Nature, nurture, nonfunctionality

De Spirit of Tasmania steekt een vrij grote straat over en dat wil nog wel eens voor een ruwe overtocht zorgen, maar deze ging lekker soepel en zonder problemen. Af en toe even uitwaaien op het dek, soms even wisselen van plek in de boot om een ander uitzicht te hebben, maar voor het grootste deel gewoon even uitrusten met een boek (en het typen van het vorige hoofdstuk van m’n verhaal). Na 4 dagen lang lekker van hot naar her te reizen (waarbij ik zo’n 1300 kilometer had afgelegd) was zo’n geforceerd dagje onthaasten helemaal niet verkeerd.

Even zwaaien naar het broertje.

Even zwaaien naar het broertje.

Goedenavond!

Goedenavond!

In de avond van 23 december kwam de boot aan in Devonport. Doordat het vertrek wat vertraagd was kwamen we rond zonsondergang aan, en dat zorgde voor prachtige plaatjes.

Devonport

Devonport

Los daarvan betekende het wel dat er weinig tijd was om nog echt aan verkenning te doen, alhoewel ik dat sowieso niet in de planning had staan voor vandaag. Vanwege de kerstdagen verwachtte ik een redelijke drukte en voor deze week had ik dus zowaar campings gereserveerd – dat was wel prettig, want ik wist gelijk waar ik naartoe moest. Dat was voor de eerste avond niet in Devonport, maar het volgende stadje zo’n 20 km ten westen: Ulverstone. Van zowel Devonport als Ulverstone heb ik niet heel veel gezien, maar de hele route ertussen gaf wel adembenemende beelden. Als het daarmee begint moet de rest van de week wel spectaculair worden!

Onderweg naar Ulverstone

Onderweg naar Ulverstone

De camping zelf was een echte camping zoals we die in Europa ook kennen, met aangelegde plekken en faciliteiten (dit was van een van de grote ketens aan campings of “caravan parks” hier, BIG4). Het stond vrijwel helemaal vol, behalve bij de stroomloze plekken, dus ik had het toch nog verbazingwekkend rustig. Op een afstandje had ik wel wat overburen die op zeer Amerikaanse wijze al hun stroom in knipperende kerstverlichting leken te steken, maar ach, daar heb ik geen last van.

Ook hallo.

Ook hallo.

Ik stond tegen de achterkant van de camping aan, en als ik via de uitgang een weg overstak stond ik gelijk op het strand. Een mooie avondwandeling om m’n aankomst af te maken.

...and goodnight.

…and goodnight.

Can-yon dig it

De volgende ochtend had ik een rit richting het noordwesten in de planning staan, maar niet voordat ik even een omweg naar het binnenland nam. Ik had het in mijn gids bijna gemist, maar de man bij het tankstation zei dat ik toch echt even daar moest kijken als ik toch in de buurt was. De kustroute moest dus even wachten: op naar Leven Canyon.

De kloktoren is het enige echt opvallende aan Ulverstone, maar dan ook wel gelijk in overdreven mate.

De kloktoren is het enige echt opvallende aan Ulverstone, maar dan ook wel gelijk in overdreven mate.

Gemiddeld uitzicht van het Tasmaanse landschap.

Gemiddeld uitzicht van het Tasmaanse landschap.

Toch maar even remmen toen deze echidna de weg wou oversteken.

Toch maar even remmen toen deze echidna de weg wou oversteken.

Na ongeveer drie kwartier rijden kwam ik op de parkeerplaats, en vanaf daar was het geheel een rondwandeling van ongeveer een uur. In principe zijn er twee uitkijkpunten waar je allebei redelijk snel naartoe kunt, maar als je echt de natuur wilt zien kun je ook van het ene punt naar het andere wandelen en dan is het pad een stuk interessanter. Ik kan er lang en kort over zijn: zowel de uitkijkpunten als de tussenroute zijn absoluut de moeite waard.

Tegenover Cruickshanks Lookout.

Tegenover Cruickshanks Lookout.

Leven Canyon

Leven Canyon

De andere kant is iets meer een kloof dan een geul.

De andere kant is iets meer een kloof dan een geul.

Into the wild

Into the wild

Forest Stairs Path

Forest Stairs Path

Vanaf Edge Lookout.

Vanaf Edge Lookout.

Wat zou er eerder geweest zijn? Het pad of de boomstam?

Wat zou er eerder geweest zijn? Het pad of de boomstam?

Pingu goes on holiday

Daarna toch maar weer terug naar het noorden. De eerste stop was het interessant genaamde kustplaatsje Penguin. Die naam is er met een reden: delen van het eiland huisvesten kleine pinguinkolonies(?) en dit dorpje heeft ervoor gekozen z’n hele identiteit daaraan op te hangen. Niet alleen de plaatsnaam geeft het aan; er zijn ook een paar manshoge standbeelden, en alle prullenbakken langs de hoofdstraat zijn met de zwart-witte beestjes versierd.

Penguin Beach

Penguin Beach

Kneuterig, maar wel leuk

Kneuterig, maar wel leuk

De echte soort heb ik helaas niet kunnen zien, want die blijken alleen in de avonden echt zichtbaar te zijn (als ze terugkomen uit de zee, op naar hun slaapplekken aan land).

Table Cape

Verder naar het westen, in de buurt van Wynyard, ligt een groot uitstulpsel met de naam Table Cape. De klifwand zorgt voor mooie uitzichten (en natuurlijk staat ook hier weer een vuurtoren) dus het was een logische stop.

Op naar het westen. De schim in de verte is Table Cape.

Op naar het westen. De schim in de verte is Table Cape.

Het echte uitkijkpunt is praktisch op de parkeerplaats, maar je kunt een flink stuk langs de zee lopen langs de rand van de klifwand in een retour naar de vuurtoren. Met zo’n 25 graden en een beetje zeewind was het prima wandelweer, dus voordat ik weer in de auto stapte was het weer een klein uurtje verder.

