Country roads take me home

(Dit is deel 2 van mijn weekretour naar Brisbane – deel 1 kun je hier vinden.)

Brisbane is een leuke stad, en heeft een heerlijke sfeer om in rond te lopen. Het is absoluut een miljoenenstad en heeft duidelijk hetzelfde kaliber als Sydney, maar er zijn een paar belangrijke verschillen. De absolute nummer 1 is dat alles er een stuk verzorgder uitziet: de wegen zijn gewoon netjes zonder gaten, het is er schoon en alles oogt gewoon alsof er net iets meer tijd is gestoken in de aankleding. Een belangrijk ander verschil is simpelweg de uitstraling van de stad: het is hip, maar dan gewoon zoals het hoort. Niet overdrijven met een overdaad aan café’s, koffiezaakjes, boulangeries en meer van dat soort troep, maar gewoon een grote drukke stad waar mensen overdag werken en ‘s avonds houden van een beetje feesten.

King George Square

King George Square

Voor mij was het vanaf het begin al het plan om Brisbane vooral als peilpunt te gebruiken, en niet als plek om te overnachten. De prijzen voor een overnachting in de grote stad zijn toch een stuk hoger, en aangezien het toch al de stad is waar ik mijn grote reis eindig ga ik nog genoeg tijd hebben om deze later te verkennen. Zolang het nog licht was wou ik dan ook van de gelegenheid gebruikmaken om nog even een ander plekje op te zoeken voor de overnachting, buiten de stadse drukte. Een ding was in ieder geval heel snel duidelijk: ik ben erg blij dat ik in Brisbane eindig – dit is een stad waar ik vrolijk van word.

Fire on the mountain

Het was even wat gedoe om de stad uit te komen, want ik vertrok tegen het einde van de middag en het was natuurlijk spitsuur. In Sydney ga ik altijd netjes tegen de grote stroom in, maar in dit geval zat ik precies tussen de grote groep die na afloop van de werkdag van het centrum naar de buitenwijken vertrok. Na ongeveer een half uurtje filerijden werd het eindelijk rustiger en kon ik rustig mijn weg vervolgen. Dit keer niet de Pacific Highway, maar landinwaarts over de Cunningham Highway via Ipswich.

Tot over een paar maandjes

Tot over een paar maandjes

Terug op de vertrouwde krappe weggetjes

Terug op de vertrouwde krappe weggetjes

Ik had er niet helemaal op gerekend, maar deze route gaat deels door een vrij stevig gedeelte van de Great Dividing Range. Tegelijkertijd was er een brand zichtbaar in de vallei aan de oostkant van de bergen – het zag er niet heel groot uit, maar er werden die week nogal wat fire bans opgelegd voor grote delen van het land, dus het gaf niet echt een prettig gevoel. Stoppen voor de bergen was dus niet echt handig en in de bergen was al helemaal niet fijn, dus het was een kwestie van even doortrappen om de andere kant van de bergen te halen voordat het te donker zou worden. Dit was wel even opletten, want tegen de tijd dat ik de bergen in ging begon het al te schemeren (dat gebrek aan zomertijd zorgt ervoor dat het rond 7 uur ‘s avonds al donker is) en ik deelde de weg met stapels trucks die er duidelijk met iets meer vaart doorheen durfden dan ik. Kwestie van even de muziek uitzetten, even de WC opzoeken en er goed voor gaan zitten.

(Ik heb achteraf trouwens niks in het nieuws gevonden over dit brandje, dus het zal allemaal wel meegevallen hebben. Er was ook geen brandweer te bekennen en de matrixborden zeiden niks over brand. Voor de bezorgde mensen onder de lezers: ik ben op geen moment echt in een gevaarlijke situatie gekomen.)

Het zal alles bij elkaar denk ik een klein half uur gekost hebben om de oversteek te maken (het gebergte is hier relatief smal) en eenmaal aan de andere kant was het opeens ook een stuk lichter. Ik reed natuurlijk naar het westen, en nu er geen bergen meer voor de horizon stonden was de laagstaande zon opeens weer in beeld. De vallei aan de andere kant was echt duidelijk platteland, met alleen maar boerenbedrijven die af en toe net iets dichter bij elkaar stonden en dan met z’n vijven een dorp vormden. Een ander teken dat het platteland was: het was ongeveer 6 uur en er was niemand te zien op straat.

