Going the middle distance

Ik werd in Darwin in eerste instantie welkom geheten door het weer, en dan met name het regenseizoen. Toen ik vanaf m’n hotel begon aan een eerste rondje door de stad was het stralend weer, maar een minuut later zag ik geen hand meer voor ogen en was alles wat ik aanhad volledig doorweekt. Je zou het bijna vergeten, maar dit stuk van het continent kun je praktisch onder Zuid-Oost Azië rekenen en dat geldt ook voor de onvoorspelbare en zware regenbuien. (“Closer to Bali than to Bondi” zeggen ze wel eens.) Even later ging ik – met nieuwe droge kleren aan – voor de herkansing, die wat meer succes had.

Heel NT is redelijk dunbevolkt (ruwweg zo groot als Mexico met ongeveer evenveel inwoners als Eindhoven) en Darwin is dan ook vooral relatief gezien een grote stad. Met zo’n 150000 inwoners doet het onder voor zowel Amersfoort als Enschede, en zo voelt het ook een beetje: klein maar fijn.

Bicentennial Park

Bicentennial Park

Port Darwin

Port Darwin

Darwin Waterfront

Darwin Waterfront

Stokes Hill Wharf

Stokes Hill Wharf

Het zeewater is gevuld met dodelijke kwallen, dus dan maar een golfslagbad ernaast parkeren.

Het zeewater is gevuld met dodelijke kwallen, dus dan maar een golfslagbad ernaast parkeren.

Qua sfeer is het verbazingwekkend cosmopolitisch. De binnenstad is erg levendig en heeft een aangename sfeer. Het is misschien ruwweg 10 keer zo klein, maar Darwin heeft een stuk meer uitstraling dan Adelaide wat mij betreft.

Supreme Court (met cycloonkelder)

Supreme Court (met cycloonkelder)

Parliament House. De kenmerkende bouwstijl is om het heftige klimaat te overleven.

Parliament House. De kenmerkende bouwstijl is om het heftige klimaat te overleven.

Dat gezegd hebbende had ik het ook hier na een paar dagen wel weer gezien. Tussendoor is m’n auto nog even door de APK geweest (alweer de laatste van de trip) zodat ik de slotetappe zou doorkomen, en daarna kon ik weer verder.

Looking for those dam crocodiles

Op aanraden van de lokale VVV reed ik niet direct naar het volgende natuurpark maar maakte ik eerst even een tussenstop die op de route lag. Bij Fogg Dam worden in deze tijd van het jaar bijzonder veel krokodillen gespot, en toen ik er eenmaal aankwam bleek dat dusdanig ver te gaan dat je er niet eens uit de auto mocht stappen.

Fogg Dam Wetlands

Fogg Dam Wetlands

Het lijkt misschien een grasveld, maar het staat allemaal onder water.

Het lijkt misschien een grasveld, maar het staat allemaal onder water.

Een krokodil heb ik hier helaas niet gezien, maar dat maakte de trip wat mij betreft niet minder waard – het is een heel mooi stukje natuur op zichzelf.

Kakadon’t or Kakadu

Daarna toch even verder rijden, op naar Kakadu. Boven Nitmiluk en Litchfield is dit toch wel de primaire toeristische attractie van The Top End en bovendien gigantisch. Niet alleen de natuur trekt hier veel bekijks, maar ook de grote verzamelingen aan cultureel erfgoed van de Aboriginal-stammen die er hebben geleefd. Door het regenseizoen was ook hier weer ontzettend veel afgesloten, maar ik vond het niet zo erg want het leeuwendeel van de grote attracties is hier toch alleen bereikbaar per 4×4 en dat zou ik met mijn auto toch niet kunnen. Ik beperkte me daarom tot een paar goed bereikbare plekken die ook aardig wat rotstekeningen hadden, want daar had ik nog niet zoveel van gezien.

Er zijn ondertussen twee stukjes trivia die ik graag even met jullie deel. Een is dat een gigantische regio ten oosten van Kakadu de naam Arnhem Land draagt (niet direct genoemd naar de stad maar naar het schip van een Nederlandse ontdekker, dat op zijn beurt wel weer naar de stad verwijst). Aardig wat dingen eromheen verwijzen vervolgens naar die regio, waaronder de snelweg die bekendstaat als de Arnhem Highway.

Niet te verwarren met de A50.

Niet te verwarren met de A50.

Weetje nummer 2 gaat vooral over waar deze weg naartoe leidt. Veel mensen denken dat Jabiru (een flink dorp midden in het park) vooral opgericht is als uitvalsbasis voor het toerisme, maar alhoewel het zich daarvoor erg goed leent is de echte reden verre van gerelateerd aan waardering voor natuurschoon: iets ten oosten ervan ligt Ranger, een mijn bij een van de grootste uraniumreserves ter wereld. Kort gezegd is dit zo’n beetje de Australische versie van olieboringen in de poolzee.