Wynyard en omgeving vanaf de klif.

Wynyard en omgeving vanaf de klif.

Lekker langs de zee wandelen.

Lekker langs de zee wandelen.

Niet alleen de kant van het water is interessant; de plaatjes landinwaarts zijn ook wat waard.

Niet alleen de kant van het water is interessant; de plaatjes landinwaarts zijn ook wat waard.

Table Cape Lighthouse

Table Cape Lighthouse

Nutting Hill

Eindstop van de dag was Stanley, een van de oudste nederzettingen op Tasmanië en gelegen op een bijzondere landtong. De meeste van dit soort landformaties eindigen met een kustlijn die geleidelijk de zee ingaat, maar hier eindigt het juist met een grote berg van vulcanisch gesteente. De bijnaam is “The Nut” – er is een andere officiële naam, maar die gebruikt niemand en ik ben ‘m alweer vergeten.

In de verte kun je 'm al zien: The Nut!

In de verte kun je ‘m al zien: The Nut!

Je kunt met een stoeltjeslift omhoog, of je pakt een wandelpad dat via een steile zigzagroute omhoog gaat. Ik had na m’n wandelingen van vandaag wel vertrouwen in m’n conditie, dus ik koos voor de gratis optie. Het was best een onderneming, maar ik verbaasde mezelf: binnen 5 minuten was ik boven, alhoewel het me een flinke zweetpartij had opgeleverd.

De stoeltjeslift en wat mensen om je een idee te geven van de grootte.

De stoeltjeslift en wat mensen om je een idee te geven van de grootte.

Eenmaal bovenop is het de klim wel waard. Hier de westkant van Stanley...

Eenmaal bovenop is het de klim wel waard. Hier de westkant van Stanley…

...en de oostkant plus omgeving.

…en de oostkant plus omgeving.

Eenmaal bovenop is er een wandelroute die een rondje over de mini-berg maakt, en daar kun je gerust een ruim uur mee bezig zijn kwam ik achter (het is best een flink gevaarte). De uitkijkpunten gaven prachtig uitzicht, maar het was soms wel nodig om je stevig vast te grijpen aan de balustrade omdat de zeewind hier sterk genoeg was om je landinwaarts te blazen.

De top oogt nogal als de heide.

De top oogt nogal als de heide.

Aan de schimmen in de achtergrond kun je zien dat de landtong een beetje naar binnen krult.

Aan de schimmen in de achtergrond kun je zien dat de landtong een beetje naar binnen krult.

Om de landtong nog maar even extra zichtbaar te maken.

Om de landtong nog maar even extra zichtbaar te maken.

Aan een kant is er daadwerkelijk een kleine verzameling bomen zozdat je niet meer in de wind loopt.

Aan een kant is er daadwerkelijk een kleine verzameling bomen zozdat je niet meer in de wind loopt.

Stanley

Stanley

Toen ik eenmaal weer aan de voet stond was het toch alweer avond aan het worden, dus ik reed maar eens naar de camping toe. Die bleek in dit geval dichterbij dan gedacht (praktisch aan de voet van The Nut). De eigenaresse vond het wel netjes om mij over te plaatsen van het grote veld (waar de stroomloze plekken waren) naar een omheinde standplaats, want het was zo hard aan het waaien dat mijn kleine tentje er nog wel eens moeite mee zou kunnen krijgen. Helemaal prima, want ze vond het niet nodig dat ik er extra voor betaalde en ik kreeg wel een nog mooiere plek.

Het uitzicht vanaf de kampeerplaats.

Het uitzicht vanaf de kampeerplaats.

Na het avondeten ben ik nog even een rondje gaan lopen om even wat van het dorp te zien (het wandelen beviel goed die dag).

Stanley Beach

Stanley Beach

Dat is ook een manier van marketing.

Dat is ook een manier van marketing.

Bij terugkomst was er nog een interessante kolonne die langskwam: de brandweer die af en toe even de aandacht vroeg met een korte sirenestoot, gevolgd door een trekker met daarachter…de kerstman! (Het was immers 24 december.) De opzet voelde heerlijk dorps.

Merry Christmas!

Merry Christmas!

All I want for Christmas

Eerste Kerstdag 2015 verliep iets anders dan gepland.

Tja.

Tja.

Ik was onderweg terug naar het oosten, had in Wynyard een van de weinige tankstations gevonden die deze dag bemand werd (met cash betalen is toch goedkoper dan met creditcard bij de automaat) en ging toen naar het zuiden, op weg naar het meest beroemde natuurpark van het eiland: Cradle Mountain/Lake St. Clair. Op die route ging het mis.

Het temperatuurwijzertje van de motor was aardig aan het stijgen, en tegen de tijd dat ik dat doorhad viel opeens de motor uit. Met veel moeite (zonder stuurbekrachtiging en rembekrachtiging) kreeg ik de auto in de berm geparkeerd. Wat er precies aan de hand was wist ik op dit moment niet, maar het starten (na enig afkoelen) lukte in ieder geval niet meer en de het geluid dat de motor produceerde was niet echt fantastisch. Ik bleek tot stilstand gekomen te zijn op een plek zonder telefoonbereik, maar binnen een paar minuten kwam er iemand langs die voor mij wel even door wou rijden naar een plek met bereik en voor mij de RACT wou bellen (de lokale versie van de ANWB). In de tussentijd was het voor mij gewoon rustig afwachten in de auto.

