzinverhaal aan je vrienden ophangen om de klus er nog even door te duwen is dan prima, blijkbaar.

Tegen de tijd dat ik vertrok uit de garage was het 10:30. Een paar uur eerder zat ik in de terminal in mezelf te vloeken op onbehulpzame callcenters terwijl er op de TV’s de standaard kunstmatige supervrolijke ochtendprogramma’s vooruitkeken naar de gezellige en vrolijke viering, en een “happy new year” – op dat moment was ik alles behalve happy, en die TV’s maakten het absoluut niet beter. Een paar uur later was het echter compleet anders. M’n auto deed het weer en ik had er bovendien vertrouwen in dat ik niet in het ene probleem na het andere zou komen, ik hoefde m’n reis niet om te gooien en ik had nog een hele dag voor me om lekker te genieten van het absurd warme weer in afwachting van nieuwjaar. Je zou kunnen zeggen dat er wel een beetje sprake was van mood swings.

Eenmaal bij het hotel liet ik m’n eerdere verlenging weer annuleren, en toen ik m’n tassen wou achterlaten (het was 2 uur voor check-in) bleek dat m’n kamer al klaar was en dat ik gewoon gelijk naar boven kon. Gewoon gelijk m’n spullen in een hotelkamer gooien. Puur omdat het kon (en om een beetje het gevoel te krijgen dat m’n dag nu pas echt begon) ben ik maar gewoon weer onder de douche gesprongen, en na een klein ongepland middagdutje om de korte nacht te compenseren (je kent dat wel, als je opeens op een heel comfortabel bed ligt) had ik dan toch eindelijk het gevoel dat ik 2 mooie dagen in Melbourne voor me had liggen.

Going with the times

De eerste van die dagen was overigens niet heel uitgebreid. Met 40 graden buiten de deur had ik niet heel veel motivatie om de stad weer door te wandelen, zeker omdat ik het gevoel had dat ik toch wel aardig wat had gezien tijdens m’n vorige bliksembezoek. Ik vulde het dus vooral met wat lezen in de schaduw bij Flagstaff Gardens, een lunch bij de Federation Square, en een beetje typen aan m’n verhalen aan de Yarra River.

Tussen de frustraties door dacht ik in de ochtend op de televisies gezien te hebben dat er om 21:00 vuurwerk zou zijn bij Flagstaff Gardens (het ‘kindervuurwerk’ zullen we maar zeggen). Ik had niet echt andere plannen dus ik ging daar maar heen om alvast een idee te krijgen van de show, maar dat bleek tevergeefs; het kindervuurwerk was alleen bij Yarra Park, en er was niets zichtbaar vanaf waar ik zat. Na een reeks doffe knallen ging ik een beetje teleurgesteld terug naar m’n hotelkamer om nog even op te laden voor de mensenmassa’s bij de show rond middernacht. Ik besloot voor het eerst in tijden weer eens het nieuws te kijken, en toen dat eenmaal gedaan was kwam ik terecht bij een cricketwedstrijd op TV. Nou kende ik op dat punt alleen wat basisconcepten van de sport, maar niet genoeg om echt te snappen hoe een wedstrijd werkte. Wat mij fascineerde aan de wedstrijd was dat het publiek zo enthousiast was als bij een gemiddelde voetbalwedstrijd, in tegenstelling tot het imago wat meer in de buurt komt van snookerpubliek. Terwijl dit aanstond besloot ik de regels op te zoeken, en ik had al vrij snel de meeste concepten begrepen – bovendien werd me duidelijk dat deze competitie is voor Twenty20-cricket, wat kort gezegd een vorm is van de sport die juist is ontwikkeld om het sneller en interessanter voor het publiek te maken. Het werkte, want aan het einde van de wedstrijd (die bovendien met een bijzondere grote comeback eindigde waardoor de presentatoren ook nog eens op de maximale stand sprongen) zat ik er helemaal in.

Toen de wedstrijd afgewerkt was werd het wel tijd om richting Federation Square te gaan, een van de grote plekken waar (en dit wist ik zeker) de vuurwerkshow goed te zien zou zijn. In tegenstelling tot Sydney heeft Melbourne geen centrale show maar gebruiken ze een hele verzameling flatgebouwen om vanaf af te steken. Het was druk, maar ik kon nog prima op een mooie plek komen, en na een klein uurtje wachten barstte de show los.

Drukte bij Federation Square

Drukte bij Federation Square

Ik zal heel eerlijk zijn: het viel gewoon tegen. Niet alleen vergeleken met de show in Sydney, niet alleen vergeleken met georganiseerde shows in Nederland, maar gewoon vergeleken met wat ‘we’ zelf afsteken was dit een aanfluiting. Effectief hadden ze gewoon een vuurwerkshow gepakt zoals in Darling Harbour (beter nog, een vuurwerkshow zoals ik zelf ooit voor de Kick-In heb besteld voor slechts 3 nullen) en die op 15 locaties neergezet. De effecten waren niet bijzonder, er zat geen structuur in de show, er was geen duidelijk einde – er was niet eens een countdown naar middernacht, de show begon gewoon opeens. Het was beter dan niets, zullen we maar zeggen, maar het stadsbestuur zou wel eens mogen nadenken over hoe geloofwaardig hun verhaal is dat er 8 maanden planning aan vooraf was gegaan (ik verzin het niet).

Can you say anticlimax?

Can you say anticlimax?

Maar weet je, het was eigenlijk wel prima. Ik zat totaal niet in die stemming die normaal bij deze tijd van het jaar hoort. Het was niet koud, er was geen leeglopend-en-vervolgens-weer-vollopend studentenhuis rond de Kerstdagen, geen oudejaarsconference met oliebollen, en ik had niet eens geprobeerd om de Top 2000 te luisteren. Van alle dagen die ik in Australië zou doorbrengen had ik hiervan verwacht dat het nog wel eens een eenzaam moment zou worden (nul bekenden om me heen in plaats van de honderd nieuwjaarswensen die ik normaal uitdeel in de Vestingbar) maar zo voelde het totaal niet. Natuurlijk miste ik het feest in de VB wel een beetje (het blijft toch wel een van de weinige echt leuke en grote feesten van het jaar) maar ach, een jaartje missen moest kunnen.

