When all is written and done

Aankomen in Brisbane betekende ook gelijk een hele stapel aan afrondend gedoe. Allereerst moest al mijn spul de auto uit, en aangezien ik nog niet alles zo compact mogelijk heb ingepakt kostte dat toch wel twee trips. Nog even alle hoekjes en vakjes een keer nalopen, kijken of alle papieren compleet zijn en proberen het grote vuil eruit te werken (ik wil best een schone auto inleveren, maar zonder stofzuiger zijn er natuurlijk wel grenzen).

Op vrijdagochtend reed ik de laatste vier kilometer in de Holden, van de parkeergarage naar de lokale vestiging van Travellers Autobarn. Een klein uurtje en een hele stapel papierwerk later had ik weer een paar duizend dollar terug, en was ik een sleutel armer. Later die dag ging ik nog even aan de slag om mijn verzekering op te zeggen, en natuurlijk moet ook de account van het tolkastje nog uitgeschakeld worden. De nodige stapel bureaucratie dus.

Daarna heb ik de tijd genomen om een beetje op m’n gemak de stad te verkennen. Ik vind het een heel leuke stad en heb me er zeer vermaakt, maar ik kan nou niet echt dingen aanwijzen die je echt moet zien of doen in Brisbane.

De City vanaf Fortitude Valley

De City vanaf Fortitude Valley

Queens Park, just how I left it

Queens Park, just how I left it

Bulimba en Hamilton

Bulimba en Hamilton

Story Bridge

Story Bridge

Goodwill Bridge vanaf South Bank

Goodwill Bridge vanaf South Bank

Een potje rugby in de Botanic Gardens

Een potje rugby in de Botanic Gardens

Een stukje aangelegd regenwoud bij de rivier

Een stukje aangelegd regenwoud bij de rivier

One question to rule them all

Ik waarschuw alvast iedereen die het in z’n hoofd haalt: als je me binnenkort weer tegenkomt en vraagt hoe m’n reis is geweest ben ik waarschijnlijk minstens een uur aan het woord (en dat ter inleiding). Maar ik zal jullie een lol doen en alvast even antwoord geven op de absolute standaardvraag. En daarbij ga ik die vraag gelijk een beetje ontwijken.

Wat is mijn favoriete plek?

Voor wie het cliché nog niet aan voelt komen zal ik ‘m nog even inkoppen: er is veel te veel gaafs om echt 1 ding eruit te pikken. Toch valt het valsspelen wel mee, want ik kom uit op 2 stuks.

Tasmanië is echt in m’n geheugen gegrift. Er is al zoveel van dat eiland dat ik niet in m’n planning kreeg, en zelfs die planning heb ik door omstandigheden niet helemaal kunnen volgen. Uiteindelijk maakt dat niet uit, want ik heb er absoluut van genoten. Australië ligt misschien wel vol met mooie punten, maar de overgangen kosten toch vaak wel een paar uur rijden en soms is er tussen die punten helemaal niks bijzonders. Op Tasmanië is werkelijk waar elke plek die ik heb gezien prachtig; het saaiste stuk platteland dat ik op het eiland heb gezien zou elders in het land een toeristische bestemming op zichzelf zijn. Natuurlijk is er de bonus dat ik er de meest waanzinnige gastvrijheid heb meegemaakt – wellicht was de aanleiding niet zo prettig, maar het resultaat heeft gezorgd voor een paar onvergetelijke Kerstdagen. Ik heb lange tijd gedacht dat ik bij een volgend bezoek aan Australië eerst eens in het westen zou kijken, in de enige staat waar ik nu niks van heb gezien, maar inmiddels weet ik wel beter: ik ga terug naar Tassie. Sowieso om eindelijk eens die verloren dagen in Hobart en Port Arthur in te halen, maar daarna nog een paar weken om nog veel meer van dit kleine paradijs te ontdekken.

Dat laatste zeg ik niet over de volgende regio, maar toch staan ze voor mijn gevoel op een gedeelde eerste plaats. The Red Centre was een absoluut spektakel. Ik heb genoten van de vele uren op de snelwegen, het gevoel dat je echt een wereld verwijderd bent van de beschaving en de prachtige woestijn die absoluut op geen enkele manier saai te noemen is. Zoals ik eerder heb genoemd is Uluru wat mij betreft wel de laatste plek die je hier moet bezoeken, na de West MacDonnel Ranges, Kata Tjuta en de absolute koning van Centraal-Australië, Kings Canyon. Ook al stelt de stad zelf niet heel veel voor, Alice Springs is toch wel een bijzondere tussenstop om te maken, en maakt het echt af. Het afgelegen karakter maakt het weliswaar aanlokkelijk om erheen te vliegen, maar naar mijn gevoel horen de duizenden kilometers over de Explorer’s Way echt bij de ervaring – het kost je misschien een paar dagen, maar ik heb er absoluut geen spijt van.

