Gorgeous green and gasoline

Dit weekend was het tijd om landinwaarts te gaan, weg van de kust en stadse fratsen. Zondag was het namelijk tijd voor de grootste supercarrace van het jaar op het beroemdste circuit van Australië, en tussen Sydney en dat circuit liggen de Blue Mountains, waarmee ik de zaterdag besloot te vullen. Doordeweeks had ik alvast wat inkopen gedaan die het kamperen wat makkelijker zouden maken op een locatie die iets meer self-service is dan een festivalcamping, en zaterdagochtend was ik nog even snel de stad in te gaan om toch nog maar even een navigatiesysteem te kopen. Het is natuurlijk heel leuk als je met 3G op je telefoon kan navigeren, maar dan heb je wel bereik nodig – iets wat waarschijnlijk schaars zou worden op delen van de route. Rond 12:00 was de auto helemaal ingepakt, en was het tijd om te vertrekken naar het westen!

Into the wild

Nou ja, westen…in eerste instantie moest ik een stukje naar het noorden omdat ik via de M2 moest, een snelweg die ten noorden van de haven ligt. Er zijn twee manieren om in de Northern Suburbs te komen vanuit de Eastern Suburbs (want dat is een logische naam voor de zuidkant, waar Pyrmont onder valt): de Harbour Bridge en de Harbour Tunnel. In eerste intantie was ik van plan over de brug te rijden, maar de Garmin was zo onwennig uit z’n doosje dat hij 5 minuten nodig had om satellieten te vinden, en terwijl ik met dat ding aan het prutsen was had ik de afslag naar de tunnel over het hoofd gezien (daar is vast een lichte vorm van ironie in terug te vinden). Precies daarna werd het navigatiekastje wakker en die stuurde mij inmiddels via de Harbour Tunnel, dus dat werd helaas een bijzonder saaie oversteek van de haven. Daarna nog de Lane Cove Tunnel door de M2 op, en mijn tolkastje had 3 keer gepiept; het is een duur geintje om dwars door de stad te rijden.

Eenmaal op de M2 (en verderop de M7) merk je wel snel dat je een ander soort suburbs in rijdt dan de westkant die ik normaal passeer op weg naar Arndell Park. Het is wat minder volgebouwd, er is wat meer groen en het is ook duidelijk wat heuvelachtig.

Een tolweg in het weekend is duidelijk rustiger dan een gratis weg in de spits.

Een tolweg in het weekend is duidelijk rustiger dan een gratis weg in de spits.

Daarna de B59 op, en tegen die tijd zat ik duidelijk op het platteland. De Blue Mountains kwamen al mooi in beeld op de achtergrond.

Op naar de bergtoppen

Op naar de bergtoppen

Geleidelijk komt het groen dichterbij...

Geleidelijk komt het groen dichterbij

Op de Bells Line of Road komen er serieuze hellingen in beeld, maar bovendien verschijnt er hier en daar een willekeurig felgekleurd stuk berm. Het is jammer dat dit altijd op plekken was waar stoppen geen optie was, dus de foto’s moesten helaas door de voorruit genomen worden.

Niet bepaald meer een aarzelende glooiing in het landschap

Niet bepaald meer een aarzelende glooiing in het landschap

Bij Bilpin heb ik even gebruikgemaakt van een zeldzaam gat in de begroeiing om van het uitzicht te kunnen genieten. Dit was op slechts een uur rijden van huis, maar het voelt als een andere wereld.

Uitzicht over Kurrajong

Uitzicht over Kurrajong

Vanaf Bilpin kwam ik op een route die uitgestippeld is door de mensen van Blue Mountains National Park, die met de auto langs een paar mooie bergtoppen komt. Het was een ongelofelijk mooie route om te rijden, maar helaas was het ook een heel moeilijke route om mooie plaatjes van vast te leggen. Niet alleen had je het beste uitzicht midden op de weg (waar stoppen geen optie was), maar bovendien stonden er ook daar meestal nog veel bomen tussen. Als je erlangs rijdt weet het menselijk brein de langsflitsende bomen prima weg te filteren, maar je fototoestel mist die intelligentie helaas. Ik was daarom ook heel blij dat ik op een gegeven moment een willekeurige picnicplek aangegeven zag staan in de buurt van Mount Banks met een bord dat een onverharde bergweg op wees, en op goed geluk besloot ik dat maar te volgen. Een verstandige keuze, bleek achteraf.

IMG_0712

Gum trees!