Out and about

De volgende dag besloot ik gebruik te maken van het geweldige openbaar vervoer van de stad. Dat is lekker simpel gehouden, en is geweldig voor toeristen. Het begint met een gratis zone – het hele CBD kun je gratis bereizen in bussen, trams en treinen. Ja, treinen; langs de rand van het CBD liggen zo’n 4 treinstations. Ga je buiten die gratis zone, dan betaal je een vast bedrag waarmee je zoveel kunt reizen binnen 2 uur als je wilt (eventueel een hoger bedrag als je tussen zones 1 en 2 reist, maar je komt eigenlijk nooit buiten zone 1 als toerist). Na die 2 uur kun je opnieuw inchecken – je betaalt dan datzelfde vaste bedrag nogmaals, maar daarmee is voor de rest van die dag elke reis betaald. Voor mij betekende dit op een feestdag dat ik voor een paar dollar onbeperkt de hele stad door kon. Niet verkeerd.

Allereerst op naar St. Kilda. Dit is een wijkje dat rond het strand is gebouwd en een beetje de allure heeft van een gemiddeld stranddorp zoals Lakes Entrance, maar dan wel binnen een stad van 4 miljoen. Het voelt dan ook niet echt klein, maar ook niet echt als een stukje van een metropool, en dat is best een grappig sfeertje.

Melbourne heeft ook een Luna Park, met een andere maar even verontrustende poort als die in Sydney

Melbourne heeft ook een Luna Park, met een andere maar even verontrustende poort als die in Sydney

St. Kilda Beach

St. Kilda Beach

De lokale nieuwjaarsduik

De lokale nieuwjaarsduik

The Esplanade

The Esplanade

Na een beetje uitwaaien op het strand ging ik richting de Shrine of Remembrance. Dit gigantische monument is de centrale plek van het land op Anzac Day, vergelijkbaar met de Dam op 4 mei. Op het eerste gezicht is het gewoon een veel grotere versie van het Anzac Memorial in Hyde Park, maar het is zeker een los bezoek waard. En niet alleen vawege het uitzicht dat de heuvel je geeft over de stad.

Boer War Memorial

Boer War Memorial

Wat omringende monumenten voor historische figuren, zoals de eerste gouverneur-generaal...

Wat omringende monumenten voor historische figuren, zoals de eerste gouverneur-generaal…

...en Edward VII.

…en Edward VII.

Shrine of Remembrance

Shrine of Remembrance

Melbourne vanaf de trappen

Melbourne vanaf de trappen

Wat ik persoonlijk nogal opvallend vind is dat, in tegenstelling tot de monumenten en musea in Sydney en Canberra, dit monument vrij expliciet praat over “the glory of sacrifice” van de soldaten. Ik vond het bij die eerdere plekken juist zo prettig om te zien dat er juist werd benadrukt dat er niks geweldigs is aan sterven voor je land, dat het vooral een noodzakelijk kwaad is. Het gaf het allemaal een heel menselijke benadering, juist onderscheidend van de ronduit wanstaltige manier hoe bijvoorbeeld de VS het altijd presenteert. Dit monument gaat compleet de andere kant op, en dat vind ik toch jammer. Natuurlijk moeten we dankbaar zijn voor de mensen die met gevaar voor eigen leven de oorlog ingaan, en je zou dat voor mijn part zelfs nobel kunnen noemen, maar dat je het nodig vindt om het te presenteren als glorie behalen door het geven van je leven vind ik getuigen van een gebrek aan vertrouwen in je eigen bevolking om te snappen hoe belangrijk de acties van die mensen waren. Het klopt gewoon niet met de nuchterheid die ik tot nu toe van Australiërs gewend ben. Een beetje vreemd dus.

De volgende stop was South Yarra, een van de bekendere en hippere wijken van de stad. Ik wist niet zo goed waarom ik er eigenlijk heen ging want de verhalen die ik erover had gelezen waren nou niet per se over het soort wijk dat mij normaal aanspreekt, en toen ik er eenmaal aankwam bleek dat beeld precies te kloppen. Het is niet heel bijzonder, maar ook zeker niet vervelend om rond te lopen.

South Yarra

South Yarra

Ik besloot het tramhoppen af te sluiten met een stop in de Alexandra Gardens, waar ik aan de Yarra River even een uurtje met m’n boek kon zitten.

Aan de Yarra River

Aan de Yarra River

Toen ik terugkwam bij m’n hotelkamer zette ik m’n TV weer aan om te kijken of er toevallig weer een cricketwedstrijd was, en die had ik te pakken (sport op feestdagen is net zoals in de VS wel een ding hier). De reclameblokken wisten me bovendien te vertellen dat er de volgende dag een wedstrijd zou zijn in Melbourne, en niet zomaar eentje: een derby tussen de twee teams uit de stad, en bovendien in de Melbourne Cricket Ground (ook wel bekend als de MCG), verreweg het beroemdste stadion van het land. Het heeft voor cricket een legendarische status en wordt ook beschouwd als de geboorteplek van Australian Football – eigenlijk wel een must-see dus. Ik kwam erachter dat er nog zat kaarten waren, en niet te duur: 40 dollar, voor zowel de vrouwenwedstrijd in het voorprogramma als de mannenwedstrijd in de avond. (De vrouwencompetitie is dit jaar begonnen en is een exacte weerspiegeling van de mannencompetitie – dezelfde teams zijn vertegenwoordigd en ze spelen dus dezelfde wedstrijden.) Last-minute besloot ik om m’n plan om te gooien: ik verlengde m’n hotel met een extra nacht en boekte het ticket. (Die extra dag in Melbourne zou ik waarschijnlijk aftrekken van de paar dagen die ik in Adelaide had gepland – daarover later meer.)

De avond vloog uiteindelijk best snel voorbij, met nog een beetje sfeer proeven van de binnenstad en avondeten. En cricket op TV.

Battle for Melbourne

Mijn bonusdag in Melbourne was aangebroken, en na het uitslapen en late ontbijt was het eigenlijk al wel tijd om richting het stadion te gaan. Ditmaal niet met de tram, maar met de trein. De vormen van het stadion kun je vanuit de binnenstad al zien langs de rivier, maar als je er eenmaal voor staat realiseer je je pas echt hoe groot het ding eigenlijk is.

Het binnenkomen was een beetje gedoe, want mijn ticket zei Gate 3 en die deur zat dicht. Ik vroeg de mensen die daar in de buurt stonden en die zeiden dat ik wel Gate 3 moest hebben maar aan de andere kant van de paal, en daar wist iemand me te vertellen dat ik juist terug moest, weer om de grote paal heen. Ik kreeg kleine flashbacks naar m’n telefoonavonturen, en bedacht me dat de minst officiële mensen me tot nu toe het beste hadden geholpen. Ik negeerde dus alle mensen met het MCG-uniform en stapte af op een ingehuurde beveiliger. Die gaf een simpel antwoord: die deur ging vanavond pas open, maar ik kon prima bij Gate 4 naar binnen. Klopte als een bus; het was een beetje omlopen om bij m’n stoel te komen, maar het ging prima. Opnieuw natuurlijk een beetje jammer vanuit het perspectief van klantenservice.