De monteur die even later arriveerde concludeerde al snel dat er door oververhitting het een en ander was doorgebrand in de motor. Dat zou je kunnen repareren, maar het snelste en goedkoopste zou zijn om de motor te laten vervangen. Dat op zichzelf was natuurlijk niet fijn om te horen (voornamelijk vanwege het kostenaspect) maar tot overmaat van ramp kwam de timing ook nog even om de hoek kijken. Het was namelijk Kerstmis, en alle garages zaten op slot. Op Tweede Kerstdag zou het niet veel beter zijn, gevolg door een zondag, gevolgd door een maandag die (omdat Tweede Kerstdag in het weekend viel) ook tot vakantiedag was uitgeroepen. De beste man zei dat hij voor nu mij wel naar zijn huis zou slepen, en dat we daar maar moesten bedenken wat de beste volgende stap zou zijn.

Dat huis bleek een flink ding te zijn, op een aardig stuk land. Ik was duidelijk in het platteland, maar de boerenbedrijven zijn ook hier aan het uisterven en het is nu vooral bezaaid met flinke percelen die niet zoveel kosten. Bij aankomst was het al redelijk druk met voorbereidingen voor het kerstdiner, maar dat bleek de kalmte voor de storm te zijn: de monteur (Paul) had zeven kinderen en 5 kleinkinderen, en die kwamen natuurlijk allemaal bij opa en oma voor deze speciale tijd van het jaar. Inclusief nog wat andere familie kwam het totaal aan het einde van de dag op 22 mensen, plus 4 honden en 1 kat. En ik.

Vanuit de achtertuin in Elliott.

Vanuit de achtertuin in Elliott.

Een stukje van de tuin (wat de honden betreft vooral een worstelveld).

Een stukje van de tuin (wat de honden betreft vooral een worstelveld).

Omdat het al vrij snel duidelijk was dat er die dag niets gedaan kon worden met mijn auto werd mij verteld dat ik de nacht bij hen kon doorbrengen. Ik hoefde mijn tent niet op te zetten in de tuin: ze hadden een camper waar ik wel in kon slapen (ze hadden me een slaapkamer in het huis aangeboden, ware het niet dat die nu allemaal bezet waren). Niet alleen dat: ik kreeg lunch van ze, mocht aanschuiven bij het kerstdiner, en werd uitgenodigd om bij het uitpakken van de cadeau’s te zitten. Sterker nog: ze hadden zelfs last-minute wat koekjes uit een kast getrokken en ingepakt zodat ik ook een cadeau kreeg. Ook al is Kerst zo’n familiegebeuren, er werd geen seconde moeilijk over gedaan dat ik als wildvreemde opeens in het huis was, en ik werd ongelofelijk hartelijk ontvangen. Een gastvrijheid die ik nog nooit heb meegemaakt, en bovendien een Kerstmis die ik nooit zal vergeten: de planning was om die avond in m’n eentje in de natuur te kamperen met avondeten van m’n gaststelletje, maar nu zat ik aan een gigantische tafel met een diner waar dagen aan gewerkt was. Je verzint het niet.

(Deze man doet het RACT-werk al zo’n 40 jaar, en zijn kinderen vertelden veel verhalen over hoe ze in hun kinderjaren elke paar weken wel weer iemand te logeren hadden wiens auto stuk was. Ze waren er dus aan gewend, zo in deze uithoek. Maar nog nooit met Kerst.)

Overigens heb ik wel een foto van de hele familie plus ikzelf aan het kerstdiner, maar ik vind het niet zo netjes om die hier te plaatsen. Als je echt benieuwd bent moet je me maar vragen zodra ik weer in Nederland ben.

Zena, de eerste huiskat die in Australië ben tegengekomen (honden komen hier duidelijk meer voor).

Zena, de eerste huiskat die in Australië ben tegengekomen (honden komen hier duidelijk meer voor).

The day after

Ik had op de 25e al vrij snel besloten dat ik even niet te veel zou nadenken over de rest van de week. Er kon toch niks aan gebeuren, en het was nou eenmaal zo, en ik had in zekere zin grote mazzel gehad met waar ik terecht was gekomen. Dat ik iets moest gaan schrappen van m’n planning was duidelijk, maar wat precies zou ik nog wel zien. Daarnaast was de drukte een leuke afleiding en ik had het prima naar m’n zin.

De auto links op de sleepwagen, rechts de camper waarin ik overnachtte.

De auto links op de sleepwagen, rechts de camper waarin ik overnachtte.

De volgende ochtend was het toch even wat minder leuk, toen er geprobeerd werd om mensen te bellen. Zowel Boxing Day als een zaterdag, dus de officiële nummers zouden waarschijnlijk niks worden, dus de zoektocht werd geopend naar privënummers en 24-uurs-bedrijven. Opnieuw kwam die vriendelijkheid van de familie naar voren: allemaal waren ze wel aan het bedenken of ze mensen kenden in de buurt (het is echt een eiland, iedereen kent elkaar) en het internet werd afgestruind naar mobiele nummers in plaats van de bedrijfsnummers. Elke keer kwam er geen gehoor, en toen er daadwerkelijk iemand opnam bleek het de vrouw van de gezochte monteur te zijn die vertelde dat hij tot 11 januari op vakantie was. Ik zal eerlijk zeggen: alle lol van de vorige dag was ik op dat moment toch helemaal vergeten. Het leek erop dat de meeste bedrijven niet eens op dinsdag open zouden gaan, maar pas in het nieuwe jaar – de echt grote steden van het eiland waren niet bepaald in de buurt dus de bedrijven met ruimere openingstijden waren niet echt te vinden. Op dat moment begon het toch wel te dagen dat ik niet alleen delen van Tasmanië zou missen, maar mogelijk zelfs m’n boottocht zou moeten wijzigen (waardoor ook de rest van mijn reis in het geding kwam). Nee, dat was niet leuk.