Eenmaal voorbij Jabiru verandert de snelweg in de Kakadu Highway en brengt deze je al snel bij de afslag naar Ubirr. De weg is verhard, maar er is een relatief diep stuk waar nog wel eens water blijkt te staan dus op veler advies ben ik eerst even bij het Ranger-hoofdkantoor gaan vragen of ik er vandaag langs zou komen. “Dry as a bone” was zijn interpretatie. Dat klopte niet helemaal, maar het was gelukkig wel te overzien. Het is overigens wel grappig om links en rechts van je onder water te zien staan en je te realiseren dat zonder de lagen asfalt je effectief dwars door een rivier zou rijden. Om die reden ook hier weer veel waarschuwingen bij al het water: niet uitstappen, want anders krijg je misschien bezoek van een croc.

Ubirr

Ubirr

Ubirr zelf is een verzameling van rotsen met een grote hoeveelheid rotstekeningen in de vele grotten.

Sommige tekeningen zijn wat ouder en minder duidelijk...

Sommige tekeningen zijn wat ouder en minder duidelijk…

...de iets recentere werken zijn wat beter te onderscheiden.

…de iets recentere werken zijn wat beter te onderscheiden.

Een bonus is dat een van de rotsformaties vrij hoog komt en vrij goed te bewandelen is, waardoor je na een beetje zweten een prachtig uitzicht hebt over de regio.

Omhoog naar de lookout

Omhoog naar de lookout

Nardab Floodplain

Nardab Floodplain

Mijn camera heeft aardig moeite met hoog contrast, maar deze is toch best goed gelukt

Mijn camera heeft aardig moeite met hoog contrast, maar deze is toch best goed gelukt

Niet al te ver van Ubirr ligt Nourlangie Rock, met dit keer niet losse formaties maar effectief één groot stuk gesteente de attractie vormt. Het concept is ongeveer hetzelfde (rotskunst met af en toe leuk uitzicht erbij) maar de route is een stuk creatiever en voelt dan ook een stuk meer als een bergwandeling met af en toe wat leuke kunst om naar te kijken.

Wandelroute bij Nourlangie Rock

Wandelroute bij Nourlangie Rock

Er waren niet altijd trappen.

Er waren niet altijd trappen.

Dit zijn denk ik de scherpste tekeningen die ik heb gezien. Ik ben wel alweer vergeten wat het moet voorstellen.

Dit zijn denk ik de scherpste tekeningen die ik heb gezien. Ik ben wel alweer vergeten wat het moet voorstellen.

Over 'life size' gesproken

Dat is nog eens levensgroot

Het uitzicht bij Nourlangie is ook niet verkeerd, alhoewel het door de stapel bomen moeilijk was dat echt goed op een foto vast te leggen.

Nourlangie Rock

Nourlangie Rock

Arnhem Land Escarpment

Arnhem Land Escarpment

Door het klimaat was al dat wandelen ook hier best weer een zweterige klus, maar ik voelde me fit genoeg om tegen het einde van de middag nog 1 halte te bezoeken. Dit keer niet een plek van kunstwerken, maar juist iets met de focus op natuurschoon: Mirrai Lookout. Dat heb ik geweten.

Want wie heeft er nou een duidelijk pad nodig.

Want wie heeft er nou een duidelijk pad nodig.

Het was absoluut de zwaarste klim van de dag, en bovendien was er tijdens het klimmen niet zoveel te zien. Als je eenmaal de heuveltop hebt bereikt en om je heen kunt kijken word je echter wel mooi beloond voor al die arbeid.

Nourlangie Rock vanaf Mirrai

Nourlangie Rock vanaf Mirrai

Een van de grote (nu onbereikbare) trekpleisters van Kakadu is Jim Jim Falls, een stevige waterval van 260 meter. Volgens de bordjes zou je die in de linkerhelft van dit beeld moeten kunnen zien. Volgens de bordjes ja.

Een van de grote (nu onbereikbare) trekpleisters van Kakadu is Jim Jim Falls, een stevige waterval van 260 meter. Volgens de bordjes zou je die in de linkerhelft van dit beeld moeten kunnen zien. Volgens de bordjes ja.

Gezelschap op de lookout.

Gezelschap op de lookout.