Een wedstrijd in de WBBL trekt niet zo heel veel bezoekers.

Een wedstrijd in de WBBL trekt niet zo heel veel bezoekers.

Aan het begin van de BBL-wedstrijd was het al drukker...

Aan het begin van de BBL-wedstrijd was het al drukker…

...een uur later al helemaal.

…een uur later al helemaal.

De vrouwenwedstrijd verliep met een relatief leeg publiek, maar tegen het begin van de mannenwedstrijd zat het al wel wat voller. Gek genoeg liepen de tribunes ook tijdens de wedstrijd nog vol, met na het eerste uur nog extra mensen die binnenstroomden; tegen die tijd was er een paar duizend man meer dan bij het begin. Achteraf waren er 2 aan elkaar gerelateerde oorzaken: er was een all-time bezoekersrecord binnen de competitie (van ca. 50000) verbroken (die avond waren er ca. 80000), en dat was zo’n extreme stijging dat ze er bij de MCG niet op hadden gepland. Het leverde lange wachtrijen op en voor veel mensen veel vertraging, maar uiteindelijk zorgde het wel voor een lekker vol stadion, wat toch wel heel veel doet met de sfeer.

Ik had van tevoren niet echt een team gekozen om voor te juichen dit keer, want volgens de ranglijst deden beide teams het niet echt geweldig dus een underdog was er dit keer niet. Uiteindelijk koos ik voor de Renegades (puur omdat die technisch gezien het uit-team waren) en daarmee koos ik dit keer voor het verliezende team. Jammer, maar het maakt de wedstrijd niet minder leuk. Ik vond het een mooie afsluiting van Melbourne en was erg blij dat ik de extra dag erbij had gepakt.

Hit the (great) road

Die zondag vervolgde ik mijn reis door ditmaal aan de westkant het water op te zoeken. Dat betekende eerst een flinke tijd door de buitenranden van de metropool van Melbourne te gaan. Eenmaal daarbuiten kom je vrij snel bij het kustplaatsje Torquay, waar officieel het begin ligt van de Great Ocean Road, een snelweg langs de Victoriaanse zuidkust.

West Gate Bridge

West Gate Bridge

Geelong

Geelong

De Great Ocean Road staat internationaal nogal bekend als de mooiste roadtrip van Australië, en dat trekt natuurlijk veel toeristen aan. Een van de manieren waardoor dat nogal opvalt is dat er opeens heel veel borden langs de weg staan die je eraan herinneren dat je in dit land links moet rijden. Voor veel toeristen is dit het eerste (en soms het enige) stuk dat ze daadwerkelijk zelf rijden, juist vanwege die reputatie, en dat zorgt voor een aardig gebrek aan ervaring op deze wegen. Voor mij ook extra opletten dus – ik zat niet echt te wachten op spookrijders.

Wat de weg zo interessant moet maken is niet alleen de weg zelf, maar vooral de vele mooie haltes waar de weg langs loopt. Dat betekent dus veel uitstappen en rondlopen, te beginnen met Torquay zelf.

Torquay Front Beach

Torquay Front Beach

Cozy Corner, op Point Danger

Cozy Corner, op Point Danger

Hierna is het al heel snel tijd om juist even van de Great Ocean Road af te wijken en een zijweg te nemen, om op die manier een kijkje te nemen bij het wereldberoemde Bells Beach. Dat mensen hier durven te surfen vind ik toch wel gewaagd – ik zou er niet eens willen zwemmen.

We zijn begonnen!

We zijn begonnen!

Bells Beach

Bells Beach

Eenmaal terug op de weg kom je al heel snel weer bij de volgende paar dorpjes uit. Op dit traject is de weg eerlijk gezegd nog niet heel erg spannend, en de dorpjes zijn ook niet zo spectaculair als je al het een en ander aan kustplaatsjes hebt gezien. Anglesea’s hoofdattractie is grazende kangoeroes op een golfbaan, maar daar mag je natuurlijk niet op als je niet gaat golfen, en Aireys Inlet heeft een vuurtoren, waar ik inmiddels toch wel een aardige hoeveelheid van heb gezien.

Oceaan? Waar?

Oceaan? Waar?

Ah, gevonden.

Ah, gevonden.

Aireys Inlet

Aireys Inlet

Eagle Rock

Eagle Rock

Richting Lorne krijgt de weg wat meer vorm. Het dorp zelf voelt een stukje eigenwijzer dan de meeste stranddorpen en heeft dan ook wel wat, maar het is nog steeds niet echt uitnodigend om uren rond te hangen als je geen trek hebt in het strand.

Nou begint de weg toch echt al een stuk eerder, maar het gebaar is mooi.

Nou begint de weg toch echt al een stuk eerder, maar het gebaar is mooi.

Iets meer coastal drive, maar ook iets meer wolken.

Iets meer coastal drive, maar ook iets meer wolken.

Lorne op afstand

Lorne op afstand

Na Lorne moest ik afwijken van de route. Een tijdje terug was er een grootte bosbrand in het gebied, en op Eerste Kerstdag vaagde die meer dan honderd huizen weg in twee dorpjes langs het traject tussen Lorne en Apollo Bay. De brand is inmiddels onder controle (maar nog steeds niet helemaal gedoofd) en de weg was op het moment dat ik er was dus ook nog niet vrijgegeven. Als ik de foto’s moest geloven was dit een van de weinige stukken waar de weg juist echt langs het water loopt, maar onder de omstandigheden heb ik toch liever een veilige route dan een mooie route. Bijkomend voordeel: via de omleiding kwam ik ergens terecht waar ik anders waarschijnlijk niet was gekomen.

Falls at nightfall

De weg leidde landinwaarts en bracht me eerst bij een attractie die nog onder de regio van Lorne wordt gerekend: Erskine Falls. De weg hiernaartoe liep precies langs het afgezette stuk bos, en er waren zelfs wat picnicplekken aan die kant van de weg die afgezet waren. Erskine Falls zelf was echter net erbuiten, en dat was te zien: hordes aan auto’s die waarschijnlijk de GOR aan het afrijden waren vulden de parkeerplaats. Je hoeft maar een paar minuten te lopen om iets van de waterval te zien.

Erskine Falls

Erskine Falls

Hierna nam ik een zelf uitgeplande omleiding, om zodoende een beetje de grote verzameling toeristen te proberen te ontlopen. Inmiddels was het ook al tegen het einde van de middag, dus ik besloot een kampeerplaats te zoeken die ongeveer langs die route lag. Die vond ik bij Beauchamp Falls. De route ernaartoe was wel een leuk staaltje bochtenwerk.

Ja, die weg is inderdaad zo smal. Nee, het is geen eenrichtingsverkeer.