Tot er na een paar uur eindelijk succes was. De man die op vakantie was had alleen vrij maar was niet vertrokken, en zijn vrouw had hem gevraagd terug te bellen. Hij had een nieuwe motor voor me in de aanbieding, en kon wel wat mensen optrommelen om die voor me te plaatsen op maandag. Niet goedkoop, maar betaalbaar en ik zou op die manier mijn reis (na wat gemiste dagen) gewoon weer kunnen voortzetten. Opluchting in het huis – niet alleen ik, maar iedereen met mij. Dat ik nog 2 nachten zou blijven was geen moment een discussiepunt: ik moest vooral zeggen als ik nog iets nodig had, of als het eten niet genoeg was, etc. Het was bijna alsof ik bij m’n eigen grootouders op bezoek was – alhoewel ik daar nooit tweede kerstdag heb gevierd met tafels vol vlees en groente van de barbecue, in de tuin met uitzicht op de zee.

From rural to cradle

Om maar niet de hele dag binnen te hoeven zitten werd ik af en toe gevraagd of ik mee wou even de honden uitlaten, of even een rondje langs het strand in Burnie te wandelen, maar erg veel afwisseling gaf het niet.

Burnie Beachfront

Burnie Beachfront

Voor de zondag hadden een paar mensen echter het plan opgevat om iets actiefs te doen, en uiteindelijk boden ze aan om me niet alleen mee te nemen, maar bovendien naar Cradle Mountain te gaan – de plek die ik door m’n motorpech nooit bereikt had. Op de dag zelfs haakten er een paar af omdat ze het uitslapen toch een beter idee vonden, maar de initiatiefnemer (Hugh) had er nog steeds zin in. Om te zeggen dat hij een ervaren bushwalker is zou een understatement zijn: hij werkt in Freycinet National Park, heeft zo ongeveer elke berg in het Cradle Mountain/Lake St. Clair National Park al wel een keer beklommen en heeft zelfs de meerdaagse Overland Track gedaan (65 km in totaal), dat laatste ook nog eens in midwinter met een halve meter sneeuw om het extra interessant te maken. Hij wist dus prima wat de mooiste wandelingen waren om in 1 dag te doen, niet te zwaar maar ook vooral niet te saai. Voor hem was het bovendien een mooie gelegenheid om er weer eens te komen, want vanaf Hobart (waar hij woont) is het aanzienlijk verder rijden (ca. 4 uur). Terwijl mijn auto die dag alvast naar de garage gesleept werd zodat ze de volgende ochtend gelijk aan de slag konden, reden wij zuidwaarts. Na ongeveer een uur rijden kwamen we op de overvolle parkeerplaats, en het werd duidelijk dat we per ongeluk de drukste dag van het jaar te pakken hadden.

Hellyer Gorge, een korte tussenstop op weg naar het National Park.

Hellyer Gorge, een korte tussenstop op weg naar het National Park.

Alhoewel we in Europa vooral denken dat Tasmanië heel tropisch en warm is, heeft het met z’n zuidelijke ligging juist het koudste klimaat van Australië – vandaag werd dat duidelijk toen we met motregen en 9 graden aan de klim begonnen (volgens mij was het op dat moment zelfs in Nederland warmer). Al met al was het echter prima wandelweer; je warmt vanzelf wel op met een stevige klim dus een beetje koelte is dan juist wel prettig, en toen de regen eenmaal opklaarde na het eerste kwartier was het bovendien best helder. Op meerdere momenten hebben we de top van Cradle Mountain kunnen zien, en dat is (volgens Hugh) best bijzonder.

Het weer aan het begin van de wandeling. De bergtop zit verstopt achter een wolk.

Het weer aan het begin van de wandeling. De bergtop zit verstopt achter een wolk.

De grote toeristentrekker is een wandeling rond Dove Lake, waarmee je in twee uur het meer rondloopt wat aan de voet van de berg ligt. Ten eerste is het niet een heel uitdagende wandeling, maar ten tweede was er zoveel volk in het park die dag dat het in feite filewandelen zou worden. We waren dus ook blij dat we voor de route naar Marion’s Lookout hadden gekozen, waarmee we na de eerste 5 minuten een afslag pakten en in een keer in een veel rustiger gedeelte waren beland.

Wombat Pool

Lake Lilla

Wombat Pool

Wombat Pool

De wandeling kost zeker wat energie, maar het ging me een stuk beter af dan ik dacht. Als je aan het beginpunt staat en kijkt naar de bergtop waarop Marion’s Lookout ligt (meer dan 300 meter hoger) dan verwacht je toch wel dat het een zware klim wordt, en op basis daarvan had ik het in m’n eentje waarschijnlijk niet geprobeerd, maar achteraf ben ik erg blij dat Hugh deze wandeling voorstelde want het viel eigenlijk best mee en is bijzonder lonend. Toch wel een van de voordelen van meelopen met een local.

Crater Lake

Crater Lake

Tijdens de wandeling wist Hugh me te vertellen dat we in feite het moeilijkste stuk van de Overland Track aan het wandelen waren; zodra je eenmaal langs het uitkijkpunt bent is het veel minder steil en vooral een grote afstand die je moet overbruggen. Voor een groot deel van de klim zit de herkenbare berg verstopt achter de berg die je aan het beklimmen bent, en pas op het laatste moment komt opeens de bergtop weer tevoorschijn. Op dat moment is het wel een heel spectaculair beeld.

Dove Lake

Dove Lake

Nog iets meer van Dove Lake, met op de achtergrond de Great Western Tiers en Walls of Jerusalem

Nog iets meer van Dove Lake, met op de achtergrond de Great Western Tiers en Walls of Jerusalem

Cradle Mountain. Toen de top tevoorschijn kwam was de wolk er nog niet, maar toen ik m'n camera eenmaal pakte natuurlijk wel.

Cradle Mountain. Toen de top tevoorschijn kwam was de wolk er nog niet, maar toen ik m’n camera eenmaal pakte natuurlijk wel.