Ik verwachtte wel klaar te zijn met de mooie stukjes natuur toen ik eenmaal richting de camping reed, maar ik kreeg er nog een cadeautje bij: bij een van de vele bruggen over het water zag ik daadwerkelijk een krokodil langszwemmen. Ik heb nog even geprobeerd om er een foto van te schieten vanuit de auto toen ik terugreed, maar dat wilde niet lukken. (Stilstaan op bruggen kun je in het park flinke boetes voor krijgen en daar had ik niet zo’n trek in, dus het ging een beetje onhandig.)

The gorgeous gorge

De volgende dag reed ik van Kakadu terug naar Katherine, met ditmaal de zuidelijke afslag richting Nitmiluk. Dit was redelijk dichtbij, dus na het rijden en de tent opzetten had ik nog wel wat tijd over om dezelfde dag aan de wandel te gaan rond de hoofdattractie van het park: Katherine Gorge.

Nitmiluk

Nitmiluk

Dit valt nog mee qua water op het pad.

Dit valt nog mee qua water op het pad.

Dit daarentegen...

Dit daarentegen…

Om eerlijk te zijn is de omgeving waar je doorheen loopt niet heel spannend, en het wandelpad is niet geweldig bewegwijzerd. Op de meeste plekken kun je simpelweg de kleine beekjes volgen (en dan ben je blij met hoge waterdichte wandelschoenen) maar zodra die niet in de buurt zijn merk je dat ze niet de meest zinvolle plekken hebben gekozen om de kleine bordjes te verstoppen. Ik ben denk ik wel iets van 5 keer fout gelopen, en heb nog vaker gedacht dat ik fout liep ook al had ik de juiste route (simpelweg omdat het volgende bordje niet te vinden was).

Na die toch wel ietwat frustrerende 1,5 uur kom je dan wel uit bij een beeld waardoor je het gedoe toch wel weer snel vergeet.

Katherine Gorge vanaf Pat's Lookout

Katherine Gorge vanaf Pat’s Lookout

Bovenaan de waterval

Bovenaan de waterval

Vanaf het uitzichtpunt is er nog een relatief steile klim naar beneden, die uitkomt bij een waterval.

Southern Rockhole

Southern Rockhole

Als je iets verder doorloopt is ook de waterkant zelf te vinden.

Katherine River

Katherine River

Zoals wel viel te verwachten was de weg terug in eerste instantie erg zwaar (klimmen vergt vaak meer inspanning dan afdalen) en ik deed hier dan ook een stuk langer over. Ik had de optie om via een alternatieve route terug te lopen dan ik heen was gekomen, maar toen ik bij de bewuste splitsing was werd het duidelijk dat daar nog wel meer klimmen bij hoorde en dat vond ik inmiddels toch wel echt teveel van het goede. Inmiddels was het toch alweer bijna 40 graden, erg vochtig en het was ook nog eens een pad waar je wel een beetje bij moest opletten – dat vond ik niet zo’n fantastische combinatie.

Al met al moet ik zeggen dat ik erg tevreden was over de wandeling die zeer waarschijnlijk de laatste zou worden van mijn tijd Down Under. Onder de omstandigheden was het waarschijnlijk een van de zwaarste wandelingen die ik heb gedaan, en ik vulde er een ruime 4 uur mee; het eindigen met de eindbaas was zeker gelukt.

Welkomstcomitë op de camping

Welkomstcomité op de camping

Die avond stond vooral in het teken van een beetje uitrusten bij de tent, maar op een gegeven moment kwam er nog bezoek van een verzameling wallabies die aan het grazen sloeg op het grasveld van de camping. Op zich niets wat ik nog niet eerder had gezien, totdat het me opviel dat er een paar jonkies nog in de buidel zaten.

Een kleintje...

Een kleintje…

...maar niet de kleinste!

…maar niet de kleinste!

Dit zijn duidelijk wel veel kleinere beesten dan kangoeroes, want toen ik een paar exemplaren van ongeveer een halve meter langs zag komen bleken een paar hiervan ook weer jongen in hun buidel te hebben. (Kangoeroes beginnen als jong volgens mij zo’n beetje bij een halve meter als ze uit de buidel zijn…)

Towards the final shore

Misschien dat er al wat opgetrokken wenkbrauwen waren bij m’n opmerking over de laatste grote wandeling. Ik ben toch nog lang niet weg uit het land? Nee, dat klopt. Voor het restant van m’n reis geldt echter afwisselend een van twee redenen. De eerste reden is simpel: sommige dagen werden goed gevuld met andere dingen, niet op de laatste plaats met lange autoritten. Deze reden ging gelijk op voor de eerstvolgende 4 dagen. Jawel, vier hele dagen gevuld met autorijden, om van Katherine naar de oostkust te komen.