Ja, die weg is inderdaad zo smal. Nee, het is geen eenrichtingsverkeer.

De kampeerplaats was in feite gewoon een groot grasveld bij de parkeerplaats voor een wandeling, dus nadat de tent was opgezet besloot ik die wandeling ook maar even te doen. Ik was er nu toch, dus waarom niet.

Kamperen bij de parkeerplaats

Kamperen bij de parkeerplaats

We duiken weer het regenwoud in

We duiken weer het regenwoud in

Beauchamp Falls

Beauchamp Falls

Deze wandeling deed me weer denken aan andere wandelingen door het regenwoud, en de eindstop leverde beelden op van vallend water die wat mij betreft veel mooier waren dan die van Erskine Falls. Een mooi verborgen pareltje dus.

Deppeler Creek

Deppeler Creek

Curves of the coast

De volgende ochtend moest ik helaas een natte tent inpakken; het had de hele nacht geregend, en het miezeren in de ochtend leek niet echt van plan zijn snel te stoppen. Aangezien ik de tent diezelfde avond weer zou uitpakken vond ik dit niet zo’n probleem, dus ondanks het weer begon de dag met een prima humeur.

De rit terug naar de kust was niet eenvoudig. De weg lag bezaaid met losgewaaid spul uit de bomen van afgelopen nacht, en op een moment sprong er ook nog even een kangoeroe vlak voor m’n bumper langs toen ik de bocht om kwam. Eenmaal op een grotere weg passeerde ik een vallende tak die m’n voorruit schampte (gelukkig geen schade), en een minuut later kwam ik opeens bij een grote omgewaaide boom. Het was aardig druk op de weg, maar ik was de eerste bij de boom (achter mij stond al snel een file, net zoals aan de andere kant van de weg) – het zag er dus uit alsof het echt net gebeurd was, en dat voelde toch wel als een beetje mazzel dat de boom niet net een minuut later was omgekukeld. Met ongeveer 6 man sleepten we de boom aan de kant om de weg vrij te maken, en daarna maakte ik dat ik zo snel mogelijk weg was van dat stuk weg met toch wel heel veel droog ogende bomen die moeite leken te hebben met de harde wind.

Bij Skenes Creek kon ik weer de Great Ocean Road op, en al snel was de grote stoet aan gehuurde campers en gecharterde touringcars weer zichtbaar.

Na Apollo Bay dook ik weer even de grote weg af naar Cape Otway, het meest zuidelijke puntje van het Australische vasteland. De echte attractie is hier (3 keer raden) opnieuw een vuurtoren, en ze hebben het lef om 20 dollar te vragen voor een rondleiding van een half uur door dat apparaat, maar ik besloot een stukje van de Great Ocean Walk mee te pakken dat hierlangs loopt – een wandelroute die parallel loopt aan de Great Ocean Road.

De weg op Cape Otway is een beetje kaal

De weg op Cape Otway is een beetje kaal

Een stukje Great Ocean Walk

Een stukje Great Ocean Walk

Cape Otway Lighthouse

Cape Otway Lighthouse

Daarna maar weer terug naar de weg, en daar kwam ik al snel op het meest beroemde stukje van de route (dat bovendien ook eindelijk weer daadwerkelijk langs de kust loopt). Eerste stop: de Gibson Steps, waar iemand met een pikhouweel ooit besloot om bij een arbitrair gekozen klif een trap te maken om op het strand te kunnen komen.

Lekker geslinger terug naar de grote weg

Lekker geslinger terug naar de grote weg

Gibson Beach

Gibson Beach

Gibson Steps

Gibson Steps

Vanaf hier is al een beginnetje te zien van de volgende halte, de Apostles. De algemeen geaccepteerde naam is tegenwoordig 12 Apostles maar dat getal is er alleen maar bijgeplakt omdat mensen geologie en de Bijbel met elkaar gingen verwarren – het zijn er nooit 12 geweest. Maar vertel dat maar eens aan de Chinezen die hier letterlijk met busladingen worden aangevoerd.

The Apostles

The Apostles

Ik kwam hier duidelijk terecht in de flow van de tourbussen vanuit Melbourne, die in 1 dag zoveel mogelijk van de interessante haltes doen en ‘s nachts terugrijden. Daarnaast is de halte van de Apostles een absurd grote centrale plek waar ook nog eens losse tourorganisaties zitten die vanaf daar de rest van de kust afwerken. Je kunt ook nog met de helicopter een stukje langs de kust doen, als je echt snel van je geld af wilt zijn. Ik wist dat het een toeristische weg was, maar dit was wel weer echt een plek die niks meer te maken had met natuurschoon bewonderen en vooral bezig is met het uitmelken van de toeristische attractie.

De rest van de haltes is niet zo idioot groot gemaakt, maar ik werd wel de rest van de dag achtervolgd door de tourbussen, aangezien ik nu in hun reisschema zat (en geen zin had om te proberen te in te halen, want dan zou ik zelf dingen moeten overslaan). Volgende stop: Loch Ard Gorge. Net zoals Mimosa Rocks is ook dit stukje kustlijn genoemd naar een ter plekke gezonken schip – ik dacht dat zeelui bijgelovig waren, maar dit lijkt me niet iets wat je doet als je bijgelovig bent.

Loch Ard Gorge

Loch Ard Gorge

Razorback

Razorback

Thunder Cave

Thunder Cave

Heel veel kan ik niet over de losse haltes zeggen eigenlijk. Ze zijn allemaal best leuk, maar voor mij deed de idiote drukte (plus de waanzinnige obsessie met bij elke stop honderd selfies en groepsfoto’s maken) toch wel flink afbreuk aan de hele ervaring. Voor verreweg het grootste deel van deze mensen ging het totaal niet meer om bijzondere rotsformaties zien – het was een kwestie van een checklist afwerken, bewijsmateriaal schieten voor Facebook, en doorrrrrrr. (En nee, dat zijn echt niet alleen de Aziaten – ik heb genoeg Europeanen gezien en gehoord die er minstens zo goed in zijn.)

The Arch

The Arch

London Bridge (in de jaren 90 is de daadwerkelijke brug ingestort)

London Bridge (in de jaren 90 is de daadwerkelijke brug ingestort)

The Grotto

The Grotto

Na The Grotto droogde de tourbussen snel op, en ik zag er veel ook juist omdraaien om terug te racen naar Melbourne. De volgende stop was daardoor eindelijk weer iets rustiger, en dat was wel een prettige afwisseling.