IMG_0728

Grose Valley

Mount Banks

Mount Banks

Ik heb daarna nog wat punten gevonden die mooi uitzicht gaven, maar op een gegeven moment begon het toch wel laat te worden. Ik had wat kampeerplekken opgezocht van tevoren, maar aangezien dat gratis kampeermogelijkheden zijn wou ik er wel op tijd kijken of er nog plek was; als ik door zou moeten naar de volgende keuze zou dat een stuk prettiger zijn terwijl het nog licht is. Gelukkig lag mijn eerste keuze op de rijroute, en tegen het einde van de middag kwam ik er dan eindelijk aan. Cathedral Reserve ligt bovenop Mount Wilson tegen een bos aan, dicht genoeg bij de beschaving dat er afvalbakken en WC’s aanwezig zijn, maar ver genoeg dat je het gevoel kan krijgen dat je in the middle of nowhere zit.

Cathedral Reserve

Cathedral Reserve

Deze bomen waren makkelijk tientallen meters hoog

Foto’s doen niet aan geur, maar je kunt je wel voorstellen dat dit voor je neus een prima kampeerlocatie is

Er bleek vrijwel niemand te zijn, dus ik had gegarandeerd een plekje. Met dat in het achterhoofd besloot ik toch nog maar even van het resterende zonlicht gebruik te maken om de rest van de route af te rijden, door naar de eindstop op Mount Irvine. Toen het daar toch echt begon te schemeren heb ik m’n retour gemaakt om m’n tentje op te zetten en wat eten te koken.

Mount Irvine

Bovenop Mount Irvine

Aangezien het rond 20:00 al pikkedonker is kon ik tussen het lezen van m’n boek door al snel kijken naar de heldere sterrenhemel, met natuurlijk het Zuiderkruis, Alpha/Beta Centauri en Canopus als meest duidelijke constructies die je op het noordelijk halfrond nooit kan vinden. Ik ben er deze avond helaas ook achtergekomen waar ik al bang voor was: sterren fotograferen en mijn compactcamera gaan niet zo goed samen. Jullie moeten het dus even met je fantasie doen.

From ups to downs

De volgende dag was het even ontbijten en koffie zetten (voor onderweg), maar daarna alweer snel inpakken en door naar het westen.

Zo wil ik wel vaker wakker worden

Zo wil ik wel vaker wakker worden

Op een gegeven moment werd het geslinger tussen de bergtoppen af en toe aangevuld met vrij steile afdalingen, en opeens hield de radiozender die ik tot dan toe op had staan ermee op. (Wel een mooie indicatie van de afstanden: FM-zenders zijn in het algemeen vrij regionaal vanwege de beperkte afstand die het kan overbruggen zonder steunzenders, met alle staatbreede zenders op de AM. De zender die ik tot dan toe op had staan is een Sydney-zender. Die beperkte interesse van de zender is overigens niet erg: de gemiddelde fileinformatie voor enkel en alleen Sydney duurt even lang als heel Nederland.) Voor ik er erg in had was ik aan de rand van de Blue Mountains gekomen, en terwijl ik via de steile bergpas afdaalde kreeg ik een geweldig uitzicht op de heuvelachtige vallei daarachter. Het autorijden in de bergen vergt echter wel wat concentratie, dus foto’s heb ik helaas niet. Van de schattge dorpjes waar je vervolgens doorheen kachelt echter wel.

Lithgow

Lithgow

In Lithgow kon ik de Great Western Highway op, een grote doorlopende weg die lekker door de vallei heen golft. Druk was het niet, dus voor het grootste deel was het cruise control aan en gaan, en vooral genieten van de beelden. Wil je wel inhalen, dan moet je even wachten tot er een inhaalstrook beschikbaar komt (die afwisselend aan een van beide rijrichtingen gegeven wordt) – verder is het gewoon een tweebaansweg. Die wisselende inhaalstrook werkt trouwens erg goed, maar er is iets eigenaardigs aan: ze voegen de strook bij aan de rechterkant (wat voor m’n gevoel wel logisch is, maar zoals eerder al gemeld op andere wegen niet gebeurt) en vervolgens halen ze de linkerstrook op den duur weer weg (wat dan weer wel is zoals de rest van Sydney). Het is even wennen, maar het werkt als een tierelier.

Great Western Highway

Great Western Highway, hier overigens nog op een vierbaans stukje zonder gedeelde inhaalstrook.

Na een autorit van ruim een uur reed ik Bathurst binnen – thuisbasis van het wereldberoemde Mount Panorama Circuit, en dit weekend de locatie van niets minder dan de Bathurst 1000. Overigens niet voordat ik werd ingehaald door een paar mustangs, waarvan 1 een wel heel toepasselijke vanity plate had geregeld.

Goh, waar zou die heen gaan?

Goh, waar zou die heen gaan?

