Guiding and touring

Nadat ik zo’n zes weken lekker in m’n eentje van het leven Australië te genieten kreeg ik er een week lang wat gezelschap bij. De vrouw des huizes van het thuisfront vond mijn reis naar het zuidelijk halfrond een goede smoes om zelf ook eens een kijkje te nemen in Sydney. Het was eigenlijk voor het eerst dat het echt voelde alsof ik in het buitenland woonde, omdat je opeens automatisch een gids wordt wanneer er een gids langskomt. Iemand ophalen van het vliegveld, leuke plekken aanwijzen in de stad en wegwijs maken in het lokale OV – opeens voelt het alsof ik echt een inwoner ben van Sydney.

Een prinsenonthaal

Doordeweeks bleef ik natuurlijk gewoon aan het werk, dus de gezamenlijke activiteiten werden beperkt tot de avonden en weekenden. Tijdens het eerste weekend besloten we maar gelijk gebruik te maken van het feit dat ik een auto heb, en was het tijd om de kustlijn naar het zuiden een beetje te verkennen. Dus op naar de Princes Highway, kijken wat voor uitzichten de kustlijn brengt. Het duurde niet lang voordat we bij een uitkijkpunt kwamen, bij Stanwell Tops.

IMG_1473

Stanwell Park, Coalcliff en de Sea Cliff Bridge

Behalve het indrukwekkende uitzicht is de hele route langs de kustdorpjes richting de stad Wollongong goed te zien, en het zicht daarop geeft een goede indruk van hoe die route was tijdens het rijden. Heuvelachtig door lieve kleine dorpjes met continu uitzicht over de zee. Niet te vergeten met een stevig zonnetje waardoor het lekker met de ramen open kon. Af en toe maak je dan natuurlijk wat tussenstops om eens te kijken waar je nou weer bent beland.

Koonawarra Bay

Koonawarra Bay

Lekker vissen

Lekker vissen

Eenmaal in de Illawarra zijn we even op zoek geweest naar plekken om te snorkelen. Dat bleek moeilijker dan gedacht, want in tegenstelling tot wat je zou verwachten lijken er weinig plekken te zijn waar je de nodige spullen kan huren of kopen aan het strand. Bovendien waren de meeste stranden een beetje ondiep. Volgens wat ik had gehoord was Shellharbour een van dé plekken om de zeebodemtoerist uit te hangen, maar de weinige stukjes strand die er te vinden waren bleken niet erg geschikt.

Shellharbour South Beach

Shellharbour South Beach

De reis bracht ons op een gegeven moment naar Jervis Bay, waar het toch wel een keer tijd werd om een slaapplek te zoeken. Zonder er erg in te hebben leken we in het stadje Huskisson de lokale versie van Scheveningen gevonden te hebben, met bijzonder veel lokale weekendtoeristen – alle accomodatie zat dus bomvol. Nadat we bijna hadden opgegeven en verder wouden kijken vonden we op het laatste moment toch nog een plek, en dus konden we de avond daar doorbrengen. Het weer was gelukkig goed genoeg om even een stukje van de baai af te wandelen, gevolgd door een paar biertjes en hamburgers.

Huskisson

Huskisson

White Sands Beach (maar zo wit was het niet)

White Sands Beach (maar zo wit was het niet)

Het uitzicht kan slechter

Het uitzicht kan slechter

De volgende dag was de insteek vooral om een toeristische route terug te nemen – af en toe letterlijk door een paar Tourist Drives te volgen. In eerste instantie was dat richting het zuiden, en daarna rustig landinwaarts om vervolgens weer naar het noorden te gaan. Ook al zit je niet meer aan de kustlijn, af en toe zijn er wat meren die nog steeds leuke plaatjes opleveren.

St Georges Basin

St Georges Basin, Sanctuary Point

Maffe beestjes zijn het toch

Maffe beestjes zijn het toch

Langs de weg waren er af en toe ook wat stuiterende buideldieren in de weilanden – ik ben natuurlijk geen expert, maar ik denk dat het wallabies waren omdat ze wat klein leken voor kangoeroes. Desalniettemin is het natuurlijk mooi om ze een keer in het echt te zien, want ook met mijn anderhalve maand in dit land had ik die nog niet eerder gespot.

