The old and the new

Het was even wat gedoe, maar op een gegeven moment was het inpakken gedaan, waren de sleutels ingeleverd en was de tank afgetopt. Nog even afscheid nemen van de huisgenoten, en daarna zuidwaarts de Princes Highway op. Op een gegeven moment reed ik definitief de stad uit en kon ik Sydney echt uitzwaaien, want hier kom ik voorlopig niet meer terug.

Same old highway

De attente lezer zal zich misschien herinneren dat ik eerder al een stukje de kust was afgezakt, dus ik zou hier een stukje route dubbel doen. Een binnenlandse route nemen was niet echt een optie want dat zou gelijk een heel grote omweg worden. Om eerlijk te zijn kwam het me eigenlijk wel goed uit dat ik even wat bekend terrein had. Na de afgelopen paar maanden was het echt even schakelen om nu helemaal geen vast thuisadres meer te hebben, en daarom beviel het wel om in ieder geval de eerste dag toch grotendeels gewoon even te genieten van de vrijheid, lekker doorkarren en vooral niet omkijken.

Daar is 'ie weer...de Sea Cliff Bridge.

Daar is ‘ie weer…de Sea Cliff Bridge.

Na wat bekende stukjes route kwam ik in Nowra wel een nieuwigheidje tegen: een politiecontrole voor alcohol, opnieuw op zo’n geweldig vroeg tijdstip (vlak na de lunch in dit geval). Het kwam nogal over alsof ze de mensen wouden pakken die hier het begin van de zomervakantie aan het vieren waren op de weg. In tegenstelling tot de vorige keer moest ik dit keer wel blazen – tenminste, ik moest hardop tot 10 tellen terwijl de agent een apparaatje voor m’n mond hield. (Tja, dat zorgde bij mij ook wel voor de nodige verwarring.) Dat ook weer eens een keer gehad.

Kerst!

Kerst!

Nog meer platteland

Nog meer platteland

Tegen het einde van de middag maakte ik voor het eerst een tussentop op een nog niet zo bekende plek, in het kustplaatsje Bateman’s Bay. Ik had een beetje gehoopt dat, voorzover ik nog meer van die kustdorpjes zou tegenkomen die ik tijdens m’n eerste week East Coast had gezien, ik er inmiddels weer wat meer lol uit zou halen – richting het einde van m’n weektrip begon alles toch wel heel erg op elkaar te lijken, maar wellicht dat de paar weken terug in het grote Sydney daar weer verandering in zouden brengen.

De brug over de Clyde River

De brug over de Clyde River

Batemans Bay, bij Batemans Bay

Batemans Bay, bij Batemans Bay

Dat viel eerlijk gezegd toch een beetje tegen. Je merkt gewoon duidelijk dat verreweg de meeste kustdorpen (in ieder geval in deze hoek van het continent) die niet binnen de invloedsfeer van een hoofdstad vallen toch moeite hebben met zichzelf onderscheiden. Dit weekend was bovendien ook nog eens onverwacht rustig, want de meeste Aussies blijven met de kerstdagen nog even bij familie en gaan pas daarna op zomervakantie.

Platteland, maar iets minder plat

Platteland, maar iets minder plat

Mijn slaapplek deze nacht was een rest stop vlak buiten Bateman’s Bay, waar je zowaar een tentje mag opzetten. De naastliggende weg is bovendien niet zo heel druk, dus het voelde niet eens echt alsof je naast een snelweg stond. Ik vond het eigenlijk wel mooi: geen heel spectaculaire eerste dag, maar het spits was afgebeten, ik was onderweg en had een prima plekje gevonden.

Welterusten!

Welterusten!

To the border!

De tweede dag was wat beter gevuld. In eerste instantie was het gewoon makkelijk de Princes Highway verder volgen, maar vlak na Narooma nam ik weer eens een toeristische afslag richting Bermagui. Het dorpje zelf is niet veel bijzonders, maar de omgeving (en de route) zijn zeker de moeite waard.

