The Long Weekend

Dit weekend was een voorproefje voor de zomer. Zelfs de locals schrokken van de voorspellingen van 38 graden, en op het nieuws werd gepraat over de heetste lente in jaren (tussen de berichten over bosbranden door). In Europa doet het ons niet zoveel, maar hier aan de Stille Oceaan hebben ze last van het zogenaamde ENSO-verschijnsel (samengevat: schommelingen in luchtdruk over meerjarige periodes) en momenteel broeit er een ‘El Niño’ van stevige proporties – door sommige klimatologen bestempeld als een “Godzilla El Niño”. Blijkbaar gaat dit een zomer worden met veel droogte en hittegolven – ik heb nu al zin in m’n rit door de binnenlandse woestijn. Voor nu is het resultaat in ieder geval een stevige temperatuur met goede timing, want vanwege Labour Day was maandag een extra vrije dag om te genieten van het zonnetje.

Ik ben zaterdag maar eens begonnen met de binnenstad een beetje te verkennen. Een deel had ik tijdens m’n vorige weekend al een beetje gezien, maar ditmaal liep ik er met fatsoenlijke fotocamera rond dus was het tijd om wat dingen vast te leggen. Via de loopbrug voor m’n deur kom ik direct op Park Street uit, en vanaf daar ben je binnen een paar minuten bij een handvol attracties. Het lichtelijk kitscherige stadhuis, het statige winkelpand Queen Victoria Building en de wat modernere Westfield Mall met bovenop de Sydney Tower Eye.

QVB

QVB

Sydney Eye Tower, gezien vanuit Hyde Park.

Sydney Tower Eye, gezien vanuit Hyde Park.

De straat die langs QVB loopt, George Street, is een van de grootste en drukste straten van Sydney, en zelfs voor iemand zoals ik met een kleine winkelhaat is het best een leuke straat om door te lopen. Toevallig wordt de straat binnenkort opengetrokken worden om een nieuwe tramlijn aan te leggen; een project dat tot 2019 duurt en qua impact een beetje de lokale versie van de Noord-Zuidlijn is volgens mij. Vanwege dat project gingen op zaterdag voor het laatst bussen door deze straat, en ter gelegenheid daarvan zijn een paar ouderwetse voertuigen van stal gehaald om rond te paraderen voor gratis pendeldiensten.

IMG_0141

Een beetje vergeeld, maar wel mooi.

IMG_0142

Town Hall van voren…

IMG_0147

…en van de zijkant (inclusief een stuk dat in verbouwing is).

Groen, gedenken en gevangenis

Daarna op naar Hyde Park, waar het een en ander omheen staat aan bezienswaardigheden. Sowieso is het park zelf vrij bijzonder omdat je het eigenlijk niet verwacht: vanaf de enorm drukke Westfield Mall is het 1 straat lopen voordat je middenin een zee van groen staat, met een kunsttentoonstelling en straatartiesten om het beeld compleet te maken. Eromheen staan een synagoge en twee kerken, waarvan verreweg de meest imposante de St Mary’s Cathedral is.

St Mary's

St Mary’s

In Hyde Park staat bovendien het Anzac Memorial. “Anzac” is een afkorting voor het Australia/New Zealand Army Corps dat tijdens de Eerste Wereldoorlog speciaal werd gevormd voor de bestorming van Gallipoli en verwijst tegenwoordig naar alle Australiërs en Nieuw-Zeelanders in WWI. Daarna is de afkorting ook blijven hangen als een soort nationale identiteit (“Anzac spirit”). Het monument herdenkt tegenwoordig ook soldaten uit andere conflicten, en staat centraal op de landelijke herdenkingsdag (Anzac Day of 25 april – de dag van de landing op Gallipoli). Het monument zelf is een beetje onnodig bombastisch (en heeft wat van de Amerikaanse overdrevenheid) maar het kleine museum in de kelder is zeker de moeite waard.

Anzac Memorial

Anzac Memorial

Volgens de beschrijving is het een bescheiden gedenkteken...

Volgens de beschrijving is het een bescheiden gedenkteken…

Naast het park ligt Hyde Park Barracks, het primaire kampement voor gevangenen die in de 19e eeuw naar Australië gestuurd werden voor dwangarbeid in de kolonie. Het is tegenwoordig omgebouwd tot een museum, met een verdieping gewijd aan de koloniale geschiedenis in het algemeen, een verdieping aan de historie van het gebouw (want na sluiting als kampement is het nog op tal van andere manieren gebruikt) en de laatste verdieping een daadwerkelijk beeld van hoe het er in de eerste jaren uitgezien heeft. Het meest opvallende: het is verbazingwekkend klein.