Bay of Islands

Bay of Islands

De binnenkant van de Bay of Islands

De binnenkant van de Bay of Islands

Toen ik het einde van de weg had bereikt en de ouderwetse Princes Highway weer te pakken had begon de avond al te vallen. Op weg naar m’n geplande kampeerplaats had ik echter nog 1 stop: Tower Hill Reserve. Tussen de vele akkers en weilanden ligt dit kleine natuurreservaat verstopt – zo verstopt zelfs, dat ik ondanks de Garmin de afslag eerst misliep. Als je eenmaal binnen bent is het het extra stukje omrijden echter wel waard.

Tower Hill Reserve

Tower Hill Reserve

Je kan er als je wilt wel een paar dagen vullen met de verschillende wandelingen, maar die tijd had ik niet. Ik besloot de Peak Climb te doen, een redelijk kort retourtje (1 uur) naar de top van de centraal gelegen Tower Hill. Dat het uitzicht vanaf daar mooi is hoef ik waarschijnlijk niet eens te vertellen.

Op weg naar boven. Op de voorgrond een meer, op de achtergrond de zee.

Op weg naar boven. Op de voorgrond een meer, op de achtergrond de zee.

Bovenop Tower Hill

Bovenop Tower Hill

De kampeerplek van die avond lag in het Mount Clay State Forest, lekker beschut tussen de bomen. Het was bepaald niet leeg, maar verreweg het grootste deel van de mensen was Australisch en geen toerist, en op de een of andere manier zijn dat toch een stuk prettiger buren om te hebben op een camping.

Saw Pit Camping Area

Saw Pit Camping Area

This is Gramp country

Met de Great Ocean Road achter me was het tijd om het roer stevig om te gooien en vol landinwaarts te gaan, strak naar het noorden. Dat was tenminste origineel het plan, maar toen ik op de kaart had gekeken om te zien wat ik onderweg allemaal kon doen zag ik het gigantische Grampians National Park parallel aan de route liggen. In plaats van de snelweg te nemen die erlangs liep koos ik ervoor om de weg dwars door dit park te nemen, op naar het dorp Halls Gap dat zo’n beetje geldt als de hoofdstad van het park. Het is best een flink gebied: vanaf de zuidelijke rand was ik een ruim uur bezig op een grote provinciale weg om bij Halls Gap te komen.

The Grampians

The Grampians

Natuurlijk kent zo’n park veel wandelingen, dus ik liet me een beetje informeren over de mogelijkheden bij het informatiecentrum en koos voor een route van ongeveer 4 uur. Na de nodige voorbereidingen was ik een half uur later onderweg.

Dit volstaat hier als een pad

Dit volstaat hier als een pad

Zodra ze doorhebben dat je ze ziet zitten ze stokstil.

Zodra ze doorhebben dat je ze ziet zitten ze stokstil.

Ik weet niet helemaal wat er precies aan de hand was, maar deze wandeling viel me een stuk zwaarder dan de vorige wandelingen. Het was niet warmer, het terrein was niet zwaarder en ik voelde me aan het begin gewoon goed, maar ik had toch wat meer pauzes nodig tijdens deze wandeling. Los van de fysieke inspanning was het een geweldige route, en ik was erg blij dat ik last-minute had besloten om dit park een bezoekje te brengen.

Grand Canyon

Grand Canyon

Vanaf Pinnacle Lookout

Vanaf Pinnacle Lookout

De vallei met een stuwmeer

De vallei met een stuwmeer

Wonderland Forest

Wonderland Forest

Na de wandeling had ik nog een stukje rijden te gaan richting Horsham, waar ik die nacht zou verblijven. Ik kwam nu duidelijk in het platteland met wat ruiger terrein, dus een kampeerplek kon ik niet vinden – voor het eerst sinds m’n reis naar Brisbane sliep ik dus weer een nachtje in de auto.

Het wordt iets kaler

Het wordt iets kaler

Kan je hier slapen dan? Ja hoor.

Kan je hier slapen dan? Ja hoor.

Die avond kwam er nog een truckie bij die vertelde dat hij op deze plek wel vaker overnachtte. Hij had allemaal verhalen over toen hij 30 jaar geleden het land door had gereisd, hoeveel makkelijker dat was omdat er allemaal verharde wegen bij waren gekomen in de tussentijd (hij moest destijds met de trein van Alice Springs naar Adelaide) en over de liftende toeristen die hij af en toe meeneemt. Na een half uurtje ging hij terug naar z’n truck om op tijd te gaan slapen – de volgende ochtend toen ik wakker werd was hij alweer vertrokken.

Mulling by the Murray

Het traject dat voor vandaag in de planning stond was Horsham naar Mildura. Ik kon niet heel erg veel vinden aan interessante stops of dingen om te doen op deze route, dus ik besloot maar gewoon snel het rijden af te ronden en de tent voor de verandering eens op tijd op te zetten, zodat ik in de middag eventueel een beetje in de omgeving van Mildura kon rondkijken.

Een binnenlands stukje quarantainegebied; een Fruit Fly Exclusion Zone.

Een binnenlands stukje quarantainegebied; een Fruit Fly Exclusion Zone.

Even dat je het weet.

Even dat je het weet.

Toen ik eenmaal op de kampeerplaats kwam vond ik dat echter zo’n mooi stekje dat ik besloot om daar maar even een dagje rustig aan te doen. Na de zwaar gevallen inspanning van gisteren vond ik het ook wel een prettig idee om even op te laden, en de omgeving was er helemaal geschikt voor.

Het uitzicht vanuit m'n tent. De rivier vormt de staatsgrens; ik kampeerde in Victoria, de overkant is New South Wales.

Het uitzicht vanuit m’n tent. De rivier vormt de staatsgrens; ik kampeerde in Victoria, de overkant is New South Wales.

Ook hier weer genoeg beestjes om te kijken.

Ook hier weer genoeg beestjes om te kijken.

Veel meer valt er niet te zeggen over deze dag. Het was gewoon lekker relaxed genieten van het leven.

Zonsondergang bij de Murray River

Zonsondergang bij de Murray River

Taking the desert by storm

Nadat de tent was ingepakt was het tijd om verder richting het noorden te gaan, voor mijn laatste bezoek aan New South Wales van deze trip.

Daar zijn we weer!

Daar zijn we weer!

De weg loopt een beetje in vreemde kronkels om na Mildura ook nog even via Wentworth te gaan (het grootste dorp in de regio aan de NSW-kant) maar daarna verlaat deze al snel de vruchtbare grond rond de Murray River en steekt deze de woestijn in.

Het is niet het meest gevarieerde landschap dat je ooit zult zien, maar het is ook zeker niet saai. Je moet je vooral instellen op een lange zit, want het is een rit van iets meer dan 500 kilometer. Ruwweg halverwege kom je nog een tankstation tegen, wat verreweg het grootste teken van leven is dat je aan de snelweg tegenkomt. Natuurlijk zijn er wel boerderijen die zich op het platteland hier hebben gevestigd, maar die zitten kilometers van de snelweg af en kun je simpelweg niet zien. Hun vee daarentegen is geregeld rondom (en soms op) het wegdek te vinden.