Na een flinke lunch (sandwiches, fruit en plakken cake die over waren van de thee op Boxing Day) zijn we nog even een stukje doorgelopen zodat Hugh me kon wijzen op het pad naar de top van Cradle Mountain zelf. Vanaf waar we uitkwamen was het waarschijnlijk best te doen geweest (er loopt een niet al te steil pad en er komen geen touwen aan te pas) en het weer was er uitzonderlijk goed voor, maar aangezien we er niet op hadden gepland (en bijvoorbeeld niet genoeg proviand bij ons hadden) besloten we om het toch maar niet te doen. Toch wel grappig dat ik aan het begin van de dag toch een beetje opzag tegen een klim van 300 meter, en na die klim het stiekem wel een beetje jammer vond om niet die extra 200 meter ook te doen. Ik wist dat ik bergwandelen leuk vond, maar hiermee verbaasde ik mezelf toch wel een beetje.

Richting Kitchen Hut. Ongeveer halverwege het groene vlak rechts is het wandelpad omhoog zichtbaar.

Richting Kitchen Hut. Ongeveer halverwege het groene vlak rechts is het wandelpad omhoog zichtbaar.

Toen we eenmaal teruggingen was de wolk aan het wegtrekken.

Toen we eenmaal teruggingen was de wolk aan het wegtrekken.

De terugweg was iets steiler; dezelfde route teruglopen is ook zo saai, dus we pakten een iets minder aangelegd pad voor de retour. Dit pad is duidelijk veel prettiger om af te dalen dan op te klimmen.

Het pad terug naar beneden.

Het pad terug naar beneden.

Aan het einde van de afdaling kwamen we weer uit op het pad rond Dove Lake, en gelijk zaten we weer in de drukte. De afronding was dus een klein kwartier over het vlakke pad rond het meer, terug naar de shuttlebus die ons weer naar de ingang zou brengen.

Opklaring en drukte.

Opklaring en drukte.

Na ‘nog even’ een kop koffie te drinken (en een half uur te wachten totdat die eindelijk uitgeserveerd werd) maakten we ons klaar om terug te rijden. Op de parkeerplaats stonden twee meisjes te wachten op een lift, en voordat ik er erg in had was Hugh al aan het vragen waar ze heen moesten. Het verbaasde me op zich niets, aangezien ik de vorige avond allemaal verhalen had gehoord van iedereen in de familie over hoe vaak ze wel niet lifters meenemen – ik denk dat het een beetje een gevolg is van op het platteland opgroeien en vaak vreemdelingen helpen, zoals hun vader de monteur. Ze bleken naar Burnie te gaan, wat zo goed als op onze route lag, dus ze konden mee. Ze bleken Frans te zijn, een op stage in agrologie (grotendeels in het enige noemenswaardige ding in Elliott voor de buitenwereld: een onderzoekscentrum – kleine wereld) en de ander op bezoek tijdens de vakantie. Na de paar uur wandelen die dag merkte ik dat ik toch wel aardig uitgeput was, en de verwarmde auto hielp niet mee: toen het gesprek een beetje opdroogde had ik gelijk moeite om wakker te blijven. We hadden het kerstdiner er wel afgewandeld, zullen we maar zeggen.

On the road again

De volgende dag was voor een groot deel wachten op een telefoontje: het bericht dat de auto klaar was. Het was vooral een kwestie van de tijd doden met m’n boek, en tussendoor nog even een keer naar het strand van Burnie om een paar honden hun energie weg te laten rennen met een van de gezinnen. Tegen het einde van de middag was het eindelijk zo ver, en bovendien hadden de monteurs ook nog eens de oorzaak gevonden: een verroeste radiator, die tijdens de laatste APK toch echt wel gevonden had moeten worden. Voor een schappelijke prijs werd ook de radiator vervangen, en ik had genoeg om zowel een schadeclaim bij de APK-garage in te dienen als een claim bij de verzekering die ik van TAB had meegekregen. Ik moest nog wel even wachten totdat Paul tijd had om me naar die garage te brengen (juist toen de auto klaar was werd hij weer opgeroepen voor een kleine RACT-klus) maar rond 17:00 was alles toch wel geregeld en kon ik er weer vandoor. Nog even afscheid nemen van alle mensen in Elliott en ze natuurlijk nogmaals heel erg bedanken voor hun gastvrijheid, en daarna in de auto stappen om weer door te gaan. Om na een paar dagen ongepland stil te zitten op een plek weer gewoon met een werkende auto te kunnen rijden is ongelofelijk prettig.

Van Campbell Town naar Swansea.

Van Campbell Town naar Swansea.

Ik had al uitgewerkt wat ik met m’n reisplanning zou doen. Cradle Mountain had ik alsnog kunnen bezoeken, maar het bezoek aan de hoofdstad Hobart en de nabijgelegen gevangenis op Port Arthur moest ik helaas overslaan – dat werd qua reistijd gewoon erg krap. Gelukkig bleef het snijden daarbij, want op die maandagavond kon ik nog precies in Swansea komen aan de oostkust, waar ik origineel had gepland om de nacht door te brengen (en dus ook al een kampeerplaats had gereserveerd). Het was een flinke rit (alles bij elkaar zo’n 3,5 uur) maar ik was nog net voor de schemering op de plaats van bestemming. Ik zat officieel weer op schema.

Zonsondergang bij Swansea.

Zonsondergang bij Swansea.

Onderweg heb ik trouwens ook de enige Tasmaanse duivels gezien van mijn hele week daar: twee ervan lagen dood op de weg, en een ervan heb ik in de berm gezien voordat hij wegvluchtte van het wegdek. De beestjes worden serieus bedreigd door het verkeer, en je ziet dan ook meer campagnes dan elders in het land om voorzichtig te rijden tussen zonsondergang en zonsopgang en liever de auto helemaal te laten staan, om te voorkomen dat je er een aanrijdt.