Wallaga Lake

Wallaga Lake

Ze houden hier nogal van enkelbaans bruggen

Ze houden hier nogal van enkelbaans bruggen

Bermagui

Bermagui

Even verderop op deze route ligt Mimosa Rocks National Park. Het park is genoemd naar een paar rotsen die vlak voor de kust liggen, die op hun beurt weer vernoemd zijn naar een schip wat daar ooit op de klippen is gelopen. Het lijkt mij een bijzondere manier van naamgeving, maar ach, het werkt. Alles is vrij goed bereikbaar (de belangrijkste uitkijkpunten zitten ongeveer een kilometer van elkaar verwijderd) maar daarnaast is het park bezaaid met kleine kampeerplekken voor ca. 10 tenten per stuk. Weer een prachtige camping met toiletten die volledig gratis is, alhoewel hier de heuvelachtige onverharde weg blijkbaar geen goed afweermechanisme is tegen gigantische caravans.

We meet again!

We meet again!

Mimosa Rocks, de zuidkant

Mimosa Rocks, de zuidkant

Het noorden is iets meer uitgesproken

Het noorden is iets meer uitgesproken

Het totaalplaatje

Het totaalplaatje

Nelson Beach

Nelson Beach

Dit beestje van ongeveer een meter lang liep opeens voor m'n voeten langs.

Dit beestje van ongeveer 1,5 meter lang liep opeens voor m’n voeten langs.

Het laatste stuk van de grote omweg (dat weer terugleidt naar de Pacific Highway) staat bekend als de Sapphire Coast Drive. Dat is niet zo spectaculair als het klinkt, maar het is wel weer een mooie provinciale weg met mooie plaatjes door kleine plattelandsdorpjes.

Sapphire Coast Drive

Sapphire Coast Drive

Merimbula

Merimbula

Via Merimbula kom je weer op de Pacific Highway, die vrij snel daarna door het dorpje Eden loopt. De naam is niet eens echt hooggegrepen, want er hangt een heerlijk sfeertje in het nogal slaperige dorp. Er is weinig echt zichtbaar bijzonder aan het kustplaatsje, behalve dan misschien de grote begraafplaats die direct tegenover het belangrijkste strand van het dorp ligt. Zo paradijselijk dat zelfs de toeristische hotspot nog rustig genoeg is om vredig te rusten, zeg ik dan maar.

Aslings Beach

Aslings Beach

En aan de andere kant van de weg...

En aan de andere kant van de weg…

Eden is het laatste echt noemenswaardige dorp voor de staatsgrens – toen ik doorreed was ik na niet al te lange tijd in Victoria, waar ik op zoek ging naar het eerste noemenswaardige dorp. Alhoewel je via de snelweg in Genoa uitkomt is het feitelijke meest oostelijke plaatsje Mallacoota, wat aan de kust ligt en dus niet direct bereikbaa
r is voor de snelweg. Vanaf Genoa ben je er met een dik kwartier, maar niet voordat je met de slingerweggetjes dwars door een blok natuur gaat. De grootste tongstruikelnaam die ik tot nu toe ben tegengekomen: Croajingolong National Park.

Mallacoota is zo rustig als je zou verwachten voor een dorp dat voor je gevoel aan de andere kant van een groene muur ligt. Het heeft echter de luxe om aan de inham te liggen van een groot meer (dat natuurlijk een belangrijke rol speelt in het natuurgebied) en die inham, Bastion Point, is een geweldige plek om uit te waaien.

Mallacoota Foreshore

Mallacoota Foreshore

Bastion Point

Bastion Point

De kampeerplek die ik deze dag voor ogen had had ik op weg naar Mallacoota al even gezien, want het ligt aan de A1 bij Genoa vlak voor de afslag. In mijn campinggids staat deze aangeprezen als favoriet, en de gids kent niet zoveel gratis favorieten, dus ik wou wel eens zien wat er zo bijzonder aan was. Twee dingen: ontzettend veel ruimte, en gratis toiletten en douches (koud, maar daar doe ik het voor). Alhoewel het niks kost accepteren ze wel donaties om de boel te onderhouden, en dit was zo goed geregeld dat ik het wel een kleine donatie waard vond.