Coombah Roadhouse

Coombah Roadhouse

Af en toe kom je wat roadkill tegen, en alhoewel dat in aantallen best meeviel werd daarvoor gecompenseerd met grootte. Op een punt kwam ik op een karkas van een volwassen kangoeroe die midden op mijn rijbaan lag, wat dusdanig groot was dat je er zelfs met een hoge 4×4 volgens mij niet overheen kan. Ik remde af (er kwam een tegenligger aan dus eromheen gaan ging even niet) en toen ik er praktisch voor stilstond zag ik een gigantische wigstaartarend die het beest als lunch gebruikte. Toen ik weer optrok besloot hij ook te vertrekken, en voor m’n neus klapte het beest z’n vleugels uit – een spanwijdte van makkelijk 2 meter breed. Misschien jammer dat er een dode ‘roo voor nodig is, maar het was ontzettend gaaf om te zien.

Woestijn!

Woestijn!

De tijd vulde ik trouwens met audioboeken. Het is een tip die ik had opgepikt van mensen die de lange ritten vaker doen, omdat die vaak lekker lang zijn en ervoor zorgen dat je wakker blijft (de stelregel is zo’n beetje dat je weet dat je moet stoppen met rijden als je het verhaal niet meer volgt). Voor mij was het de ideale smoes om eindelijk eens aan de Jack Reacher-boeken te beginnen.

Na 5 uur en een paar hoofdstukken Killing Floor kwam ik uit bij de naamgever van de Silver City Highway: Broken Hill.

Beschaving!

Beschaving!

Broken Hill is begonnen als mijnwerkstad, en heeft in die rol een paar belangrijke bijdrages geleverd aan de Australische geschiedenis. Zo is een van de originele bedrijven uitgegroeid tot de grootste multinational van het land en een van de grootste bedrijven ter wereld: BHP Billiton (de afkorting staat voor Broken Hill Proprietary, de bedrijfsnaam voor de fusie met Billiton). Het is ook de geboorteplaats van vakbonden in Australië, en was daardoor de eerste stad met een werkweek van 36 uur. De hoogtijdagen van de stad liggen inmiddels wel in het verleden, want de mijnen beginnen leeg te raken en de automatisering kost veel banen – ooit een stad van 30000 man met 4000 mensen in de mijnbouw, nu 19000 inwoners met 250 mensen in de industrie.

Broken Hill vanaf Line of Lode lookout

Broken Hill vanaf Line of Lode lookout

De gebouwen ogen wat koloniaal, maar niet al te oud.

De gebouwen ogen wat koloniaal, maar niet al te oud.

Ook oude gebouwen hebben glazenwassers nodig.

Ook oude gebouwen hebben glazenwassers nodig.

De stad zelf is een bijzonder gezicht als je net een paar uur door de woestijn hebt gereden om er te komen, want alles voelt eigenlijk gewoon hetzelfde als de andere middelgrote steden die ik tot nu toe heb gezien. Los van de verstrekkende vlaktes om de bebouwing heen zou je niet zeggen dat je op een afgelegen plek bent beland.

Downtown Broken Hill

Downtown Broken Hill

Het ouderwetse postkantoor naast de nieuwerwetse telefoonmast.

Het ouderwetse postkantoor naast de nieuwerwetse telefoonmast.

Dan nog iets interessants aan de mentaliteit van Broken Hill: het ligt in NSW, maar vindt zichzelf onderdeel van South Australia (de staat van Adelaide, richting het westen). In het begin van de 20e eeuw kreeg Broken Hill vrij weinig van de NSW-overheid, terwijl de stad verantwoordelijk was voor het leeuwendeel van de economie binnen de staat. Om aan te geven dat ze dat niet pikten besloten ze zich af te scheiden van NSW. Officieel is dat er nooit doorgekomen (dat ligt niet echt in de macht van een gemeenteraad) maar het gevolg is wel dat ze een andere tijdzone aanhouden (30 minuten verschil), een ander netnummer hebben (08 voor SA in plaats van 02 voor NSW), en dat er bij de trein- en busstations vooral grote schema’s hangen voor de lijnen naar Adelaide maar niet naar Sydney. Als je dat eenmaal weet kun je het op heel veel verschillende lagen terugvinden: zo weet ik inmiddels genoeg van de verschillende takken van de automobiel-organisaties om te zien dat de garages geen NRMA-kenmerk maar een RAA-certificaat aan hun muur hebben hangen.

De politie zit nog steeds in het originele hoofdkantoor

De politie zit nog steeds in het originele hoofdkantoor

En ook hier natuurlijk weer oorlogsmonumenten.

En ook hier natuurlijk weer oorlogsmonumenten.

De enige plek waar je een daadwerkelijke mijn kunt bekijken zou pas de volgende dag weer rondleidingen hebben, dus ik hield het op deze dag even bij een museum waar de omstandigheden van een mijn bovengronds zijn nagebouwd. Het museum is opgezet door een man die zelf zo’n 30 jaar in de mijnen van Broken Hill heeft gewerkt, en ook al is hij aardig op leeftijd, hij geeft alle rondleidingen nog steeds zelf.

White's Mine & Mineral Art Gallery

White’s Mine & Mineral Art Gallery

Vanaf de eerste deur is alles in de mijnstijl gegoten.

Vanaf de eerste deur is alles in de mijnstijl gegoten.

Daarnaast heeft hij er een hobby van gemaakt om schilderijen te maken met mineralen die in Broken Hill zelf zijn opgegraven. Er is geen pigment aan te pas gekomen: elke kleur is een natuurlijke kleur. Een van de mooiste dingen aan die kunstwerken laat hij zien door het licht uit te doen en met een ouderwetse kaars erlangs te gaan – de mineralen glinsteren aan alle kanten en geven het een hele andere invulling. Lastig om op de foto te zetten, maar je krijgt in ieder geval een beetje een idee.

Low-tech gereedschap

Low-tech gereedschap

Mineralenkunst

Mineralenkunst

Vlakbij Broken Hill ligt Silverton, een inmiddels grotendeels verlaten dorp dat (ietwat onterecht) een reputatie heeft als spookstad. De weg ernaartoe is wellicht verhard maar moet je vooral niet te hard nemen, want heuvelachtig is een understatement. Een gebouw in Silverton heeft de naam “Beyond 39 Dips” genomen, als referentie aan de diepe dalen die je in het asfalt tegenkomt. Al met al kost deze 20 kilometer je ongeveer evenveel minuten.