De route bracht ons vervolgens door het heuvelachtige Kangaroo Valley, met een paar mooie uitzichten en mooie bochtige wegen – duidelijk ook een genot voor de motorrijders op deze zonnige zondag, want de Harley’s, Indian’s en Victory’s vlogen ons om de oren. Hoe mooi de route ook was om te rijden, de auto vond het op een gegeven moment duidelijk genoeg want er ging een alarm af op het dashboard: de motor werd nogal warm. Tijdens het afkoelen langs de weg werd het wel duidelijk hoe behulpzaam de cultuur van automobilisten hier is, want nog geen twee minuten later stopte er iemand om te vragen wat er aan de hand was en mee te kijken. Niks mis het de koelvloeistof en het oliepeil, dus ik gooide het maar op het gestotter van de automaat bij de grenzen van versnellingen die de auto sinds mijn trip naar de Blue Mountains had. De eerste APK stond al in de planning (sinds de aanschaf had ik al bijna 5000 km geklokt, dus de routinecontrole kwam in de buurt) dus een groot probleem zou het waarschijnlijk niet zijn. Na het afkoelen kwam het probleem niet meer terug: het werd wellicht wat warm bij het klimmen, maar niet meer gevaarlijk veel. (Bij de APK zou later blijken dat de bougies de mist in gingen met hun timing.) De terugreis verliep verder zonder problemen.

Van de hele terugreis heb ik trouwens geen verdere foto’s, want met een bijrijder heb ik er niet aan gedacht om die zelf te maken. Een Google Image Search geeft je echter wel een prima indruk (al is het misschien een beetje valsspelen).

University of Twente, I presume?

De volgende week was in principe een normale werkweek, maar de woensdag was een beetje een uitzondering. Allereerst had het Nederlandse consulaat in Sydney een promotieactie voor Nederland opgezet door de teams uit de World Solar Challenge naar Sydney te halen. Het team uit Eindhoven was afwezig (die hadden naar ik begreep wat sponsorverplichtingen in China te vervullen) maar zowel Twente als Delft waren van de partij. Als je aan de andere kant van de wereld opeens wat medestudenten kunt is dat natuurlijk een mooie kans om toch even de trotse Enschedeër uit te hangen, dus ik heb van de gelegenheid gebruikgemaakt om die dag vanaf thuis te werken, zodat ik in de lunchpauze even naar Martin Place kon wandelen om persoonlijk wat felicitaties uit te delen. Met een blauwe Batatrui aan, want ik moest natuurlijk wel iets van de UT (uit)dragen.

Poffertjes!

Poffertjes!

In de avond zijn we naar het Sydney Opera House geweest. Er was zowaar een betaalbare voorstelling in de grote zaal, dus dat was een mooie kans om het gebouw eens van binnen te zien. Het was een muzikale opvoering van leerlingen van openbare scholen uit de staat, met verrassend veel afwisseling en kwaliteit maar zonder het elitaire gedoe dat je misschien verwacht van een podium met de reputatie van een operagebouw. Een korte indruk van het gebouw: de architect heeft er duidelijk zijn best op gedaan om het zo bizar mogelijk in te delen. Het is eigenlijk een stuk indrukwekkender als architectureel project dan als concertpodium, en de buitenkant is dan ook een stuk interessanter dan de binnenkant. Desalniettemin is het natuurlijk wel leuk om er een keer binnen geweest te zijn.

Goed te pas

Tijdens het volgende weekend was het weer tijd om de auto te pakken, ditmaal richting de Blue Mountains. Het stukje wat ik eerder had gezien was de noordelijke route langs de Bells Line Of Road, terwijl de grote toeristische stops langs de Great Western Highway voor mij vooral onzichtbaar waren in het donker op mijn terugreis vanaf Bathurst. Het was dus ook voor mij wederom een leuke verkenning van een nieuw stuk gebied. De route leidde naar Wentworth Falls, waar een spectaculaire wandelroute langs de National Pass bekend staat als de mooiste wandelroute van Australië (dank aan Jan Jaap voor de tip).