Hoge bomen verbergen veel mooie luchten.

Hoge bomen verbergen veel mooie luchten.

Dit was wel een dag dat ik me realiseerde dat ik echt een belangrijke backpackersroute te pakken had, want tegen het vallen van de avond stond het terrein vol met busjes van allerhande backpackerverhuurbedrijven. TAB, Britz, Juicy’s, het stond er allemaal. Een groepje Duitsers aan de overkant dacht in mij even een landgenoot te herkennen (dat krijg je als je een Wacken-shirt draagt) en vervolgens parkeerde er naast mij een clubje waar 2 Nederlandse meiden tussen zaten. Ik heb de avond echter lekker in m’n eentje met een boek afgesloten, want het feest-imago dat van beide clubjes afkwam trok me eerlijk gezegd niet zo heel erg.

Fires and Snowies

Het had die nacht best hard gewaaid en geregend, en vooral de wind was goed terug te zien in allemaal dode takken die op de wegen lagen. Op de kampeerplek echter alleen maar gezonde joekels, dus dat was gelukkig geen probleem. Het was verder ook duidelijk koeler vandaag, en dat was gelijk zichtbaar in alle Fire Danger Rating Signs, die de afgelopen dagen op Very High en Severe hadden gestaan (aangevuld met Total Fire Bans) en nu op Low/Moderate. Er hadden de vorige dag ook wat bosbranden gewoed in o.a. het noorden van Victoria, maar dat gebied kwam ik niet in de buurt.

Boompjes!

Boompjes!

Beestjes!

Beestjes!

Ik zat een beetje met een planningskeuze, want op mijn route lagen twee natuurgebieden die allebei goed aangeschreven stonden, maar allebei waren wel een beetje een omweg vanaf mijn route naar Melbourne. Het werd in verband met tijd dus kiezen. Uiteindelijk besloot ik om Wilsons Promontory links te laten liggen en een kijkje te nemen in Snowy River National Park. Dat betekent dat vlak na Orbost de route weer van de Pacific Highway afgaat, strak landinwaarts richting het noorden.

South Buchan

South Buchan

De weg deed me nogal denken aan New England, maar dan een veel heuvelachtiger versie. Een van de meest opvallende verkeersborden was wel de waarschuwing dat ik een schoolbusroute opreed – dat op zichzelf is best een logische waarschuwing (de bus stopt nogal en op een 100-weg moet je daar rekening mee houden) maar dat er staat dat de weg de komende 60 kilometer onder die route valt is dan wel weer wat bijzonderder.

En de wegen worden steeds...minder onderhouden

En de wegen worden steeds…minder onderhouden

Na Gelantipy wordt het dusdanig plattelands dat er ook geen omheiningen meer zijn om het vee van de wegen te houden. Een paar roosters in de weg en wat hekken tussen weilanden moeten het werk hier doen. Ik vind het zelf wel vermakelijk dat er waarschuwingen hangen dat het verplicht is vee voorrang te geven, en dat er een boete van 500 dollar op staat als je dat niet doet. Hoe zien mensen dat voor zich? Ik denk dat zelfs een grote truck het niet wint van een koe – als je probeert daarop voorrang te nemen lijkt de ziekenhuisrekening me boete genoeg.

"Dad, people are staring..."

“Dad, people are staring…”

Het stukje van het natuurgebied waar ik kwam is vooral getekend door een paar kenmerken van de Little River. Er zijn verschillende uitzichtpunten op enkele honderden meters van verschillende parkeerplekken – geen grote uitdaging, maar het voelt desalniettemin aardig afgelegen en het levert bovendien gewoon mooie plaatjes op.