Bring out the coconuts

Vanuit Swansea was het de volgende dag tijd om naar Freycinet National Park te rijden, een van de meest beroemde stukjes natuurschoon aan de oostkust. Ook hier was het duidelijk wat aan de drukke kant, maar aangezien ik van plan was om hier een van de grote wandelingen te doen (waar ongeveer 5 uur voor staat) ging ik ervan uit dat ik ook hier vrij snel de drukte zou ontlopen. Ik had na The Nut en Cradle Mountain het ritme goed te pakken, en liet me dus ook vooral niet weerhouden door de moeilijkheidsgraad die werd geadverteerd voor deze wandeling.

Welcome to Freycinet

Welcome to Freycinet

Deze kleine rakker kwam op me afgesprongen toen ik uitstapte. Ze zijn rond de parkeerplaats zo gewend aan mensen dat ze je blijkbaar zelfs laten aaien (alhoewel ik dat zelf toch liever niet riskeer).

Deze kleine rakker kwam op me afgesprongen toen ik uitstapte. Ze zijn rond de parkeerplaats zo gewend aan mensen dat ze je blijkbaar zelfs laten aaien (alhoewel ik dat zelf toch liever niet riskeer).

Coles Bay

Coles Bay

Is Wile E. Coyote hier langsgeweest?

Is Wile E. Coyote hier langsgeweest?

Ja, dit was wel weer wat warmer klimweer.

Ja, dit was wel weer wat warmer klimweer.

De grote toeristische attractie van Freycinet is Wineglass Bay, een baai met bijbehorend strand dat gemaakt lijkt te zijn voor mooie ansichtkaarten. De eerste grote stop van de wandelroute is dan ook een ontzettend druk uitkijkpunt over de baai, wat voor de meeste families met kleine kinderen duidelijk ook de eindstop is.

De trap naar Wineglass Bay Lookout

De trap naar Wineglass Bay Lookout

Wineglass Bay

Wineglass Bay

De isthmus met Hazards Lagoon. Links Wineglass Bay, rechts Promise Bay, op de achtergrond The Hazards.

De isthmus met Hazards Lagoon. Links Wineglass Bay, rechts Promise Bay, op de achtergrond Mount Graham (links) en Mount Freycinet (rechts).

Na een wat pittiger afdaling kom je uit op het Wineglass Beach, wat minstens zo druk was. Het kost alles bij elkaar ongeveer een uur om hier te komen, dus voor veel mensen is het waarschijnlijk een prima plek om op het strand of in de zee even uit te rusten van de wandeling.

Wineglass Beach

Wineglass Beach

Wineglass Beach ligt aan een relatief smalle strook land, en mijn wandeling steekt die strook over, richting Hazards Beach (niet omdat het strand zo gevaarlijk is, maar omdat de serie bergtoppen op de landstrook bekend staat als The Hazards). Tijdens dit traject begon het duidelijk wat rustiger te worden.

Over de isthmus.

Over de isthmus.

Een opgedroogd stuk van Hazards Lagoon.

Een opgedroogd stuk van Hazards Lagoon, met Mount Freycinet op de achtergrond.

Een stukje boardwalk om het makkelijk te maken...

Een stukje boardwalk om het makkelijk te maken…

...en een stuk los zand heuvelopwaarts om het moeilijk te maken.

…en een stuk los zand heuvelopwaarts om het moeilijk te maken.

Promise Bay

Promise Bay

Hazards Beach

Hazards Beach

Alhoewel de wandelroute vanaf Wineglass Bay vrij snel weer landinwaarts gaat, loopt het pad aan de kant van Promise Bay juist een heel stuk langs het water – eerst over Hazards Beach, en daarna door het bos aan de waterlinie. Op die route kom je op talloze kleine stukjes strand die minstens zo mooi zijn als de grote toeristentrekkers, maar volledig verlaten. Je moet er iets verder voor lopen, maar als je graag op een rustig plekje wilt zwemmen is dat het volgens mij meer dan waard.

De wandelroute over Hazards Beach terug naar Coles Bay.

De wandelroute over Hazards Beach terug naar Coles Bay.

Hier loopt het pad ook langs. Niet echt dood, maar wel uitgedroogd.

Hier loopt het pad ook langs. Niet echt dood, maar wel uitgedroogd.

Een van de vele kleine stukjes paradijs langs het water.

Een van de vele kleine stukjes paradijs langs het water.

De terugweg loopt langs een vrij rotsachtig deel van het park, en alhoewel het meer wandelen dan klimmen is zijn er wel plekken waar je je handen absoluut nodig hebt. De steile helling waar de route langsloopt zorgt er wel voor dat, als je even bovenop een paar van de grote rotsen gaat staan, je gigantische panorama’s kunt krijgen van het park.

Dit zijn wel leuke klauterpartijen.

Dit zijn wel leuke klauterpartijen.

Great Oyster Bay

Great Oyster Bay

Coles Bay

Coles Bay

Tijdens een van m'n pauzes kreeg ik bezoek.

Tijdens een van m’n pauzes kreeg ik bezoek.

Het laatste stuk van het pad heeft weer wat minder schaduw.

Het laatste stuk van het pad heeft weer wat minder schaduw.

The Hazards

The Hazards

Eenmaal terug op de parkeerplaats zag ik dat er inderdaad ongeveer 5 uur was verstreken, en na een beetje opladen was het dus wel tijd om door te rijden naar de volgende stop.

Rocks and civilization

Diezelfde avond arriveerde ik in Launceston, de tweede stad van het eiland. Ik had weliswaar een plek geboekt bij een grote ketencamping (opnieuw van BIG4) maar de stroomloze plekken waren ten eerste verlaten en ten tweede bovenop een helling waardoor ik een geweldig uitzicht kreeg over de stad (en dat voor de goedkoopste plek van het park).

Terug naar het noorden.

Terug naar het noorden.

Launie!

Launie!