Maryville

Maryville

Na een beetje zoeken naar een fatsoenlijke slaapplek kwam ik een mooie rest stop tegen vlak buiten de club koeien die Gladfield heette. Niet bepaald een plek waar je je tentje opzet, maar genoeg ruimte om even een stoel en tafel buiten de auto neer te zetten en rustig avondeten klaar te maken, gevolgd door een kop thee. Ondertussen kon ik mooi genieten van de zonsondergang tussen de bergtoppen, terwijl de ene truck na de andere langssuizde. Ook toen ik ‘s nachts een keer wakker werd bleek dat er nog vrolijk elke minuut een truck langskwam.

De Great Dividing Range vanaf Gladfield

De Great Dividing Range vanaf Gladfield

When you have to drive, drive.

De volgende ochtend was verbazingwekkend druk. Er was ‘s nachts blijkbaar een truck bijgekomen voor de overnachting, en die chauffeur kon ik ‘s ochtends blij maken met een kop koffie. Het was een vrij stereotype chauffeur (forse kerel in hemd en korte broek met een zwaar accent) maar best leuk om even een praatje mee te maken. Bovendien was hij erg dankbaar voor de koffie, want alhoewel ze in dit land graag doen alsof ze geobsedeerd zijn met goede koffie weten de meeste mensen buiten café’s alleen maar oplostroep te zetten. Even later, toen de trucker alweer was vertrokken en ik bijna zelf op pad wou, moest ik nog even iemand helpen die na een snelle tussenstop met een lege accu kwam te zitten. Met startkabels was dat natuurlijk zo geregeld, maar ook deze man was weer een echte Australiër die gelijk vroeg waar ik naar op weg was en of ik dit en dat al had gezien. Helaas geen nieuwe tips uitgehaald, maar het was toch wel een gezellige start van de dag.

Goooooood moooooorning Queensland!

Goooooood moooooorning Queensland!

Vanaf Gladfield moest ik nog een klein stuk naar het westen richting Warwick, waar ik de New England Highway kon pakken die strak naar het zuiden gaat door het gelijknamige gebied in New South Wales. Ik zat voorlopig echter nog in Queensland, in de regio Darling Downs.

Warwick

Warwick

De overgang van Darling Downs naar New England is subtiel, maar wel merkbaar. Het blijft toch wel platteland, maar het wordt geleidelijk steeds meer zoals het Amerikaanse Midwest, en het voelt op een gegeven moment wel alsof je door een set van een oude western aan het rijden bent. Iets ten westen van de New England Highway ligt de route die bekendstaat als Australia’s Country Way, en je kan je voorstellen dat het dat stukje verder naar het binnenland inderdaad nog meer dat sfeertje geeft, maar ik vond mijn route al best interessant.

Een typisch stukje Darling Downs

Een typisch stukje Darling Downs

Weinig café's, maar dat betekent niet dat er niks te zuipen valt

Weinig café’s, maar dat betekent niet dat er niks te zuipen valt

Vlak voor Tenterfield ligt een soort fusie van twee dorpen, precies op de staatsgrens. De noordzijde heet Wallangarra (QLD), de zuidzijde heet Jennings (NSW). Op zich niet heel spectaculair, ware het niet dat ik hier een eerste politiecontrole meegemaakt. Het was een routinecontrole en waarschijnlijk is de staatsgrens een heel logische plek om die uit te voeren, maar het was toch wel opvallend dat ze rond 10:30 ‘s ochtends al aan blaastesten deden. En om het even helemaal interessant te maken: ik heb ‘m niet eens hoeven doen. Na zijn voorstelrondje waarin hij uitlegde dat het om een RBT ging (de zogenaamde Random Breath Test waar ze hier flinke campagnes mee voeren) vroeg hij om mijn rijbewijs, werd ik gevraagd of ik ooit eerder een blaastest had gedaan (nee), wanneer ik voor het laatst drugs had gebruikt (nooit) en of de auto van mij was (ja)…en toen mocht ik doorrijden. Voor de zekerheid heb ik nog even gevraagd of ik niet eerst nog moest blazen, maar nee hoor (“you’re all good mate”). Ik snap het nog steeds niet helemaal, maar prima. (Wel de eerste keer dat ik ‘m internationale rijbewijs heb moeten laten zien, dus die is toch nog ergens goed voor.)

Is this the way to Armidale-o?