Het is een bijzondere gewaarwording. Wellicht wonen er officieel nog enkele tientallen mensen, ik kon ze niet echt vinden. Ik heb twee toeristen gezien bij het hotel (waar vermoedelijk ook wat personeel zit) en 4 mensen bij de camping (waarvan 2 gasten) – verder oogt het daadwerkelijk leeg. En dat is wel een ervaring.

De hoofdstraat van Silverton

De hoofdstraat van Silverton

Tja.

Tja.

Aan de rand van Silverton

Aan de rand van Silverton

De stad is in de loop van de jaren veel gebruikt als filmset, en is voor veel mensen vooral bekend als de set van Mad Max II – voor een fan genoeg reden om er een heel museum voor op te zetten. Verder valt het vooral op dat er veel kunstenaars zitten, die natuurlijk wat inspiratie halen uit de omgeving (of in ieder geval zo’n verhaal ophangen om hun artistieke imago op te krikken, denk ik dan).

Er bestaan nog meerdere kerken - mijnwerkers doen nogal veel aan geloof.

Er bestaan nog meerdere kerken – mijnwerkers doen nogal veel aan geloof.

Mad Max II Museum

Mad Max II Museum

...kunstig.

…kunstig.

De stad kende in betere tijden niet alleen meer mensen die sindsdien naar Broken Hill of elders zijn verhuisd – sommige gebouwen hebben de reis ook gemaakt. Een paar gebouwen zijn integraal afgebroken en 20 kilometer verderop volledig opnieuw opgebouwd in dezelfde vorm. Een paar bordjes geven aan welke gebouwen vroeger op bepaalde plekken aan de weg stonden, om je nog een beetje een idee te geven van hoe de winkelstraat er in drukkere tijden uitgezien zal hebben.

Ik besloot om hier te kamperen, want het was lekker stil en kostte me maar een paar dollar voor een nacht. De camping zit op de locatie waar vroeger een park stond dat aangelegd was om de mijnwerkers wat recreatie te geven. Ik weet niet of het park er ook beter uit heeft gezien, maar het is zelfs relatief gezien toch wel een troosteloze bedoening voor een recreatieplek. Wel een mooie unieke kampeerplek.

Penrose Park Campground

Penrose Park Campground

Toen de zon eenmaal aan het ondergaan was ben ik nog even het dorp uitgereden, naar een uitkijkpunt zo’n 10 kilometer verderop. Als je erheen rijdt krijg je al het idee dat je in echt uitgestorven gebied komt (na Broken Hill is Silverton al kaal, en dit is nog verder op dezelfde weg) en dat klopt. Gigantische uitgestrekte vlaktes zijn het resultaat. Wanneer ik thuis ben ga ik nog wel eens kijken of ik wat panorama’s in elkaar kan knutselen van m’n foto’s. Het is zo vlak dat je de kromming van de aarde kunt zien, zoals op open zee, en dat is echt een waanzinnig beeld.

Mundi Mundi Plains

Mundi Mundi Plains

Die nacht heb ik volgens mij de meest heldere sterrenhemel gezien van mijn hele leven. In een verlaten omgeving met praktisch nul lichtvervuiling en helder woestijnklimaat; je kunt het je wel voorstellen.

On the slopes and underground

De ochtend begon met een autorit over de heuvelachtige weg in de schemering. De Sculpture Garden van Broken Hill staat erom bekend dat deze het mooiste is wanneer de zon opkomt of ondergaat, maar ik had zelf niet echt heel veel zin om in het donker de weg naar Silverton te moeten rijden. Het echte juiste moment kon ik dus niet hebben, maar zodra het licht genoeg was om met een beetje vertrouwen de heuvelachtige weg te trotseren (met genoeg zicht op eventueel overstekend wild) waagde ik me eraan.

Broken Hill vanaf de Sculpture Garden

Broken Hill vanaf de Sculpture Garden

De beelden staan bovenop een heuvel een redelijk stukje buiten de stad, en dat levert inderdaad wat mooie beelden op – ongeacht wat de zon ermee doet. De beelden zelf zijn er ooit terechtgekomen toen iemand een hele club beeldhouwers bij elkaar riep om een paar weken daar aan de slag te gaan in een symposium. Het voelt allemaal dus een beetje als “omdat het kan” maar het zorgt er in ieder geval voor dat de heuvel meer is dan een standaard uitzichtpunt zoals je verspreid over het hele land al genoeg tegenkomt.

Een deel oogt vooral als rotsen...

Een deel oogt vooral als rotsen…

...een ander deel heeft daadwerkelijk vorm.

…een ander deel heeft daadwerkelijk vorm.

Op hetzelfde terrein als de beeldentuin is een klein reservaat gemaakt voor allerhande dier- en plantensoorten die in de woestijn leven. Het klinkt leuk, maar de nadruk ligt toch wel vooral op de flora en dat is wat mij betreft nou niet het meest spectaculaire wat de woestijn te bieden heeft. Los van een paar langsvliegende vogels en een kangoeroefamilie was er niet zoveel te vinden aan dieren, en dat was toch een beetje jammer.

Je bent welkom, maar je moet wel langs een paar elektrische hekken die dienen om gevaarlijke beesten buiten te houden (ter bescherming van de dieren daarbinnen).

Je bent welkom, maar je moet wel langs een paar elektrische hekken die dienen om gevaarlijke beesten buiten te houden (ter bescherming van de dieren daarbinnen).

De omgeving rond de Living Desert Sanctuary

De omgeving rond de Living Desert Sanctuary

Is it a bird? Is it a plane?

Is it a bird? Is it a plane?

Nomnom ontbijt.

Nomnom ontbijt.

Een iets minder welkome gast in de woestijn.

Een iets minder welkome gast in de woestijn.

Er zijn ook nog wat stukjes van het terrein gewijd aan culturele punten van de Aboriginals. Het idee is heel leuk, maar het zijn eigenlijk te weinig punten met te weinig niks ertussen (je moet standaard 10 minuten lopen van het ene museumstuk naar het andere) om het echt boeiend te maken.

Aboriginal-versies van wigwams

Aboriginal-versies van wigwams

Story poles

Story poles

Toen ik hier was uitgekeken reed ik opnieuw de Silverton Road op. Ditmaal niet om in Silverton zelf te komen, maar om halverwege de afslag te nemen naar de Day Dream Mine, de reeds genoemde oude mijn met rondleidingen. Vanaf het asfalt moet je nog zo’n 20 kilometer over een onverharde weg rijden en tussendoor een paar keer handmatig een hek open en dichtdoen (je rijdt officieel over het land van een boer, en die hekken dienen om het vee binnen te houden) maar na een tijdje door niemandsland te rijden kom je daadwerkelijk bij een oude mijn uit.