Hyde Park Barracks

Hyde Park Barracks

Knus is een understatement.

Knus is een understatement.

Na de Barracks op naar de Royal Botanic Gardens en The Domain, twee stukken groen aan de oostkant van The Rocks, tegen het Opera House aan. De Gardens zijn duidelijk wat dichter begroeid en heel erg gericht op de uiteenzetting van verschillende plantensoorten, terwijl het Domain vooral een statig landgoed is (origineel aangelegd als buffer tussen het plebs en het huis van de gouverneur). Helaas kon ik op het moment niet het landgoed van Government House zelf op (het was die dag blijkbaar vroeg gesloten), dus die bezienswaardigheid moet ik een andere keer maar even aandoen – het blijkt een aardig imposant kasteel te zijn.

Royal Botanic Gardens

Royal Botanic Gardens

 

The Domain

The Domain

In plaats daarvan heb ik maar wat rondgewandeld tot ik op een gegeven moment bij het water kwam, en vanaf daar naar het noorden gelopen tot aan de welbekende meer-vergeelde-dan-witte kappen. Een mooie plek om even te lunchen.

Er zijn slechtere lunchplekken te bedenken.

Er zijn slechtere lunchplekken te bedenken.

Koekeloeren op een eiland

Via Circular Quay op de veerboot gestapt de haven in, op naar Cockatoo Island. De reis op het water is al een feestje op zich, met de nodige leuke fotomomenten.

Circular Quay Wharf

Circular Quay Wharf

Het uitzicht vanaf Circular Quay

Het uitzicht vanaf Circular Quay

Het CBD en The Rocks, gezien vanuit Darling Harbour

Het CBD en The Rocks, gezien vanuit Darling Harbour

Waar de Hyde Park Barracks vooral de plek waren voor de gevangenen die zich aan de regels hielden, werd Cockatoo gebruikt als strafkamp voor de mensen die ook na deportatie naar de kolonie nog de fout in gingen. Later is het omgebouwd tot scheepswerf, de grootste in zijn soort op het zuidelijk halfrond tijdens de Tweede Wereldoorlog en daardoor veelvuldig aangedaan door beschadigde Amerikaanse schepen.

Cockatoo Island

Cockatoo Island

Het ombouwen is in die tijd niet zo subtiel gebeurd dus er is niet zoveel over van de koloniale tijd, maar er is nog steeds meer dan genoeg te zien. (Je moet dan wel even de mafketels negeren die op de aangelegde ‘glampsite’ bij de pier een feestje bouwen alsof ze op de Appelhof staan.)

Er zijn af en toe wat willekeuringe dingen blijven staan op Cockatoo Island, terwijl het bijbehorende spul is geruimd.

Er zijn af en toe wat willekeuringe dingen blijven staan, terwijl het bijbehorende spul is geruimd.

Dit is zo ongeveer het enige dat over is van de koloniale tijd.

Dit is zo ongeveer het enige dat over is van de koloniale tijd.

Een stuk van de scheepswerf is tegenwoordig weer in gebruik.

Een stuk van de scheepswerf is tegenwoordig weer in gebruik.

Geloof het of niet, een deel staat te huur. Leuk plekje voor een kantoor!

Geloof het of niet, een deel staat te huur. Leuk plekje voor een kantoor!

Inmiddels ging de zon toch wel redelijk hard naar beneden, dus het werd tijd voor een retourtje met de boot en thuis even wat welverdiende rust te pakken voor m’n voeten. Tussendoor ben ik nog wel even op en neer gewandeld naar Darling Harbour, want daar is het elke zaterdagavond tijd voor een vuurwerkshow op het water – een leuke manier om een dag af te sluiten.

Wat een mooi ding!

Wat een mooi ding!

Balletje gooien, balletje trappen

Zondag stond vooral in het teken van de grootste rugbywedstrijd van het jaar: de finale van het landelijke rugby league-toernooi (niet te verwarren met rugby union waarvan het WK momenteel in Engeland bezig is, en waar Australië het trouwens ook niet verkeerd doet). Omdat ik daar redelijk op tijd wou zijn heb ik het begin van de dag maar niet te veel gedaan. De dag was overigens toch al een uur korter – de zomertijd was ingegaan.