Omdat het kan: klikken voor een interactieve kaart van wat ongeveer mijn route is geweest

Going back Up Above

Tja, en dan zit je opeens op het vliegveld. Tassen ingecheckt, een bak matige koffie in de buurt en zittend in een oncomfortabele prutstoel. Met zo’n 24 uren voor de boeg die gevuld zullen zijn met afwisselend wachten en slapen is het heel aanlokkelijk om eens terug te blikken op het avontuur dat ik aan het afsluiten ben. Sinds ik een kleine vijf maanden terug landde in Sydney heb ik bepaald niet stilgezeten, en de foto’s en verhalen die jullie hebben gezien zijn uiteindelijk echt maar een heel klein deel van het geheel.

Ik heb tropische stormen meegemaakt en gekampeerd in nachten van 35 graden. Ik heb me inwoner mogen noemen van het hart van een metropool van 5 miljoen, en heb vrienden gemaakt in een dorp van 50 man. Van vastgelopen files tot limietsvrije asfaltvlaktes, van matige kustlijn tot extreme woestijnhitte. Tientallen wandelingen in de benen, tientallen nieuwe diersoorten gezien, tientallen campings afgewerkt. Ik ben de tel kwijtgeraakt hoe vaak ik met oprecht geïnteresseerde locals heb gepraat, hoe vaak ik onverwacht gastvrij werd behandeld en hoe vaak ik wel niet bij mezelf heb gedacht dat barmhartigheid niet naar Samaritanen maar naar Aussies vernoemd zou moeten worden. In Nederland vond ik 8000 km in een jaar tijd met m’n auto wel aardig wat, maar in 12 weken tijd heb ik in Sydney alleen al 4200 km aan retourtjes naar kantoor gemaakt – om van de 18600 reiskilometers nog maar te zwijgen. En zelfs met zo’n absurde hoeveelheid asfalt achter de rug, de waanzinnig uiteenlopende dingen die ik heb gezien en gedaan nog vers in het geheugen (waar de meer dan 7000 foto’s nauwelijks recht aan doen), heb ik het idee dat ik nog maar nauwelijks iets van dit land heb gezien. Had ik nog een paar maanden gehad, dan had ik die makkelijk – en graag – gevuld met meer avonturen. Ik weet niet of ik echt in Australië zou willen wonen, maar ik zou er wel eeuwig vakantie kunnen vieren. Dus ja, het doet toch een beetje pijn om dit achter te laten en terug te keren naar het noordelijk halfrond.

Maar laat ik wel eerlijk zijn: ik heb er geen spijt van dat ik het voor nu hierbij moet laten. Er zijn ontzettend veel mensen die ik tijden niet heb gezien of gesproken, ik kan niet wachten om weer aan de slag te gaan met al het werk dat voor me klaarligt, en alhoewel het reizen me prima bevalt kijk ik er wel naar uit om weer eens een plek thuis te kunnen noemen. Het geld is eerlijk gezegd toch ook wel een beetje op, ik heb heel veel zin om eindelijk weer eens meer dan 20 CD’s tot m’n beschikking te hebben, en ik begin zowaar een beetje uitgekeken te raken op m’n beperkte ingepakte garderobe. En ja, ik ben wel weer eens toe aan internet dat niet (zelfs in de best beschikbare variant) frustrerend traag is.

Dat ik het land ga missen staat vast, maar wat mij betreft toont dat alleen maar aan dat de reis geslaagd was. Het was niet goedkoop, ik heb de nodige vervelende momenten gehad en af en toe voelt 5 maanden wel echt als een eeuwigheid om weg te zijn, maar uiteindelijk kan ik niet anders dan glunderen als ik terugkijk op wat ik allemaal heb kunnen zien, doen en ervaren. Dit was, zoals ze zeggen, the trip of a lifetime.

I’m going home, Australia, but I will be back. No worries.

G’night.

Brisbane by night

Brisbane by night

Leave a Reply