Kabbeldekabbel

Kabbeldekabbel

Little River Falls

Little River Falls

De kleintjes willen ook een mooi uitzicht

De kleintjes willen ook een mooi uitzicht

Little River Gorge

Little River Gorge

Als je goed kijkt kun je een klein watervalletje zien aan de overkant

Als je goed kijkt kun je een klein watervalletje zien aan de overkant

Als ik meer tijd had gehad zou ik doorgereden zijn om de McKillops Bridge te nemen, die de Little River Gorge oversteekt en volgens de verhalen een spectaculair stukje rijden oplevert. Het bleek echter nog best een aardig stuk rijden te zijn om die brug überhaupt te halen, en alhoewel ik een groot deel van de weg ondanks het gebrek aan verharding wel met 50 durfde te nemen zou het zelfs dan nog 40 minuten zijn daarnaartoe, en de middag liep al een beetje ten einde. Aangezien het mijn plan was om aan de kust te camperen (om de afstand tot Melbourne een beetje te beperken voor morgen) keerde ik dus maar gewoon om en reed ik weer terug zuidwaarts. Onderweg kwam er nog heel vrolijk een jonge kangoeroe voorbij hoppen – ruim ver genoeg voor mij om ‘m te ontwijken, maar het was wel een teken dat de eerste nachtdieren alweer wakker waren.

Opnieuw reed ik hier af op een camping die gratis was maar wel favoriet van mijn gids, met dit keer de bijzondere bonus dat er volgens de gids zelfs geen composttoiletten aanwezig waren. Als je het dan nog voor elkaar krijgt om een favoriete plek te zijn moet het wel spectaculair zijn dacht ik, dus ik was benieuwd. Het maakte wel weer duidelijk hoe handig zo’n gids is, want de camping staat eigenlijk nergens bewegwijzerd; pas na 16 kilometer aan onverharde weg diep verstopt in een natuurpark kom je een keer een bordje tegen, en het duurt makkelijk een half uur voordat je daar bent. Op weg naar dat bordje toe zat er ook nog een bijzonder beest langs de weg wat ik nog niet eerder gezien had – volgens mij was het een zwarte wallaby. Natuurlijk springt zo’n beest weg voor een auto dus ik kon niet heel goed kijken, maar het sprong zeker als een wallaby of kangoeroe.

Op een paar minuten lopen van Glasshouse Campground

Op een paar minuten lopen van Glasshouse Campground

Lake Tyers

Lake Tyers

De buren hadden een dagje de buurt verkend en kwamen terug lang en breed nadat ik mijn tentje had opgezet. De hond die ze meebrachten was heel nieuwsgierig wie er op ‘zijn’ grond stond en kwam gelijk zeer energiek rondkijken. Het was een prima beest en ik had er absoluut geen last van, maar als hij blaffend op je afkomt vinden de baasjes het toch wel netjes om even te kijken dat ze je niet de stuipen op het lijf hebben gejaagd; zodoende kom je aan de praat. Ik was al zo’n 5 minuten aan de praat met de man (die duidelijk Australisch was, en volgens z’n nummerplaten uit Western Australia kwam) toen zijn vrouwelijke kampgenoot hoi kwam zeggen, die aan m’n naam gelijk herkende dat ik een landgenoot was – jaja, we zitten overal in dit land blijkbaar. Zo zit je aan de andere kant van de wereld, en binnen 24 uur kom ik weer een Nederlander tegen…het blijft interessant. Maar ach, het waren best gezellige buren dus je hoort mij niet klagen.

Misschien niet scherp, maar wel mooi

Misschien niet scherp, maar wel mooi

Capital to cap it off

Op dag 4 was het tijd om geleidelijk richting Melbourne te gaan. Ik had al een hotel geboekt dus er zou geen gestress nodig zijn voor een slaapplek, maar ik vond het desalniettemin wel een prettig idee om nog een beetje wat van de stad te kunnen zien zodra ik daar was, en dus niet al te laat aan te komen. Een van de grootste attracties van het Gippsland-gebied waar ik doorheen zou komen is Wilsons Promotory, en dat zou ik zoals reeds genoemd niet bezoeken. De planning voor vandaag was dus vooral een beetje door de dorpjes zigzaggen op weg naar de Victoriaanse hoofdstad.