Terug naar Tennant Creek

Terug naar Tennant Creek

Als je de wegenkaart van Australië pakt zul je waarschijnlijk een weg zien die van Daly Waters naar Cairns loopt, langs de Golf van Carpentaria (onderdeel van de Savannah Way die doorloopt tot aan Broome in WA). Dat zou absoluut de snellere route zijn, ware het niet dat die voor een groot deel onverhard is en zoals veel van dat soort wegen in deze tijd van het jaar gewoon niet gegarandeerd begaanbaar is zelfs met een stevige 4×4. In plaats daarvan had ik dus een stevige omweg te nemen via Tennant Creek, over de Overlander’s Way via de Barkly en Flinders Highways. Deze omweg nam dag 1 en een flink deel van dag 4 voor z’n rekening (eerst 690 km van Katherine terug naar Tennant Creek, en op het einde 350 km vanaf Townsville naar Cairns). De tussengelegen rit strak naar het oosten bestond na Tennant Creek uit stops in Mount Isa (650 km) en Charters Towers (750 km), vanaf waar het nog een uurtje naar Townsville was (gevolgd door nog zo’n 4 uur naar Cairns). Totale oogst: 2584 kilometer.

De laatste stukjes Top End

De laatste stukjes Top End

Over die rit kan ik niet zo heel veel spannends vertellen, maar het was gelukkig niet geheel zonder anecdotes. Allereerst heb ik natuurlijk weer de nodige hoeveelheid suicidale beesten gezien, waarvan een toch wel echt de hoofdprijs scoorde omdat het zo’n absurd formaat had dat ik het in eerste instantie niet eens aanzag voor een dier. Een hagedis van makkelijk 3 meter lang zat midden op het wegdek, z’n achterpoten op de middenstreep vanwaar de voorste helft recht overeind stond (tot ruwweg mijn ooghoogte in de auto) en z’n staart over mijn gehele rijstrook lag. Ik dacht eerst dat het een tak was, maar ja, als je al een uur geen bomen langs de weg hebt gezien ga je daar toch ook wel vraagtekens bij zetten. In ieder geval moest ik er aardig voor afremmen voordat het beestje bedacht dat hij beter het asfalt kon verlaten, wat verdomd snel ging voor zo’n groot geval.

Dit is de oogst van 1 dag. Nee, geen insecten - die vlekken komen van kleine vogels die laag overvliegen en frontaal de voorruit schampen.

Dit is de oogst van een halve dag. Nee, geen insecten – die vlekken komen van kleine vogels die laag overvliegen en frontaal de voorruit schampen.

Op de camping in Mount Isa kreeg ik te maken met een goed staaltje Australische gastvrijheid. Mijn tent stond naast een van de bungalows op het terrein, en de man die daarin zat had avondeten over en bood mij een portie aan. Het was een interessante ontmoeting. De man was een Aboriginal van in de 50, werkzaam voor Queensland Rail (door het werk op locatie zat hij dan ook in de bungalow) en aardig op weg door z’n voorraad Victoria Bitter. Je zou hem dronken kunnen noemen, maar alhoewel hij soms nogal van de hak op de tak sprong kon ik verbazingwekkend samenhangende gesprekken met hem voeren. Alhoewel hij nooit buiten Australië was gekomen was hij bepaald niet wereldvreemd, en ik heb aardig wat over actualiteiten kunnen praten, maar net toen ik dacht dat ik een verdomd intelligente spoorwegmonteur te pakken had bleek dat hij ook nog wel wat eigenaardigheden had. Wist je bijvoorbeeld dat Korea tegenwoordig meer mensen heeft dan China, en dat Nostradamus een verdomd slimme gast was? Het maakte ook allemaal niet uit, want het was een leuke avond en bovendien had hij me een bijzonder lekkere jambalaya geserveerd, en dat zal me toch vooral bijblijven. Samen met de laatste wijsheid die hij me vertelde (die het een en ander over z’n scheiding duidelijk maakte): “never sleep with your missus’ sister”.

Eindelijk van die halve uren tijdsverschil af...

Eindelijk van die halve uren tijdsverschil af…

Tijdens de volgende dag passeerde ik het enige stuk van de snelweg dat op de elektronische borden gemarkeerd werd met CAUTION. (Op een groot deel van de federale snelwegen staan borden die per traject aangeven of de wegen open zijn, al dan niet met waarschuwingen, beperkingen voor 2WD’s of gewichtsbeperkingen voor de truckies. Best handig als je niet elke dag de overheidswebsites erbij wilt hoeven pakken.) Deze status betekent in het algemeen vooral wegwerkzaamheden of een ongeluk waardoor je even moet opletten, maar niks bijzonders dus ik verwachtte niet heel veel. Toen ik er eenmaal langs kwam realiseerde ik me echter dat ik langs de plek reed die ik een tijdje terug in het nieuws had gezien: de trein met zwavelzuur die rond Kerstmis ontspoorde lag er nog. De bergingswerkzaamheden waren dusdanig dicht bij het wegdek dat je er met 40 langs moest, maar verder had het voor de weggebruikers geen gevolgen.