De omgeving is grotendeels gevuld met veeboerderijen en wijngaarden, maar er zijn ook dorpen die ooit ontstaan zijn uit de Australische goudkoorts en zich vooral op de mijnbouw hebben gericht. Het is tegenwoordig wel duidelijk wat geconcentreerd rond een paar grote centra langs de route, met name op de plekken waar de noord-zuid-weg kruist met een oost-west-weg.

Alone I drive the winding way...

Alone I drive the winding way…

Bluff Rock

Bluff Rock

Tenterfield

Tenterfield

Overnachten in stijl, voor wie ook aan een B&B al een vermogen kwijt wil zijn.

Overnachten in stijl, voor wie ook aan een B&B al een vermogen kwijt wil zijn.

Een van de meest interessante tussenstops was wel Glen Innes. De naam is natuurlijk al een beetje een hint over de oorsprong, maar toch stond ik een beetje raar te kijken dat elke straat zowel in het Engels als het Gaelic werden aangegeven: ze zijn hier duidelijk wel erg trots op hun Schotse beginselen. (Grappig genoeg hangen er op het stadhuis behalve de Australische en Schotse vlag ook gewoon vlaggen van Engeland, Wales en Ierland.)

Ik denk dat je hier toch naar meer moet vragen dan "de Mac" als je een cheeseburger wil.

Ik denk dat je hier toch naar meer moet vragen dan “de Mac” als je een cheeseburger wilt.

Ik moest een beetje een keuze maken tussen foto’s, dus in plaats van elk dorp te laten zien heb ik vooral even wat foto’s gepakt van Glen Innes. Om eerlijk te zijn lijken ze allemaal wel op elkaar, maar dat maakt het niet minder leuk om doorheen te lopen. Wat trouwens wel merkbaar is is dat je als toerist iets meer opvalt in dit soort kleine plaatsjes. Er zijn wel wat toeristische bestemmingen (met name National Parks in de regio, de wijngaarden en wat musea over goudzoeken) maar dat trekt een stuk minder massaal publiek dan de bestemmingen aan de kust. Treinen zijn er sowieso al niet, en tourbussen heb ik ook niet gezien, dus het is ook wat minder bereikbaar voor de gemiddelde backpacker zonder auto.

Downtown Glen Innes

Downtown Glen Innes

Met dat lettertype zou je verwachten dat dit ergens in Disneyland staat

Met dat lettertype zou je verwachten dat dit ergens in Disneyland staat

Chasin’ waterfalls

Na Glen Innes ben ik nog via Guyra naar Armidale gegaan. Hier eindigde mijn rit op de New England Highway, dus na ook hier even een beetje de benen te hebben gestrekt ging ik door op de Waterfall Way, die vanaf Armidale oostwaarts loopt, terug naar de kust. Na niet al te lange tijd brengt deze weg je naar de eerste plek die de naam eer aandoet: Wollomombi Falls.

Big city Armidale

Big city Armidale

Het maakt deel uit van het flinke Oxley Wild Rivers National Park, en het kost ook wel even wat tijd voordat je binnen bent. Via een krappe weg langs een paar boerderijen (en met af en toe wat veeroosters ertussen als een soort verkapte verkeersdrempels) kom je bij een parkeerplaats waar de wandelingen door het park beginnen. Even de rugtas inpakken, wandelschoenen aan en erop uit.

Old MacDonald had a farm...

Old MacDonald had a farm…

Een echte wandeling kun je het bijna niet noemen (het kost ongeveer een half uurtje om bij het eindpunt te komen) maar het is wel een welkome afwisseling na zo’n dag door het platteland.

Een stukje Dingo Fence

Een dingo fence. Je mag er gewoon doorheen, zolang je de deur maar achter je dichtdoet zodat de dingo’s geen schapen komen opeten.

Iets zegt me dat de rivier vroeger wat krachtiger was

Iets zegt me dat de rivier vroeger wat krachtiger was

Kabbeldekabbel

Kabbeldekabbel

De watervallen zelf zijn niet heel breed maar hoog zat, en er komt een aardig kabaal van af. De rest van de vallei waar je op uit komt is overigens ook niet verkeerd om te zien.

Deze hoogte was eigenlijk gewoon niet in 1 foto te passen

Deze hoogte was eigenlijk gewoon niet in 1 foto te passen

Ook dichterbij de bron doet het water het rustig aan

Ook dichterbij de bron doet het water het rustig aan

Crossing the river Styx

Eenmaal terug bij de auto besloot ik dat ik maar eens een slaapplek zou zoeken. Ik had aardig wat kilometers gemaakt (behalve de dorpen is er niet zoveel spannends op de New England Highway om voor te stoppen, dus dat rijdt lekker door) en het autorijden was ik wel een beetje klaar mee. Bovendien zijn er genoeg parken langs de Waterfall Way, dus dat betekent meestal dat kamperen niet zo moeilijk is.