Het dorp waar mijn kampeerplek zo ongeveer naast lag is Lakes Entrance, genoemd naar de inham die de grote Gippsland Lakes verbindt met de zee. Het is een populair oord voor Australiërs in de vakantie, maar ook hier kreeg ik sterk het idee dat de echte drukte pas rond Boxing Day zou arriveren. Zonder zo’n grote hoeveelheid mensen is het vooral een slaperig stadje.

Lakes Entrance

Lakes Entrance

Cunninghame Bridge

Cunninghame Bridge

Cunninghame Arm

Cunninghame Arm

Main Beach

Main Beach

De rest van de dorpen en stadjes die ik passeerde was niet zo kenmerkend. Het is wel duidelijk dat ze allemaal bij dezelfde regio horen, maar los van de concentratie hotels en caravan parks is het niet echt te zeggen waarom de ene meer toeristen zou aantrekken dan de ander.

Dit gaat wel een beetje verder dan tongue-in-cheek

Dit gaat wel een beetje verder dan tongue-in-cheek. En ja, het was stoffig.

Op een gegeven moment bereikte ik de buitenranden van Melbourne. Net zoals Sydney begint de stad al op een flinke afstand van het centrum (Melbourne heeft ‘slechts’ 4 miljoen inwoners, vergeleken met de 5 miljoen van Sydney) dus er is dan weinig meer aan dorpjes voor tussenstops, maar vooral gewoon doorrijden. In de Victoria M1 had ik voor m’n gevoel nogal de broer van de NSW M4 gevonden qua drukte en route, en toen ik op een gegeven moment zowaar de file in ging was er wel een vaag gevoel van déjà vu. Op een gegeven moment kom je dan echter toch in het CBD, en dan is het duidelijk niet dezelfde stad.

Kijk, een skyline.

Kijk, een skyline.

Ze houden er in Melbourne nogal van om bijzondere verkeersconstructies te gebruiken, en dat was me van tevoren al verteld. Ik was blij dat ik die nog even extra had uitgezocht voor mijn vertrek, want mijn hotel ligt dusdanig in het centrum (praktisch naast Southern Cross Station) dat ik er een gelijk voor m’n kiezen kreeg: de hook turns. Sterker nog, ik herinnerde me een bepaalde kruising nog van een voorbeeldvideo die ik had opgezocht en dat was maar goed ook, want in het echt bleek de constructie voor de kruising niet te worden aangegeven (alleen erop, en dat is al te laat als je al staat voorgesorteerd). Voor me ging een andere toerist de mist in door vanuit de rechterbaan te willen afslaan naar rechts, en hij kreeg gelijk getoeter om z’n oren – ik voelde me toen heel erg ingeburgerd toen ik het vanaf links deed. Het is overigens helemaal niet zo moeilijk of eng, maar je moet er vooral even op voorbereid zijn – zodra je het concept eenmaal snapt gaat het eigenlijk allemaal best soepel.

CBD vanuit Flagstaff Gardens

CBD vanuit Flagstaff Gardens

Southbank

Southbank

Het CBD vanaf de overkant van de Yarra River

Het CBD vanaf de overkant van de Yarra River

Rond vier uur was ik ingecheckt, en na de eerste warme douche sinds Sydney ben ik de stad ingegaan om die in vogelvlucht eens te verkennen. Zolang het nog licht was wou ik er graag gebruik van maken. Via een grote cirkel heb ik het grootste deel van het centrum zo doorkruist.