Tropisch Queensland

Tropisch Queensland

En net als je denkt dat dit het meest dramatische is dat je gaat meemaken op het platteland zie je in het volgende dorp opeens een politiejeep in je spiegels met z’n feestverlichting op de carnavalsstand. Het bleek uiteindelijk gewoon een nogal overdreven manier te zijn om me een Random Breath Test te laten doen. Ik weet niet wat me meer verbaasde: de nogal uitbundige manier van staande houden of het feit dat ik nu voor de derde keer een alcoholcontrole tegenkwam in de ochtenduren. En voordat je denkt dat er juist op het platteland wellicht een beetje soepeltjes gedacht wordt over drank achter het stuur: ik was duidelijk een toerist, met m’n NSW-kenteken in Queensland. In ieder geval was het allemaal natuurlijk gewoon in orde, en na het blazen (dit keer wel gewoon door een buisje in plaats van het rare telverhaal in Nowra) en een kort luchtig gesprek met oom agent over of Australië me een beetje beviel als vakantieland was ik weer onderweg. Terwijl ik Richmond uitreed bedacht ik me een laatste theorie voor de controle in de vroege ochtend: het was die dag Australia Day, waarschijnlijk nog het best te vergelijken met Koningsdag in Nederland, en mogelijk dat er op zo’n vrije dag al helemaal veel DUI’s voorkomen.

De laatste kilometers op de Bruce Highway richting Cairns

De laatste kilometers op de Bruce Highway richting Cairns

Van Australia Day heb ik verder overigens helemaal niks meegemaakt, want dat was de dag gevuld met de langste etappe van m’n rit naar het oosten. De twee grote steden die ik die dag zag (Mt Isa en Charters Towers) waren allebei best slaperig in de ochtend respectievelijk de avond, en de dorpjes die ik tussendoor passeerde waren nou niet bepaald gevuld met de parades die de hoofdsteden voor hun rekening namen. Oh well, je kan niet alles hebben.

Ze noemen het niet voor niets de Wet Tropics

Ze noemen het niet voor niets de Wet Tropics

Cairns you believe it

Tegen het einde van de middag op de vierde dag was ik dan eindelijk in Cairns, en dat was toch wel heel prettig. Op de eerste plaats natuurlijk het feit dat ik eindelijk m’n bestemming bereikt had (en daar even een paar dagen zou blijven) maar daarnaast was de stad zelf een aangename verrassing. De locatie van de stad maakt het een populaire bestemming voor toeristen omdat je daarvandaan makkelijk het Great Barrier Reef en het tropische regenwoud (op de werelderfgoedlijst) kunt bezoeken, maar ik had de nodige verhalen gehoord dat het daardoor nogal opgezet is als een doorvoerplek en de stad zelf bijzonder weinig voorstelt. Daar ben ik het zelf in ieder geval niet mee eens.

Trinity Inlet

Trinity Inlet

Cairns Waterfront

Cairns Waterfront

Prachtige omgeving, gezellige binnenstad en zat kroegen en restaurants om een sfeer te maken die niet smaakt naar “backpackers only”. Dat je er bovendien ook nog een hele stapel aan activiteiten in de regio langs kan afvinken voelt meer als een bonus dan het doel van de stad.

Een stukje binnenstad

Een stukje binnenstad

Het deed me allemaal nog best denken aan Darwin (maar dan met een nog wel iets mooiere omgeving) en de bewonersaantallen blijken slechts in de honderdtallen te verschillen, dus dat klopt nog aardig. Je ziet er wel een stuk minder Aboriginals en de toeristendichtheid is een stuk hoger, maar het is dan ook wel echt een andere locatie.

Aan de pier

Aan de pier

3 metres under the sea

Na een goede nacht slapen (met eindelijk weer airco in de buurt van het bed) moest ik de volgende ochtend vroeg op. Rond 7:30 werd ik opgepikt voor een ritje naar de haven, en een tijdje later zat ik op een boot richting Green Island. Dit eilandje is op zich niet heel bijzonder, maar het was de tussenstop op weg naar het daadwerkelijke Barrièrerif waar we alvast een paar uur de tijd kregen om een beetje te oefenen met snorkelen. Met wat snorkelspul en een lycrapak tegen de kwallen lag ik na een tijdje in het water aan het strand.