Een paar mensen van de familie in Elliott wonen in Launceston en ze vertelden allemaal hetzelfde: de mooiste plek van de stad is Cataract Gorge. Dit kreeg ik ook nog eens te horen bij de receptie van de camping, en toen ik even later in de Lonely Planet keek zag ik dat die het er ook mee eens was. Het moest dus wel wat zijn. Bij de receptie werd me aangeraden om er met de auto heen te gaan, maar het bleek zo’n 20 minuten wandelen te zijn en na mijn stevige bergwandeling van die dag kon dat er nog wel bij. De zon begon langzaam onder te gaan, en ik besloot dus diezelfde avond er nog een kijkje te nemen om te zien of de zonsondergang het inderdaad nog mooier maakt dan normaal.

Hoezo steil?

Hoezo steil?

De wandeling bleek iets zwaarder dan gedacht (er zitten een paar serieuze heuvels in de straten, een daarvan volgens mij richting de 90% – die hellingproef zou de volgende dag een flinke uitdaging blijken) maar ik had er absoluut geen spijt van toen ik eenmaal op de plaats van bestemming kwam. Ik laat de foto’s hier wel hun werk doen.

First Basin

First Basin

Alexandra Suspension Bridge

Alexandra Suspension Bridge

Cataract Gorge

Cataract Gorge

First Basin vanaf de andere kant

First Basin vanaf de andere kant

De stoeltjeslift boven het vervolg van de South Esk River richting het stadscentrum.

De stoeltjeslift boven het vervolg van de South Esk River richting het stadscentrum.

Je kan nog wat wandelingen doen beide kanten op langs het water, maar dat vond ik voor die avond toch wel iets te veel van het goede. Ik besloot dat te laten liggen voor morgen. Toen ik eenmaal terug was bij m’n tent kwam ik erachter dat ik alles bij elkaar toch alweer 1,5 uur had rondgelopen, en m’n voeten waren er voor die dag wel echt klaar mee – een goed besluit dus. Met het uitzicht op Launceston ging ik mijn laatste nacht op Tasmanië in.

Back to the Gorge

De volgende dag ging ik weer naar de Cataract Gorge, ditmaal met de (ingepakte) auto. Het was tijd om eens wat verder rond te wandelen. Eerst weg van de stad, in de richting van een oude stroomcentrale.

Het begin van Duck Reach Trail

Het begin van Duck Reach Trail

Af en toe eens naar beneden kijken

Af en toe eens naar beneden kijken

Opnieuw die coyote!

Opnieuw die coyote!

Richting het westen.

Richting het westen.

Duck Reach Power Station

Duck Reach Power Station

Er lopen paden aan beide kanten van het water, dus ik besloot de terugweg te doen aan de overkant. Dat bleek een pittige route, want het pad loopt daar hoger dan aan de andere kant en de stijging ernaartoe is ook nog eens steiler. Eenmaal boven was het dus wel tijd om weer even op te laden voordat ik verder liep.

South Esk River

South Esk River

We need to go higher!

We need to go higher!

Cliff Grounds

Cliff Grounds

Dit waren drie grote beesten (elk ongeveer zo groot als een flinke duim) met elkaar in gevecht. Het blijft wel Australië.

Dit waren drie grote beesten (elk ongeveer zo groot als een flinke duim) met elkaar in gevecht. Het blijft wel Australië.

Terug bij First Basin besloot ik door te lopen. De rivier (en met de rivier, de Gorge) loopt het stadscentrum in, en ik was wel benieuwd hoe dichtbij dat nou eigenlijk was. Niet ver, blijkt: met ongeveer 20 minuten ben je van First Basin bij de rand van het centrum (Kings Bridge).

Terugkijkend op weg naar de stad (op de achtergrond First Basin en de Alexandra Bridge).

Terugkijkend op weg naar de stad (op de achtergrond First Basin en de Alexandra Bridge).

Cataract Gorge richting King's Bridge

Cataract Gorge richting Kings Bridge

Bij deze stapel rotsen was een zeehond aan het klimmen.

Bij deze stapel rotsen was een zeeleeuw aan het klimmen.

Het was hard werken...

Het was hard werken…

...maar het lukte!

…maar het lukte!

Het laatste stuk van de Gorge.

Het laatste stuk van de Gorge.

Kings Bridge

Kings Bridge

Om het maar helemaal af te maken stak ik opnieuw over en nam ik weer een ander pad terug naar de parkeerplaats. Opnieuw bleek de terugweg zwaarder dan de heenweg, en de opbouwende hitte hielp niet echt mee. Het zijn absoluut mooie paden, maar toen ik eenmaal weer bij de auto was vroeg ik me toch wel af waarom ik ook alweer zo graag die wandelingen wou doen.

Downtown Launceston achter Kings Bridge.

Downtown Launceston achter Kings Bridge.

Zig Zag Track

Zig Zag Track

Even higher!

Even higher!

Het bezoek aan Launceston rondde ik af met een klein rondje door de binnenstad. Dat is niet heel bijzonder, maar wel duidelijk levendiger dan de andere plaatsen die ik heb bezocht: je kunt merken dat het een grotere stad is. (Wat dat betreft is het extra jammer dat ik Hobart niet heb kunnen bezoeken – dat is de grootste stad, maar met 200000 niet veel groter dan Amersfoort of Enschede, en ik vraag me daarom af of het de sfeer van een grote hoofdstad heeft of gewoon van een middelgrote stad zoals we die in Nederland ook hebben. Maar goed, dat bewaar ik voor een volgende vakantie.)

Koloniale gebouwen in Launceston.

Koloniale gebouwen in Launceston.

Smooth sailin’…

Ik had nog wat tijd over voordat ik die avond weer de boot moest hebben, dus ik nam een beetje een toeristische route terug naar de noordkust. Niet direct terug naar Devonport, maar naar George Town, waar een landpunt bij Low Head wel leuke plaatjes blijkt op te leveren. Ik zou daarna nog genoeg tijd hebben om op tijd in Devonport te zijn om ook daar nog even rond te kijken voordat ik zou inchecken.