Op weg naar de mijn

Op weg naar de mijn

Day Dream Mine

Day Dream Mine

We need to go deeper!

We need to go deeper!

Het geheel is een kruising tussen een echte mijn en een museum. Het hoofdkantoor is een van de oude huisjes met een hele rits aan foto’s en krantenstukken over de mijn, en buiten staat een gigantische verzameling aan oude apparatuur en werktuigen klaar (waar je netjes uitleg over krijgt bij de rondleiding zelf). Na een kwartier in de zon gelopen te hebben gaan de helmen met lampen op en duikt de rondleiding daadwerkelijk onder de grond. De nadruk van de rondleiding ligt duidelijk op de werkomstandigheden, zowel qua gevaar (instorting en explosies) als qua fysieke arbeid (handmatig een kar met 500 kg aan steen kiepen is geen pretje), en daarnaast de continue herinnering dat dit maar een kleintje is. Af en toe kun je via een schacht rechtstreeks omhoog kijken om te zien dat je inmiddels 40 meter onder de grond zit, en de man zegt dat de mijnen in Broken Hill op 2 kilometer zitten. Je komt in een kamer van 10 vierkante meter en 2 meter hoog, en je hoort dat ze in Broken Hill kamers ter grootte van een stadion hebben. Je ziet misschien niet hoe de grote mijnen eruitzien, maar vergelijkingen trekken met iets waar je doorheen loopt is toch een stuk interessanter dan het gewoon lezen in een boek.

Na de mijn was het tijd voor een snelle lunch, en daarna weer de weg op. Dit keer was de koers zuidwestelijk: op naar Adelaide.

There’s a feeling I get when I drive to the west…

De route naar Adelaide is niet bijzonder spannend, maar kent toch iets meer tekenen van leven dan de Silver City Highway. Er zijn af en toe daadwerkelijk dorpjes te vinden (alhoewel je wel het gevoel krijgt dat er maximaal 10 man woont) en de grotendeels parallel lopende spoorlijn brengt af en toe wat grote goederentreinen in beeld. Zodra je de staatsgrens over bent en in South Australia zit begint het landschap ook langzamerhand wat bergachtiger te worden (de buitenranden van de Flinders Ranges) en het platteland wordt geler (heel veel tarwe).

In the middle of nowhere...maar je bent welkom.

In the middle of nowhere…maar je bent welkom.

Nog niet per se veel spannender. Links de spoorweg.

Nog niet per se veel spannender. Links de spoorweg.

Flinders Ranges

Flinders Ranges

Het mag niet naar binnen, en ook niet naar buiten. (Dit gaat om dezelfde zone als die ik bij Mildura inreed.)

Het mag niet naar binnen, en ook niet naar buiten. (Dit gaat om dezelfde zone als die ik bij Mildura inreed.)

Grooooeeeen!

Grooooeeeen!

Geeeeeeeel!

Geeeeeeeel!

Inclusief tussenstops kostte de hele rit me iets meer dan 6 uur, dus de avond begon voorzichtig in te zetten tegen de tijd dat ik de stad inreed. Dat deed ik overigens ook zonder het echt door te hebben; er zijn maar weinig buitenwijken, en er is erg weinig aan de binnenstad dat op een afstandje het idee geeft dat je een miljoenenstad tegemoet rijdt. En dat is toch een beetje gek.

Meer Nissan dan skyline.

Meer Nissan dan skyline.

Adelazy

Bij de voerig grote steden heb ik een beetje een chronologisch verhaal geschreven van m’n verkenning, maar hier laat ik dat even achterwege en zal ik gewoon gelijk de conclusie noemen: Adelaide is gewoon niet zoveel aan. Het is een stad zonder echt uitgesproken karakter, en alleen maar bekend als grote stad omdat het nou eenmaal de hoofdstad is van de staat (wat misschien wel spectaculair klinkt, maar uiteindelijk best meevalt).

Ook hier zo'n grote Chinatown

Ook hier zo’n grote Chinatown

De kerstboom afbreken op Victoria Square

De kerstboom afbreken op Victoria Square

Het meest kenmerkende aan de binnenstad is de serie parkjes die in de verschillende hoeken te vinden zijn, met Victoria Square als het middelpunt. Het idee klinkt erg mooi en als je op de kaart kijkt zien de parken eruit als redelijke stukken groen, maar als je er eenmaal staat valt het eigenlijk gewoon tegen. Alles bij elkaar vond ik het helemaal niet erg dat ik besloten had een dag Adelaide te schrappen in ruil voor een extra dag Melbourne.

Whitmore Square

Whitmore Square

Victoria Square

Victoria Square

Light Square

Light Square

Hurtle Square

Hurtle Square

De dag na mijn aankomst bracht ik m’n auto naar een garage voor een APK, en dat bracht me op plekken in de stad waarvan ik zou verwachten dat ze afgeladen zouden zijn met mensen op een zaterdag. In plaats daarvan was de binnenstad uitgestorven, was de grote rondweg leeg en was Victoria Square – hart van de binnenstad – vooral bezet met tenten voor een evenement waar geen van de bewoners iets om leek te geven.

West Terrace, de grote rondweg - helemaal verlaten

West Terrace, de grote rondweg – bijna verlaten

Adelaide Convention Centre

Adelaide Convention Centre

Adelaide Oval aan de River Torrens, langs de Riverbank Bridge

Adelaide Oval aan de River Torrens, langs de Riverbank Bridge

Elder Park

Elder Park

Op het moment van schrijven ben ik alweer weg uit SA, en alhoewel ik weet dat ik lang niet alles heb gezien wat je in de staat kan doen, vind ik het geheel gewoon niet zo spannend. Als je naar Adelaide gaat tijdens een rondreis zou ik het vooral als startpunt kiezen zodat alles daarna alleen maar beter wordt – anders is het (naar mijn mening) de moeite niet waard.

Al met al was ik niet per se teleurgesteld. Natuurlijk had ik iets meer van de stad verwacht, maar het betekende wel dat ik mijn tijd daar vooral kon gebruiken om een beetje op te laden voor de grote reis die ik nog voor de boeg had. Met de auto door de controle, mijn voorraden bijgevuld en mijn eigen energie weer op peil stond na Adelaide namelijk de grootse trip door centraal Australië op de planning: de Stuart Highway, dwars door the Red Centre naar Darwin aan de noordkust.

And the drive goes on

Die etappe van de reis staat in de planning voor de volgende update. Dat deel van de reis beslaat effectief de route van de World Solar Challenge in de andere richting, met hier en daar natuurlijk wat toeristische aftakkingen en tussenstops.

Leave a Reply