I'm on a boat!

I’m on a boat!

In eerste instantie verwachtte ik niet heel bijzondere dingen te zien hier want het bleek allemaal niet zo kleurrijk te zijn als de eindbestemming, maar er was wel genoeg leven om te bekijken. Alle formaten vissen kwamen langs (met de grootste volgens mij ongeveer even groot als ikzelf) en daarnaast nog twee grote zeeschildpadden die op hun gemakje langsvlogen op een paar meter afstand. Na een dik uur begon ik al aardig in een rozijn te veranderen en besloot ik m’n energie verder een beetje te sparen voor de volgende halte.

Green Island

Green Island

Het platform in kwestie ligt precies naast een vrij ondiepe koraalberg, dus zodra je in het water ligt zie je al snel een heuse regenboog. Dit was, kort gezegd, alles wat je zo’n beetje op een gemiddelde natuurdocumentaire ziet en ervan verwacht. Alle mogelijke kleuren (en glinsteringen), elke denkbare vorm en een gigantische variëteit aan groottes in zowel koralen als vissen waren er te vinden. Palingachtige beesten van 3 meter lang schoten langs, ik kwam vissen tegen die aangekleed leken met cadeaupapier en glitters, en natuurlijk toch wel een beetje de hoofdprijs: ik heb Nemo gevonden.

Bij het platform op het rif

Bij het platform op het rif

Volle boel

Volle boel

Alles bij elkaar heb ik die dag zo’n 3 uur in het water gelegen, en alhoewel ik me tijdens het zwemmen fit genoeg voelde om nog langer door te gaan, was ik eenmaal terug op het platform toch wel aardig kapot en blij om het een dag te noemen. Ik heb nog even stevig gebunkerd bij het open warme buffet (ik ga wel echt het uiterste halen uit dat geld dat ik heb moeten aftikken voor deze tour) en een beetje rondgekeken in de wat drogere attracties die ze nog te bieden hadden, zoals het onderwater-observatorium op het platform.

Zonder onderwatercamera is zo'n observatorium de beste optie

Zonder onderwatercamera is zo’n observatorium de beste optie

Van de kleine twee uur terugvaren naar Cairns heb ik weinig meegekregen; laat ik het erop houden dat die boot verdomd comfortabele stoelen had.

Sit back and go up

Met een fysiek dagje achter de rug had ik nu wel zin in een iets passievere tijdsbesteding, en die stond dan ook op het programma. Mede op aanraden van Nico nam ik hier een retourtje Kuranda, gebruikmakend van de twee toeristische vervoersmiddelen die het dorp verbinden met Cairns. De heenrit ging via de Skyrail, die deels over stukken regenwoud gaat en daarnaast een paar tussenstops heeft waar je kleine rondjes door dat regenwoud kunt wandelen.

Cairns vanuit de Skyrail

Cairns vanuit de Skyrail

Da's wel een groot boompje ja.

Da’s wel een groot boompje ja.

Regenwoud op Red Peak

Regenwoud op Red Peak

Uitzicht over het regenwoud

Uitzicht over het regenwoud

Barron Falls (met op de achtergrond de trein van de Kuranda Scenic Railway)

Barron Falls (met op de achtergrond de trein van de Kuranda Scenic Railway)

Na een dik uur was ik in Kuranda zelf. Het is duidelijk een dorp dat zich aardig rond het dagtoerisme heeft gevormd, want terwijl ik aankwam (ca. 11:00) gingen de eerste winkels en restaurants open, en tegen mijn vertrektijd (ca. 15:00) gingen de meesten daarvan ook weer dicht. Het dorp zelf is ontzettend klein en de paar attracties die je er kunt vinden (vooral verschillende smaken flora en fauna zoals een vlindertuin en reptielenhuis) vragen naar mijn mening wel ietwat absurde bedragen. Nou wist ik dit van tevoren ook wel, dus ik had wat accessoires voor bezigheidstherapie bij me. Tussen het rondkijken door heb ik dus af en toe even een boek gepakt of verder gewerkt aan m’n volgende blogupdate.

Wonen tussen het groen

Wonen tussen het groen

Kuranda

Kuranda

Na een ietwat late lunch kon ik richting het treinstation voor de rit terug met de Scenic Railway.

I'm on a train!

I’m on a train!