Blijkbaar mag je hier 80. Nee dankje.

Blijkbaar mag je hier 80. Nee dankje.

Dat bleek wel een understatement te zijn. Mijn campinggids had in de buurt een favoriet van de schrijver staan bij New England National Park, die bovendien gratis was. Vanaf Wollomombi Falls was het nog een klein half uurtje, waarvan de laatste 10 kilometer over een onverharde weg (gelukkig wel in betere staat dan bij Hat Head), die onderweg nog even een verrassing had in de vorm van een staatsforellenkwekerij. Deze weg loopt door het park richting startpunten van diverse wandelroutes, maar vlak voordat je officieel het park ingaat is er eerst een klein grasveld langs een rivier waar je gratis mag staan: Little Styx River Campground. Als ik niet zo allergisch zou zijn voor dit soort beschrijvingen zou ik het bijna een romatisch plekje noemen.

Little Styx River. De kampeerplaats ligt rechts, precies buiten de foto.

Little Styx River. De kampeerplaats ligt rechts, precies buiten de foto.

Ik had op dit moment nog niet zo’n goed beeld bij het National Park, maar toen alles eenmaal opgezet was raakte ik aan de praat met de buren die vertelden dat er genoeg te wandelen valt. Alle andere mensen op de camping bleken dan ook mensen te zijn die een paar dagen achter elkaar verschillende wandelingen deden, en op deze manier lekker dichtbij hun standplaats hadden. Na een paar tips gekregen te hebben was het gewoon een rustige avond, met een mooie zonsondergang om van te genieten tijdens het avondeten.

Always be on the lookout for the presence of wonder

Vanaf de camping ging ik de volgende dag het park in, op naar een paar mooie plekjes. De hoofdattractie is Point Lookout, en zoals de naam Point Lookout Road al aangeeft is die het verste weg om te bereiken; onderweg kom je langs allemaal afslagen met bordjes die aangeven wat voor wandelingen je hier en daar kan vinden. Om te beginnen besloot ik maar gewoon eens te kijken bij Point Lookout, en dat was een prima startpunt. In feite zijn dit gewoon een paar uitkijkpunten op zo’n 5 minuten van de parkeerplaats, met gelijk een mooi resultaat.

Ooooooh

Ooooooh

Aaaaaah

Aaaaaah

Op de weg terug naar de parkeerplaats nam ik een afslag een andere wandelroute op, omdat ik toch wel even wat langer wou rondlopen dan die paar minuten. Deze route loopt naar Eagle’s Nest, een ander uitkijkpunt dat een stuk lager gelegen is op de rotswand. Zowel dat uitkijkpunt als de route ernaartoe zijn de 2 uur wandelen wel waard.

Welcome to the jungle

Welcome to the jungle

Het is niet allemaal gemaakt voor lange mensen

Het is niet allemaal gemaakt voor lange mensen

Mijn gok is dat je in deze foto alleen al zo'n 50 plantensoorten ziet

Mijn gok is dat je in deze foto alleen al zo’n 50 plantensoorten ziet

Wij zijn lekker hoger!

Wij zijn lekker hoger!

Eenmaal terug bij de auto zat ik nog even te puzzelen hoeveel tijd ik in dit park zou blijven. Ik besloot geen volledige wandeling meer te doen, maar ik wou nog wel heel graag even naar Weeping Rock, een plekje waar het echt duidelijk wordt dat het New England National Park officieel een regenwoud is. Vanaf een andere parkeerplaats is het ongeveer 20 minuten om daar te komen.

Het ziet er niet gehouwen uit; het zijn twee losse stenen die tegen elkaar lijken te balanceren. Het zou niet mijn eerste gedachte zijn om daartussen te lopen.

Het ziet er niet gehouwen uit; het zijn twee losse stenen die tegen elkaar lijken te balanceren. Het zou niet mijn eerste gedachte zijn om daartussen te lopen.