Victoria State Library

Victoria State Library

Ze nemen het concept Chinatown hier wel heel serieus

Ze nemen het concept Chinatown hier wel heel serieus

Federation Square (met een kerstboom van Lego)

Federation Square (met een kerstboom van Lego)

Er is een aardige rivaliteit tussen Melbourne en Sydney, dus veel mensen doen hun best om de twee steden te vergelijken. Nou vind ik dat na zo’n korte kennismaking erg lastig (het gaat ook altijd een beetje krom zijn, want als je ergens 3 maanden woont leer je de stad heel anders kennen dan als je er een paar dagen als toerist bent) maar ik heb in ieder geval één conclusie kunnen trekken: Melbourne is gek op rare architectuur.

Laten we wat stijlen mixen.

Laten we wat stijlen mixen.

En nog wat blokjes...

En nog wat blokjes…

Modern? HIp? Ik weet niet hoe ik het zou moeten noemen.

Modern? Hip? Ik weet niet hoe ik het zou moeten noemen.

Melbourne Town Hall

Melbourne Town Hall

Victoria Parliament House

Victoria Parliament House

Alhoewel het voor de meeste mensen vooral aan de binnenkant interessant is, wou ik graag aan de buitenkant eens het Crown Casino zien. Dit casino is mij vooral bijgebleven als de beruchte bedenker van de duurste cocktail ooit gemaakt, en ik heb er nogal wat decadente verhalen over gehoord (die ik bijvoorbeeld niet heb gehoord over The Star, het casino in Sydney dat op loopafstand van Pyrmont staat). Een van de meest opvallende dingen vond ik dat de afslag van de M1 die ik zelf nota bene genomen had om de stad in te komen dwars door dit gebouw heen loopt – niets zegt grootheidswaanzin als het statement “jullie leggen de snelweg niet om? dan bouwen wij er wel omheen”.

Crown Casino

Crown Casino

CBD, Southbank en Docklands langs de Yarra River

CBD, Southbank en Docklands langs de Yarra River

Tegen de schemering waren mijn voeten het helemaal zat, want ik had toch de nodige kilometers in een paar uur gepropt. Het voordeel was dat ik door deze uitputting redelijk op tijd in slaap viel, want morgen zou de wekker erg vroeg gaan: 6 uur ‘s ochtends.

That’s the spirit!

Die volgende ochtend zou ik namelijk Melbourne alweer achter me laten, in ieder geval tijdelijk. Vanaf Melbourne gaat er een boot naar Tasmanië, en dat was momenteel de primaire reden voor mij om in deze stad te overnachten. Er zijn nachtboten, maar door de timing van mijn reis kwam ik uit op een dagboot, die om 9:00 zou vertrekken en check-in had van 6:30 tot 8:15. Dat betekende dus lekker op tijd opstaan, helaas geen ontbijt in het hotel (dat was er ‘pas’ om 7:00) en op naar de haven. Het duurde niet lang voor ik in de file kwam – niet de standaard file van de grote stad Melbourne, maar de file van auto’s die de boot op wou. De kerstvakantie is voor de Australiërs natuurlijk de grote zomervakantie, dus aan het begin daarvan gaan er grote groepen naar Tasmanië om daar hun vakantie te vieren (een van de bijnamen van Tasmanië op de nummerplaten is dan ook “The Holiday Isle”).

The Spirit of Tasmania

The Spirit of Tasmania

Ik begon me op een gegeven moment zorgen te maken of ik de check-in wel zou halen, maar dat bleek uiteindelijk geen probleem te zijn – zowel voor als achter mij stonden nog genoeg mensen die ook de boot op moesten, en er was een algemene vertraging. Uiteindelijk werd ik een uur te laat ingecheckt, en de boot vertrok 1,5 uur later dan gepland.

Ok doei.

Ok doei.

And then…?

Op het moment van schrijven zit ik op de boot, maar helaas zonder internet. Het uploaden gaat dus wat later zijn. Tasmanië ga ik proberen in een ruime week te doorkruisen; zodra dat achter de rug is keer ik terug naar Melbourne voor nieuwjaar, met een verdere doorreis naar Adelaide in de planning (met een flinke omweg via de woestijn, langs het legendarische dorpje Broken Hill). Daarover binnenkort meer!

Leave a Reply