Ik was achteraf blij dat ik de versie had genomen met de Skyrail in de ochtend, want de Scenic Railway is echt een hele goede dagafsluiter. Terwijl je een beetje in de treinbanken hangt en geniet van het gevarieerde uitzicht krijg je het een en ander aan historische achtergrond te horen via de speakers, vooral over hoe ambitieus de treinlijn wel niet was en hoe ingewikkeld deze bleek om te bouwen. Er komt ook nog wat langs over de inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, want net zoals Darwin was Cairns in die tijd een aardige garnizoensstad voor de geallieerden.

Uitzicht over Smithfield

Uitzicht over Smithfield

Stoney Creek Falls

Stoney Creek Falls

Stoney Creek Bridge

Stoney Creek Bridge

Lage wolken bij Redlynch

Lage wolken bij Redlynch

In het algemeen ben ik niet zo’n groot fan van dure activiteiten en georganiseerde tours, maar deze twee dagen vond ik toch wel geslaagd. Nou heb je voor een uitstapje naar het rif sowieso wel een georganiseerd iets nodig dus dat dat me geld ging kosten wist ik al heel lang, en alhoewel ik Kuranda zelf niet heel spannen vond gaven de vervoersmiddelen (en dan met name de treinrit) me wel het gevoel dat de 100 dollar voor die dag goed besteed was.

Counting down the days

Weet je nog dat ik het een stukje terug had over 2 verschillende redenen om geen grote wandelingen meer te doen? Voor de reis oostwaarts gold reden 1, en voor het traject dat nu volgde (zuidwaarts) reden 2: ik had simpelweg geen zin meer. Op de dag dat ik Cairns verliet was ruwweg mijn laatste week ingegaan, en toen ik me dat eenmaal had gerealiseerd wou het er niet meer uit. Feitelijk was ik op dit moment gewoon aan het aftellen naar m’n eindstation (Brisbane), en met die grote stad in het vooruitzicht stond het me nogal tegen om nog een paar laatste dagen de verschillende dorpjes en natuurparken rond de kust te verkennen. Natuurlijk helpt het ook niet mee dat ik een groot deel van de oostkust al gezien had, en terwijl ik dit stukje afzakte was er niet heel veel dat er echt uitsprong als heel anders dan wat ik al gezien had. Nou had ik niet echt last van tegenzin om dat stukje af te leggen, maar ik hield het nu gewoon even bij autorijden en hangen op de kampeerplek.

Opnieuw de Bruce Highway op, ditmaal tot het andere eindpunt

Opnieuw de Bruce Highway op, ditmaal tot het andere eindpunt

Cardwell

Cardwell

Townsville

Townsville

The Big Mango

The Big Mango

Carmila Beach (ongeveer 10 meter van de kampeerplek)

Carmila Beach (ongeveer 10 meter van de kampeerplek)

Calliope River Campground

Calliope River Campground

Bundaberg Rum Distillery

Bundaberg Rum Distillery

Bij Cairns zie je veel bananenbomen, hier vooral veel suikerriet.

Bij Cairns zie je veel bananenbomen, hier vooral veel suikerriet.

Rumble through the jungle

Heb ik dan helemaal niks bijonders meer te melden voordat ik Brisbane binnenrijd? Nou, een dingetje dan. Mijn laatste kampeerplek voordat het zover was (sterker nog, mijn laatste kampeerplek van de hele Australië-reis) was in Hervey Bay, waar ik 2 nachten verbleef. Niet omdat Hervey Bay zelf nou zo spannend is, maar ik had er een dagtour geboekt naar het beroemde Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld dat hier voor de kust ligt. Als je er rekening mee houdt dat de trip naar het Great Barrier Reef niet echt in groepsverband was maar vooral een club mensen die met dezelfde boot gingen, is dit in feite de enige georganiseerde trip van mijn hele reis. Nou zijn er ontzettend veel eilandjes rond de kust die volgens de reisgidsen het bezoeken waard zijn (Magnetic Island en Kangaroo Island bijvoorbeeld) en ik heb ze eigenlijk allemaal overgeslagen omdat ik zelden overtuigd ben dat het echt heel anders is dan wat je aan het vasteland kunt vinden, en bovendien vaak een stuk duurder is i.v.m. de overtocht. Fraser Island wordt echter een stuk anders beschreven en was daarnaast een heel expliciete aanrader van Lidewij, dus hier was ik toch wel benieuwd naar.

Een ouderwets pontje

Een ouderwets pontje

Fraser de kat, die aan boord van het schip woont om de vogels weg te jagen.

Fraser de kat, die aan boord van de pont woont om de vogels weg te jagen.