Het valt wel op dat het echt een andere uitstraling heeft, terwijl het maar een paar kilometer verderop is in hetzelfde gebied: ontzettend groen, veel water en weinig zonlicht. Je moet af en toe ook goed opletten waar je loopt, want met name door het water worden stenen toch best glad en is de grond op veel plekken een beetje modderachtig.

Regen? Check. Woud? Jazeker.

Regen? Check. Woud? Jazeker.

Weeping Rock zelf is een rotswand waar een klein beekje aan de bovenkant uitkomt. Doordat het niet zoveel water is wordt het in plaats van een waterval vooral een watergordijn dat langs de rotswand naar beneden loopt.

Weeping Rock

Weeping Rock

Toen ik weer in de auto zat heb ik toch nog eens de Lonely Planet bekeken, maar nee, dit staat er niet in. Het is misschien een beetje opvallend dat dit soort hoogtepuntjes de lijst niet halen, maar tegelijkertijd is het eigenlijk gewoon bewijs dat er in dit land veel te veel te zien is (en ze moeten toch een selectie maken). Ik was in ieder geval erg blij dat ik hier (toch wel een beetje per ongeluk) terecht was gekomen.

It’s water all the way down

Eenmaal terug op de Waterfall Way ben ik verder naar het oosten gegaan. Die route brengt je al snel naar de Ebor Falls, een paar indrukwekkende watervallen die bijna vanuit de auto te zien zijn.

Lower Ebor Falls

Lower Ebor Falls

Er zijn hier verschillende plekken om ze te bekijken, dus ik ben even heen en weer gelopen; het minder drukbezochte punt is wel iets verder weg, maar je ziet het grotere plaatje er wel beter. Het tweede punt zit halverwege de watervallen en laat vooral het bovenste stukje goed zien.

Upper Ebor Falls

Upper Ebor Falls

Vanaf hier was het weer een paar uur rustig doorrijden, met weinig noemenswaardige dorpen langs de route maar nog steeds genoeg bijzondere natuur en boerderijen. Het veranderde inmiddels geleidelijk weer een beetje, want de kust kwam natuurlijk steeds dichterbij.

We gaan naar links, we gaan naar rechts...

We gaan naar links, we gaan naar rechts…

Lang niet overal hebben ze de tijd genomen om de hekken sluitend te maken, dus je moet soms even opletten of die koeien die je ziet niet gewoon op de weg staan in plaats van ernaast.

Lang niet overal hebben ze de tijd genomen om de hekken sluitend te maken, dus je moet soms even opletten of die koeien die je ziet niet gewoon op de weg staan in plaats van ernaast.

DorriGully

Even voorbij Dorrigo ligt het Dorrigo National Park, een regenwoud dat relatief wat meer bekendheid geniet. Het ligt redelijk verscholen achter een paar heuvels vanaf de weg, en als je ernaartoe rijdt zie je niks aan het landschap dat weggeeft dat er een groot regenwoud even verderop ligt. Zodra je er eenmaal bent en door het bezoekerscentrum loopt zit je echter wel opeens midden in de natuur. Het valt dan ook op dat het bezoekerscentrum bovenop een berg staat, en achter het centrum loopt dit vrij steil af – je staat dus aan de rand van het park, maar kijkt er wel gelijk over uit.

Dorrigo

Dorrigo

De grote toeristentrekker is hier de Skywalk, een loopbrug die vanaf het bezoekerscentrum rechtdoor loopt (en vanwege de aflopende helling op een gegeven moment dus ver boven het park uitstijgt). Indrukwekkend is het zeker, maar om eerlijk te zijn zie je niet zoveel van het park zelf (je kijkt vooral over boomtoppen uit) dus met alleen deze loopbrug heb je het echte regenwoud absoluut nog niet gezien.

De Skywalk

De Skywalk

Een kleine indruk van het uitzicht

Een kleine indruk van het uitzicht

Vervolgens ben ik dus een wandelroute ingeslagen, die juist vrij snel afdaalt en je tussen de bomen laat lopen. Wat je daar aantreft is een prachtig stuk natuur, waarvan je je afvraagt hoe dit nog bestaat terwijl de omgeving meer weg heeft van een woestijn dan van vruchtbare grond.

Geen halve maatregelen, gewoon gelijk het diepe in

Geen halve maatregelen, gewoon gelijk het diepe in

Het doet een beetje denken aan Weeping Rock, maar er zijn hier veel meer soort planten en bomen, en bovendien hoor je veel meer vogels. Ik heb er in totaal 1,5 uur rondgelopen, maar zelfs in die korte tijd zie je te veel om op te noemen.