De NRL Premiership Grand Final vond plaats in het ANZ Stadium in Sydney Olympic Park. (Dat is de tweede Olympische plek die ik aandoe: het Regatta Centre in Penrith is ook voor 2000 aangelegd.) Inclusief de tramrit naar Sydney Central en de treinreis naar Olympic Park was het een reis van ca. 45 minuten, maar dan kom je ook wel gelijk in de heisa terecht. Het hele gebied rond het stadion was veranderd in een attractiepark met eetkraampjes, een biergarten, wat kermisattracties en de nodige herkenbaar gekleurde fans. Het stadion zelf is ook redelijk imposant met een capaciteit van 83500 bezoekers (tijdens de westrijd werd ons verteld dat de teller op 82798 stond), en binnen was een hele rits aan ceremonies aan de gang zoals een Lap of Honour voor spelers die met pensioen gaan, een estafetteloop tussen jeugdteams en een openingsconcert. Het voelde allemaal een beetje als een Australische Super Bowl.

Gezellige georganiseerde chaos

Gezellige georganiseerde chaos

Aussies en hun gokverslaving: tijdens de grootste wedstrijd van het jaar gewoon wedden op paardenraces.

Aussies en hun gokverslaving: tijdens de grootste wedstrijd van het jaar gewoon wedden op paardenraces.

Een klein beetje achtergrond: de wedstrijd ging tussen de Brisbane Broncos (het meest succesvolle team uit de competitie) en de North Queensland Cowboys (dat in hun 20-jarige bestaan nog nooit een kampioenschap heeft gehaald). Ten eerste bijzonder omdat er geen team uit New South Wales in de finale stonden (10 van de 16 clubs komen uit die staat waarvan 8 uit Sydney), ten tweede werd het beschouwd als een derby met enige rivaliteit omdat het twee teams uit Queensland waren (van de 3 in de competitie overigens), ten derde een laatste wedstrijd voor een van de captains van Brisbane (Justin Hodges) en als laatste de kans voor de meest gelauwerde speler ooit in de geschiedenis van de competitie (Johnathan Thurston van de Cowboys) om met zijn team voor het eerst een kampioenschap in de wacht te slepen. (Jaja, ik had m’n huiswerk gedaan: de kwartfinales en halve finales worden gewoon uitgezonden op TV.) Ik had van tevoren bedacht dat ik er niet neutraal zou zitten maar voor een team zou gaan juichen, want dat maakt de wedstrijd veel leuker om te kijken, en ik koos maar voor de relatieve underdog: de North Queensland Cowboys.

Lekker dichtbij het veld, dat was best spectaculair!

Lekker dichtbij het veld, dat was best spectaculair!

De wedstrijd was spannend tot aan de laatste seconde – tot meerdere keren toe zelfs. De hele tweede helft stond North Queensland achter, maar in letterlijk de laatste seconde werd de gelijkmakende try gescoord en kregen ze zelfs de kans om nog een conversion te scoren, waarmee ze een winnend punt zouden maken. Een mooie symbolische kans voor Thurston, maar die trapte de bal precies op de paal en dus was het verlenging met een golden point. Die kwam twee minuten later (en hij kon het toch nog zelf doen) met een dropkick tussen de palen.

Het treinstation moest opeens tienduizenden mensen verwerken. Dat ging bijzonder georganiseerd moet ik zeggen.

Het treinstation moest opeens tienduizenden mensen verwerken. Dat ging bijzonder georganiseerd moet ik zeggen.

Als je achteraf overal hoort van zowel collega’s als nieuwslezers dat dit de mooiste en spannendste wedstrijd is die in jaren gezien is in de NRL, vind ik het toch wel heel gaaf om erbij geweest te zijn. Het was ook gewoon een topavond, met gezellige mensen om me heen en daadwerkelijk betaalbaar bier (hier ‘slechts’ $7,50 voor een halve liter). Interessant detail is wel dat de premier traditioneel aanwezig is om de prijsuitreiking te doen, en traditioneel krijgt die boegeroep te horen (want wat moet een politicus bij een ‘working class sport’ als rugby league, is het sentiment een beetje) maar Malcom Turnbull kreeg volgens velen de luidste herrie om z’n oren van iedereen. Hij heeft zich met zijn coup en de aangekondigde hervormingen niet bij iedereen populair gemaakt…

Wat een zon!