Doordat het een zandeiland is kun je er alleen met 4WD’s overheen, en zelfs dan moet je echt weten wat je doet als je niet vast wilt komen te zitten. Er zijn veel opties waarbij je voor de dag een geschikte auto kunt huren en in een karavaan meerijdt, maar alhoewel ik mijn weinige offroad-ervaring erg leuk vond vertrouwde ik mezelf hier echt niet mee en had ik geen zin in alle mogelijke frustraties. Dan dus maar met een klein groepje, met een gids achter het stuur die het eiland goed kent.

Het grove geschut

Het grove geschut

Central Station

Central Station

De buitenste laag is een losse boom die te lui is om zelf een dikke stam te groeien.

De buitenste laag is een losse boom die te lui is om zelf een dikke stam te groeien.

Een van de jongere bomen, slechts 300 jaar oud.

Een van de jongere bomen, slechts 300 jaar oud.

Het had de afgelopen dagen aardig geregend en dat was positief, want de grond was een stuk vaster en de rit was een stuk soepeler. Leuk als je dat hoort, maar aangezien ik nog steeds aardig door elkaar geschud werd vroeg ik me wel af hoe heftig het wel niet moet zijn in droge omstandigheden. We hebben overigens ook geen van de zogenoemde tag-alongs vast zien zitten (backpackers die met een eigen/gehuurde 4×4 achter een gids aankarren) maar volgens de gids kwam ook dat door het weer; normaal kom je volgens hem elke dag minstens 2 keer een vastgelopen auto tegen.

Om je een idee te geven van het wegdek

Om je een idee te geven van het wegdek

Natuurlijk was het (al dan niet beperkte) geschud tijdens de ritten een deel van de lol, die tussen de verschillende stops door kwam. Voor het grootste deel waren het redelijk toegankelijke bezienswaardigheden, maar ook nog een beetje gewandel door het regenwoud en natuurlijk de mogelijkheid om in een uitzonderlijk helder meer te zwemmen.

75 Mile Beach

75 Mile Beach

Eli Creek

Eli Creek

Geloof het of niet, dit is officieel een snelweg waar de normale verkeersregels gelden (en politiepatrouilles plaatsvinden).

Geloof het of niet, dit is officieel een snelweg waar de normale verkeersregels gelden (en politiepatrouilles plaatsvinden).

Wrak van de Maheno

Wrak van de Maheno

The Pinnacles

The Pinnacles

Lake McKenzie

Lake McKenzie

Kingfisher Bay

Kingfisher Bay

Ik ben nog steeds niet heel erg overtuigd van groepsactiviteiten (toegegeven, na 5 maanden m’n eigen plan trekken ben ik daarin waarschijnlijk een beetje bevooroordeeld) maar ik had wel het idee dat het dat hier absoluut waard is. Je kunt toch verdomd veel zien op een moeilijk begaanbaar eiland zonder de nodige mechanische frustraties, en het eiland heeft absoluut z’n eigen meerwaarde. (Daarnaast is het natuurlijk ook bepaald niet verkeerd om een stevige Angus steak als lunch te krijgen.)

The home stretch

En toen was het toch echt gedaan met het kamperen! De laatste keer spullen inpakken probeerde ik het eindelijk weer eens netjes te doen (wel zo handig als je het wilt doorverkopen), en ik gooide ook eindelijk maar eens wat opruimwoede tegen het interieur aan: al m’n spullen verzamelen en terugstoppen in tassen, en bovendien al het afval verzamelen en achterlaten in de vuilnisbak. Voordat ik kon vertrekken moest ik echter wel nog even een vierde tak van de ANWB erbij halen (nu de RACQ), maar dit viel mee: de accu was leeg. Bij aankomst had ik de sleutel een beetje lang in het contact laten zitten met de radio aan, en dat was waarschijnlijk niet zo handig. Ik was wel even bang dat er iets meer aan de hand was omdat ook met startkabels van de campingeigenaar er niks gebeurde, maar de powerpack van de monteur had geen problemen en ik kon op weg om de laatste 300 kilometer af te werken.

Trivia-vragen en antwoorden langs de weg om mensen wakker te houden achter het stuur

Trivia-vragen en antwoorden langs de weg om mensen wakker te houden achter het stuur

Gympie

Gympie

Heel veel interessants heb ik niet te melden over deze rit. Het einddoel was nu zo in zicht dat ik ook geen zin meer had in tussenstops of toeristische routes, dus het was gewoon even doorpakken.

Ik zie wat bekends in de verte!

Ik zie wat bekends in de verte!

...eeeeeeeeeen skyline!

…eeeeeeeeeen skyline!

En na het bliksembezoek van alweer 3 maanden geleden begon ik nu aan een wat langer bezoek van 3 dagen. Mijn laatste 3 dagen in Australië.

Aan de Brisbane River

Aan de Brisbane River

Leave a Reply