Geen geuren, geen geluiden; de foto is maar 10% van het verhaal.

Geen geuren, geen geluiden; de foto is maar 10% van het verhaal.

De waarschuwingen die op een paar van de bordjes staan doen wel denken aan wat je als kind verwacht van een tropisch regenwoud, maar dan wel weer op z’n Australisch: bloedzuigers zijn helemaal niet zo gevaarlijk als je denkt en kan je prima zelf verwijderen, maar er staan wel planten die enkel bij aanraking al kunnen zorgen voor nare ontstoken wonden. (De planten heb ik gezien, de bloedzuigers niet.)

De natuur in een lollige bui

De natuur in een lollige bui

Halverwege de wandelroute zit een serie loopbruggen die over de helling heel gaat. Een beetje het idee van een Skywalk maar dan onder de bladeren, en bovendien op een plek waar je aardig wat vogels kan zien.

Walking With Birds Boardwalk

Walking With Birds Boardwalk

Zelf ben ik geen vogelkenner, maar toevallig ken ik een van de meest bijzondere vogels wel: de liervogel. Het beestje staat vooral bekend om z’n extreme imitatiekunsten van geluiden (een paar voorbeelden kun je hier vinden: ; kijk vooral de laatste minuut even) en door z’n imitaties van andere vogels kun je ‘m puur op gehoor niet echt opmerken, totdat je opeens een camera hoort klikken en een mobiele telefoon hoort afgaan. Ik kon ‘m nog niet echt vinden, maar even later ging ik ergens de hoek om en zat er een op de railing van de loopbrug. Ik kon ‘m tot 5 meter benaderen, toen vond ‘ie het toch wel echt genoeg en vloog hij verder. Zoals gezegd ben ik geen vogelkenner, maar dit is voor mij toch wel een klein hoogtepuntje.

The Head Hatter

Tegen het einde van de middag stond ik weer op de parkeerplaats, en vond ik het tijd om eens op de kaart te kijken in welk gebied ik naar een slaapplaats moest zoeken. Dat was even puzzelen; ik had gehoopt dat Dorrigo wat kampeerplekken had, maar dit is een van de weinige parken waar dat niet kan, dus ik moest even verder zoeken. Uiteindelijk heb ik besloten om terug te gaan naar het Hat Head National Park, maar ditmaal een heel andere kant van het park dat ik nog niet had gezien.

Ik was er echter nog niet, want ik had nog een klein stukje op de Waterfall Way te gaan voordat ik weer op de Pacific Highway zat. Dit laatste stukje, van Dorrigo naar Bellingen, bleek een van de mooiste en leukste stukjes weg te zijn die ik tot nu toe heb gezien. Het loopt hier weer door de Great Dividing Range, langs een bergpas met langs de hele route uitzicht over de geweldige vallei die aan de voet van deze berg ligt. De weg zelf is lekker bochtig en heuvelachtig, maar goed aangelegd en voelde totaal niet onveilig aan. Heerlijk om te rijden en genieten van de natuur: toch wel een hele mooie combinatie. Wel weer hetzelfde verhaal als eerder bij dit soort wegen: foto’s heb ik niet.

Eenmaal aan de andere kant van de bergen heb ik nog even een kijkje genomen in Bellingen. Het lijkt bijzonder veel op de dorpjes langs de New England Highway, en duidelijk de laatste plek die nog een beetje dit ouderwetse sfeertje heeft voordat je definitief weer in het kustgebied komt.

Bellingen

Bellingen

Vanaf Bellingen kon ik via Urunga weer de grote weg op, en een tijdje later was ik weer bij Hat Head. In plaats van de zuidkant koos ik ditmaal echter de noordkant, bij Smoky Cape. Een grote standplaats tussen de bomen, met zicht op de bergtoppen en omringd door natuur: ik was weer tevreden.

Het ontvangstcomité langs de weg naar de camping

Het ontvangstcomité langs de weg naar de camping

Where there’s smoke…

De volgende ochtend heb ik nog even rondgekeken in de omgeving. Er is niet spectaculair veel, maar als je de hele nacht hebt geslapen met zeegeluiden op de achtergrond is het toch wel interessant om even te kijken hoe dat strand in de buurt eruitziet. Het bleek dichterbij dan ik dacht: na zo’n 5 minuten lopen vanaf m’n standplaats stond ik in het witte zand.