De extra vrije dag besloot ik te besteden aan wat sightseeing rond het water. Niet alleen was het daar iets koeler, het zijn bovendien prachtige uitzichten om van te genieten. Allereerst met de veerboot van Pyrmont Bay (ruwweg voor de deur) naar Circular Quay, waarvandaan de iets langere rit naar Watson Bay vertrok. Watson Bay is onderdeel van de zuidelijke strip land die de ingang naar de Sydney Harbour markeert, en als je daar met de boot naartoe gaat merk je pas hoe ver dat eigenlijk is van het stadscentrum: zo’n 6,5 kilometer hemelsbreed. Dat om trouwens nog maar te zwijgen over Paramatta, wat officieel ook nog aan de Sydney Harbour ligt maar zo’n 28 kilometer aan rivier tussen zichzelf en de Tasmaanse Zee heeft liggen. Het mooie verhaal van de Harbour is natuurlijk dat het ook nog bijzonder veel inhammen kent en dus zo’n 240km aan kustlijn beslaat; zou je via de waterlijn van de Harbour Bridge naar South Head willen lopen (het noordelijke puntje van Watson Bay) kun je rekenen op een wandeling van 30 kilometer. Dan is 15 minuten uitwaaien op een veerboot toch een stuk prettiger terwijl de zon hard z’n best doet om door de SPF 50 heen te branden.

Je kunt in groepjes over de boog van de Harbour Bridge lopen, zoals hier gebeurt.

Je kunt in groepjes over de boog van de Harbour Bridge lopen, zoals hier gebeurt.

Admiralty House op Kirribilli, waar de gouverneur-generaal woont.

Admiralty House op Kirribilli, waar de gouverneur-generaal woont.

Vol gas!

Vol gas!

Rose Bay

Rose Bay

Als je aankomt bij de pier van Watson Bay word je nogal afgeschrikt door de enorme toeristenbende die je inloopt, want het nabijgelegen strand heeft een hele verzameling hotels en restaurants aangetrokken. Dat begint al op de pier zelf: op de wandeling van veerboot naar het vasteland krijg je een menu van een oesterbar in je handen gedrukt dat waarschijnlijk een vermogen heeft betaald voor z’n zeer lucratieve locatie. Snel wegwezen dus, op naar de oostelijke helft.

Zodra je de straat oversteekt is het gelijk stiller (ik vermoed dat 90% van het volk dat op het strand ligt niks meer van de hele wijk ziet dan de vijf meter tussen de pier en hun badlaken) en ook gelijk klimmen geblazen. Via een steile weg omhoog kom je direct een stuk van het Sydney Harbour National Park in, en dat beloont de paar minuten op 20%-hellingen gelijk met spectaculair uitzicht over de baai.

Watson Bay

Watson Bay

De stad ligt inmiddels toch wel aardig ver weg.

De stad ligt inmiddels toch wel aardig ver weg.

Na wat bos doorkruist te hebben ben je vrij snel aan de andere kant van de landtong, en kom je terecht op een wandelroute langs de kliftoppen. De plaatjes van de baai waren mooi, maar dit is toch echt wel spectaculairder.

North Head aan de Tasmaanse Zee

North Head aan de Tasmaanse Zee

Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat lichtblauwe nou gevaarlijke beestjes zijn of gewoon sporadisch helder water.

Ik ben er nog niet helemaal over uit of dat lichtblauwe nou gevaarlijke beestjes zijn of gewoon sporadisch helder water.

Origineel was het plan om naar een vuurtorentje op de absolute punt van South Head te gaan, maar dat staat ten eerste bijna op zeeniveau en was ten tweede best een stuk lopen vanaf waar ik terecht was gekomen met de klifwandeling (niet geholpen door het feit dat er een marinebasis tussen ligt waardoor je best een omweg moet nemen via de westelijke kustlijn). Ik besloot dus na mijn tijd gevuld te hebben met het nodige groen en blauw om Watson Bay achter me te laten liggen en de noordelijke landtong van de Harbour Entrance op te zoeken. Niet North Head zelf (dat was ook daar best weer een onderneming vanaf de boot) maar wel het beroemde stuk direct daaraan vastgeplakt: Manly.

South Head vanaf het water. Links zie je Hornby Lighthouse, die ik toch maar had overgeslagen.

South Head vanaf het water, tijdens de rit terug. Toch nog iets gezien van Hornby Lighthouse, links in beeld.

Man man man wat een hitte…

Het was mogelijk geweest om met de boot direct van Watson Bay naar Manly te gaan, maar dat bleek alleen met commerciële partijen te kunnen die niet werken met de Opal Card – iets waar ik pas achter kwam toen ik al was ingecheckt. Als alternatief besloot ik maar lekker te genieten van het weer door meer tijd op het water door te brengen, en ik heb de redelijke omweg genomen van Watson naar Circular Quay en vandaar naar Manly. De veerboot naar Manly is verreweg de grootste van de vloot van Sydney Ferries, en wordt in menig reisgids aangeraden puur voor de rit zelf (en nog niet eens de bestemming). Niet zonder reden, kwam ik achter.