Richting George Town

Richting George Town

Bell Bay

Bell Bay

Low Head leverde wel wat leuke plaatjes op, maar het is op zich niet heel bijzonder. Ik heb er een half uurtje rondgelopen, en daarna vond ik het eigenlijk wel weer goed. Des te eerder kon ik in Devonport zijn, en des te rustiger kon ik het aandoen voordat ik naar de haven zou hoeven.

Low Head

Low Head

Maar ja. Dan moest ik wel eerst in Devonport zijn.

En dan helpt het als de auto wilt starten.

Daar stond ik dan, op 2 uur rijden van Devonport, zo’n 4,5 uur voordat de check-in zou sluiten. Vergeleken hiermee was de timing van Eerste Kerstdag misschien zo slecht nog niet. In ieder geval had ik niet veel keus, dus opnieuw belde ik de RACT (nadat ik had geconcludeerd aan de hand van wat waarschuwingslampjes dat ik er zelf in ieder geval niet uitkwam) en moest geduldig wachten.

Na ongeveer drie kwartier kwam de monteur, en die concludeerde na ongeveer een kwartier prutsen dat hij er ook niet uitkwam. De motor leek prima te willen starten, maar er kwam geen brandstof bij, terwijl de brandstofpomp het prima leek te doen. OBD uitlezen via de CAN-bus gaf ruis op de verbinding, en ook na een belletje met het Holden-hoofdkwartier om te kijken of de techneuten daar nog ideeën hadden was het niet opgelost. Opnieuw slepen dus. Ik zag de bui al hangen en verwachtte er niet veel van, maar zei toch maar tegen de man dat ik diezelfde avond eigenlijk nog de boot moest hebben. Hij had het zelf nog nooit gedaan, maar stelde voor de auto naar de haven te brengen om hem de boot op te slepen, zodat ik in ieder geval de oversteek kon maken en het probleem in Melbourne moest laten oplossen. Ik belde even met de mensen van de Spirit, en ja hoor, dat kon.

Terwijl de monteur vertrok (er zou iemand anders komen met de sleepwagen) probeerde ik alvast iets te regelen voor de volgende ochtend in Melbourne, maar dat scenario bleek ontzettend moeilijk voor de klantendiensten. Ik kon een sleepwagen krijgen via de RACV (de ANWB van Victoria) maar die moesten eerst een garage hebben waar het heen kon. Nee, zij konden die niet uitzoeken, dat moest ik doen. Na wat gesteggel kwam het voorstel dat ik TAB moest bellen, en die verwezen me door naar AWN (de toko die garantie/verzekering voor ze regelt). Die mensen kregen het voor elkaar om geen idee te hebben van openingstijden rond feestdagen, dus ik moest zelf wat garages afbellen om te kijken wie er open was. En nee, ze konden me geen lijst van Melbourne mailen, ik moest een specifieke postcode opgeven en daarvoor zouden ze me een paar SMSen. Superhandig als je geen postcode weet van de haven, want de muts aan de andere kant is natuurlijk te dom om zelf even die postcode op te zoeken, dus ik gaf vergeefs maar een CBD-postcode op (voor m’n hotel). Ik kreeg 4 SMSjes, waarvan 2 dubbel – alledrie gesloten. Tegen de tijd dat de sleepwagen kwam was het alweer drie kwartier verder en ik was het helemaal zat, dus ik besloot om de volgende ochtend bij aankomst in Melbourne maar gewoon een nieuw probleem te melden bij de RACV (“ik probeerde van de boot af te rijden en hij deed het niet”) in de hoop dat ze dan wel hun normale routine in gang zouden zetten waarbij ze zelf een garage vinden (want dat is toch waar ik voor betaal met zo’n lidmaatschap).

Tegen de tijd dat de auto eenmaal op de sleepwagen stond en we richting Devonport reden hadden we nog zo’n 1,5 uur – volgens mijn Garmin was dat te weinig. Toen ik echter m’n Google-navigatie op m’n telefoon pakte (de chauffeur durfde zelf niet te zeggen welke van de verschillende routes precies de snelste was dus ik zocht het even op) gaf die aan dat het precies uit zou komen. De chauffeur besloot bovendien even door te trappen en haalde zelfs een trage auto in (inhalen met een sleepwagen gaat niet zo makkelijk) en na een enigszins zenuwslopende rit, zowel vanwege de rijstijl als vanwege de wegtikkende tijd, kwamen we 5 minuten na sluiting aan. Dat moest nog wel recht te praten zijn.

Het was een beetje chaotisch om alles nog geregeld te krijgen, maar uiteindelijk waren de mensen van de boot uiterst behulpzaam. Mijn auto werd ingecheckt als vracht, en ik moest de voetgangersingang nemen. Ze wouden me dusdanig snel op de boot hebben (zodat ik de boel niet op zou houden) dat ik niet hoorde wat de procedure de volgende ochtend zou zijn, maar dat besloot ik op de boot wel te vragen aan de staf. Terwijl ik dacht dat het allemaal misschien wel wat vertraging op zou leveren vertrok de boot dit keer 5 minuten voor tijd.

Na alle heisa besloot ik mezelf die avond maar even op een paar biertjes te trakteren terwijl ik als afleiding weer even verder bladerde door mijn boek. Ik had geen idee hoe ik de volgende ochtend alles gedaan zou krijgen en zag er ongelofelijk tegenop, maar voor nu was het avond, bijna slaaptijd, en had ik de boot gehaald.

Next time on Under Down…

Zal mijn auto op tijd gerepareerd worden om de reis te vervolgen? Wordt het inderdaad een Happy begin van het New Year? Wat voor avonturen komen me nog meer tegemoet? Je leest het binnenkort in…mijn volgende update!

Leave a Reply