South Smoky Beach, met Smoky Cape Lighthouse in beeld

South Smoky Beach, met Smoky Cape Lighthouse in beeld

Vanaf het strand is de vuurtoren al te zien. Ik had er al een paar gehad, maar het leek me toch wel de moeite waard om nog een uitkijkpunt aan te doen. Ik werd niet teleurgesteld.

North Smoky Beach

North Smoky Beach

South Smoky Beach

South Smoky Beach

Ik had inmiddels het plan opgevat om deze dag maar gewoon in een keer terug te rijden naar Sydney. Ik zou feitelijk dezelfde route aandoen als op de heenweg en ik had niet zoveel interesse in dubbele bezoekjes, en daarnaast had ik ook niet echt het gevoel dat ik dingen had gemist op de heenweg. Deze vuurtoren was dus een mooie laatste attractie van de reis.

Heat of the road

De terugweg was weinig spectaculair: zo’n 450 kilometer langs de Pacific Highway, waarbij ik door een reeks aan inmiddels bekende dorpjes kwam. Ik maakte een tussenstop bij Taree, en daar viel het me op de parkeerplaats op dat het toch wel erg warm was. Mijn autothermometer maakte er op dat moment 43 graden van. Ik ging ervan uit dat dit een beetje vertekend was door de gloei van heet asfalt, maar bij thuiskomst kwam ik erachter dat dit niet het geval was: het was gewoon echt heel warm deze dag. Voor mij op zich niet zo’n probleem met de airco aan, maar op de laatste stukjes M1 tussen Gosford en Sydney was de combinatie van hitte, airco en bergachtige wegen toch wel wat zwaar voor mijn auto. Oververhit raakte hij niet deze keer maar de temperatuur liep wel duidelijk op, dus ik besloot het laatste stukje maar gewoon zonder airco te doen en dat ging duidelijk beter.

Welkom thuis? Heb je de file gemist? Nee? Jammer dan!

Welkom thuis! Heb je de file gemist? Nee? Jammer dan!

Toen ik het noorden van Sydney inreed realiseerde ik me dat het echt voelde als thuiskomen. De skyline is inmiddels erg vertrouwd en de wijken waar ik doorheen reed waren een feest van herkenning. Het toppunt was echter toen ik richting de Harbour reed, waar mijn navigatiesysteem uitviel (ik had ook die maar even afgekoppeld om de auto te ontlasten, en nu was de batterij toch echt leeg). Op dat moment besloot ik op goed geluk eens puur op de borden te rijden – het voelt dan wel als ‘mijn’ stad, maar een echte Sydneysider kan natuurlijk gewoon zonder Garmin de binnenstad navigeren. Het klinkt misschien niet zo ingewikkeld trouwens, maar als je noord-zuid de Harbour over wilt heb je 3 grote opties, en ze houden er hier erg van om niet de bestemmingen maar juist de wegennamen aan te geven. Je moet dus wel een beetje een besef hebben van het wegennetwerk als je wilt kiezen tussen de Cahill Expressway, Harbour Tunnel en Harbour Bridge. Om het helemaal leuk te maken: de Cahill Expressway gaat ook over de Harbour Bridge, en de borden naar Harbour Bridge wijzen formeel naar de Bradfield Highway – als je dus alleen maar in je hoofd hebt dat je over de brug moet weet je eigenlijk nog niks.

We meet again

We meet again

Het ging uiteindelijk allemaal in 1 keer goed. (Voor de geïnteresseerden: vanaf Wahroonga de A1 op, bij Lane Cove de Warringah Freeway, Harbour Bridge volgen, daarna Anzac Bridge volgen de Western Distributor op en dan afslag Pyrmont.) Dit overigens wel ondanks het feit dat ik minstens 5 keer een andere indeling van rijbanen heb gezien op de borden dus meerdere keren (eigenlijk onnodig) van baan heb gewisseld, maar er stond toch file (vrijdagmiddag rond 17:00 kwam ik de stad binnen) dus dat was prima te doen. Achteraf heb ik begrepen dat die borden zo verwarrend zijn omdat ze met een serie slagbomen de indeling kunnen veranderen, en niet elk bord is dynamisch gemaakt. (Een uur in de file staan met 43 graden is trouwens niet fantastisch.)

5 minuten na de Western Distributor was ik thuis. 1282 kilometer ditmaal, totaal 2774 kilometer in 7 dagen tijd. Het was me het weekje wel.

Leave a Reply