Manly Ferry

Manly Ferry

Ook al had ik een flink deel van de route naar het oosten al afgelegd met mijn retourtje Watson Bay, de route naar Manly is duidelijk langer, gaat dichter langs de noordelijke kustlijn en de boot houdt er sowieso een iets lager tempo op na. Al met al ben je 30 minuten onderweg en kun je je ogen uitkijken naar de verschillende baaien, alle bootjes om je heen (een vrije dag met toptemperaturen, dat vraagt natuurlijk om idiote hoeveelheden pleziervaart) en bovendien de relatief groene noordelijke kustlijn vergeleken met de stevig volgebouwde zuidkant.

De westkant van Manly

De westkant van Manly

Het contrast tussen het stadse rond The Rocks/Circular Quay en Manly deed me nog het meeste denken aan het verschil dat je ziet als je in San Diego met het bootje oversteekt naar Coronado. Het is duidelijk een oord waar al het leven gericht is op het wereldberoemde aangrenzende strand, met tropische aankleding van de straten, meer mensen zonder shirt dan met op straat en een overvloed aan eten en drinken in de grote winkelstraat. Je krijgt het gevoel dat men zich hier niet zoveel aantrekt van ‘die stadse fratsen’, ook al is het gewoon onderdeel van de grootste stad op het continent. Sydney zelf heeft al best een relaxed sfeertje, maar Manly gaat duidelijk verder.

Niet alleen de cliché palmbomen, maar ook metersdikke bomen in de straat.

Niet alleen de cliché palmbomen, maar ook metersdikke bomen in de straat.

Een positieve verrassing op deze dag was het Manly Jazz Festival dat blijkbaar gehouden werd, waardoor de straten gevuld waren met podia met allerhande gezellige bandjes erop. De combinatie van de beelden en de muziek maakten het een bijzonder stereotype scene uit een ouderwetse surferfilm, en iedereen leek zich dat prima te realiseren en ervan te genieten. Er is mij verteld dat Manly een stuk minder pretentieus is dan Bondi – nou heb ik Bondi nog niet gezien dus of die vergelijking klopt weet ik niet, maar om Manly niet pretentieus te noemen vind ik in ieder geval wel ver gaan. Het voelt echter wel als een prettig soort zelfspot, waar mensen zichzelf niet al te serieus nemen en een hele mooie tussenweg gevonden lijken te hebben tussen de kunstmatige ideale omgeving voor strandtoeristen en het leiden van een normaal leventje.

Gezelligheid met gratis soundtrack

Gezelligheid met gratis soundtrack

De negatieve verrassing die daartegenover stond had ik eigenlijk van heinde en verre moeten zien aankomen: het was stervensdruk op het strand. Nou was ik eerlijk gezegd zelf niet van plan om lange tijd op het strand door te brengen met 38 graden, maar dit was ook om toe te kijken al onprettig dichtbevolkt. Na even wat rondkijken heb ik het zand daarom ook maar snel weer verruild voor een gezellig orkestje, en ben ik even daarna maar weer teruggegaan met de boot. Terug naar de echte wereld, zullen we maar zeggen.

Hoezo druk?

Hoezo druk?

Einde warmte, einde weekend

In de avond heb ik kennisgemaakt met wat nieuwe huisgenoten (een stel Ozzies is vertrokken, een stel Britten ervoor in de plaats) en even een biertje gedronken op het balkon. Dat had ik inmiddels ook maar eens in huis gehaald, en alhoewel ik een oude bekende tegenkwam in de winkel (toch wel gek om midden in Sydney ergens “Vakmanschap is meesterschap” te lezen) heb ik besloten om maar wat lokale smaakjes te proberen: Great Northern en Victoria Bitter zijn tot nu toe allebei geslaagde aankopen! Op het nieuws zag ik ondertussen dat de weersvoorspellingen een nogal dramatische verkoeling aankondigden voor de aankomende werkweek, want het zou vanaf dinsdag weer ‘slechts’ 23 graden worden. Helaas ging het afkoelen voor de verandering ‘s nachts niet op: 21 graden was het minimum die nacht.

Natuurlijk heb ik ook nog wat foto’s uitgesorteerd, maar bovenal had ik besloten om het weekend eens op een ouderwets Hollandse manier af te sluiten.

Nom nom nom

Nom nom nom