Empress Falls

Empress Falls

De wandeling is 5,5 km maar er staat 3,5 uur voor, en het wordt al vrij snel duidelijk waarom. Het grootste deel van de wandeling loopt langs de klifwanden en is relatief goed te doen, maar om daar te komen moet je een stevige afdaling maken en aan het einde staat er weer een flinke klim voor het terugkomen in de bewoonde wereld. Op zich is het allemaal niet heel moeilijk, maar het is natuurlijk belangrijk dat je goed oplet dus je gaat automatisch met een slakkengang over de route. Nou maakt dat niet uit, want het is een goede smoes om af en toe even rond te kijken. Geen seconde van de wandelroute is saai te noemen.

Hallo rotswand

Hallo rotswand

Er was regen voorspeld voor de dag, maar de voornaamste nattigheid kwam tijdens de wandeling van de vele watervalletjes. Het was bovendien niet te warm, wat tijdens een bergtocht natuurlijk wel prettig is.

Grooooeeeeen

Grooooeeeeen

Een van de dingen die nu een stuk beter zichtbaar was dan tijdens mijn eerste reis door de bergen: de blauwe mist waaraan de Blue Mountains hun naam ontlenen. De wetenschappelijke achtergrond is dat de eucalyptusbomen in de regio door de zon een blauwige olie afgeven – maar laten we eerlijk zijn, wat de achtergrond ook is, het ziet er gewoon erg bijzonder uit.

Blaaaaauuww

Blaaaaauuww

Alles meegerekend duurde de wandeling uiteindelijk slechts een krappe 3 uur, dus er was nog ruim genoeg tijd om even verder te kijken in het National Park. Weliswaar geen wandelingen meer (het was ons wel goed afgegaan, maar je kunt ook overdrijven) maar even naar een uitzichtpunt lopen zat er nog wel in. Niet zo ver van Wentworth Falls ligt het dorpje Katoomba, wat volledig om het uitzichtpunt Echo Point gebouwd lijkt te zijn. In plaats van een lange route was het hier simpelweg 100 meter van parkeerplaats naar uitzichtpunt, waar we een kijkje konden nemen bij de hoofdattractie van de Blue Mountains: de bergformatie die bekendstaat als The Three Sisters.

De drie zusjes, gezellig samen versteend

De drie zusjes, gezellig samen versteend

Wellicht dat het is omdat je er gewoon op af kan rijden in plaats van echt moeite te hoeven doen om er te komen, of misschien is het omdat het uitzicht vanaf 1 punt niet zo veranderlijk is als langs een route, maar hoe dan ook voelde het om eerlijk te zijn een beetje als een anticlimax na de National Pass. Het ziet er natuurlijk bijzonder uit, maar na een paar minuten heb je het eigenlijk wel gezien. Bovendien was het hier gelijk een stuk drukker dan op de wandelroute, waardoor het niet meer echt voelt alsof je in een natuurgebied staat. Leuk om gezien te hebben, maar (zoals natuurlijk wel vaker met dingen die bekendstaan als hoofdattractie) minder indrukwekkend dan je zou verwachten.

Een massieve bezigheid

Enigszins tegen de verwachtingen in was het nog licht toen we terugkwamen in Sydney, met een lange avond om even lekker uit te rusten. Voor mij zat de dag er nog niet op, want nadat ik op Defqon.1 veel mensen enthousiast had gehoord over hét feest van Sydney had ik een ticket geregeld voor MASIF. Mijn eerste keer dat ik het uitgaansleven van deze miljoenenstad zou verkennen, en bovendien was het op 31 oktober: het Halloweenthema was dus onvermijdelijk.

Lazors!

Lazors!