Battle of the Mountain

Eenmaal geparkeerd in een weiland op de rand van het dorp hoorde ik een enorm geknal. Ik wist al dat ik helaas net de start zou missen, maar dit geluid leek me toch wel erg veel voor een paar V8-motoren. Toen realiseerde ik me wat er rond de start was aangekondigd, en ik keek omhoog: een F/A-18 van de RAAF was druk bezig met rondjes vliegen, kurkentrekkers en salto’s maken, en af en toe een kaarsrechte baan omhoog en naar beneden. Ik heb niet veel met gevechtsvliegtuigen, maar de Hornet vind ik toevallig wel heel gaaf dus dit was een geweldige bonus.

Is it a bird? Is it a plane?

Is it a bird? Is it a plane?

Even wat achtergrond over de Bathurst 1000, die zo heet omdat het een race van 1000 kilometer is. Onderdeel van de V8 Supercars-reeks (vrij vertaald de supercar-equivalent van de Formule 1) gooit dit 25 auto’s voor 161 rondjes over het spectaculaire asfalt. De baan is beroemd en berucht vanwege de gigantische hoogteverschillen, technische bochten en een paar hele snelle rechte stukken. Verraderlijk maar juist ook een baan die je echt in de vingers moet krijgen, en dit is de race waar de absolute pro’s hun kunsten laten zien.

Mount Panorama. De tekst eronder is Bathurst 200, omdat het dorp dit jaar z'n 200e verjaardag viert als oudste binnenlandse vestigingsplaats.

Mount Panorama. De tekst eronder is Bathurst 200, omdat het dorp dit jaar z’n 200e verjaardag viert als oudste binnenlandse vestigingsplaats.

Met m’n ticket in de hand liep ik naar de ingang, en binnen een mum van tijd was ik trackside. Dat is goedkoper dan de grandstands (de tribunes) en je mag bovendien overal rondlopen en gaan zitten waar je wil, met als enige nadeel dat je geen vaste stoel krijgt. Gigantische hoeveelheden mensen hadden dus ook klapstoeltjes bij zich, maar ik had geen zin in het gesjouw dus had die in de auto gelaten. Achteraf bleek dat geen probleem: er zijn genoeg plekken waar je op een heuveltje kan gaan zitten en nog steeds prima zicht hebt op de baan.

IMG_0839

Op de racebaan was ik getuige van een mooi staaltje bogan-cultuur (bogans zijn vrij vertaald de Australische versie van tokkies). Hele rijen aan families die koelboxen vol Victoria Bitter en XXXX Gold mee hadden genomen om in hun klapstoeltjes toe te kijken. Als je verder kijkt dan de start kom je nog meer tegen, want verderop waren plekken die grensden aan de camping (inclusief kwalificaties en support races is het circuit 4 dagen in de ban van dit evenement) en kon je zien dat mensen hun hele inboedel hadden versleept van de kampeerplaats naar de rand van de racebaan: gigantische barbecues, partytenten en zelfs televisies (gekoppeld aan kofferaggregaten) zodat je kan zien wat er op de andere delen van de baan gebeurt. Het klinkt op deze manier misschien als de ultieme vorm van luiheid, maar het was echt een heel gezellig sfeertje en als autoraces een beetje je ding zijn is het een fantastische ervaring.

Murrays Corner

Murray’s Corner

The Chase

The Chase

De camping aan de voet van de berg, ingesloten door het circuit.

De camping aan de voet van de berg, ingesloten door het circuit.

Bovenop de berg kom je niet wandelend, maar per shuttlebus. Zodra je daar bent merk je wel gelijk waarom het Mount Panorama heet, want je hebt een geweldig uitzicht op de vallei eromheen. Dat werd nog eens extra zichtbaar toen er een regenbui overtrok die als bijna solide muur van water langskwam.

Regen achter de camping

Regen achter de camping op de bergtop

The Esses

The Esses

Sulman Park

Sulman Park

Een belangrijk stuk achtergrond: in de jaren 60 waren er nog niet zoveel automerken actief in Australië, en de keuze was voornamelijk tussen Ford en Holden. De Bathurst 1000 was zelfs in de begindagen exclusief voor Ford Falcons en Holden Commodores. Tegen het einde van de jaren 60 ontstond er in deze race zo’n vurige rivaliteit dat het hele land opgesplitst werd in twee kampen, niet alleen voor de fans van de autosport maar ook in de consumentenwereld. Families reden generaties lang enkel in Fords of Holdens; je werd als het ware in zo’n kamp geboren, zo diepgeworteld als sommige voetbalhooligans in Nederland. Tegenwoordig is het effect iets minder merkbaar in het dagelijkse leven omdat er vanaf de jaren 90 bijzonder veel extra merken naar het land zijn gekomen, maar als je bij een V8 Supercars-race bent – en al helemaal bij de race waar de rivaliteit is begonnen – merk je het absoluut.

De vlaggenreeks bij Skyline

De vlaggenreeks bij Brock’s Skyline

Twee dingen belangrijker dan de race kijken: barbecue en bier.

Twee dingen belangrijker dan de race kijken: barbecue en bier.

Een van de meest opmerkelijke momenten was bij de crash van Scott Pye, waar ik toevallig met m’n neus bovenop stond op zo’n 10 meter achter de barrier bij Sulman Park precies op de plek waar hij er vol inknalde (video is hier te vinden). Dit was best spectaculair, zeker omdat je het kon zien aankomen: bij het insturen van de bocht hoorde je opeens banden piepen, zag je de wielen zwarte strepen achterlaten, en ik zag de auto zo ongeveer recht op me afkomen. Tegelijk met de regen van auto-onderdelen die volgde (de stewards hebben later bij het opruimen complete veren uit de ophanging van de weg gehaald) ontstond er in de mensenmassa waar ik stond een gejuich; Pye reed namelijk in een Falcon, en ik stond in het Holden-kamp. (Overigens gaat alles wel duidelijk vriendschappelijk: toen het lang duurde voordat hij uit de auto kwam werd het vanzelf stiller, en toen hij met hulp van de medische ploeg toch uit de auto klom kreeg hij een warm applaus van beide supportersgroepen.)

McPhillamy Park

McPhillamy Park met de stoet achter de safety car.

Het was een lange dag (de race begon om 11:00 en finishte rond 17:00), maar ik heb me absoluut vermaakt. De baan rondlopen, alle interessante stukken herkennen van televisie en mijn racesimulator, en niet te vergeten een heerlijk zonnetje (los van die ene regenbui was het zo’n 30 graden de hele dag, met een lekker windje wat over de berg trok).

Forrest's Elbow

Forrest’s Elbow

Aan het einde van de race heb ik zelfs even meegedaan aan de bestorming van de baan. De niet-racefanaten kennen dit waarschijnlijk niet, maar het is gebruikelijk dat zodra de laatste auto over de finish is het publiek over de hekken mag klimmen rond de start/finish, de baan mag oversteken, nog een set hekken overklimt en de pitstraat bezet om de winnaars toe te juichen. Ik liet de echte fanaten maar even voor en heb mezelf maar buiten het gedrang van de pitstraat gehouden, maar om desondanks even op het bijna heilige asfalt van deze baan te staan was toch wel erg vet.

De winnaars waren overigens een duo in een Commodore, wat gevierd werd met een oorverdovend spreekkoor van de fans (“HOLDEN! HOLDEN!”). Om trouwens de rivaliteit nog maar even extra te belichten: een van de coureurs is de zeer succesvolle Craig Lowndes, die een paar jaar terug bij een overstap van een Holden-team naar een Ford-team daadwerkelijk met de dood bedreigd werd door fans. Inmiddels is hij dus weer terug bij Holden, waar blijkbaar iedereen toch wel weer blij mee is.

IMG_1024

Wandelen over de Main Straight, dat doe je niet elke dag.

Eerst gaat er wat versnipperde troep de lucht in...

Eerst gaat er wat versnipperde troep de lucht in…

...daarna wat vloeibare.

…daarna wat vloeibare.

Na een zeer enerverende dag besloot ik om zo snel mogelijk weer in de auto te stappen, want ik verwachtte wat filerijden in het kleine dorpje voordat ik aan de terugrit van zo’n 3,5 uur kon beginnen. Bovendien had ik op de heenrit politie gezien die steekproefsgewijs blaastesten deed (om 10:00 ‘s ochtends, jaja) dus ik verwachtte extra vertraging. De politie heb ik niet gezien, maar de file wel, maar toen ik die eenmaal gepasseerd was werd de terugrit erg makkelijk. Ik zou op de terugweg de Great Western Highway gewoon uitrijden (in plaats van de omweg die ik op de heenweg had genomen via het noorden) en die verandert ergens in de M4 die ik dagelijks gebruik op en neer naar kantoor. De Garmin heb ik daarom al snel uitgezet, want ik kon de afstand van de Batavierenrace volledig op m’n teller zetten voordat ik ook maar iets anders zou hoeven doen dan rechtdoor rijden…

Nou oké dan.

Nou oké dan.

Nou ben ik op de terugweg wel weer dwars door de Blue Mountains gekomen, en bovendien via de beroemde dorpen Katoomba en Wentworth Falls, maar van de dorpen en de omgeving heb ik bar weinig gezien. Het was namelijk pikkedonker toen ik die passeerde, en met uitzondering van van bliksemflitsen tussen de bergen was er erg weinig te zien. Gelukkig was de weg een stuk makkelijker te navigeren dan mijn noordelijke route, dus in het donker door de bergen rijden viel uiteindelijk mee.