Als ik heel eerlijk ben: het viel een beetje tegen. Ik snap dat ze hier legitimatie wat serieuzer nemen dan in Europa omdat de boetes rond minderjarig alcoholgebruik hoger zijn, maar als je als nachtclub besluit je toegangsbeleid met een computer uit te voeren die 5 minuten nodig heeft om je te herkennen in je paspoortfoto (met als gevolg dat ik meer dan een uur in de rij moest staan voordat ik binnen was) is dat geen geweldig begin van de avond. Wat ze met de vloer hebben uitgespookt weet ik niet, maar die was zo veerkrachtig dat het voelde alsof je op de meest onveilige podiumdelen mogelijk stond te springen. Vervolgens blijkt dat de barren geen taps hebben waardoor je de hoofdprijs betaalt voor bier uit een flesje, wat ook nog eens Heineken blijkt te zijn (ik heb me zelden zo afgezet gevoeld als toen ik daar 11 dollar voor moest neerleggen). Al met al is het een beetje een vreemde gewaarwording als dit dé plek is voor hardstyle in deze stad (en zelfs het feest waar alles DJ’s van Defqon als afterparty heen gingen). Het maakt toch wel duidelijk dat Nederland, hoe klein we ook zijn, met reden wordt beschouwd als wereldmarktleider op het gebied van dancefeesten en -festivals. Ook hier was dat weer zo, want de grootste acts van de avond werden allebei ingevuld door een Nederlander, en dat was maar goed ook: Max Enforcer en Evil Activities maakten met hardstyle respectievelijk hardcore de avond voor mij toch nog een geslaagde onderneming. Dat ik ook nog even mijn buurman van de Defqon-camping tegen het lijf liep was een mooie bonus.

Je staat er in Europa trouwens waarschijnlijk niet bij stil, maar alhoewel de finale van het WK Rugby tussen Australië en Nieuw-Zeeland was werd deze gespeeld op de Britse prime time – voor de lokale tijdzone begon de wedstrijd daardoor op het geweldige tijdstip van 3 uur ‘s nachts. Tegen de tijd dat het feest ten einde liep om 5 uur kon ik dus nog net de afdruipende gezichten van het Australische team zien op de TV’s in het loungegedeelte van de club, aangezien ze zojuist hadden verloren (niet geheel tegen de verwachtingen in trouwens). Dat was overigens lang niet zo bijzonder om te zien als de binnenstad van Sydney vlak voor zonsopgang, die voor de verandering best leeg en stil was. De voornaamste geluiden kwamen van de taxi’s die de stad afspeurden op zoek naar uitgaanspubliek dat niet meer op eigen kracht naar huis kon. (Wat dat betreft: of het te maken heeft met onze vroegere lagere alcoholleeftijd of de algemene cultuur weet ik niet, maar het Nederlandse uitgaanspubliek weet duidelijk een stuk beter met alcohol om te gaan dan de jonge Australiërs hier. Met name de volop aanwezige Aziatische tieners wisten duidelijk niet waar hun grenzen lagen en heb ik geregeld afgevoerd zien worden door de beveiligers.)

I am the eye in the sky…

Ter afsluiting van het gezamenlijke weekje was het zondagavond de beurt aan de Sydney Tower Eye om eens te laten zien hoe Sydney er van boven uitziet. Het was een beetje regenachtig, maar desondanks gaf het, eerst in de schemering en daarna in het donker, een mooi beeld van de stad. Behalve het CBD kent de stad niet heel veel hoogbouw, maar het is wel fotogeniek vanwege de vele heuvels en de vormen van de Harbour die door de stad kronkelen. En natuurlijk is het best leuk om je eigen huis te kunnen aanwijzen.

Ik woon bij het 121e lichtje van links...

Ik woon bij het 121e lichtje van links…

Sparks flyin’

Op maandag had ik opeens weer het rijk alleen, en ging het dagelijks leven weer verder. Tot nu toe was er meestal na het weekend niet zoveel te melden, maar dit keer was er toch een uitzondering: ik mocht na de verschillende hardstylefeesten weer even de oude rol van metalhead oppakken (terug in het zwart, zo je wilt) bij het zien van niemand minder dan AC/DC. Niet alleen moest ik deze legendes nodig een keer zien voordat ze allemaal dood neervallen (of het tehuis in moeten zoals Malcolm Young met zijn zware dementie) maar bovendien kon ik ze zien in de stad waar het in de jaren ’70 allemaal begon.

Back in...green?

Back in…green?

One thought on “Guiding and touring

Leave a Reply